Buikgriep
Paar dagen buiten strijd.
____
Paar dagen buiten strijd.
____
Opgetekend door
Achille van den Branden
om
12:28
2
reactie(s)
rubrieken meta
> http://en.wikipedia.org/wiki/Cyberpunk
> http://en.wikipedia.org/wiki/Cyberpunk_derivatives
> http://en.wikipedia.org/wiki/Steampunk
> http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_steampunk_works
> http://en.wikipedia.org/wiki/Retro-futurism
____
Opgetekend door
Achille van den Branden
om
22:13
0
reactie(s)
rubrieken wikipedia
Het laatste woord en andere verhalen is het laatste boek van Graham Greene dat bij leven gepubliceerd werd. Wat de titel hoogst ironisch maakt. De bundel bevat twaalf verhalen die de hele schrijverscarrière van Greene bestrijken: van 1923 tot 1989. Slechts vier verhalen waren eerder in boekvorm verschenen en geen enkel had een of andere editie van de Verzamelde verhalen gehaald — te gedateerd, ongeloofwaardig, of domweg een doorslagje van een betere roman.
Ik weet zelf ook niet of dit bundeltje zo'n geschikte inleiding is tot het werk van Graham Greene. Het kortverhaal is al een ondergewaardeerd genre, en er valt niet zoveel te kluiven bij Greene als bij een Updike of Munro. Technisch blijft hij altijd en overal een uitstekende schrijver, met formuleringen die ik meteen wil uitbeelden in de praktijk — "Zijn lach leek op het schrapen van een droge keel" — maar op de korte baan heeft Greene te weinig tijd om mij als lezer te winnen voor zijn personages.
Zo is het titelverhaal, uit 1988, onbedoeld een nogal pathetische slotnoot in het anders toch zo evenwichtige oeuvre van Greene. Centraal in deze Orwelliaanse fabel staat een oude man, die zich beetje bij beetje weer herinnert dat hij Johannes XXIX is: de laatste paus op aarde die twintig jaar geleden monddood werd gemaakt door een totalitair regime dat het katholicisme met wortel en al wou uitroeien.
Zolang u nog volgelingen had, vertegenwoordigde u een alternatief. Zolang er een alternatief was, zou er altijd oorlog blijven.De paus leidt een marginaal bestaan en mag geen religieuze voorwerpen bij zich houden — op één niet nader vernoemd boek na, allicht de bijbel. Omdat hij de laatste levende christen is, mag hij nog één keer op de foto ("Deze gewaden zijn voor de gelegenheid uitgeleend door het Wereldmuseum van Mythen") om daarna geëxecuteerd te worden. Het komt tot een confrontatie met de Generaal, het hoofd van het bewind.

Ze stond omringd door half-Indiaanse gezichten in de kleine achtertuin van een witte villa in een buitenwijk. De mannen droegen allemaal een revolver aan hun riem en een had een walkie-talkie die hij dicht tegen zijn oor gedrukt hield alsof hij met de intensiteit van een priester wachtte tot een van zijn Indiaanse goden iets zou afkondigen.... en, zoals gezegd, de manier waarop hij privé-besognes een tafereel laat kleuren. Bijvoorbeeld wanneer de vrouw haar bandrecorder moet afgeven.
‘Het is maar een recorder. Ik heb nooit steno geleerd. Ziet hij eruit als een bom?’De bewuste generaal is natuurlijk een dubieus figuur. Al komen we van hem alleen iets te weten bij monde van zijn sergeant. Alle politieke tegenstanders mogen een poosje meereizen met dezelfde trein als waarin de generaal, zegt deze. Maar de generaal is degene die de trein bestuurt. Hij beslist bij welk station gestopt wordt, en niet zijn passagiers. Zeker, het is toegestaan om communist te zijn in de republiek...
‘Nee. Maar het is toch beter. Alstublieft.’
Ze legde hem neer. Ze dacht, ik zal op mijn geheugen moeten vertrouwen, dat verdomde geheugen, het geheugen dat ik haat.’
'Maar we hebben geen partijen.’Meer indruk maakte 'Het loterijbriefje'. Thriplow, een zeer welgestelde vrijgezel van zo’n tweeënveertig, is een verlegen man. Maar zijn verlegenheid neemt een eigenaardige vorm aan: ze brengt hem ertoe als hij in het buitenland op vakantie gaat om allerlei ongemakken op te zoeken. Sociale contacten kan hij niet verdragen en daarom kiest hij voor het decor van zijn vlucht die delen van de wereld waar zijn medetoeristen niet samenstromen. Deze keer trekt hij naar een somber tropisch Mexicaans deelstaatje.
‘Niet één?’
‘Niet een. Iedereen mag denken wat hij wil. Geldt dat ook in een partij?’
Ze bezat het soort clichématig psychologisch inzicht dat je vaak aantreft bij nonnen. Hij haalde zijn portefeuille te voorschijn en gaf haar alles wat hij had. De daad die ingegeven werd door haat was als een daad van liefde. Ze zei: ‘Het is meer dan ik nodig heb — maar misschien kan ik iemand omkopen en een priester laten komen om hem te begraven — uit een andere staat. Hier, moet u weten, sterven we als honden. Dank u.’ Ze was vastbesloten om het hem makkelijk te maken. Ze had zich verschrikkelijk ver teruggetrokken op de toppen van haar religieuze berusting en keek toe hoe arme duivels, net als kevers, hun fouten begingen. Ze zei: ‘Ik zie dat u een vriendelijk mens bent. Alleen naïef… wat het leven betreft, bedoel ik,’ voegde ze eraan toe en met de vernietigende trots en eenvoud van het klooster.> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Opgetekend door
Achille van den Branden
om
20:54
0
reactie(s)
rubrieken opinio
"TheBrowser is creating a 21st century library of Writing Worth Reading. We aim to help our readers discover the best writing available by recommending articles, interviews and books that are of interest to the intellectually curious reader. Recommendations on TheBrowser are made by humans not software. We rely on the opinions of recognised experts (independent authorities and our in-house editors) when selecting the content we feature.TheBrowser is not a news website. Our priority is to curate writing of lasting value — whatever its length or form.
> http://thebrowser.com/
____
Opgetekend door
Achille van den Branden
om
20:21
0
reactie(s)
rubrieken conjunctiones
"Here is a full list of authors who are entering the Public Domain in 2011, along with authors who entered the Public Domain in 2010."
> http://publicdomainday.org/
____
Opgetekend door
Achille van den Branden
om
20:20
0
reactie(s)
rubrieken conjunctiones
"Words without Borders translates, publishes, and promotes the finest contemporary international literature. Our publications and programs open doors for readers of English around the world to the multiplicity of viewpoints, richness of experience, and literary perspective on world events offered by writers in other languages."
> http://wordswithoutborders.org/book-reviews/
____
Opgetekend door
Achille van den Branden
om
20:20
0
reactie(s)
rubrieken conjunctiones
"The mission of the Committee for Skeptical Inquiry is to promote scientific inquiry, critical investigation, and the use of reason in examining controversial and extraordinary claims."
> http://www.csicop.org/si/archive
____
Opgetekend door
Achille van den Branden
om
20:19
0
reactie(s)
rubrieken conjunctiones, mens sana
"The Paleofuture blog was started by Matt Novak in January of 2007. Matt has since become an accidental expert on past visions of the future, and has amassed an enormous library of media related to the study of retro-futurism."
> http://www.paleofuture.com/ [via]
____
Opgetekend door
Achille van den Branden
om
20:18
0
reactie(s)
rubrieken conjunctiones
Een broodjeaapverhaal, stadssage of urban legend is een verzonnen verhaal over een bizarre gebeurtenis, vaak van recente datum, dat als waar gebeurd wordt doorverteld. Vooral door de manier waarop ze verteld worden, winnen broodjeaapverhalen aan overtuigingskracht. Peter Burger is zeker niet de eerste die ze verzamelt, maar dit boek maakt mooi duidelijk dat de sterkste verhalen niet uitsterven — ze beginnen een nieuw leven onder een andere naam.
De reguliere media helpen dapper mee aan het verspreiden van onware verhalen. Dat was een van de eerste bemerkingen die me trof in De jacht op de Veluwepoema. Puur bedrog is zeldzaam. Het gebeurt vaker dat een redacteur persbureaukopij uit autoriteitsgeloof, gemakzucht of gebrek aan tijd en expertise niet checkt. Neem nóóit ANP-berichten (Algemeen Nederlands Persbureau) over: dat is de belangrijkste tip die Peter Burger overneemt van de cursussen voor aankomende journalisten die wetenschapsjournalist Hans van Maanen geeft.
Misschien is dat wel tevergeefse raad. Broodjeaapverhalen zijn immers gefundenes Fressen voor journalisten. De reden is niet ver te zoeken. Volgens het Basisboek journalistiek, het standaardleerboek voor journalisten-in-spe, zijn nieuwsberichten verhalen die aan een aantal van de volgende criteria voldoen: ze draaien om een conflict, zijn actueel, van belang voor de lezer of kijker, wijken af van het normale en gaan over bekende personen, landen, plaatsen en zaken. Het is duidelijk dat die criteria gelden ook voor moderne sagen: verhalen over gebeurtenissen die zich kort geleden en dicht bij de lezer of luisteraar hebben afgespeeld, die sterk afwijken van de alledaagse gang van zaken en die belangrijk zijn omdat ze — bijvoorbeeld — waarschuwen voor dreigend gevaar.
Ook een opmerkelijke vaststelling in De jacht op de Veluwepoema: geletterdheid heeft ons niet minder, maar juist meer vatbaar gemaakt voor dergelijke verhalen. Al in 1945 bleek dat Amerikaanse krantenlezers meer geruchten kenden dan mensen die geen krant lazen. Bovendien maakt het voor de verspreiding weinig uit of de media onjuiste verhalen bevestigen of ontkennen. Toen in 1986 in Frankrijk het gerucht ging dat Isabelle Adjani aan aids of kanker leed, of zelfs al was overleden, kwam de actrice in het televisiejournaal vertellen dat ze niets mankeerde. Door die ontkenning steeg zowel het aantal mensen dat het gerucht kende, als het aantal dat het geloofde.
Nieuwsmedia missen ook domweg het gezag om een gerucht te verjagen. Voeg daarbij nog de massa mensen die denken dat media bepaalde verhalen uit politieke correctheid stilhouden. Het is een belangrijke troef van samenzweringstheorieën op internet, aldus Burger: deze verhalen vertegenwoordigen de achterkant van het nieuws: opgeroepen door een wijdverbreid wantrouwen tegen de verhalen van de gevestigde macht en de oude media pretenderen ze de ware toedracht te onthullen van wereldschokkende gebeurtenissen. "Het is graffiti op de muren van de traditionele media."
In zijn boek heeft Peter Burger een groot aantal onware verhalen bijeengebracht. Elk hoofdstukje leest als een kort dossier waarin de route van een broodjeaapverhaal wordt teruggevolgd naar de bron. De varianten komen aan bod, de manier waarop de verzinsels worden doorgegeven, en de rol die de media spelen in dat proces. Midden jaren vijftig deed in Seattle het gerucht de ronde dat er putjes in de autoruiten kwamen ten gevolge van nucleaire fall-out. Plots gingen vele mensen inderdaad dergelijke putjes waarnemen. Later bleek dat het ging om oneffenheden die er altijd al waren geweest: overvloedige media-aandacht had een massawaan veroorzaakt en de perceptie van de mensen beïnvloed.
De vermeende poema uit de titel die men in juni 2005 op de Ginkelse hei had gesignaleerd, is ook zo'n prachtige casestudy. Tongue-in-cheek beschrijft Burger alle partijen die als in een rituele optocht voorbijkwamen, op de televisie en in de krant. De drijfjagers natuurlijk, de toeristenindustrie, Groen-Linkse politici die protesteren tegen het voornemen het dier af te knallen, de biologen, de roofdieren'experten', noem maar op. We krijgen daar niet snel genoeg van.
‘Mensen hebben behoefte aan lekker griezelen over verschijnselen die niet echt gevaarlijk zijn,’ analyseerde bioloog en schrijver Maarten ’t Hart in NRC Handelsblad (25 juni 2006). ‘Het is net zoiets als naar een sm-club gaan en daar geslagen worden: het is niet echt gevaarlijk. Als bekend werd dat er op de Veluwe een dodelijk virus rondwaart, kwam er niemand meer.’Sceptici zijn in dit soort affaires vaak de laatsten wier mening aan bod komt. Daarna dooft de kwestie uit — niet omdat het publiek nu ook de sceptische mening is toegedaan, maar omdat het verzadigd is. De nieuwswaarde is tot de laatste druppel uitgeperst. Als sceptici al aan bod komen, worden hun woorden vaak suggestief weergegeven. Burger beschrijft de manier waarop hijzelf om commentaar gevraagd werd door Het Parool in verband met het zoveelste terrorismealarm.
‘Dus het is echt niet waar?’ drong de verslaggever aan. ‘Tja,’ zei ik, ‘ik ben niet van de AIVD en ik heb ook geen vrienden onder extremistische moslims, dus ik kan niet zeggen dat er géén aanslag komt op Koninginnedag.’ Toen ik de volgende dag Het Parool opensloeg, las ik als eerste zin: ‘Ook universitair docent journalistiek Peter Burger, kenner van het betere broodjeaapverhaal, sluit de mogelijkheid van een aanslag door moslimextremisten op Koninginnedag niet uit.’Het geval van de zogenaamde Smileybende toont dan weer mooi aan hoe hardnekkige geruchten zich vlotjes aanpassen aan de actualiteit. De Smileybende, zo ging het verhaal, benaderde meisjes met de keuze tussen een groepsverkrachting of een 'eeuwige glimlach'. De meisjes die kozen voor de 'smiley' krijgen twee messneden in de mondhoeken. De jongens strooiden vervolgens zout in de wonden om een eeuwig litteken te veroorzaken. Het frappante is dat in Nederland de Smileybende steevast uit Marokkaanse jongens scheen te bestaan, terwijl elders Vlaamse racisten, Engelse skinheads en Franse hooligans de hoofdrol speelden. De Hollandse versie van de stadssage gedijde, kortom, op de angst voor jeugdbendes van Marokkanen en andere allochtonen.
Dat liet in juli 2004, een halfjaar nadat het rumoer over de Smiley-bende was bedaard, duizend Nederlanders ondervragen over geruchten. Daaruit bleek dat 22 procent van degenen tussen de 18 en de 34 jaar oud het nog steeds zeker of waarschijnlijk achtte dat de Smileybende bestond.Ook politiediensten zijn zeker niet immuun voor geruchten. Burger geeft als voorbeeld het verhaal over geheime dieventekens op huizen. In een artikel uit 1994 concludeert de Franse hoogleraar sociologie Jean-Bruna Renard, gespecialiseerd in geruchten, dat de tekens in de jaren twintig en dertig misschien nog werden gebruikt door zwervers (‘Hier zijn ze goedgeefs’; ‘Hier krijg je iets als je ervoor werkt’). [Ook Cela vermeldt ze, in een van zijn reisverhalen.] Maar voor recent gebruik door dieven vond ook Renard geen aanwijzingen. Ook in Nederland is er nog nooit een inbreker betrapt die geheime tekens op een gevel kraste. Waarom geloven politiemensen dan toch dat inbrekers dat doen? Omdat ze dat weer horen van andere politiemensen.
Onthullender nog waren de antwoorden van degenen die wilden toelichten waarom ze het verhaal wel of niet geloofden. Van de 21 die vertelden waarom ze het geloofden, beriepen er 6 zich op de nieuwsmedia — hoewel die om strijd hadden verzekerd dat het om een broodje aap ging. Van degenen die het verhaal níet geloofden, zeiden slechts 2 van de 153 dat ze uit de nieuwsmedia hadden begrepen dat het niet waar was. De overige 151 hadden het hele verhaal nooit gehoord en geloofden het daarom niet, of ze vonden het onwaarschijnlijk. Met andere woorden: het effect van de nieuwsberichten was vrijwel nihil, en het lijkt erop dat nieuws over de Smileybende het geloof erin juist heeft aangewakkerd. Het verhaal was sterker dan de ontkenningen.
Een ander sjabloon is de kinderroof-in-het-pretpark. Kinderdieven rukken kinderen weg bij hun ouders in de Efteling, doen de onschuldige bloedjes een onherkenbare vermomming aan en smokkelen hen zo uit het park. Meer dan een gerucht is het niet, en het verhaal is al zo oud als de straat, zegt Burger. Drie van de vijf meest geliefde sprookjes van Nederlanders, zo bleek in 1999 uit een enquête door de Efteling en onderzoeksbureau Inter/View, zijn ‘Sneeuwwitje’, ‘Roodkapje’ en ‘Hans en Grietje’ — drie klassiekers over kinderleed.Jack London, bekend van stoere romans over goudzoekers en sledehonden, publiceerde in juli 1902 ‘Moon-face’, een staaltje zwarte humor over een man die zijn vijand ombrengt door hem een jachthond cadeau te doen. Als het slachtoffer gaat vissen met dynamiet, apporteert de hond trouw het explosief. Gênant genoeg voor Londen was diezelfde maand in een ander Amerikaans tijdschrift een verhaal verschenen van Frank Norris met een identieke plot en had de schrijver Charles Forrest McLean het gegeven een jaar daarvoor ook al gebruikt.
Jack London, die wel vaker van plagiaat is beschuldigd, verdedigde zich door te zeggen dat al deze auteurs zich kennelijk op hetzelfde krantenbericht hadden gebaseerd. Dat is niet onmogelijk, want zulke verhalen staan al eeuwen tussen de gemengde berichten.

De eerste producten die van de drukpers rolden, waren behalve romans en religieuze en politieke traktaten pamfletten over vrouwen met een slang in hun ingewanden of wondervissen met een voorspelling op de buik. En toen enkele eeuwen later de kopieermachine aan iedereen een drukpers verschafte, verspreidden kantoormedewerkers en anderen op grote schaal ‘Xeroxlore’: gekopieerde broodjes aap, cartoons en andere folklore. Het opduiken van sagen en geruchten in een nieuw medium is even voorspelbaar als de ophef over de beschavingsondermijnende invloed van nieuwe media.Burger gelooft niet dat met de komst van de nieuwe media het klassieke geroddel in de krant, op verjaardagsfeestjes en rond de koffieautomaat gaat stoppen. Toch, zegt hij, heeft internet de vorm en verspreiding van sagen en geruchten ingrijpend veranderd. De verhalen zijn suggestiever. Denk aan e-mails met aangehechte bewijsfoto’s: zijn ze echt, gephotoshopt, vertonen ze wat ze beweren te vertonen? Ook de mogelijkheid om met een paar muisklikken tekst te kopiëren en door te sturen naar duizend anderen, heeft de sagen beïnvloed. Het knip- en plakgemak heeft de levensduur bevorderd van sagen die eigenlijk te ingewikkeld zin om na te vertellen.
En discussie is het wezen van deze verhalen. Sagen zijn verhalen die de grenzen aftasten van het menselijk bestaan: verhalen over uitersten op het gebied van gevaar, toeval, seksualiteit en sociale conventies.Het internet heeft het werk van stadssagenjagers sowieso eenvoudiger gemaakt. Alledaagse gesprekken die ze anders niet te horen kregen, kunnen ze nu volgen op online fora, downloaden en analyseren. Met het doorploegen van de geruchten op de ontmoetingssites van jonge allochtonen heeft Burger zelfs een nieuw onderzoeksdomein blootgelegd waar hij een apart hoofdstuk aan wijdt. 'Islamitische' broodjes aap over angst, verteld door jonge, onzekere moslims en moslima's die piekeren over hoe ze moeten leven volgens de Koran en bang zijn voor bovenaardse gevolgen als ze dat niet doen.
Opgetekend door
Achille van den Branden
om
22:26
1 reactie(s)
rubrieken desiderata, media, mens sana, opinio
De gevaren van joggen is een bundeling columns van goed vijfhonderd woorden uit de late jaren negentig. Wat voor Een havik onder Delft gold, geldt nog meer voor dit boek. De meeste stukjes van Maarten 't Hart zijn aardig om één keer te lezen en daarna nooit meer. Zijn onderwerpskeuze is niet overweldigend interessant en veel stilistische brille heeft hij niet in zijn lijf zitten. Wie zijn stukjes graag leest, zoals ik, doet dat om hun helderheid en eenvoud én om de geestige banvloeken.
Banvloeken van een goddeloze hond, that is. En dat is wat me telkens weer treft. Maarten 't Hart heeft het geloof ver achter zich gelaten en laat geen moment onverlet om het kritische denken en de wetenschap te prijzen. Alleen blijkt zo'n rationele beslissing niet zo snel uitwerking te hebben op iemands temperament. Bij 't Hart spelen geregeld aspecten op die ik eerder met protestantse boetepredikers associeer dan met vrijdenkerij.
De imposante vaderfiguur:
Hij wou zelfs met klompen aan begraven worden. ‘Zelfs al tuimelen de mussen doodgevroren uit de lucht, dan nog gloeien je voeten in klompen als een potkacheltje,’ zei hij altijd. ‘En ’s zomers ook geen centje pijn. Nooit van die stinkende zweetvoeten. En geen gesodemieter met veters in de knoop, geen getob met een schoenlepel. Je doet ze in een wibussie aan, je doet ze in een wibussie uit, en als de een of andere sloeber kwaad wil heb je altijd een stuk hout bij de hand waarmee je een flinke jens kan geven.’Het misprijzen van overdaad:
Majesteit, ik begrijp dat uw zoon al meerderjarig is en dat u dus wellicht niet zoveel vat meer op hem hebt. Niettemin zou u hem om te beginnen eens een straf vegetarisch dieet van rauw geraspte winterwortelen en tarwezemelen moeten aanraden. Als hij zo blijft uitdijen, knallen de knopen straks van elk uniform af dat hij aantrekt en zakt hij op een keer pardoes door de bodem van de Gouden Koets. Het zou toch niet leuk zijn als hij straks in het rijtje van Karel de Kale, Willem de Veroveraar, Jan Zonderland, Catharina de Wrede, Karel de Grote en Willem de Zwijger zal figuren als Alexander de Bolle.Onderdrukte agressie:
Het eigenaardige is: mij komt het niet vreemd voor dat zovelen blijkbaar geneigd zijn zich uit te leven op glas. Als ik zo’n bui krijg waarin ik glaswerk wil horen rinkelen, begeef ik mij met lege flessen naar de glasbak. Vol wellust smijt ik die flessen naar binnen. Groot is mijn voldoening als ik het glas hoor breken.Maar vooral: de drang om te oordelen en veroordelen. Zelfs voor een columnist heeft 't Hart sterk de behoefte om bepaalde zaken héél goed te vinden, en andere héél slecht.
Hoe anders vroeger over plagiaat gedacht werd, laat zich fraai illustreren met een citaat van Goethe: ‘Of ik uit het leven of uit een boek genomen heb, doet er niet toe, het komt erop aan dat ik het terecht heb gebruikt. Walter Scott heeft een toneel uit mijn Egmont gebruikt, en daartoe had hij het recht, en daar het verstandig gebeurde is het lofwaardig. Zo zingt mijn Mephistopheles een lied uit Shakespeare, en waarom zou hij dat niet doen.’ En Molière zei eenvoudig; ‘Je prends mon bien où je le trouve.’De gedachte uit het boek die me het meest aansprak, is ook weer het gevolg van een nog niet vernoemd protestants trekje: het onvermogen om zorgeloos te genieten. Om zichzelf toch af en toe een pleziertje toe te staan moet 't Hart de meest onmogelijke rituelen verzinnen om zijn geweten om de tuin te leiden. Of er moet een serieuze inspanning aan voorafgaan. Hoe meer tijd er is om naar eigen inzicht te besteden, zegt de schrijver, hoe minder kostbaar die tijd blijkt te zijn, en hoe meer tijd je verlummelt. Dus moeten we leren onszelf taken te stellen.
Derderangs Franse dichters uit de vorige eeuw waren er juist trots op als een eersterangs dichter als Hugo een regeltje bij ze wegstal. Dat waarborgde immers dat dat regeltje onsterfelijk werd. In de oksel van een adelaar steeg zo’n dichter op, zoals Wim Zaal eens fraai gezegd heeft.
Liefst iets wat moeilijk is. Sanskriet leren, de Boole-algebra onder de knie krijgen, het hele werk van Roger Martin du Gard lezen, het tweede scherzo van Chopin instuderen. Probeer daarbij volledig de gedachte uit te bannen dat je van dat alles zou dienen te genieten. Genot is iets wat een mens onverhoeds kan toevallen, nooit en te nimmer iets wat een mens moet nastreven.(Gebaseerd op notities van 16 mei 2004.)
Ik weet nog dat ik op de middelbare school altijd zo snel mogelijk al mijn huiswerk maakte teneinde tijd over te houden om te lezen. Wat genoot ik enorm van die schaarse leesuurtjes! Maar in de lange schoolvakanties, als ik al mijn tijd vrij had om te lezen, was lezen zo leuk niet. Alleen wat schaars is, blijkt kostbaar.
Opgetekend door
Achille van den Branden
om
17:51
1 reactie(s)
Cynisme is een woord met geschiedenis. De filosofie met die naam werd gesticht in de vierde eeuw voor Christus door Antisthenes, een leerling van Socrates, en bleef tot diep tijdens het Romeinse rijk bestaan. De cynici wezen in hun zoektocht naar echte wijsheid het streven naar luxe, bezit of geld af, waardoor ze in de marge van de toenmalige maatschappij kwamen te staan. Ook alle conventies inzake religie, etiquette, behuizing en kledij werden overboord gegooid.
Deugd school volgens de cynici enkel in een sobere, niet-materialistische levensstijl, waarbij men zo min mogelijk afhankelijk was van anderen: autarkie. De meest tot de verbeelding sprekende cynicus is zonder twijfel Diogenes van Sinope, de filosoof in de ton (hoewel de ton pas later zou uitgevonden worden).
In de vroege achttiende, begin negentiende eeuw kwam de betekenis van het woord cynisme meer op de negatieve aspecten van de filosofie te liggen. Met cynisme in zijn milde vorm wordt dan stilaan de achterdocht bedoeld jegens de motieven die mensen opgeven voor hun daden. In zijn sterke vorm staat cynisme voor het totale ongeloof in de goedheid van de mens.
Cynici zijn ervan overtuigd dat alle mensen, dus niet alleen politici en zakenmannen, eerst en vooral gedreven worden door eigenbelang. Daarom hebben dieren soms een ontwapenende werking op cynici. Dieren kennen geen cynisme. Denk aan Speedy, wijlen het hondje dat figureerde in de boeken van Herman Brusselmans: een lieve, niet-bezitterige, niet-veeleisende compagnon, die zijn baasje schijnbaar belangeloos liefde geeft.
Een van de vroege 'theoretici' van het cynisme in deze betekenis, was La Rochefoucauld. De zeventiende-eeuwse Franse hertog geloofde niet in de christelijke en adellijke deugden van zijn tijd, maar al evenmin in heidense deugden of een stoïcijnse levenshouding. De mens laat zich niet leiden door ethiek, maar door blinde driften: ijdelheid, luiheid, angst, trots, lusteloosheid en amour-propre — van oorsprong een religieuze term.
Zijn Maximen geven telkens opnieuw blijk van de overtuiging dat elke zogenaamde deugd kan herleid worden tot een van deze ondeugden. Liefde voor rechtvaardigheid is vrees om te lijden onder onrechtvaardigheid. Verstand wordt altijd om de tuin geleid door gevoel. Lof is vleierij. Goedheid komt bijna altijd neer op luiheid of lamlendigheid. Vrijgevigheid is ijdelheid. Bescheidenheid wordt opgelegd door de middelmatigen. Goedheid is zwakheid of inschikkelijkheid. Onrecht verwerpen we, niet omdat we er een afkeer van hebben, maar omdat we er schade van ondervinden. En trots bespaart ons de pijn van al deze onvolkomenheden onder ogen te zien.
In zijn bekende boek Kritiek van de cynische rede definieerde Peter Sloterdijk cynici als "borderline melancholici" — mensen die de klassieke symptomen van depressie nog onder controle kunnen houden en zo blijven functioneren. Sloterdijk verbond het begrip daarnaast met de moderne materialistische manier van leven die enkel gericht is op winstmaximalisatie.
Rest nog de vraag waaróm iemand cynisch wordt. Vaak heeft het te maken met huizenhoge idealen en verwachtingen ten aanzien van de mens en de maatschappij die bruusk doorprikt worden. Er kunnen ook persoonlijker motieven meespelen: een maatschappij die jou eeuwig miskent maar wel 'de klootzakken' beloont. Vaak gaan die gevoelens van bitterheid samen met een behoefte om zich van de maatschappij af te keren. Of met de geslepenheid die nodig is om je voortaan zo vlot mogelijk en zonder verdere kleerscheuren door die maatschappij te kunnen bewegen. Het handorakel van Baltasar Gracián is waarschijnlijk het best bekende handboek met tips in die richting.
Zelf denk ik dat cynisme ook te maken heeft met levenservaring, met expertise. Op de duur weet je hoe dingen en mensen in elkaar zitten, of je denkt het te weten, zodat je nooit meer verrast kan worden. Van die troosteloze kennis (hoe dingen en mensen werken) is het maar een kleine stap naar opportunisme, waarbij je die kennis zonder scrupules gaat gebruiken voor eigen gewin. Wanneer mensen dus, naar het woord van Kant, geen doel meer zijn, maar een middel worden. Stand-up comedian George Carlin, die zelf vaak van cynisme werd beschuldigd, gebruikte het woord uitdrukkelijk in die zin: mensen die willens en wetens de kluit bedonderen, dát zijn de ware cynici.
Cynisme is trouwens niet helemaal hetzelfde als pessimisme. Pessimisme is de overtuiging dat iets slechter zal gaan; cynisme de overtuiging dat alles en iedereen onverbeterlijk is. Cynisme heeft in se ook weinig te maken met een kritische, sceptische houding. Cynici vooronderstellen het slechtste in dingen en mensen. Sceptici proberen er zo weinig mogelijk vooronderstellingen op na te houden.
Maar bon. De Ierse bloemlezer Aubrey Dillon-Malone stelde een citatenboekje samen met cynische definities, en ik had daar een dubbel gevoel bij. Ik heb me uitstekend vermaakt en meermaals hardop gelachen. De auteur lijkt me ook wel een geschikte peer. Hij heeft boeken samengesteld over de geschiedenis van de pubs in Dublin, over Elvis, boekjes met trivia rond schrijvers, celebrities en Hollywood. Juist daarom is het zo verwonderlijk dat zijn woordenboek betrekkelijk weinig uitspraken bevat van hedendaagse beroemdheden. Maar áls er een popicoon in staat, dan is het met een quote die een heel leven tekent.
Stardom. The ability to get insulted in places the average negro could never hope to get insulted.Het gebrek aan actuele quotes doet vermoeden dat Dillon-Malone veel heeft zitten overschrijven van andere citatenboeken. Dat moet ook voor een deel. The cynic’s dictionary kan niet serieus genomen worden wanneer figuren als Oscar Wilde, Mark Twain of George Bernard Shaw ontbreken. Ook voornoemde Rochefoucauld is present, al is zijn aandeel naar mijn smaak te klein. Schopenhauer komt onbegrijpelijkerwijs helemaal niet in het stuk voor. Daar staan dan weer geestige opmerkingen van Ronald Reagan tegenover.
Sammy Davis Jnr
Encourage. To confirm a fool in a folly that is beginning to hurt him.H.L. Mencken:
Erudition. Dust shaken out of a book into an empty skull.
Funeral. A pageant where we show our respect for the dead by enriching the undertaker.
Heathen. A benighted creature who has the folly to worship something he can see and feel.
Saint. A dead sinner, revised and edited.
Hygiene. The corruption of medicine by morality.Vergelijk die beknoptheid met het gestrompel van mindere goden. Zij die te veel woorden gebruiken, te veel lettergrepen, die de bitterheid alleen maar aanlengen.
Idealist. One who, on noticing that a rose smells better than a cabbage, concludes it will also make better soup.
Judge. A law student who marks his own examination papers.
Theology. The effort to explain the unknowable in terms of the not worth knowing.
Puritanism. The haunting fear that someone, somewhere may be happy.
Kiss. What originated when the first male reptile licked the first female reptile, implying in a subtle, complicated way that she was as succulent as the small reptile he had had for dinner the night before.Er zijn mensen die dit soort boekjes doornemen om een leuke opener achter de hand te hebben voor een speech, of om een wisecracks rond te strooien in een gezelschap dat geïmponeerd moet worden. Ikzelf ben een zeer stille genieter van het genre. Ik lees om geamuseerd te worden, maar ook voor de levenswijsheid.
F. Scott Fitzgerald

Opgetekend door
Achille van den Branden
om
18:59
0
reactie(s)
rubrieken bibliotheca, opinio
Opgetekend door
Achille van den Branden
om
21:40
0
reactie(s)
rubrieken conjunctiones