Het geluk wenkt - Peter Bügel
Heeft Vlaanderen eigenlijk schrijvers als Peter Bügel? Ik kan eigenlijk alleen Gie van den Berghe bedenken, al heeft die veel minder humor in huis dan Bügel en brengt hij vooral boeksamenvattingen. Luc Bonneux zou een goede kandidaat zijn, maar hier te lande is er natuurlijk geen enkele uitgeverij die brood ziet in een boek van hem, dat dus bijgevolg ongeschreven blijft. Neen, voor de dwarsliggers op de korte baan mét wetenschappelijke basiskennis moet ik toch naar Holland toe.
Het geluk wenkt is een bundel knappe columns waarin psycholoog Peter Bügel op de enige valabele manier schrijft over wetenschap voor een groot publiek: door die wetenschap pesterig haar zegje te laten doen over modieuze trends en besognes, die niet zelden door onze beleidsmakers worden aangezwengeld. Het zijn sarcastische stukjes waarin steeds opnieuw een maatschappelijk relevant onderwerp wordt aangesneden — geluk, angst, kinderen, gezondheid, geld. Juist daarom zijn ze leesbaar.
Bügel probeert in zijn columns waandenkbeelden te counteren met behulp van inzichten uit de psychologie, de antropologie en, met de nodige reserves, de sociobiologie. Ecologisten, economen, wonderdokters, gezondheidsguru's en andere bevolkingsgroepen die garen spinnen bij angst- en onlustgevoelens moeten het daarbij het vaakst ontgelden.
Maar ook domweg achterhaalde denkbeelden worden aangepakt. Een boeiend stukje in Het geluk wenkt gaat over de manier waarop psychoanalytici, feministische psychologen en tegenwoordig sociobiologen de sekseverschillen tussen man en vrouw overschatten. Wat betreft de bekende vrouwelijke intuïtie, zegt Bügel dan, is bijvoorbeeld ontdekt dat dit eerder de intuïtie van ondergeschikten ten opzichte van de gemoedstoestand van meerderen is dan een typisch geslachtsgebonden eigenschap.
Soms verwoordt de auteur duidelijk zijn conclusies, soms stijgen die langzaam uit het stukje op. Bügels sarcasme hield me alleszins wel goed bij de les. Zo heeft hij het ergens over het interessante aspect van alle bekende talen dat er zoveel woorden zijn om het karakter van mensen te beschrijven (1200 in het Nederlands alleen al). Dat is des te opvallender omdat met psychologisch onderzoek eigenlijk maar vijf karaktertrekken gevonden kunnen worden. Bovendien blijkt dat het gedrag van mensen veelal beter verklaard kan worden vanuit de omstandigheden waarin zij verkeren, dan door eigenschappen van de persoon. Het is onbegrijpelijk hoe deze overdaad aan verzonnen woorden via de evolutie ontstaan kon zijn. Bügel vat dan keurig de theorie samen van de Engelse antropoloog Robin Dunbar, die meent dat taal ontstaan is om te roddelen. Uit recente onderzoekingen blijkt inderdaad dat roddel ongeveer twee derde van alle menselijke conversatie uitmaakt, je zit dus gretig te knikken, totdat Bügel doodleuk besluit met:
Te denken dat het daarom ook de oorzaak van het ontstaan ervan is, wordt wel de drogreden van het meest frequente gebruik genoemd. Zo redenerend zouden computers bedacht en ontwikkeld zijn om ermee naar porno te kijken op het internet.Voor een vederlicht genre als de column valt op hoe doortastend Bügel zijn onderwerpen weet te kiezen. Hij ontrafelt de mythes rond werkloosheiduitkeringen, kijkt naar wat een laag gevoel van eigenwaarde doet met mensen, vraagt zich af hoe we misdaad kunnen aanpakken en toont aan wat er gebeurt als jongens en meisjes gescheiden opgroeien. Dikwijls zet hij wetenschappelijk onderzoek af tegen de populaire volkswijsheid — of die nu echt van het volk komt, of van hoogopgeleide economen en politici. Helpt het echt om negatieve gevoelens te uiten? (Neen.) Dienen langere gevangenisstraffen tot iets? (Neen.) Helpt bezuinigen om de economie weer op gang te trekken? (Neen.)
Want dat is ook wel iets wat dit boekje aantoont: hoe ook mensen die beter zouden moeten weten zich makkelijk in de luren laten leggen. Behandelende artsen prijzen op een misleidende manier chemotherapie aan, omdat hen in dat laatste stadium weinig meer rest dan onmacht. Naar verluidt krijgen Nederlandse politieagenten verhoorcursussen waarin trucjes van het theoretisch zeer wankele Neurolinguïstisch Programmeren (NLP) zijn opgenomen. Om nog maar te zwijgen van al die ergonomische aanpassingen op de werkvloer — waarvan het weinige onderzoek naar de werkzaamheid van die dingen niet optimistisch stemt.
Veel in Het geluk wenkt gaat inderdaad over gezondheid. Vooral over onze obsessie om onze gezondheid eindeloos in stand te houden of zelfs op te krikken. Terwijl we nog nooit zo gezond zijn geweest, zegt Bügel. Gezondheidszorg is, ondanks de misleidende naam, zorg voor zieken, schrijft hij. Meer van zulke zorg zou de levensverwachting in ontwikkelingslanden kunnen verlengen, maar bij ons is dat niet zo. Geld, welvaart, is de belangrijkste factor bij de gemiddelde ouderdom die bewoners van een land bereiken. Welvaart brengt goed voedsel, riolering, schoon water en behoorlijke huisvesting. Daardoor gaan mensen minder snel dood. Een tweede belangrijke factor is economische gelijkheid. Deze gaat gewoonlijk gepaard met democratie. In landen waar de verschillen tussen arm en rijk klein zijn, is de levensverwachting hoger.
Laten we dus niet denken dat we ons afhankelijk moeten laten maken van de gezondheidszorg en de ongevraagde adviezen van geneesheren. Helaas werkt de gezondheidszorg niet volgens economische principes. Integendeel, het aanbod creeërt de vraag. Wanneer het mogelijk is een echo van de ongeboren vrucht te maken dan willen alle aanstaande moeders er één. Bügel geeft verderop het voorbeeld van de kwalijke gevolgen van de vroege diagnostiek van borstkanker — iets waar in Vlaanderen ook wordt tegen gefulmineerd door Luc Bonneux: de mens denkt nu eenmaal binair (kan ik het krijgen of niet?) en kan zich weinig bij statistische uitspraken voorstellen.
Een andere kwaal volgens Bügel, en daarin doet zijn verhaal denken aan dat van Trudy Dehue, is de medicalisering van de gezondheidszorg. Armoede, werkeloosheid, slechte sociale omstandigheden en eenzaamheid zijn funest voor een goede stemming. Het medicaliseren van dit ongeluk door er de diagnose ‘depressie’ op te plakken draagt weinig bij aan begrip, laat staan aan een oplossing van het probleem. Wel ontslaat het overheden van hun verantwoordelijkheid voor de levensomstandigheden van hun onderdanen. Soms ontslaat het ook onszelf van onze verantwoordelijkheid. Ritalin is giftige rotzooi, die zeker niet voor kinderen geschikt is. Maar het komt ons goed uit hyperkinetische kinderen te kunnen drogeren.
ADHD kan nooit als strikte indicatie worden omschreven. Het gaat om kinderen die niet kunnen stilzitten en zich niet kunnen concentreren. Dat is vooral een probleem voor ouders en leerkrachten. Als remedie wordt ook wel gedragstherapie aanbevolen. Liefst in gezinsverband. Daarbij wordt gewerkt met beloningen en negatieve feedback, zoals reprimandes of boetes. In vervlogen tijden werd dit wel opvoeding genoemd.Bügel is allergisch voor paniekzaaierij, zeker als die niet wetenschappelijk onderbouwd is. Malthus en zijn pamflet over de bevolkingsgroei, het rapport van de Club van Rome over de oliereserves, de voorspellingen van Paul Ehrlich over de voedselvoorraden, de berichten van milieubewegingen over kankerverwekkende stoffen, de angstige meteorologen die in 1975 een afkoeling van het klimaat registreerden: allemaal bleken die verhalen niet te kloppen. Bügel haalt een artikel uit The Economist aan, waarin gesteld wordt dat deze doemscenario’s volgens een zevenjarentrend verlopen. "Beginnend met een loslopend wetenschapper bemoeien in achtereenvolgende jaren journalisten, milieuactivisten, ambtenaren, politici en sceptici zich met het probleem. In het zevende jaar wordt het probleem in alle stilte naar beneden bijgesteld."
Angst en wat Bügel noemt "moralistische misinformatie" zijn ook schering en inslag in de gezondsheidszorg. Een hedendaags voorbeeld is de bangmakerij voor aids, onder andere door de veilig vrijen-campagne. Gesuggereerd werd dat heteroseksuele promiscuïteit gevaarlijk zou zijn, terwijl het tegendeel bekend was.
Er is namelijk al sinds 1850 een virus in omloop dat op precies dezelfde wijze wordt overgedragen als het HIV: door besmet bloed, viezen naalden en anale geslachtsgemeenschap. Het is het hepatitis B-virus. Het enige verschil is dat dit virus ongeveer honderd keer zo besmettelijk is als het HIV-virus. Desondanks zijn het nog steeds alleen dezelfde risicogroepen die ermee besmet raken en is het nooit doorgebroken naar een heteroseksuele epidemie.Tegenwoordig wordt ons ook aangeraden elke dag een halfuur te sporten, omdat we door al dat zittende werk steeds vadsiger en daardoor ongezonder zouden zijn. Het tegendeel is waar, zegt Bügel. De bevolking wordt steeds gezonder en steeds ouder. Kan ook niet anders. Machines doen het zware werk voor ons. We zitten meer, we eten meer en we eten ook veel meer vet. En ja,
Uiteindelijk sterven we. We sterven ofwel aan hart- en vaatziekten ofwel aan kanker. Een halfuur sporten per dag of een dieet dat uitsluitend uit appels en peren bestaat, verandert daar niets aan. Omdat we zo lang leven, is de kwaliteit van ons bestaan wel van belang. Die wordt niet gediend met het genereren van schuldgevoelens over de persoonlijke leefwijze en het verstrekken van absurde ongevraagde adviezen die bovendien elke wetenschappelijke grond ontberen.Het meest fascinerende voorbeeld dat Bügel geeft is echter dat van de Framingham Heart Study, het duurste en omvangrijkste experiment gedaan uit de geschiedenis van de geneeskunde. 60.000 mannen uit Framingham in de Verenigde Staten werden verdeeld in een interventiegroep en een controlegroep. De eerste groep werd begeleid in het stoppen met roken, veel bewegen en het eten van zogenaamd gezond voedsel. Tien jaar en miljoenen dollars later bleek het aantal beroertes en hartinfarcten in beide groepen precies gelijk. Deze uitkomst is verzwegen, zegt Bügel, en ik moet hem op zijn woord geloven omdat twee verschillende bronnen (Wikipedia en het Universitair Medisch Centrum Groningen [.pdf]) de studie juist aanhalen als bewijs dat bovenstaande risicofactoren (niet bewegen, ongezond eten...) juist wel bestaan.
Onjuiste informatie leidt ook tot een algemeen klimaat van wantrouwen. Berichten over kanker door kerncentrales, hoogspanningslijnen, huishoudelijke apparaten, draagbare telefoons en wat niet al, duiken op met de regelmaat van de klok. Na langdurige en zorgvuldige analyse van het beschikbare feitenmateriaal blijken deze berichten steeds onjuist. (Bügel noemt de gezondheidsgevolgen van Tsjernobyl vooral van psychosomatische aard, een versie van de feiten die me onbekend was.) De correctie van deze bangmakerij heeft echter geen nieuwswaarde. Hierdoor ontstaat een sterk vertekend beeld van de wetenschap. Het idee leeft dat door de technische ontwikkeling vooral risico’s worden geschapen.
In werkelijkheid zijn veel natuurlijke risico’s door welvaart en techniek juist opgeheven. Dit wordt duidelijk wanneer we onze levensverwachting vergelijken met die in ontwikkelingslanden. Het aardige van Bügel is dat hij dan doorredeneert, en de consequenties van zijn skepsis op een rijtje zet voor onze bewindslieden. Door veiligheidsmaatregelen zijn zeker levens te redden, maar laten we het geld dan nuttig besteden.
Zo kun je door programma’s in de Derde Wereld voor 200 dollar een leven redden. Door vergroting van de veiligheid van huishoudelijke apparatuur kun je voor 48.000 dollar een leven redden. Bij bevolkingsonderzoek naar kanker kost een gered leven 75.000 dollar. Maatregelen ter beveiliging van kernreactors redden levens à 2,5 miljard dollar per stuk en zijn daarmee iets goedkoper dan levens gered door maatregelen ter verbetering van het milieu: hier kost elk leven gemiddeld 2,8 miljard dollar.Helaas redeneren politici niet rationeel. Ze redeneren niet, ze rationaliseren. Neem drugs. Politici maken tegenwoordig een onderscheid tussen legale en illegale drugs. Desgevraagd zullen zij verklaren dat dit onderscheid gebaseerd is op het gezondheidseffect voor lijf en leden. Dit is echter niet het geval. Bij niet excessief gebruik, zegt Bügel, kunnen heroïne, amfetamine, cocaïne en zelfs crack weinig kwaad. Regelmatig gebruik staat het bereiken van een hoge ouderdom niet in de weg. Datzelfde kan niet worden gezegd van alcohol en nicotine. Alcohol vergroot de kans op sterven in het verkeerd, en onze pensioensvoorzieningen en gezondheidszorg zijn betaalbaar doordat een kwart van alle sterfgevallen voortijdig door roken plaatsgrijpt.
Wanneer beleid niet rationeel beargumenteerd kan worden, kan het gewoonlijk geen kwaad wat diepere gevoelslagen aan te boren ter verklaring van de keuzen. Bij drugs ligt het wel voor de hand waar we moeten zoeken. Gedurende de gehele geschiedenis van de mensheid zijn we op zoek naar dit soort stoffen omdat ze plezier verschaffen. Plezier is een gevoel dat vooral door machthebbers met argwaan wordt bezien. Mensen die zich gelukkig voelen zijn moeilijk te beïnvloeden.Maar goed. De column die me het meeste trof, is het titelstukje. Het gaat over onze nogal naïeve jacht op geluk. Volgens Nico Frijda vloeit blijheid altijd voort uit verandering en verdwijnt ze bij blijvende bevrediging. Droefheid daarentegen persisteert onder blijvende ontbering. Bepaalde onderzoeken suggereren ook een ingebouwde tendens bij de mens om weer in een neutrale gemoedstoestand te komen. Na de hevige angst van het bungeejumpen volgt een periode van euforie, en na een buitengewoon gelukkig moment dient zich vaak een onverklaarbare triestheid aan.
In het nu treft men gewoonlijk geen geluk, zegt ook Peter Bügel. Dat komt door de aard van onze emoties. Voor de emotie is niet reëel wat is, maar wat verandert. Emoties ontstaan niet door de aanwezigheid van iets aangenaams of onaangenaams; ze ontstaan door verandering in aangename en onaangename omstandigheden. Emoties zijn de motor die ons aandrijft, niet het doel. Alleen heeft de zelfreflexieve mens dat uit het oog verloren.
De evolutie heeft wezens met emoties begunstigd. Ze geven aan dat er wat gebeuren moet. Wanneer dat bereikt is, zoeken ze een nieuw doel. Mensen zijn zich daarvan bewust, dat geeft het probleem. Ze streven niet meer de dingen na, maar het geluk zelf. En dat blijft wijken en wenken. Aan de horizon.> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Peter Bügel, Het geluk wenkt : over wetenschappelijke waanwijsheden
142 p.
Uitgeverij Contact, 2001
Stel dat er een nieuwe technologie bedacht zou worden waarvan de consequenties te overzien waren: 11
Bevoorrechte, lakse babyboomers: 14
Kinderreclame maakt angstig: 17
Repetitive strain injury (RSI): 18
The Peter principle: 20
Power law; grote verschijnselen hoeven geen grote oorzaak te hebben: 22
Voetbalgeweldenaars en vredestichters: 24
Groepsegoïsme en vreemdelingenhaat zijn antropologische contanten: 26
Bezuinigen: 34
Handelaars op de effectenbeurs als rationele actoren?: 37
Veel ijzer in spinazie?: 38
Economische fabels: 38
Vervuilt mest het milieu?: 40
Misvattingen van economie over gezondheidszorg: 42
Misdaad aanpakken: inkomensverschillen verkleinen: 44
Fatale vrouwen in de dierenwereld: 47
Muscle dysmorphia: het Adonis-complex: 48
Verleidelijke geuren: 50
Hoe gescheidener jongens en meisjes opgroeien, des te slechter worden vrouwen behandeld: 52
Oorzaken van anorexia: 54
Sekseverschillen worden overschat: 55
Vrouwen willen maar één ding: 58
Ritalin valt onder de beperkingen van de opiumwet: 65
Xenotransplantatie: 67
Dubbelblind gerandomiseerd onderzoek: 69
Geloof in de genezende werking van het ziekenhuis: 69
Euthanasie: 70
Bacteriën worden resistent door verkwisting van antibiotica: 72
Artsen die de pil vergulden: 74
Rugklachten niets te maken met afwijkingen aan de rug: 75
Aids en het poliovaccin CHAT: 77
WAO-hypothesen: 78
Sociaal gedrag in het brein: 85
Cognitieve dissonantie; gewelddadige delicten gepleegd door mensen met een laag gevoel van eigenwaarde: 86
Linker- en rechterhersenhelft: 88
Het nut van een gemeenschappelijke vijand: 91
Gunstige effecten van het uiten van negatieve gevoelens?: 93
De trucjes van het Neurolinguïstisch Progammeren: 95
Mensen kunnen niet nadenken, ze zijn wel goed in het verzinnen van interpretaties achteraf: 97
Kinderen van gescheiden ouders en traumatische gebeurtenissen: 99
Angst voor genetisch gemanipuleerde gewassen: 103
Medicalisering van de depressie: 105
Artsen die hun autoriteit misbruiken voor het doorgeven van moralistische misinformatie: 107
Niemand weet waarop antidepressiva werken; vermeerdering hersencellen: 111
Seroxat, medicijn tegen verlegenheid: 118
Hoe algen overleven: 126
Identigene; wie is de vader?: 127
Het evolutionair belang van ziekte en pijn: 130
Gaia, moeder aarde: 130
Nature noch nurture: 132
Bacteriofagen: 134
De natuur als harmonieus geheel?; het leven op aarde is op de helft: 136
De cholesterolmythe: 138
Vergroot dierlijk vet te kans op hartziekte?; quotation bias: 140
Mythes ivm rauwkost; koken is de enige manier om nare stoffen onschadelijk te maken; 142

0 reactie(s):
Een reactie plaatsen