The cynic’s dictionary - Aubrey Dillon-Malone
Cynisme is een woord met geschiedenis. De filosofie met die naam werd gesticht in de vierde eeuw voor Christus door Antisthenes, een leerling van Socrates, en bleef tot diep tijdens het Romeinse rijk bestaan. De cynici wezen in hun zoektocht naar echte wijsheid het streven naar luxe, bezit of geld af, waardoor ze in de marge van de toenmalige maatschappij kwamen te staan. Ook alle conventies inzake religie, etiquette, behuizing en kledij werden overboord gegooid.
Deugd school volgens de cynici enkel in een sobere, niet-materialistische levensstijl, waarbij men zo min mogelijk afhankelijk was van anderen: autarkie. De meest tot de verbeelding sprekende cynicus is zonder twijfel Diogenes van Sinope, de filosoof in de ton (hoewel de ton pas later zou uitgevonden worden).
In de vroege achttiende, begin negentiende eeuw kwam de betekenis van het woord cynisme meer op de negatieve aspecten van de filosofie te liggen. Met cynisme in zijn milde vorm wordt dan stilaan de achterdocht bedoeld jegens de motieven die mensen opgeven voor hun daden. In zijn sterke vorm staat cynisme voor het totale ongeloof in de goedheid van de mens.
Cynici zijn ervan overtuigd dat alle mensen, dus niet alleen politici en zakenmannen, eerst en vooral gedreven worden door eigenbelang. Daarom hebben dieren soms een ontwapenende werking op cynici. Dieren kennen geen cynisme. Denk aan Speedy, wijlen het hondje dat figureerde in de boeken van Herman Brusselmans: een lieve, niet-bezitterige, niet-veeleisende compagnon, die zijn baasje schijnbaar belangeloos liefde geeft.
Een van de vroege 'theoretici' van het cynisme in deze betekenis, was La Rochefoucauld. De zeventiende-eeuwse Franse hertog geloofde niet in de christelijke en adellijke deugden van zijn tijd, maar al evenmin in heidense deugden of een stoïcijnse levenshouding. De mens laat zich niet leiden door ethiek, maar door blinde driften: ijdelheid, luiheid, angst, trots, lusteloosheid en amour-propre — van oorsprong een religieuze term.
Zijn Maximen geven telkens opnieuw blijk van de overtuiging dat elke zogenaamde deugd kan herleid worden tot een van deze ondeugden. Liefde voor rechtvaardigheid is vrees om te lijden onder onrechtvaardigheid. Verstand wordt altijd om de tuin geleid door gevoel. Lof is vleierij. Goedheid komt bijna altijd neer op luiheid of lamlendigheid. Vrijgevigheid is ijdelheid. Bescheidenheid wordt opgelegd door de middelmatigen. Goedheid is zwakheid of inschikkelijkheid. Onrecht verwerpen we, niet omdat we er een afkeer van hebben, maar omdat we er schade van ondervinden. En trots bespaart ons de pijn van al deze onvolkomenheden onder ogen te zien.
In zijn bekende boek Kritiek van de cynische rede definieerde Peter Sloterdijk cynici als "borderline melancholici" — mensen die de klassieke symptomen van depressie nog onder controle kunnen houden en zo blijven functioneren. Sloterdijk verbond het begrip daarnaast met de moderne materialistische manier van leven die enkel gericht is op winstmaximalisatie.
Rest nog de vraag waaróm iemand cynisch wordt. Vaak heeft het te maken met huizenhoge idealen en verwachtingen ten aanzien van de mens en de maatschappij die bruusk doorprikt worden. Er kunnen ook persoonlijker motieven meespelen: een maatschappij die jou eeuwig miskent maar wel 'de klootzakken' beloont. Vaak gaan die gevoelens van bitterheid samen met een behoefte om zich van de maatschappij af te keren. Of met de geslepenheid die nodig is om je voortaan zo vlot mogelijk en zonder verdere kleerscheuren door die maatschappij te kunnen bewegen. Het handorakel van Baltasar Gracián is waarschijnlijk het best bekende handboek met tips in die richting.
Zelf denk ik dat cynisme ook te maken heeft met levenservaring, met expertise. Op de duur weet je hoe dingen en mensen in elkaar zitten, of je denkt het te weten, zodat je nooit meer verrast kan worden. Van die troosteloze kennis (hoe dingen en mensen werken) is het maar een kleine stap naar opportunisme, waarbij je die kennis zonder scrupules gaat gebruiken voor eigen gewin. Wanneer mensen dus, naar het woord van Kant, geen doel meer zijn, maar een middel worden. Stand-up comedian George Carlin, die zelf vaak van cynisme werd beschuldigd, gebruikte het woord uitdrukkelijk in die zin: mensen die willens en wetens de kluit bedonderen, dát zijn de ware cynici.
Cynisme is trouwens niet helemaal hetzelfde als pessimisme. Pessimisme is de overtuiging dat iets slechter zal gaan; cynisme de overtuiging dat alles en iedereen onverbeterlijk is. Cynisme heeft in se ook weinig te maken met een kritische, sceptische houding. Cynici vooronderstellen het slechtste in dingen en mensen. Sceptici proberen er zo weinig mogelijk vooronderstellingen op na te houden.
Maar bon. De Ierse bloemlezer Aubrey Dillon-Malone stelde een citatenboekje samen met cynische definities, en ik had daar een dubbel gevoel bij. Ik heb me uitstekend vermaakt en meermaals hardop gelachen. De auteur lijkt me ook wel een geschikte peer. Hij heeft boeken samengesteld over de geschiedenis van de pubs in Dublin, over Elvis, boekjes met trivia rond schrijvers, celebrities en Hollywood. Juist daarom is het zo verwonderlijk dat zijn woordenboek betrekkelijk weinig uitspraken bevat van hedendaagse beroemdheden. Maar áls er een popicoon in staat, dan is het met een quote die een heel leven tekent.
Stardom. The ability to get insulted in places the average negro could never hope to get insulted.Het gebrek aan actuele quotes doet vermoeden dat Dillon-Malone veel heeft zitten overschrijven van andere citatenboeken. Dat moet ook voor een deel. The cynic’s dictionary kan niet serieus genomen worden wanneer figuren als Oscar Wilde, Mark Twain of George Bernard Shaw ontbreken. Ook voornoemde Rochefoucauld is present, al is zijn aandeel naar mijn smaak te klein. Schopenhauer komt onbegrijpelijkerwijs helemaal niet in het stuk voor. Daar staan dan weer geestige opmerkingen van Ronald Reagan tegenover.
Sammy Davis Jnr
The cynic's dictionary bevat geen mini-biootjes of bronvermelding, zoals de betere citatenboeken wel hebben. Dus moet je vaak het internet op. Want wie zijn in godsnaam Fletcher Knebel, Robert Zend en N.F. Simpson?
Echt nieuwe helden heb ik er niet bij, al ben ik Dillon-Malone dankbaar eindelijk Herbert Prochnow te hebben leren kennen.
Maar ook hij, Prochnow, kan niet tippen aan de twee grootmeesters in het genre. Beiden Amerikaan. Beiden krantenmannen. Beiden nog met één voet in de negentiende eeuw. Hun stijl is quasi-inwisselbaar, hun vermogen om afgrondelijke zwartgalligheid te ballen in een woord of twaalf, ongeëvenaard.
Ambrose Bierce:
Encourage. To confirm a fool in a folly that is beginning to hurt him.H.L. Mencken:
Erudition. Dust shaken out of a book into an empty skull.
Funeral. A pageant where we show our respect for the dead by enriching the undertaker.
Heathen. A benighted creature who has the folly to worship something he can see and feel.
Saint. A dead sinner, revised and edited.
Hygiene. The corruption of medicine by morality.Vergelijk die beknoptheid met het gestrompel van mindere goden. Zij die te veel woorden gebruiken, te veel lettergrepen, die de bitterheid alleen maar aanlengen.
Idealist. One who, on noticing that a rose smells better than a cabbage, concludes it will also make better soup.
Judge. A law student who marks his own examination papers.
Theology. The effort to explain the unknowable in terms of the not worth knowing.
Puritanism. The haunting fear that someone, somewhere may be happy.
Kiss. What originated when the first male reptile licked the first female reptile, implying in a subtle, complicated way that she was as succulent as the small reptile he had had for dinner the night before.Er zijn mensen die dit soort boekjes doornemen om een leuke opener achter de hand te hebben voor een speech, of om een wisecracks rond te strooien in een gezelschap dat geïmponeerd moet worden. Ikzelf ben een zeer stille genieter van het genre. Ik lees om geamuseerd te worden, maar ook voor de levenswijsheid.
F. Scott Fitzgerald
Cynisme, als het goed en met overtuiging wordt beoefend, laat immers niets of niemand ongemoeid. Rick Bayan, auteur van een rivaliserend woordenboek voor cynici, heeft een lijst opgesteld met 714 things to be cynical about.
> lees fragmenten uit dit boek op Prins van Denemarken
> http://en.wikiquote.org/wiki/Cynicism
> Bertrand Russell on youthful cynicism
Aubrey Dillon-Malone, The cynic’s dictionary
310 p.
Uitgeverij Prion, 1998

Ambrose Bierce in 1892; afbeelding via Wikimedia Commons
Anthology. What tears the soul out of a work, then labels its squirming parts.
Frank Jennings
Antique. Something that has been useless so long, it’s still in pretty good condition.
Franklin P. Jones
Civilisation. Barbarism made strong and luxurious by mechanical power.
C.S. Lewis
Common sense. The collection of prejudices acquired by the age of eighteen.
Albert Einstein
Critic. A bunch of biases held loosely together by a sense of taste.
Witney Balliett
Diagnosis. The physician’s activity of determining the condition of the patient’s purse in order to decide how sick to make him.
Ambrose Bierce
Doctoral thesis. The transference of bones from one graveyard to another.
Frank Dobie
Drug. A substance which, if injected into a guinea pig, produces a scientific paper.
Paul Williams
Englishman. A creature who thinks he’s being virtous when he’s merely being uncomfortable.
George Bernard Shaw
Existentialist. Someone who swims with the tide — but faster.
Quentin Crisp
Expert. Someone who has made all the mistakes that can be made, but in a very narrow field.
Niels Bohr
Faith. An illogical belief in the occurrence of the improbable.
H.L. Mencken
Fame. Being pecked to death by a thousand pigeons.
Bob Hoskins
Good behaviours. The last refuge of mediocrity.
Henry S. Haskins
Heaven. An English policeman, a French cook, a German engineer, an Italian lover — and everything organised by the Swiss.
John Elliott
Hell. An English cook, a French engineer, a German policeman, a Swiss lover — and everything organised by the Italians.
John Elliott
History. An account, mostly false, of events, mostly unimportant, which were brought about by rulers, mostly knaves, and soldiers, mostly fools.
Ambrose Bierce
Hypocrisy. The homage paid by vice to virtue.
Duc de la Rochefoucauld
Inspiration. Inhaling the memory of an act never experienced.
Ned Rorem
Intellectual. A man who takes more words than necessary to tell more than he knows.
Dwight Eisenhower
Interpretation. Revenge of the intellect upon art.
Susan Sontag
Life. A sexually transmitted disease — and the mortality rate is 100 per cent.
R.D. Laing
Marriage. Legalised rape.
Andrea Dworkin
Masses. Breeding grounds of psychic epidemics.
Carl Jung
Mediocrities. People who are always at their best.
William Somerset Maugham
Metaphysics. An attempt to prove the incredible by an appeal to the unintelligible.
H.L. Mencken
Modern novels. Literary creations with a beginning, a muddle, and an end.
Philip Larkin
Myths. Gossip grown old.
R.P. Blackmuir
News. What a chap who doesn’t care much about anything wants to read.
Evelyn Waugh
Nickname. The heaviest stone that the devil can throw at a man.
William Hazlitt
Novelist. A historian of conscience.
Frederic Raphael
Optimist. Someone who tells you to cheer up when things are going this way.
Edward Murrow
Patriotism. The conviction that your country is superior to all others because you were born in it.
George Bernard Shaw
Philosopher. Someone with a problem for every solution.
Robert Zend
Poetry. An activity like dropping a rose petal into the Grand Canyon and waiting for the echo.
Don Marquis
Reality. An illusion created by the lack of alcohol.
N.F. Simpson
Reason. Emotion for the sexless.
Alfred North Whitehead
Research. The process of going up alleys to see if they’re blind.
Marston Bates
Revolution. An attempt to substitute misrule for bad government.
Anthony Butler
Self-evalution. The skin rash of the emotionally insecure.
John MacDonald
Sentimentalist. One who desires to have the luxury of an emotion without paying for it.
Oscar Wilde
Smoking. One of the leading causes of statistics.
Fletcher Knebel
Technology. The knack of so arranging the world that we don’t have to experience it.
Max Frisch
Women. The only exploited group in history who have been idealised into powerlessness.
Erica Jong
____

Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen