De meester van Petersburg - J.M. Coetzee
Net als in Foe speelt J.M. Coetzee in De meester van Petersburg een spelletje met feit en fictie. In Foe nam een geëmancipeerd vrouwelijk personage het op tegen een schrijver die haar per se uit het boek wou schrappen. In De meester verwordt een schrijver zelf tot personage, gekweld door een universum dat van eigen makelij had kunnen zijn. Coetzee voert Fjodor Dostojevski op, net voor deze zich aan Boze geesten zet. Maar in de figuur van Dostojevski voert hij ook zichzelf op.
Deze bespreking bestaat uit twee delen. Achteraan staat mijn persoonlijke appreciatie ('De bochtige weg'), met onder meer notities over de intertekstuele verbanden die ik zie. Beginnen doe ik echter met met mijn impressie van het verhaalverloop ('De komst van een ezel'). Dit bij wijze van spoiler-warning.
De komst van een ezel
Sint-Petersburg, oktober 1869. Na de dood van zijn stiefzoon Pavel — gevallen (of geduwd?) van een toren — keert Fjodor Dostojevski terug naar Sint-Petersburg. De schrijver woonde een tijdje in Dresden maar is nu op de vlucht voor zijn schuldeisers. Hij zoekt de voormalige verblijfplaats op van Pavel, en vraagt de hospita of hij de kamer, als die niet al besproken is, mag aanhouden. In de paar zinnen die J.M. Coetzee wijdt aan het eerste directe contact met deze vrouw, Anna Sergejevna, toont zich meteen al zijn meesterschap. Let op het woordje 'niet':
Uit zijn valies pakt hij een voorwerp in een wit servet en vouwt het open. Het is een foto van een jongen, een daguerrotype in een verzilverde lijst. ‘Misschien herkent u hem,’ zegt hij. Hij geeft haar de foto niet in handen.De eerste vijfentwintig pagina's behoren zelfs tot de mooiste die ik ooit van Coetzee las. In 1989 verloor de Zuid-Afrikaanse schrijver zijn eigen zoon, Nicolas, bij een tragisch valongeluk, en dat leed is nog tastbaar aanwezig in De meester van Petersburg. Coetzee laat Dostojevski de geur van zijn zoon opsnuiven in de kamer ("zijn geest die in mij vaart") en laat hem vruchteloos mediteren over de omstandigheden waarin hij hem is ontvallen.
Wat hij ondraaglijk vindt, is de gedachte dat Pavel in die laatste fractie van de laatste seconde van zijn val wist dat niets hem kon redden, dat hij dood was. Hij wil geloven dat Pavel voor die zekerheid, nog gruwelijker dan de vernietiging zelf, was behoed door de vaart en paniek van de val, door de neiging van de geest zich te verdoven tegen alles wat te overweldigend is om te dragen. Met heel zijn hart wil hij dat geloven. Tegelijkertijd weet hij dat hij wil geloven om zichzelf te verdoven tegen de wetenschap dat Pavel, in zijn val, alles wist.Terwijl de dochter van de huurster het moeilijk heeft de gelijkenis met Pavel in hem te zien — hij was dan ook 'maar' een stiefzoon — is Dostojevski's geest helemaal gericht op herdenken. Hij wil zich niet, zoals andere mensen, "voegen naar de orde van dood, rouw en vergeten". Natuurlijk, als we niet vergeten, is de wereld algauw niets meer dan een reusachtige bibliotheek. Maar alleen al de gedachte aan het vergeten maakt hem razend, maakt "een oude stier van hem, prikkelbaar, loerend, gevaarlijk".
De schrijver, bijna vijftig, denkt ook aan de begrafenis van Pavel, die plaatsvond terwijl hij zich in Duitse casino's aan het roulettespel overgaf. Het zijn genummerde graven op het kerkhof, en dat van Pavel kreeg nummer zeven — een nummer waar hij nu nooit meer op zal kunnen wedden.
De aardhoop heeft het volume en zelfs de vorm van een liggend lichaam. Het is eigenlijk niets meer of minder dan het volume verse aarde verplaatst door een houten kist met een lange jongeman erin. Het heeft iets dat verder denken niet verdraagt, dat hij ver van zich werpt. In plaats van de gedachte komen tergende herinneringen aan wat hij al die tijd in Dresden heeft gedaan terwijl hier in Petersburg de procedure van bergen en nummeren, kisten, vervoeren, begraven zijn onverschillige gang volgde. Waarom was er in Dresden geen zuchtje voorgevoel in de lucht geweest? Moeten er massa’s omkomen voordat de hemel siddert?De precieze omstandigheden van Pavels dood blijven voorlopig duister voor de lezer. Pavel bewoog zich in de terroristische kringen van Sergej Netsjajev, blijkt naderhand. Door die banden komt Dostojevski in contact met de politie, als hij de bezittingen van zijn zoon komt ophalen. (Een poging om raadsheer Maksimov — de gerechtelijk onderzoeker in Pavels zaak, met een schuilnaam om de tuin te leiden, mislukken.)
Met deze Maksimov — een typisch Dostojevkiaanse ambtenaar, een ironisch mee-theoretiserende figuur — onderhoudt hij zich over het mysterie Netsjajev. Waarom voelen dromers, dichters en intelligente jongemannen zoals zijn stiefzoon zich aangetrokken tot zulke bandieten? Het verbaast Dostojevski niet dat Pavel zich heeft ingelaten met de radicalen. Pavel was een ernstig iemand, die ondanks zijn jeugd nadacht over Rusland en over de levensomstandigheden van haar bevolking. Netsjajev is alleen niet zomaar een heethoofdige student en nihilist.
Netsjajev staat voor de gewelddadige omverwerping van alle maatschappelijke instituten, uit naam van een dubieus gelijkheidsprincipe — gelijk geluk voor allen en zo niet, dan gelijke ellende voor allen. Het is geen principe dat hij tracht te rechtvaardigen. Het Netsjajevisme is niet eens idee. Het is een geest, en Netsjajev zelf is er niet de belichaming maar de drager van; of beter gezegd, hij word erdoor bezeten.
Hij is de Mongool die in de Russische ziel achterbleef nadat de grootste nihilist van allemaal zich heeft teruggetrokken in de woestenij van Azië.Netsjajev handelt niet uit naam van ideeën. Hij handelt wanneer hij de drang ertoe voelt opkomen. Hij is een sensualist, op de manier van de Spaanse autoflegellantes destijds in de kloosters van Loyola. Netsjajev is een "extremist van de zintuigen" die hongert naar doodsextase. Dat laat zijn pamflet Katechismus van een revolutionair duidelijk zien. Daarin definieert hij de revolutionair als iemand zonder belangen, gevoelens, bindingen, of zelfs maar een naam.
Alles in hem gaat op in één totale hartstocht: de revolutie. In het diepst van zijn wezen heeft hij alle banden met de burgerlijke orde, met de wet en de moraal doorgesneden. Hij bestaat nog slechts in de maatschappij om haar te vernietigen.Elk lid van de bende van Netsjajev krijgt dan ook een lijst met mensen ze moeten ombrengen — vijanden van het volk, die "wetenschappelijk" zijn geselecteerd. Ook Pavel kreeg zo'n lijst, en dat heeft ongetwijfeld iets met zijn dood te maken. Dreigde een van zijn kameraden hem te verraden? Of was hij zelf als een verrader van de "Volkswraak" aangemerkt, en moest hij het daarom met zijn leven bekopen?
In een somber Sint-Petersburg, met als voornaamste coördinaten de verpauperde buurt rond de Hooimarkt, de Stoljarnajakade, en het besneeuwde Jelagin-eiland, zoekt Dostojevski naar antwoorden. Netsjajev, van zijn kant, struint ook nog steeds in de stad. Verkleed in een blauwe jurk en kapothoed probeert hij uit de klauwen van de politie te blijven.
Nu regent het toevallige ontmoetingen in de gemiddelde Dostojevski, dus schaamt Coetzee er zich ook niet voor in De meester van Petersburg. Dostojevski en Netsjajev treffen elkaar, om bitsig te redetwisten over de motieven van de geheime terreurorganisatie. Dat Coetzee de epileptische schrijver (epilepsie = vallende ziekte) met Netsjajev de hageltoren van Petersburg laat beklimmen — waar Pavel naar beneden werd gegooid — is een prachtige vondst. Boven op de toren beseft Dostojevski dat "we het meest leven terwijl we vallen".
Minder aan mij besteed was het idee van Coetzee om Dostojevski iets te laten krijgen met de hospita. Al verloopt die verstandhouding subtiel, met aanhalen en afstoten. Of het door de vertaling komt, weet ik niet, maar met een schok beseft de lezer plots dat Coetzee vooruitloopt op een motief waar hij later een beroemde roman aan zal wijden.
Hij pakt haar arm. Het is donker, ze draagt een mand, ze kan zich niet losrukken. Hij drukt zich tegen haar aan, inhaleert de walnootgeur van haar haar. Hij probeert haar te kussen, maar ze wendt zich af en zijn lippen strijken langs haar oor. Niets in de druk van haar lichaam komt hem tegemoet. Ongenade, denkt hij: zo val je in ongenade.Dostojevski en Anna Sergejevna brengen samen de nacht door in de kamer van zijn zoon. Melodramatisch, jazker, maar in die zin ook weer heel Dostojevkiaans-christelijk: de vrouw die de zonden van de gekwelde hoofdpersoon mildert: "Ik zal het bitter met je delen."
De 'meester' uit de titel slaat op de aansporingen van Anna aan Dostojevski om zijn zoon door literaire meesterschap weer tot leven te brengen, in zijn geschriften. Coetzee's Dostojevski associeert het woord met metaal — met zwaarden temperen, klokken gieten. Denk aan meestersmid, of gietmeester. Maar zelf voelt hij zich een "gebarsten klok".
Dostojevski krijgt naar het einde van de roman toe de bescheiden van zijn zoon terug, waaronder het dagboek dat deze bijhield. Daarin ontdekt hij dat zijn zoon hem al die tijd grondig heeft veracht. Dat besef lijkt de laatste bodem uit zijn leven te slaan.
Hij bladert verstrooid heen en weer door de pagina’s. Vergeving: is er geen woord van vergeving, hoe vaag, hoe verhuld ook? Onmogelijk om zijn leven te slijten met een kind in hem wiens laatste woord er niet een van vergeving is.Ook Dostojevski maakt nu een vrije val. Iedereen is tegen hem. Zelfs Matrjosja, het dochtertje van de hospita dat hem eerst als een toonbeeld van zuiverheid had geleken, blijkt ook al die tijd in de ban van Netsjajev te hebben verkeerd, omdat hij nu eenmaal de beste vriend was van Pavel.
In de loden kist een zilveren kist. In de zilveren kist een gouden kist. In de gouden kist het lichaam van een in het wit geklede jongeman met zijn handen op zijn borst gevouwen. Tussen de vingers een telegram. Hij tuurt naar het telegram tot zijn ogen ervan tranen, zoekt naar het woord van vergeving dat er niet staat. Het telegram is geschreven in het Hebreeuws of Aramees, in lettertekens die hij nooit eerder heeft gezien.
Laatste hoogtepunt van De meester van Petersburg is de laatste confrontatie tussen Dostojevski en Netsjajev. De jonge terrorist troont de schrijver mee naar een kelderruimte met drie ondervoede kinderen. Waarna in een fel dispuut nog eens de ideologische tegenstellingen tussen de twee aan het licht komen. Waar Dostojevski getroffen wordt door de ellendige toestand van de kinderen, is Netsjajev niet geboeid door individuele gevallen. Hem interesseren alleen de gebruiksmogelijkheden van de buitenkant van dat leed:
‘Dan had ik u net zo goed geblinddoekt kunnen laten! Moet ik u iets leren? U bent ontzet over het gruwelijke gezicht van de honger en de ziekte en de armoede. Maar honger en ziekte en armoede zijn niet de vijand. Het zijn slechts manieren waarop de werkelijke krachten zich in de wereld manifesteren. Honger is geen kracht — het is een element, zoals water een element is. De armen leven in hun honger zoals vissen in het water. De werkelijke krachten hebben hun oorsprong in de centra van de macht, in de samenzwering van belangen die daar plaatsvindt.Netsjajev wil dat de bourgeoisschrijver Dostojevski, die hoogstens wat "schijnontberingen" heeft doorstaan in Siberië, zijn invloed aanwendt voor de goede zaak. Hij toont hem een handpers ("de machtsbron van elke schrijver") en sommeert hem een pamflet te schrijven en te ondertekenen met zijn naam. Geen roman, want daar heeft Netsjajev een hekel aan. Wat niet op één pagina gezegd kan worden is de moeite van het zeggen niet waard. Neen, een pamflet.
En ja, Dostojevski mag best de ware toedracht van de hele moordzaak verklappen. Graag zelfs. Het gaat er Netsjajev enkel om zijn slachtofferschap extra glans te verlenen via de naam van de beroemde schrijver. Waarop het Dostojevksi eindelijk begint te dagen dat Pavels dood niet meer was dan aas om hem naar Petersburg te lokken. Ook hij zit nu hopeloos verstrikt in de duivelse logica van het Netsjajevisme.
Waarom ben je niet weg uit Petersburg? In plaats van als een verstandig mens te ontsnappen, gedraag je je als Jezus buiten Jeruzalem en wacht je op de komst van een ezel om je naar je vervolgers te brengen. Hoop je dat ik de rol van de ezel speel? Je zou zo graag de ondergedoken prins zijn, de prins en de martelaar, die wacht tot hij geroepen wordt.De bochtige weg
De meester van Petersburg is een rijke roman. Het afgezaagde beeld van het spiegelpaleis is hier op zijn plaats. Alles weerkaatst alles, en niemand heeft nog weet van de oorspronkelijke bron van het beeld.
De anarchist Netsjajev heeft natuurlijk echt bestaan — Dostojevski zou hem onsterfelijk maken in de figuur van Pjotr Verchovenski in Boze geesten. En Netsjajev — de meisjesnaam van Dostojevski's moeder, trouwens — heeft effectief een van zijn bendeleden laten ombrengen. De plaats delict was alleen niet de voet van een toren maar een halfverborgen hol met een... handpers. Ook in Boze geesten is er sprake van een pamflet, en ook daar is het een plotelement dat het verhaal vooruitstuwt.
Er zijn nog meer knipogen. In Coetzee's roman heeft Netsjajev Misdaad en straf gelezen en discussieert hij met Dostojevski over de figuur van Raskolnikov. In het echt hebben ze elkaar nooit ontmoet, en al helemaal niet in Genève zoals in het begin wordt verteld — Coetzee zal de stad van überpedagoog Jean-Jacques Rousseau niet toevallig hebben gekozen. Wat wel weer klopt is dat Dostojevski een stiefzoon had, genaamd Pavel, al kwam die niet vroegtijdig om het leven.
En wat te denken van het wicht Matrjosja, de dochter van Anna? Ook in Boze geesten komt een Matrjosja voor. In een door Dostojevski's uitgever gecensureerd hoofdstuk (in de Van Oorschot-editie opgenomen als bijlage) biecht Stavrogin aan een geestelijke op een meisje met die naam te hebben verkracht. In De meester van Petersburg voelt de fictieve Dostojevski zich erg aangetrokken door minderjarig vlees. Van de echte Dostojevski werd na zijn dood beweerd dat hij zelf een jong meisje zou hebben aangerand.
Maar de mooiste parallel vind ik die van de vader en de zoon. Boze geesten was bedoeld als Dostojevski's antwoord op Vaders en zonen, de onder jongeren populaire roman van Toergenjev over het ideologische conflict van een generatie nihilisten met hun gezapiger ouders. In De meester van Petersburg wordt Dostojevski zelf in het middelpunt geplaatst van een vertroebelde vader/zoon-relatie.
Ik geef toe enige aardigheid te hebben gehad in dit intertekstueel spel. Al kon ik dat alleen maar omdat Boze geesten nog fris in mijn kop zat. Coetzee verwacht van de lezer soms wel heel veel bagage. Op de brug over de bevroren Fontanka-rivier treft zijn Dostojevski "iemand met een werkmanspet". Ik herinner me een soortgelijke ontmoeting op een brug in Boze geesten, met de ontsnapte dwangarbeider Fedja, die inderdaad zo'n werkmanspet draagt. Maar wat is de zin van die dwarsstraat?
Goed, De meester van Petersburg biedt een blik op het laboratorum van de schrijver — de hogere alchemie van het ontbinden en mengen van verhaalstof. Maar eigenlijk interesseert dat me al een tijdje niet meer. Het is omdat de biografische link met Coetzee's eigen leven krachtig is — de schrijver verloor zoals gezegd een zoon in een soortgelijk accident — dat ik wel mee wou. Ik begrijp best dat een schrijver de literaire traditie gebruikt om veiliger afstand tot een persoonlijke tragedie te bekomen.
In dat licht, dat van de persoonlijke tragedie, bezien, is deze hele roman zelfs een wonder van zelfbeheersing en vormbewustzijn. Want dit is Coetzee op zijn best. De juiste balans tussen distantie en betrokkenheid. De meester van Petersburg is Russisch drama, maar door een twintigste-eeuwer ontvet van negentiende-eeuwse wijdlopigheid en keukenmeidenintriges.
Ik kan alleen niet beweren dat ik de finale van de roman helemaal doorgrond. Dostojevski zet zich aan het werk en schrijft een paar bladzijden aan Boze geesten. Authentieke fragmenten, of door Coetzee verbasterd, wie zal het zeggen? Dostojevski spreekt daarbij een credo uit.
Hij herinnert zich de assistent van Maksimov en de vraag die hij stelde: ‘Wat voor boeken schrijft u?’ Hij weet nu wat hij had moeten antwoorden: ‘Ik schrijf perversies van de waarheid. Ik kies de bochtige weg en breng kinderen naar duistere plekken. Ik volg de dans van de pen.’Heeft Coetzee het hier ook over zíjn invulling van het schrijverschap? De waarheid zo verdraaiend, herschikkend, uitziftend, dat er een dieperliggende waarheid naar boven komt? Ergens definieert Coetzee 'perversie' als: alles en iedereen voor iets anders gebruiken. Heeft hij deze roman, en dus de lezer, gebruikt om met zijn eigen leed in het reine te komen?
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
J.M. Coetzee, De meester van Petersburg
191 p.
Uitgeverij Ambo, 1995
Oorspr. The master of Petersburg (1994)
Vertaald door Frans van der Wiel
____








