Dertig! - Mike Gayle
In februari 2005 schreef ik een lange brief van 48 kantjes. Een vriendin vierde haar achttiende verjaardag en de brief was mijn cadeau. Hij begon met een luimig citaat van een Amerikaanse dichter. A diplomat is a man who always remembers a woman’s birthday but never remembers her age. Maar de brief was ernst. De vriendin (meer dan tien jaar jonger dan ik) en haar verjaardag maakten duidelijk dat ik een generatie opgeschoven was, en ik moest die pijn van me afschrijven.
Zij was geboren in 1987 en dat had nogal wat consequenties. Zoals een populaire meme uit die dagen, door veel late twintigers naar elkaar doorgemaild, luidde: ze was te jong om zich de explosie van de Challenger te herinneren. Voor haar had aids altijd bestaan. Ze had nooit met een Atari of Commodore 64 gespeeld. Ze wist niet wat er bedoeld werd met ‘Even Apeldoorn bellen.’ Ze had nooit de Komeet van Halley gezien, wist niet waar de naam Rammstein vandaan kwam en wat Uitzendingen door derden zijn. De namen Ron Brandsteder, Chriet Titulaer en Wim Offeciers zeiden haar niets. Ze had nooit op een BMX-fiets gereden, door een viewmaster gekeken, of een Raider gegeten. Ze wist niet wat een Punica-oase was, wat de ECU was, wat Danny Verbiest deed voor hij in de huid van Samson kroop.
Het jaar 1987 maakte deel uit van wat ik toen de Heilige Drievuldigheid 1986-1987-1988 noemde: steeds als ik een gelukkige jeugdherinnering ophaalde en naging uit welk jaar die stamde — aan de hand van gelijktijdige gebeurtenissen die wel precies te dateren waren, bleek het steeds om een van die drie jaren te gaan. En nog altijd maken documentaire beelden uit die tijd mij week, omdat mensen er daarop precies zo uitzien als toen ik voor het eerst mensen zag.
(1987. Er is nog Schooltelevisie op tv. Liefhebbers van Australische soaps kijken niet naar Home and Away, maar naar Zonen en Dochters. Op de BRT, dat spreekt. VTM, of andere commerciële stations bestaan eenvoudigweg niet. Het hippe, vingervlugge, bonte Ketnet evenmin. ’s Avonds zorgen alle kinderen dat ze voor de buis zaten voor rustige programma’s als Liegebeest en Merlina. In die dagen is het nog de normaalste zaak van de wereld om daarnaast ook af te stemmen op de Nederlandse televisie met toppers als Sesamstraat, De Fabeltjeskrant, De Grote Meneer Kaktus Show en het Jeugdjournaal. Qua tekenfilms is het nog wachten op The Simpsons. Intussen kijken we naar De Snorkels, en epische animatiereeksen als De Tovenaar van Oz en Nils Holgersson.)
In de brief probeerde ik haar het verschil tussen een tiener en een late twintiger uit te leggen. Bottom line: voor een achttienjarige lijkt alles nog taps toe te lopen in de richting van zijn of haar leven. Het leven is één groot decor waarin hij vrijelijk beweegt en de hoofdrol speelt. Alles is op zijn maat gemaakt. De meeste reclames zijn op hem afgestemd. De helft van de televisiekanalen beoogt hem als doelgroep. Op die leeftijd is het een feest om je duidelijk te onderscheiden van je ouders, die nieuwe maatschappelijke of technologische ontwikkelingen niet altijd even goed kunnen volgen, evoluties waar jij, de adolescent, nauwelijks bij stilstaat. Toen ik kind was leek die generatiekloof nog iets dieper. Immers, wat in de jaren tachtig oud was, namelijk de jaren zestig en zeventig, was expliciet oud. Beelden uit die twee decennia werden grotendeels in zwart/wit opgenomen en waren bijgevolg historischer van karakter. Het was niet moeilijk om je tegen dat soort oubollige dingen af te zetten.
(1987. Het jaar waarin ik voor het eerst naar de cinema mag (Hector). Een tijd van glitter, glamour, breed uitgesmeerde synthesizerpartijen, bliepgeluidjes, potsierlijke choreografie, pastelkleurige maatpakken, leren jekkers en big hair. De mensen rijden rond in een Ford Escort, Audi 100 of Opel Kadett en dragen truien met een v-tip. Nintendo, Nike Air-sportschoenen en Swatch-horloges zitten in de lift. Paul Simon brengt Graceland uit, U2 Joshua Tree, Prince Sign O’ The Times. Gorbatsjov publiceert een boek waarin hij zijn wereldvisie uit de doeken doet, met termen als ‘glasnost’ en ‘perestrojka’. De Herald of Free Enterprise kapseist. Johnny Logan wint in Brussel het Eurovisiesongfestival. Eric Geboers wordt wereldkampioen motorcross 250 cc. In Joegoslavië is net de vijfmiljardste wereldburger geboren. Er komt een rookverbod in België in de meeste openbare gebouwen. Aan het roer in België staat nog altijd Wilfried Martens. Veel drieletterwoorden in het nieuws: ETA, IRA...)
Ben je de vijfentwintig gepasseerd, dan is dat de eerste keer in je leven dat je met recht kunt buigen op iets wat je een zekere levenservaring mag noemen. Je bent nog niet oud, maar toch al ouder. Je merkt het aan tal van dingen. Leeftijdsgenoten zie je met hun eerste of tweede kind op de schouders. Oud-klasgenoten zijn kalend of worden dikker. Je temporiseert even en brengt je huidige leven in kaart. Wie zijn mijn vrienden? Waar wonen ze? (En meteen schieten al de namen je te binnen van diegenen die eens je vrienden waren, maar nu hopeloos uitgezwermd zijn.) Wat heb ik aan ze? Houd ik van mijn partner? Wat doen we samen en waarom? Zie ik mezelf binnen tien jaar nog altijd hetzelfde werk doen? Onbewust loop je het lijstje af met ik-ben-in-elk-opzicht-een-echte-volwassene-punten om te kijken of je iets kunt afstrepen: geld hebben, het kunnen en mogen uitgeven, een auto bezitten die niet bij elkaar wordt gehouden door plakband en goedhartigheid, een hypotheek hebben, de onbereikbare grens van tweeëneenhalf jaar in een en dezelfde relatie doorbreken, trouwplannen hebben, enzovoort.
Vele late twintigers, vroege dertigers hebben een eigen huis, en al bezuinigend, tobbend en sparend, genieten ze toch vooral van die nieuwe zelfstandigheid. Eindelijk kan je gaan en staan waar je wilt, eten wanneer je wilt. En toch stel je bij jezelf vast dat die zelfstandigheid niet gepaard gaat met anarchisme. Je houdt opvallend veel rituelen over die je destijds bij je ouders hebt verfoeid. Wat eerst zo leuk had geschenen, de kamer vrijelijk volgooien met allerlei rommel, komt je nu decadent voor, en met een zeker schaamtegevoel zorg je ervoor dat het huis er ten allen tijde min of meer netjes bij ligt. Verantwoordelijkheid blijkt niet iets dat je per se verdient, maar wordt je vroeg of laat gewoon in de schoot geworpen, omdat je nu eenmaal een bepaalde leeftijd hebt bereikt. Daar voel je je eerst zeer onwennig bij, maar je temperament, dat zich tegen je dertigste behoorlijk heeft gematigd, zorgt ervoor dat je die verantwoordelijkheid met waardigheid draagt.
(1987. Onschuld. Veel onschuld. Jommeke in Zonnedorp. Ik bouw 'kampen' in bomen. Doe experimenten uit de chemiedoos. Spaar postzegels — maar geen Belgische, want die vind ik te grijs. Ik speel Stratego, Pim Pam Pet, Uno. Ik snooker. Speel met Lego. In klas houd ik spreekbeurten over slangen — ik wil absoluut een terrarium maar pa en ma steken daar een stokje voor. Op de speelplaats kwartetten, voetbalplaatjes, draaitollen ('kaptokken'). Oneindig veel strips — iets wat je op je negende rangschikt onder ‘boeken’, maar nu bijna even snel leest als je ze kunt doorbladeren. Bij meter amuseer ik me met een doos Romeinse soldaatjes of kijk ik naar F1 op tv. Mijn twee jaar als misdienaar gaan in. De familiebanden worden nauwer aangehaald dan nu. Dat komt door de bindende factor van meter, die op elke 'zaligen hoogdag' audiëntie hield bij haar thuis. Zeven zonen en dochters, hun partners, en een zoo vol joelende kleinkinderen.)
Met dertig vind je van jezelf dat je je beter kunt beheersen, dat je makkelijker genoegen schept in de aangename dingen van het leven, de meest eenvoudige dingen ook: binnenvallend zonlicht vind je mooi, het aluminiumbedrijf maakt je dag goed wanneer ze eindelijk de handgreep op de voordeur komen aanbrengen, je wordt ontroerd door de kat die spontaan op je schoot komt slapen. Die Bond Zonder Naam-achtige kleine voldoeningetjes had je niet voor mogelijk gehouden op je achttiende. Het hoeft allemaal niet zo wild en groots meer als toen je puber was. Achtergrondmuziek (soundtracks, zachte jazz) vind je niet langer melig of futloos, maar aangenaam geroezemoes, een behaaglijke muzikale omlijsting en accentuering van je huiselijke leven. Veel leeftijdsgenoten die als tiener en begin-twintiger fanatiek met muziek bezig waren, hebben daar door hun werk plotseling geen tijd meer voor. Dan wordt de platenverzameling op zolder gezet, netjes verpakt in gelabelde dozen, klaar om jarenlang iets meer aangeraakt te worden. De hele jongerendecadentie op tv begint je op de zenuwen te werken.
(1987. Boeken worden gepubliceerd die ik in een verre toekomst, tien à vijftien jaar later, zal lezen. Een heilige van de horlogerie, W.F. Hermans. De pupil, Harry Mulisch. Vertalingen van Patrick Süskind (De duif), Georges Bataille (Het oog) en Ernest Hemingway (De hof van Eden). Claus brengt twee dichtbundels uit: Sonnetten en De sporen.)
Bovenal is er het besef dat je niet meer tot de jongste generatie behoort. De typische adolescenten-illusie dat de tijd tot stilstand is gekomen is rondom je persoontje, verdampt langzaam. Je bent minder ontvankelijk bent geworden voor trends en hypes. Iedereen spreekt je aan met 'meneer'. Je interesses hebben zich verbreed, zijn grote menseninteresses geworden die je een gevoel van zelfvertrouwen geven. Over steeds meer dingen kan je met autoriteit spreken. Je hebt al aardig wat gereisd, meer plekken zijn geladen met herinneringen en die worden steeds belangrijker voor je. Op je dertigste ben je een stuk beter in weetjesquizen dan op je achttiende. Eenvoudigweg omdat je al langer op de aardbol rondloopt. Alles komt terug, en die eeuwige wederkeer zorgt ervoor dat kennis van data, feiten, namen steeds dieper in je geheugen zit verankerd. Je referentiekader wordt groter, en dat maakt het makkelijk alle schijnbare nieuwigheden die je op je pad treft te plaatsen. Iedere dertigjarige heeft al meer sterfgevallen meegemaakt in zijn naaste omgeving dan hem lief is. Het bezorgt hem zicht op de sterfelijkheid van zijn ouders.
(1987. De ivoorsnavelspecht sterft uit. De Campephilus principalis was de grootste specht van Noord-Amerika. Hij leefde aan de golfkust van de Verenigde Staten maar is daar sinds het midden van de twintigste eeuw niet meer waargenomen. Er was ook een populatie ivoorsnavelspechten op Cuba, maar ook daar is hij sinds 1987 niet meer opgemerkt. Oorzaak van het teloorgaan van de soort is het verlies aan geschikte leefgebieden met veel oud en vermolmd hout.)
Dertig jaar, dat is meer dan een kwarteeuw. Opeens lijkt die tweeduizend jaar geschiedenis na Christus een stuk minder lang. Vroeger had je zonder meer aangenomen dat de wereld in 1507 — ik zeg maar wat — niet veel verschilde van de wereld vijftien jaar later, in 1522. Dat trek je nu in twijfel. Simultaan met het ontzag voor duur is het inzicht in de ongeschreven wetten van het leven. Na je vijfentwintigste stel je vast dat de wereld een stuk minder maakbaar is dan je op je achttiende wel had gewild. Je kan het leven niet zomaar naar je hand zetten. Iemand die intelligent is, schopt het ver. Beschik je over de juiste middelen, dan schop je het verder. Loop over van energie en doorzettingsvermogen en je komt nóg een heel stuk verder. Krijg je daarenboven nog eens de juiste kansen, omwille van je afkomst, of omdat je op het juiste moment op de juiste plek was, en je maakt het helemaal. De carrièrepiramide blijkt kortom maar ten dele democratisch. Iemand die zoals ik uit een arbeidersgezin komt, zal het een stuk minder vanzelfsprekend vinden om bijvoorbeeld een eigen firma op te richten dan iemand die uit een middenstandersgezin komt. Die harde statistische waarheid leer je pas kennen wanneer het half te laat is.
Pakweg vanaf je vijfentwintigste raakt je krediet langzaam op, en op je dertigste schreeuwt de hele wereld je toe: ‘Toon nu maar eens wat je kunt.’ Op je dertigste maak je voor het eerst de afrekening van jezelf. Eens dertig geworden, heb je geen excuus meer en moet je al een paar verwezenlijkingen kunnen voorleggen. De lifestyle-magazines versterken dat gevoel maar al te graag en slaan je om de oren met artikelen over dertigers die (nog) iets willen maken van hun leven. Je schrikt van de verwezenlijkingen van beroemde mensen uit de geschiedenis. Niet de echte wonderkinderen, zoals Mozart, maar de succesvolle twintigers. Na je tweeëntwintigste, wanneer eenieders talenten gerijpt zijn, wordt de concurrentie eerlijk. Dan behoort in theorie alles voor iedereen tot de mogelijkheden.
(Op zijn negenentwintigste vindt Alexander Graham Bell de telefoon uit. Op zijn achtentwintigste herovert Napoleon Egypte; hij voert het bevel over 250 transportschepen, 35 oorlogsschepen, 38.000 manschappen, 1200 paarden en 171 kanonnen. Op zijn zevenentwintigste stikt Jimi Hendrix in zijn eigen braaksel. Op zijn zesentwintigste wint Orson Welles een Oscar met Citizen Kane. Op zijn vijfentwintigste sterft John Keats, wiens werk tot de beste Engelse poëzie ooit wordt gerekend. Op zijn vierentwintigste schiet Lee Harvey Oswald president Kennedy dood. Op zijn drieëntwintigste ontwikkelt Newton zijn kleurentheorie, het integraalrekenenen en de algemene wet van de zwaartekracht. Op zijn tweeëntwintigste sterft Buddy Holly, een van de pioniers van de rock ’n roll. Op zijn eenentwintigste wordt Yves Saint-Laurent directeur van het modehuis Dior. Op zijn twintigste vindt Samuel Colt het naar hem genoemde vuurwapen uit. Op zijn twintigste zegt Arthur Rimbaud, de grootste vernieuwer van de Franse poëzie, nooit meer een literaire tekst te zullen schrijven. Op haar negentiende wordt nationale heldin Jeanne d’Arc op de brandstapel gezet. Op haar achttiende schrijft Françoise Sagan het meesterlijke Bonjour tristesse.)
Flashbacks
Waar ik eigenlijk naartoe wou: de roman Dertig! van Mike Gayle heeft me nuttige diensten bewezen toen ik mijn brief schreef. Gayle zwengelde mijn gedachten aan over ouder worden en formuleerde gevoelens waar ik ook mee zat een stuk scherper dan ik zelf had gekund.
Dat was best verrassend voor een boek waarvan alleen de titel me had verleid. Gayle, een zwarte Londenaar, bedrijft al tien boeken lang een soort chicklit voor venten: geestige, herkenbare boeken voor lezers tussen de twintig en dertig jaar zonder veel literaire bagage. De verhalen gaan dikwijls over de problemen van alleenstaande mannen uit de grote stad met een interessante baan en een levendige belangstelling voor seksualiteit.
Zo ook in Dertig! Matt Beckford is een knappe man die het troosteloze Birmingham van zijn jeugd achter zich heeft gelaten en nu carrière maakt in New York als computerdeskundige. Zijn dertigste verjaardag ziet hij met vertrouwen tegemoet: zijn financiën, zijn baan en zijn liefdesleven met de mooie Elaine zijn op orde. Maar dan zet zijn vriendin een punt achter hun relatie.
Ik begreep er niets van. ‘Wat kun je niet langer voor je houden?’Diep vanbinnen is Matt natuurlijk niet gelukkig met de hele situatie, maar de pijn wordt snel verzacht door het uitzicht op nieuwe carrièremogelijkheden in Australië. Om helemaal op te knappen spendeert Matt de paar maanden voor hij naar Down Under afreist in Engeland, bij zijn ouders. Hij begint wat met zijn vroegere vriendinnetje Ginny, zoekt zijn oude vrienden op en zal uiteindelijk zijn dertigste verjaardag vieren tijdens een klasreünie. Daarna gaat het naar Australië. End of story.
‘Dit,’ zei ze uitdrukkingsloos. ‘Jij. Ik. Wij. Ik… ik… ik denk niet dat ik nog van je houd. Zo, ik heb het gezegd. Nu mag je me haten.’ Tot Elaines ontzetting gaf ik toe aan een onbeheersbare behoefte om te lachen. ‘Lach je me uit?’ vroeg ze, terwijl ze me strak aanstaarde.
‘Ik weet dat je zult denken dat ik dit alleen zeg om het je betaald te zetten,’ zei ik, terwijl ik haar blik doorstond, ‘maar de waarheid is dat ik precies hetzelfde voel.’
En met de griezelige symmetrie die stellen vaak ontwikkelen als ze zoveel tijd met elkaar hebben doorgebracht dat ze het idee hebben dat ze de ander zijn, barstten we in lachen uit en fluisterden toen tegelijkertijd: ‘Wat een opluchting.’
Dertig! is moeilijk om door te komen. De schriftuur van Gayle is die van de betere lifestyle-column. Het leest allemaal lekker weg, maar er blijft weinig hangen. Het boek telt ook veel te veel pagina's voor zo'n dun verhaal. Het gaat Gayle duidelijk niet om de spankracht van de literatuur, maar om het wollen deken-gevoel van de genrefictie: de wetten van het genre zijn bekend en goedgekeurd door de lezer, dus mag de gezelligheid eeuwig blijven duren. Heel knus in dit soort boeken is bijvoorbeeld de prullaria-cultuur. Er wordt bij Gayle minder geshopt dan in tradtionele chicklit, maar kledij en persoonlijke spulletjes spelen een belangrijke rol.
Mijn la met ondergoed is niet langer mijn persoonlijke wapenuitrusting voor de verleidingsoorlog. Het is tegenwoordig een veilige haven; vredig, rustig en warm. Ik hou van mijn grote onderbroeken. Ik had een la met ondergoed dat zo sexy was dat ik hartkloppingen kreeg als ik hem alleen maar opendeed. Nu heb ik de ondergoedla van een oma. Praktisch, praktisch, praktisch.Maar goed. Wat mij in Dertig! interesseerde waren niet de stijl, of het verhaal, maar de flashbacks. Een paar keer laat Gayle zijn held de balans opmaken van zijn leven, en tussen de dikke lagen schuimige humor vielen dikwijls alinea's te rapporteren die mij raakten, omdat ze zo schrijnen. Matt zoekt immers de ankerpunten van zijn vroegere Engelse leven op, maar tien jaar tussentijd laat zich niet uitvlakken.
Over toekomstdromen:
De namen die hij noemde was ik allang vergeten. Zoals Peter Whittacker (toen: de jongen die het meest in aanmerking kwam om een professionele atleet te worden — nu: verkoopadministrateur bij een bedrijf in dubbele beglazing), Gema Piper (toen: het meisje dat het meest in aanmerking kwam om naar Oxford te gaan en de nieuwe Kenneth Branagh te worden — nu: gesignaleerd in een wasmiddelenreclame op televisie), Lucy Dunn (toen: het meisje dat het meest in aanmerking kwam om haar leven lang ‘aardig maar saai’ te blijven — nu: een radioproducer bij het BBC-programma Pebble Mill) en Chris Adams (toen: de jongen die altijd een urinelucht om zich heen had hangen — nu: chef in een winkel met natuurlijke voeding).Over uitgaan:
Het smaakvolle veloursbehang vol nicotinevlekken probeerde uit alle macht te overleven, net als het grootste gedeelte van het personeel. Sinds mijn laatste bezoek was er een terras bijgekomen en hadden de toiletten een grote opknapbeurt gehad. Toch wisten ze hier nog steeds de warmte van een echte Engelse pub vast te houden: het was een plek om achterover te leunen, te relaxen en met vrienden te praten, wat heel wat prettiger was dan doodgeranseld worden door flitsende verlichting en ononderbroken muziek van de hitlijsten. In New York wilde Elaine me altijd meeslepen naar het soort drinkgelegenheden waar zij en haar wij-werken-in-de-reclame-collega’s kwamen, wat altijd belachelijk moeilijk te vinden bars waren met te duur bier in flesjes, te harde muziek en te weinig zitplaatsen. Mijn knieën deden al pijn als ik er alleen maar aan dacht.Over zijn oude school:
Wonderlijk genoeg voelde ik me gedwongen een bezoek aan de jongenstoiletten te brengen, alleen al om te herinneren hoe walgelijk ze toen waren. Ik was verbaasd en behoorlijk geschokt toen ik zag dat ze nog net zo waren als in mijn herinnering; grafitti op de deuren, mysterieuze brandplekken op de muren en op het plafond boven mijn hoofd een laag van twintig tot dertig jaar naar boven geschoten propjes toiletpapier. Maar op andere plekken was er veel veranderd. Ik ontdekte dat de vroegere afdeling Engels op de derde verdieping nu blijkbaar de afdeling aardrijkskunde was. De vroegere afdeling aardrijkskunde op de tweede verdieping was nu de nieuwe afdeling bedrijfskundige opleidingen. De afdeling geschiedenis was nu de afdeling wiskunde en waar het vroegere lokaal voor bijbel- en muziekles naartoe was verhuisd, was een raadsel. Ik eindigde mijn wandeling door de school bij de kunstafdeling en zocht het lokaal. De deur was op slot en ik gluurde naar binnen door de ramen van draadglas.Over gewoontes die beginnen in te slijten:
Het was alsof ik op mijn negentiende een enorme enquête over het leven had ingevuld, waarvan de resultaten na mijn zevenentwintigste verjaardag bekend waren geworden. Plotseling vielen de puzzelstukjes op hun plaats en was het leven niet zo compliceerd meer. Eindelijk wist ik wat ik wel en wat ik niet wilde en daar hield ik streng aan vast. Favoriet Indiaans eten: kip Tikka Massala, favoriete televisieprogramma's: nieuws, sciencefictionfilms, komische televisieseries en herhalingen van alles wat ik in de jaren zeventig en tachtig had gezien. Favoriete muziek: zangeressen/liedjesschrijfsters, muziek uit de jaren zeventig en tachtig en alles waar ik als student naar luisterde. Ik had al zes jaar precies hetzelfde kapsel (rondom kort) en ik had drie exact dezelfde spijkerbroeken omdat ik bang was dat Levi’s ergens in de toekomst zou stoppen met de productie van dit type. Ik kende mezelf, ik wist precies wat ik van het leven wilde en ik was gelukkig.Over zijn ouders:
Dat betekende niet dat ik niet van nieuwe dingen hield. Want dat deed ik wel. Wat ik bedoelde was dat de nieuwe dingen die ik in mijn leven binnenliet grotendeels variaties waren op de oude dingen die al in mijn leven aanwezig waren — variaties op een erg strikt thema. Elaine [tweeëntwintig jaar, AvdB] vond het krankzinnig dat deze status-quo me zo gelukkig maakte, maar ik legde haar uit dat het leven is bedoeld om van je fouten te leren en niet om te proberen er een paar nieuwe bij te maken. Dus na een rampzalige flirt met pastelkleuren, beige en zelfs geel, besloot ik uiteindelijk dat donkerblauwe en zwarte kleding mijn kleurkeuze was voor het leven. Al snel ontdekte ik dat je er nauwelijks vlekken op zag en dat ik bijna alles wat ik bezat bij elkaar in de wasmachine kon stoppen, zonder dat ik bang hoefde te zijn dat de kleuren doorliepen. Ik hou van oud. Getest en in orde bevonden.
Ik weet dat het een beetje hard klinkt, maar denk eens na. Je houdt verschrikkelijk veel van je ouders, ze hebben je op deze wereld gezet, ze geven je alles wat je nodig hebt en ze zijn normaal gesproken aardig tegen je. Maar diezelfde mensen, de mensen die al deze geweldige dingen hebben gedaan, weten dat hun vroegere goedheid tegenover jou ze Macht geeft: de Macht om je op stang te jagen zoals niemand anders dat kan, de Macht om elk knopje op te sporen dat je verborgen houdt voor de buitenwereld; en de Macht om ze allemaal tegelijk in te drukken zodat je gegarandeerd tot razernij wordt gebracht, ogenschijnlijk door iets heel onnozels. Ouders weten precies wat ze doen. Het is een sport voor ze, iets om zich mee bezig te houden als ze zich vervelen. En op de dag dat het je kinderen ergeren tot op de grenzen van de waanzin van het volkslied het podium opstappen om haar gouden medaille in ontvangst te nemen.Over het burgerlijke huishouden:
Als je op je dertigste een pak melk openmaakt, koop je een nieuw pak — en probeer je daar niet aan te ontkomen door een paar druppels na te laten; na gebruik maak je het bad direct schoon met de middelen die daarvoor bedoeld zijn — en dat betekent dat snel afnemen met een natte handdoek niet genoeg is; je leent geen sekse-afhankelijke scheerapparaten zonder uitdrukkelijke toestemming. Deze set nieuwe regels maakt het leven vreemd behaaglijk en helpt de scherpe kantjes van de mindere momenten in het leven te polijsten.Over verloren onschuld:
Om een echt verlies te voelen moet er een groot, diep gat in je leven geslagen zijn. Een gat dat zo groot is dat wat je er ook in gooit, waarmee je het ook probeert te vullen, het nog steeds een enorme leegte is. Toen jullie vrienden waren en met elkaar omgingen en elkaar elke dag zagen, zou hij een leegte achtergelaten hebben en zou je meer voelen. Maar de realiteit is dat jullie allang niet meer zo’n vriendschap hadden. Wat niet uitmaakt, dat gebeurt voortdurend. Het enige nare daaraan is dat als zoiets als dit gebeurt, je de persoon die je kwijt bent niet mist omdat je al lang geleden over zijn gemis heen was. Wat jij mist is de leegte die hij achter had moeten laten.Typisch voor dit genre is het grote zelfbewustzijn van de personages in combinatie met de onmogelijkheid om boven de eigen persoonlijkheid uit te komen. Dat resulteert dan in neurotische lijstjes en sarcastisch commentaar ("Dagen tot aan mijn dertigste verjaardag: 81; Gemoedstoestand: Kan ermee door, geloof ik").
Het leven doet de personages van Gayle denken aan een soapserie, in plaats van omgekeerd. Ze grijpen zelfs terug naar de scenario's van soapseries om te weten hoe het verder moet: "Misschien moeten we een paar betere tekstschrijvers inhuren."
(Gebaseerd op notities van 1 november 2004.)
Mike Gayle, Dertig!
357 p.
Uitgeverij Sirene, 2004
Oorspr. Turning thirty (2000)
Vertaald door Corry van Bree
____





