Het zinneloze zeilen - Herman Brusselmans
Overal lees je: het gaat niet goed met Brusselmans. Problemen met de wereld, problemen met zijn vrouw. Vind ik jammer. Toch kan ik geen medelijden hebben met een getalenteerde, rijke en uiterst succesvolle schrijver die zijn wereld zelf heeft ingeperkt — en genoeg verwend wordt om zulks te kunnen doen. Breek uit jezelf, Herman. Ga sporten, in teamverband. Maak een voettocht door Australië. Of doe een jaar vrijwilligerswerk in een ver buitenland. Kruip eens uit dat veel te krappe schrijfhok.
Na al die onheilstijdingen had ik gisteren zin om helemaal naar de bron terug te keren. Het zinneloze zeilen was het debuut van de vijfentwintigjarige Herman Brusselmans. Vier verhalen met een kaft errond, verschenen bij het Haarlemse In de Knipscheer in het doffe jaar 1982. Ik las de bundel niet eerder, maar de heruitgaafjes van het vroege werk een jaar of zeven geleden, met de mooie meisjes-covers van Bart van Leuven, maken me altijd vreemd begerig.
Het zinneloze zeilen laat een Brusselmans zien die het schrijven nog niet helemaal onder de knie heeft. Hortend en stotend proza levert hij af, korte alinea’s, als een stationair draaiend brommertje dat ook nog kampt met brandstoftekort. Het is zinnenschrijverij, waarmee ik bedoel: de inspiratie voor de volgende zin komt voornamelijk van de vorige zin. Zoals in de entree van het eerste verhaal:
Uitzonderingen daargelaten uiteraard, uitzonderingen daargelaten.In 'Onze held (en de negen fasen van eenzaamheid)' reist een schrijver met de bus naar het Gentse St.Pietersstation. Vandaar treint hij naar Antwerpen Centraal. Tijdens de busrit broedt de man op ideeën, omdat dat nu eenmaal hoort bij een taak als schrijver: "de werkelijkheid bedenken tijdens busritten om die naderhand te beschrijven, op onderhoudende boeiende interessante vermakelijke feeërieke wijze." Hierbij steken ontelbare moeilijkheden het hoofd op, "zoals bijvoorbeeld bijvoorbeeld, ik noem maar wat hoor, ik noem maar wat, bijvoorbeeld het vinden zonder woordenboek van een lange reeks bij elkaar passende adjectieven."
Waar is de goeie ouwe tijd toen de wereld nog niet bestond? dacht ik in het kader van het plan om me op aforismen te gaan toeleggen.
De tweede Guinness smaakte naar de eerste. Pompompom (onomatopee). Op de tafel tokkelen.
PLOTS!!
Pompompom. Nog eens op de tafel tokkelen. Het zijn niet enkel opzienbarende dingen die plots gebeuren. Alles gebeurt plots.
Plots: een woord dat veel misbruikt wordt, dacht ik. Zoals vele woorden. Bijvoorbeeld bijvoorbeeld. Misbruik ter wille van het effect bijvoorbeeld het effect van tweemaal na elkaar bijvoorbeeld. Pompompom. Een mens die niets om handen heeft denkt toch altijd. Is denken iets om handen hebben?
Ja.
Ik had dus toch iets om handen: denken.
En kijken luisteren ruiken ademen sigaretten roken slokjes drinken. Ik had dus redelijk veel om handen. Ik had dus eerlijk gezegd mijn handen vol, dus.
De ironie zit natuurlijk in het feit dat men nauwelijks iets verneemt van wat de auteur aan verhalen bedenkt, maar dat de lezer vast blijft haken aan de vereenzaamde, observerende en stennis schoppende schrijver. Er gebeurt weinig in zijn hoofd, er gebeurt weinig in het echt, en daar lezen we over. Einde. Graag gedaan. Tot de volgende.
Dat allereerste verhaal maakt dus al duidelijk hoe Brusselmans zijn boeken opbouwt: hij vertikt het om ze op te bouwen. Waar andere schrijvers investeren in een plot met een kop en een staart, bedrijft Brusselmans expliciete anti-literatuur met daarin centraal meestal een geheel inwisselbare anti-held. Naast Reve en Salinger is in Het zinneloze zeilen onmiskenbaar de invloed af te lezen van Kamagurka, die Brusselmans in zijn begindagen als grote voorbeeld noemde. In 1982 zat Kamagurka al zeven jaar tekeningen te maken bij Humo, moet je rekenen.
Brusselmans staat borg voor het literaire equivalent van de absurdistische cartoons van Kama. Een gestage stoet nevengeschikte incidentjes vervangt de traditionele spanningsboog. Volstrekt toeval drukt elk zinnig motief de kop in. Met alinea’s die zichzelf kapot becommentariëren frustreert Brusselmans iedere onbezorgde leesroes. Met een knipoog naar Willem Frederik Hermans licht de schrijver in 'Onze held' dat program verder toe.
'Onze Held (ik, voor de halve verstaander) duwde de gebouwen die nog steeds stapsvoets naar elkaar toe kwamen, als om hem (Onze Held, mij) te pletten, met onmetelijke force van zich af alsof het veertjes waren.'Ook het tweede verhaal 'Martine (en het snikkende vluchten uit de werkelijkheid)' — Brusselmans persifleert de dikdoenerige ondertitels uit de jaren zeventig — bevat bekende elementen voor de hedendaagse fan. Matig gemotiveerd geweld. Een krankzinnige familie. De oorlog als mythisch referentiepunt voor absurde achtergronden bij de personages.
Het waren ook veertjes. Daarom was de force onmetelijk. De force was niet te meten, zo klein was ze, zo miniem.
De veertjes waren afkomstig van een mus die van het dakgevallen was, een gebeurtenis die volgens een Befaamd Schrijver niet zonder betekenis is maar volgens mij wel.
Thea Roomsmoes wil met Gerard Kneutvelder trouwen om te ontsnappen aan haar ouderlijk huis. Het is er niet uit te houden; haar bedlegerige grootvader veinst de ergste kwalen en grootmoeder heeft als hobby broodjes smeren — heel de kelder en ook een deel van de zolder liggen vol met gesmeerde boterhammen. Daarnaast maken we kennis met vader Kneutvelder, die het zusje van Thea, Anja, wil leren zeilen. De eerste ontmoeting van Anja met zijn zoon Gerard is echter niet van harte verlopen...
Een jong meisje, dat Gerard vaag kende, kwam naar hem toe geschaatst.Eens ze bij de Kneutvelders over de vloer is, neemt Anja wraak.
‘Heb jij geen schaatsen?’ vroeg ze.
‘Neen, Martientje,’ zei Gerard.
‘Ik heet niet Martientje,’ zei het meisje, ‘ik heet Anja.’
‘Waarom staat er dan Martientje op je rug?’ vroeg Gerard.
Anja wilde naar haar eigen rug kijken, struikelde en sloeg tegen het ijs.
Gerard bewoog zich schuivend naar de kant en verliet de toegevroren Vliet. Hij hoorde Anja krijsen en andere mensen schelden maar hij keek niet om.
Ze vond Gerards kamer niks en ze vond Gerard niks. Ze deed moeite om een wind te laten op het bed van die engerd. Ze slaagde en glimlachte venijnig.Enfin, om maar te zeggen dat ook 'Martine' helemaal nergens over gaat. Alle personages praten langs elkaar heen. Op het einde van het verhaal krijgt het begrip 'zeilen' nog een beetje diepgang, voor wie van zeer goede wil is.
Ze trok de lakens van Gerards bed, want ze had iets hards gevoeld bij het persen. Ze zag niks. Toch was er iets hards te voelen. Ze tilde de matras omhoog. Daar lag iets.
Ze bekeek het voorwerp. Het was een kleine fles. Daarin een heel, héél klein zeilscheepje, erg minutieus en geraffineerd geconstrueerd. Merkwaardig dat zoiets kleins door een matras heen te voelen was.
Wat een onnozel prul, dacht Anja.
Ze drong met haar dunne pinkje in het flesje en duwde het scheepje in elkaar tot een onherstelbaar wrakje.
Ze glimlachte. Dat zal ‘m leren meisjes op het ijs te doen vallen, dacht ze.
Een stomvervelend — want humorloos — gedrocht is het derde verhaal, getiteld 'Gumol (en de Derde Wereldoorlog)'. Brusselmans met een experiment zowaar: iets dat het midden houdt tussen conceptueel theater en een droomsequentie, met als protagonisten een gehangene, een "betoverend mooie vrouw", een seniel oud echtpaar en ene Piet Gumol. Deze weet schijn en werkelijkheid niet meer te onderscheiden en trekt naar de psychiater, die naderhand een computer blijkt te zijn. Op de achtergrond speelt de Derde Wereldoorlog. Of niet, natuurlijk.
In 'Bruizz (en de langzaam zinkende hoed)' schuilt de hoofdpersoon, mét stetson ("in feite een borsalino") maar verstoken van een paraplu, voor de regen in een kerkportaal. Binnen is een huwelijksinzegening aan de gang. Bruizz neemt een kijkje, ziet de koster en zet het alweer op een mijmeren. Het wordt het gaafste verhaal uit de bundel met zinnen de rijpe Brusselmans waardig.
In zijn gedachten is de koster een man van niet te schatten leeftijd. Zijn leeftijd is niet te schatten omdat hij altijd op afstand blijft. Als eenzame bezoeker in de kerk ziet men hem slechts van ver, schoorvoetend zeulend en als in een waas. Maar meestal is hij half kaal en grijs. Het omgekeerde is uitgesloten, tenzij men vaalheid van huid meerekent. Hij draagt een schort waarop kaarsvet, hoewel men dit slechts kan vermoeden. Toch is het zeer waarschijnlijk vanwege het zeulen, de nog niet lang voorbije rituelen en de vele oneffenheden in de meeste kerken.Andere elementen in 'Bruizz': een zwembad, reukloos chloor en een meisje dat zich op de tweede verdieping van een herenhuis moeizaam staat te ontkleden. Sportvrouw is ze.
Pijn in rug geschoten tijdens poging tot grootste sportdaden. Wilde een speer achtenzeventig meter ver slingeren. In plaats van de speer zo dicht mogelijk bij zich te houden. Nee, juffrouw slingerde de speer liever een eindweegs van zich af. Met spierpijnen tot gevolg. Zo zal het eeuwig wezen met die sportvrouwen.Mij viel op dat deze vroege Brusselmans, de Gentse universiteitsbanken nog maar net ontgroeid, behoorlijk wat referenties naar hoge cultuur in de verhalen stopt: Totem und Tabu, "Frygische fluiten", Horatius, de SM-roman Venus im Pelz... Dat zal hij in later werk temperen.
Twee jaar later, in 1984, komt Brusselmans met zijn debuutroman, Prachtige ogen. De grote doorbraak bij het grote publiek blijft nog even uit, tot de schrijver zijn opwachting maakt in Het Huis van Wantrouwen (1991-1992) bij Mark Uytterhoeven.
Intussen blijft hij verhalen opsturen naar literaire bladen. In het brievenboek Een aangename postumiteit is te lezen hoe Herman de Coninck, een van de invloedrijkste decision makers in toenmalig letterland, al die schrijfsels afstoot. Hij vindt "het absurdisme niet schrijnend genoeg". Om dat te zijn zou het meer "uit de gebeurtenissen zelf moeten spreken" en niet uit de stilistische caféhumor die Brusselmans eroverheen vertelt.
Ik heb de indruk dat u uw verhalen schrijft in functie van hun voorleesbaarheid in kroegen: als ik ze lees hoor ik u timen. Maar misschien zou u ze ook eens buiten uw supporterskring moeten uitproberen.> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> De dollartekens in de ogen van Moeder Theresa - Herman Brusselmans
> Het oude nieuws van deze tijden - Herman Brusselmans
Herman Brusselmans, Het zinneloze zeilen
158 p.
Uitgeverij Prometheus, 2004
Oorspr. (1982)
____

Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen