woensdag 29 september 2010

Drie oorlogen - Maarten van Rossem

Ik heb zes dagen van mijn leven besteed aan dit boek. Vier avonden om het boek te lezen, en dan nog eens twee namiddagen om het samen te vatten. Drie oorlogen heeft me vooral laten nadenken over wat er overblijft van middelbare schoolkennis, en over het geschiedenisonderricht dat ik tot mijn achttiende kreeg. Waarom voerde ik vroeger nooit een klap uit tijdens de les, en kan ik nu heelder dagen doorbrengen met zelfstudie?

Het luie antwoord is: al mijn geschiedenisleerkrachten presteerden toevallig onder de maat. Het waren geen goeie vertellers, ze legden geen link met het heden en gaven er nooit blijk van dat het vak geschiedenis een verschil had gemaakt in hún leven. Beelden, muziek, artefacten en contemporaine boeken om de stof tot leven te brengen — het was hen allemaal vreemd. Dat was anders in de lessen Latijn, filosofie, Nederlands en zelfs aardrijkskunde.

Wat ook meegespeeld zal hebben, is het lome van de lessen. Geschiedenis was: een half uur luisteren en een kwartier slides overschrijven. Terwijl je meer geneigd bent te koesteren wat je zelf verwerft, en die kennis langer blijft hangen. Ook Maarten van Rossem is — op papier — geen meesterverteller. Hij schrijft echter helder en to the point, zoals Nederlanders doen, en omdat ik zijn boek op eigen tempo kan lezen, blijf ik beter geconcentreerd. Wie gaat wandelen weet: niets zo vermoeiend als je te moeten aanpassen aan het geslenter van anderen.

Het ideale geschiedenisonderwijs voor mij ware geweest: een maand de tijd krijgen om dit boek naar eigen goeddunken te verwerken, om dan de rest van het jaar de inhoud te kunnen bediscussiëren en uitdiepen met de leerkracht. Want dat is ook zoiets wat me nooit is duidelijk gemaakt in de les: hoe discutabel veel inzichten zijn, vooral in een domein als geschiedenis. Soms werden lacunes in onze kennis van het verleden aangestipt, maar nooit de felle discussies over bestaande kennis. Een vraag als 'Was Hitler een zwakke of een sterke dictator?' maakt duidelijk hoezeer geschiedenis mensenwerk is.

Maar goed. Wat mijn lauwe interesse achteraf bekeken nog het meest verklaart, is iets dat geen leerkracht ooit had kunnen verhelpen: ik was domweg te jong om me betrokken te voelen bij de stof. Die betrokkenheid is sterk verbeterd met ouder worden. Net zoals de locaties uit je jeugd krimpen met de jaren, lijkt ook het verleden steeds minder ver. Ik ben nu 32 jaar. Dat is ongeveer even oud als de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog op het moment van mijn geboorte (1978 minus 32 = 1946) — een onthutsende vaststelling. Alles komt alsmaar korter bij elkaar te liggen.

Gevolg: de mensen die vroeger figureerden in de geschiedenis — kleine poppetjes in een poppenhuis waar het geschiedenisboek een overzichtelijke dwarsdoorsnede van gaf — groeien en groeien, en krijgen langzaam menselijke trekken. Ze maken lawaai, articuleren beter, komen voor zichzelf op. Ook door zelf in het volwassen leven te staan, met zijn hindernissen en verantwoordelijkheden, kan ik me beter verplaatsen in de zorgen en angsten van mensen uit een ver verleden. Of beter: die illusie, nodig om geschiedenis te bestuderen, wordt sterker. Vroeger stond alles vóór 1918 zo ongeveer gelijk met de prehistorie. Een naïeve, haast achterlijke tijd. Nu komt alles vanaf pakweg de achttiende eeuw als fris en modern over.

Laatste factor die de interesse in geschiedenis scherpt, is het besef van de eigen vergankelijkheid — de vaststelling dat de opvattingen en de maatschappij-inrichting uit je jeugdjaren niet eeuwigdurend zijn. Wie jong is, denkt snel dat de wereld speciaal voor zijn geboorte is klaargemaakt. Wie ouder wordt, ziet echter dat de wereld een eindeloze stoet gebeurtenissen is die onverschillig aan hem voorbijtrekt.

Twee ijkpunten die ik zelf langzaam heb zien voorbijschuiven, zijn de opkomst van het internet en 9/11. Internet bracht de grote impact van technologie op mijn gedrag aan het licht. Ik was een minder standvastige persoonlijkheid dan gedacht. 9/11 en de daaropvolgende reactie van de Verenigde Staten maakten me dan weer politiek wakker. Mijn eerste bewust meegemaakte oorlog was de invasie van Irak in Koeweit. Maar in 2001 was ik voor het eerst ik oud genoeg om te beseffen wat ik zag: geopolitiek overwicht in actie. Een supermacht bleek zich als het erop aankwam niets aan te hoeven trekken van de internationale rechtsorde. Met die wetenschap in het achterhoofd werd het makkelijker de Europese geschiedenis van de laatste eeuwen te begrijpen, met al die eigengereide mogendheden.

Ik ben een kind van de twintigste eeuw, besef ik nu. Alle schrijvers die indruk hebben gemaakt in de cruciale periode tussen mijn zestiende en vierentwintigste levensjaar, waren actief in die ongelooflijk rijke twintigste eeuw. (Ik heb trouwens nooit begrepen waarom de recente geschiedenis in één schooljaar, het laatste, gepropt moest worden.) Het lezen van Drie oorlogen leek dan ook op stamboomonderzoek. Wat heeft ervoor gezorgd dat de wereld er vandaag zo bijligt, en niet anders?

Het antwoord van Maarten van Rossem is een mooi begin. Zijn boek legt de nadruk op conflicterende belangen en de manier waarop grote naties de bovenhand proberen te halen. Tijdloze mechanismen, bij nader inzien. Men zoekt naar bondgenoten. Men bluft en intimideert dat het een aard heeft. De eigen bevolking wordt dom gehouden en indien nodig opgezweept. Als het dan toch op matten aankomt, blijken niet de grote idealen maar het wapenarsenaal van cruciaal belang: Van Rossem besteedt veel ruimte aan de komst van nieuwe wapens.

Verrassend was het om vast te stellen hoe groot de rol is van desinformatie in de wereldpolitiek. En in het verlengde daarvan: het onvermogen om zich in de ander te verplaatsen. Wat voor de ene een volkomen legitieme veiligheidspolitiek was voor de ander pure agressie. Ronduit rampzalig wordt het als een machthebber zich laat bijstaan door een al te homogeen groepje adviseurs.

Lees Drie oorlogen niet om Van Rossems spitante persoonlijkheid, bekend van radio en televisie. Het boek is één groot feitenrelaas, niet meer, niet min. Welgeteld één keer wurmt de schrijver zich op het voorplan, wanneer de Slag bij Arnhem ter sprake komt.

Bij een Engels bombardement op Duitse eenheden even ten westen van het landingsgebied, in Wageningen, werd bij vergissing een villawijk gebombardeerd, waarbij schrijver dezes, die zich in een kinderwagen in de tuin bevond, bijna om het leven kwam.
Lees Drie oorlogen om de gaten in uw kennis te dichten. Of om die goed bloot te leggen. De ware toedracht — hoe is de Eerste Wereldoorlog ontstaan?, in welke omstandigheden werd de Berlijnse Muur gesloopt? — is altijd ingewikkelder dan je dacht. De waarheid kan hoogst zelden op de achterkant van een bierviltje.

Van Rossems boek is meteen een solide uitvalsbasis om de ambitieuzere boeken van Judt (Na de oorlog) en Hobsbawm (Een eeuw van uitersten) aan te pakken. Vooral Hobsbawm is een logische volgende stap; minder evenementiële, meer socio-economische geschiedenis. Iets voor volgend jaar.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> de hoofdstukken over WOI, Hitler en WOII zijn opgenomen in Heeft geschiedenis nut?
> selectieve bibliografie in de commentaren hieronder

Maarten van Rossem, Drie oorlogen
319 p.
Uitgeverij Nieuw Amsterdam, 2008



Afbeelding Keith Thompson; via Darkroastedblend.com.


Samenvatting in telegramstijl

EERSTE WERELDOORLOG

De Bosnisch-Servische terrorist Gavrilo Princip schiet in Sarajevo de Oostenrijks-Hongaarse troonopvolger Franz Ferdinand dood. Hij wenst autonomie voor Bosnië. Kleine oorzaken hebben soms grote gevolgen. Golo Mann: Eerste Wereldoorlog is ‘Die Mutterkatastrophe’. Acht miljoen soldaten dood, 22 miljoen gewond of invalide; destabilisering van Europa; tsaristische regime weggevaagd, opkomst Lenin; Oostenrijk-Hongarije versnipperd in instabiele kleine staten; Duitsland vernederd; Italië tekortgedaan; machtsverval in Engeland en Frankrijk; Italiaans en Duits fascisme (veel oorlogsveteranen); versnelling economische crisis; succes van de nazi’s in Duitsland. Gevolgen van WOI = oorzaken WOII. Koude Oorlog = gevolg militair-politieke situatie na WOII.

Het Europese statensysteem, geordend in twee grote allianties, werd al jaren geteisterd door angsten en ambities, die zich ten slotte ontlaadden in de Eerste Wereldoorlog. Het multinationale keizerrijk Oostenrijk-Hongarije voelde zich bedreigd door de ontevredenheid van de naties die het omvatte; Rusland had ambities op de Balkan. Engeland en Frankrijk maakten zich zorgen om de groeiende economische en militaire macht van Duitsland. Het ambitieuze Duitsland zat ingeklemd tussen Frankrijk en Rusland: waarschijnlijk de diepste oorzaak van WOI. Bismarck had nog een behoudende politiek gevoerd. Wilhelm II verlengde het verdrag met Rusland niet. Duitsland als louter Europese mogenheid, ingeklemd, zou niet kunnen concurreren met Engeland en de VS. Onjuiste premisse: het tsaristische Rusland was veel minder sterk dan de Duitsers dachten.

Russisch-Franse alliantie. Het Schlieffen-Plan. Duitse vlootbouw aan het eind van de jaren negentig mislukt. Engelse verdragen ter inperking van de Russische en Franse koloniale invloedssferen. Vernederende nederlaag van Rusland tegen Japan in 1904 en 1905: Rusland zwakker dan gedacht. Entente Cordiale: Engels-Franse overeenstemming. Triple Entente in 1907: Rusland komt erbij. Engelsen bouwen de Dreadnought. Italië stelde niet veel voor als mogendheid. Instabiliteit in de Balkan. Rusland steunt de stamverwante Slaven. Duitsland voelde zich omsingeld, hoewel het economisch en demografisch juist sterker werd. Alleen de VS had zich in de late negentiende eeuw nog explosiever ontwikkeld. Afwachten ware beter geweest, alleen dacht het wilhelminische Duitsland niet in termen van vreedzame economische competitie maar had het militair-strategische overwegingen.

Na Sarajevo moedigden de Duitsers de dubbelmonarchie (bondgenoot) aan een oorlog met Servië te voeren. De Russen hadden de Serviërs aangeraden zo apaiserend mogelijk te reageren. Rusland vond een militaire vernietiging van Servië onaanvaardbaar; het zou het definitieve einde zijn van de Russische positie op de Balkan. Engeland verklaart de oorlog aan Duitsland vanwege de schending van de Belgische neutraliteit. Oostenrijk-Hongarije verklaart de oorlog aan Rusland. Engeland en Frankrijk verklaren de oorlog aan Oostenrijk-Hongarije. Het alliantiesysteem zat fataal in elkaar. Historici moeten toegeven dat de voornaamste impulsen uit Berlijn en Wenen kwamen. Duitsland was een laatkomer met ambities. De mentaliteit van de Duitse elite en burgerij was verregaand gemilitariseerd.

Aanvankelijk enthousiasme in de oorlog; politieke en sociale tegenstellingen vallen weg. De oorlog zou het ware, authentieke leven brengen. In het begin verliep het Schlieffen Plan geheel naar wens. Verzwakking van de rechterflank (door de snelle aanval van de Russen) en logistiek feilen. Succesvolle tegenaanval van de Fransen aan de Marne. Het Schlieffen Plan was mislukt. Militairen bleven geloven in de cultus van het offensief, hoewel het defensief sterker was.

Eerste slachtoffer: de traditionele cavalerie; dodelijke infanterie. Ondergrondse bunkers en loopgraven. ‘Over the top’ klimmen. Het thuisfront wist van niets, door de strenge censuur. Gehate stafofficieren. Solidariteit en plichtsbesef. Geen volledige mobilisering van economie en samenleving ten behoeve van de oorlog: men dacht dat die kort zou zijn. Eind 1916 werd Duitsland een militaire dictatuur. Coöperatie met de vakbonden (om stakingen te vermijden) versterkte hun positie. Bevordering van de emancipatie van de vrouw.

Na een jaar of twee krijgt Duitsland last van de Engelse vlootblokkade. De rantsoenering moest voortdurend beschermd worden. Engeland en Frankrijk konden onbeperkt invoeren uit de VS. De voedseldistributie in Rusland schiet tekort; een van de belangrijkste oorzaken van de Russische Revolutie.

Duitse oorlogsdoelen, het September Programm: Frankrijk blijvend verzwakken. In het voorjaar van 1915 zou een compromisvrede verstandig geweest zijn. Maar de strijdende partijen wilden de enorme offers laten renderen. De allianties vonden de wederzijdse minimumeisen volkomen onacceptabel. Territoriale ambitie deden Japan en Italië de kant van de geallieerden kiezen. Beide partijen zochten naar bondgenoten. Duitsers competenter; Fransen minder geïnteresseerde in technische kwesties. Duits gifgas, maar te weinig maskers en wispelturige wind. Duitse Fokkers. Duitse zeppelins. Duitse gotha-bommenwerper. Duitse stormtroepen. De tank was een vernieuwende vinding van de Fransen en de Engelsen, onafhankelijk van elkaar. Aan het eind van de Eerste Wereldoorlog ontdekte men al dat een combinatie van tanks en vliegtuigen een tot dan toe ongekende aanvalskracht opleverde. Nauwelijks gebruik gemaakt van slagschepen. Duitse onderzeeboten, maar te weinig. Een onbeperkte onderzeebootoorlog zou voor de Amerikanen een casus belli zijn. Op 6 april 1917 verklaart Woodrow Wilson de oorlog aan Duitsland. Engeland en Frankrijk overleefden de onderzeebootcrisis.

Van de euforie was eind 1915 niets meer over. Enorme verliezen en minimale terreinwinst. Duitsers in de aanval bij de Slag bij Verdun in 1916. Fransen en Engelsen in de aanval bij de Somme in hetzelfde jaar. Rampjaar 1917. Russische Revolutie: gevechtskracht van het leger tot nul gereduceerd. Lenin en de bolsjewieken grepen de macht die de oorlog als een nutteloze strijd beschouwden. Een revolutie in Europa (Duitsland) bleef uit, zodat ze een draconisch vredeverdrag moesten ondertekenen: Polen, Finland, de Baltische staten en de Oekraïne zouden zelfstandig worden, en de Duitsers kregen daar overwegende invloed. Brest-Litovsk maakte van Duitsland een Weltmacht. Omvangrijke muiterij in het Franse leger. Engels offensief bij Passchendaele. Nederlaag van de Italianen bij Caporetto.

Tijdelijk overwicht voor de Duitsers voor er vanaf het voorjaar van 1918 per maand meer dan 250.000 Amerikaanse soldaten in Europa arriveerden. Aanval in de Engelse sector van het front. Geen beslissende doorbraak. Friedenssturm. Ludendorff verzocht via een nieuwe regering om wapenstilstand. Later kon zo de mythe ontstaan dat de burgerregering leger en natie verraden had. Wilhelm II vertrekt naar Nederland. Karel I, de laatste keizer van Oostenrijk-Hongarije, treedt af. De dubbelmonarchie viel in haar onderdelen uiteen. Ontruiming door het Duitse leger. Acht miljoen soldaten gesneuveld, vijftien miljoen soldaten zwaargewond, vijf miljoen weduwen, negen miljoen wezen, tien miljoen op de vlucht. Virulente griepepidemie.

Vredesconferentie van Versailles in 1919. Beslissingen genomen door Wilson, Lloyd George, Clemenceau en Orlando. Rusland en Duitsland, de in potentie sterkste mogendheden stonden buitenspel en dat was niet verstandig. Republikeinen voelden zich niet gecommiteerd door het verdrag van democraat Wilson. Wilson wou Realpolitiek afschaffen. Lloyd George wou Frankrijk hard aanpakken, Clemenceau Duitsland verzwakken. Orlando kwam de buit ophalen. Duitsland moest het gelag betalen. Nieuwe staat Polen kreeg flink wat grondgebied. Oost-Pruisen geen verbinding met het moederland. Oostenrijk mocht zich niet aansluiten bij Duitsland. De Duitssprekenden in Bohemen kwamen bij Tsjecho-Slowakije terecht. Duitsland verloor koloniën en moest grote herstelbetalingen doen. Italië kreeg minder dan het wou, wat bijdroeg aan de opkomst van het fascisme in Italië. Wilson wou een Volkenbond. Hongarije verloor veel grondgebied, waardoor er grote Hongaarse minderheden terechtkwamen in Tsjecho-Slowakije, Roemenië en Joegoslavië. Het Ottomaanse Rijk verloor alle Arabische gebieden aan de Engelsen en Fransen. De Grieken begeerden met geallieerde toestemming de Turkse westkust, maar de bezetters werden door Kemal Atatürk verdreven.

Duitsland werd vernederd zonder het te beroven van het machtspotentieel. Na Versailles waren er meer minderheden dan ooit. Wilson leed een politieke nederlaag. De VS trok zich terug uit Europa en werd nooit lid van de Volkenbond. De Amerikanen konden de Fransen niets meer garanderen, en ook Engeland voelde zich tot niets meer verplicht. De VS werd isolationatisch en introvert, wat nog versterkt werd door de economische crisis.

Lenins Sovjet-Unie verdween voorlopig van het toneel. De VS verliet Europa en had zijn productiecapaciteit fors uitgebreid. Engeland wou meer afstand houden. Frankrijk was leeggebloed en getraumatiseerd. Duitsland had meer inwoners en een grotere ijzer- en staalproductie. Zonder Rusland was Frankrijk geen partij voor Duitsland. De nieuwe staten (Finland, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjecho-Slowakije, Oostenrijk, Hongarije en Joegoslavië) dienden niet echt als buffer tegen de communisten en waren ook geen bondgenoten van Frankrijk tegen Duitsland. Ze raakten in de zuigkracht van de Duitse economie. Italië was zwak. De Duitse productiecapaciteit was intact gebleven.


ADOLF HITLER

Russische communisten vermoorden twintig miljoen Russen, de Chinese communisten tweemaal zoveel Chinezen. Hitler minimaal vijftig miljoen doden op zijn geweten. Geen halvegare, wel zonderling die altijd onderschat werd. Geen echte vrienden, had niet lief, geen middelbare school afgemaakt, geen bestuurlijke ervaring, geen beroep, hield vreemde tijden aan. Van mislukkeling tot rijkskanselier.

Kennismaking met Duits-nationale en rechts-radicale ideeën in Wenen. Georg Ritter von Schönerer en Karl Lueger. Reis naar München in 1913 een politieke daad? Haffner versus Kershaw. WOI verloste Hitler van een zinloos bestaan. Antibolsjewistische propagandacursussen. Begenadigd speker die massabijeenkomsten op de been bracht voor de Deutsche Arbeiterspartei (DAP), vanaf 1920 NSDAP. Antikapitalistisch, anti-semitisch.

Führer. Fascisme produkt van zeer specifieke historische omstandigheden: ideologie uit de negentiende eeuw plus WOI (nationalisme) plus Russische Revolutie. Solide vechtgemeenschap waarin klassentegenstellingen geëlimineerd werden. Antikapitalisme losgekoppeld van het socialisme: nationaal-socialisme. Hypernationalisme is de voedingsbodem. Veel veteranen met herinnering aan frontheroïek en solidariteit. De fascistische bewegingen waren in zekere zin een poging om de frontomstandigheden aan het thuisfront te doen herleven. Het gaf het leven zin. Absolute leider. Veel te danken aan de angst van de elite en de burgerij voor het communistische revolutiespook. Een dynamisch alternatief voor het liberalisme. Aan de macht geholpen door conservatieve elites die hoopten de bedreigde burgerlijk-kapitalistische orde te herstellen.

Mislukte coup in München in 1923. Leger en politie koos niet voor Hitlers revolutie. Scheef Mein Kampf. Hoefde zijn straf niet volledig uit te zitten. Vulgair darwinistische uitgangspunten: ‘volk’ en ‘ras’. De joden ondermijnden de strijdlust van andere volken door propaganda te maken voor zulke ideeën als internationalisme, democratie en pacifisme. Ze tastten de raszuiverheid aan. Dat Hitler de obsessies uit Mein Kampf echt wilde realiseren, kon niemand vermoeden. NSDAP marginaal tot de economische crisis: Stresemann werkte rustig aan de afbraak van Versailles. Beurskrach. Electorale doorbraak NSDAP. Dure verkiezingstoespraken. De conservatieve elite zag in Hitler een bondgenoot om de democratie van de Weimarrepubliek af te schaffen. De NSDAP werd in de regering opgenopen, op Hitlers voorwaarde dat hij rijkskanselier mocht worden.

Nog eenmaal verkiezingen. Terreurcampagne. Van vrije verkiezingen geen sprake. Het leger liet zich afkopen en onderwerpen. De leiding van de SA werd doodgeschoten (nacht van de lange messen). Hindenburg stierf. Woningbouw en infrastructuur. Binnen de drie jaar was de werkloosheid in Duitsland door dit soort omvangrijke overheidsbestedingen verdwenen. Intentionalistische versus structuralistische opvattingen over het Duitse Rijk. Institutioneel was het Derde Rijk inderdaad een chaos, maar Hitler was de drijvende kracht. Ook wanneer hij zich niet met het beleid bemoeide probeerde iedereen te verwezenlijken wat men dacht dat Hitler had gewenst of bedoeld. Wel bemoeide hij, die zichzelf een militair genie beschouwde, met de oorlogsvoering.

Eerst Entfernung (verwijdering) van de Joden. Sleuteljaar 1941 toen de Duitsers besloten alle Joden de vermoorden. Wanneer en hoe dat besloten is, is niet duidelijk. Moordpartijen in Sovjet-Unie, achter het oostelijke front. Moordsuggesties in de Poolse getto’s van onderaf. Alsof het Duitse overheidsapparaat als gevolg van een jaren indoctrinatie met Hitles antisemitisme instinctief aanvoelde in welke richting naar een oplossing van het ‘Joodse vraagstuk’ gezocht moest worden. De Holocaust is waarschijnlijk het resultaat van een rééks beslissingen.


DE TWEEDE WERELDOORLOG

Het grootste militaire conflict uit de menselijke geschiedenis. Onbetwistbare oorzaak: Hitler, terend op WOI. Na de oorlog verhuisden voormalige Europese grote mogendheden naar het tweede plan. De overwinnaars, de Sovjet-Unie en de vS, hielden elkaar tot in de late jaren tachtig gevangen in een nucleair afschrikkingsevenwicht. Kon Duitsland ooit winnen van een coalitie van de Sovjet-Unie, de VS en Engeland?

Vier deelconflicten. 1. Engeland en Frankrijk tegen Duitsland vanwege Polen. Na de snelle Franse nederlaag vooral een Engels-Duits conflict. Van belang om transatlantische aanvoerlijnen open te houden. Engeland won en werd een militaire satelliet van de VS. 2. Conflict in de Middellandse Zee en Noord-Afrika. Italiaanse ambitie: mare nostrum. 3. Duitsland versus Sovjet-Unie, nadat Duitsland Engeland niet op de knieën kon krijgen. De Sovjets braken de kracht van nazi-Duitsland tussen het najaar van 1941 en de zomer van 1943. 4. VS versus Japan in de Stille Oceaan. Japan meende na WOI niet te hebben gekregen waar het recht op had. Hopeloze machtsongelijkheid.

Voorspel. Volkenbond kleinschalig nuttig werk. Belangrijker waren de verhoudingen tussen Engeland, Frankrijk en Duitsland. Engeland wou machtsevenwicht. Engelsen niet langer bang van Duitsland. Goede verstandhouding Duitsland-Rusland: een deel van de herstelbetalingen omzeild. Bezetting van het Ruhrgebied. Duitsers lenen van de Amerikanen. Verdragen van Locarno (erkenning landsgrenzen). Hitler in 1933 aan de macht. Lidmaatschap Volkenbond opgezegd, verwerpt militaire beperkingen van Versailles, dienstplicht, luchtmacht. Mussolini begint aan de verovering van Abessinië, wat niet naar de zin was van Engeland en Frankrijk. Italië bondgenoot van Duitsland. Engeland op drie fronten (Duitsland, Mid. Z., Japan) bestookt. Spaanse burgeroorlog.

Anschluss Oostenrijk in 1938. Sudeten-Duitsers bij Duitsland. Slowakije wordt Duits satellietstaatje. Engeland en Frankrijk boden Polen garantie voor onafhankelijkheid. Nadat Mussolini Albanië had geanexeerd vergelijkbare garanties voor Roemenië en Griekenland. Er was wel een serieuze militaire tegenstander ter plaatse nodig: de Sovjet-Unie. Molotov-Ribbentrop-pact. Hitler valt Polen binnen. Oorlog. Al improviserend begonnen.

Polen kansloos. Blitzkrieg. Panzer-divisies. Luftwaffe. Aanval dwars door de Ardennen (Hitler en Von Manstein) en Fransen België binnenlokken. Sovjet-Unie boeken zware verliezen in Finland. Het Rode Leger stelde blijkbaar niets voor. In België werkte het plan Von Manstein perfect. Geallieerden van elkaar gescheiden door een Panzer-Korridor. Het noorden en het westen van Frankrijk werden door de Duitsers bezet. Wat overbleef genoot de illusie van onafhankelijkheid in Vichy. Vechtlust en goeie communicatie tussen tanks en duikbommenwerpers. Incompetentie van het Franse leger. Ondoorzichtige commandostructuur.

Duitsers vonden dat ze de oorlog gewonnen hadden en dat de Engelsen dat moesten erkennen. In ruil mochten de Engelsen het imperium behouden. Maar de Engelsen hadden marine nog, zijn luchtmacht en de kern van een leger. Waarom een akkoordje geen optie was, zie p. 90. Operatie Seelöwe: maar daartoe eerst luchtsuperioriteit uitschakelen. Battle of Braitain: geheel met vliegtuigen. Aan elkaar gewaagd. Duitsers hadden geen ervaring en materieel om met risico’s een landing uit te voeren. Engeland won en bleef bruikbaar als operatiebasis voor de VS. Bombardementen op Londen vanop grote hoogte: de Blitz. Hitler moest verder improviseren. Hij begon een nieuwe oorlog.

De geallieerden konden een deel van de codeberichten van de Enigma-machine ontcijferen. Begin 1942 begonnen de Duitsers met een nieuwe code, die de Engelsen pas na tien maanden konden ontcijferen. Strijd om de Atlantische oceaan. Engeland en VS waren de belangrijkste zeemogendheden. Duitsland verwierf met Frankrijk een veel betere operatiebasis voor aanvallen op de Engelse scheepvaart. Maar eind 1941 hadden de Engelsen nog voldoende scheepsruimte. Door de beperkte actieradius van vliegtuigen om duikboten onder water te dwingen ontstond de Atlantic Gap, 600 km waar de U-boten vrij spel hadden.

Engelse obsessie met bommenwerpen sinds WOI. In 1918 was de RAF opgericht. Maar bommenwerpers waren aan beide kanten kwetsbaar. Onmacht leidde tot area bombing: een hele stad met de grond gelijk. Morele problemen verdwenen door de Blitz. Door escortering van de P51 Mustang werden bommenwerpers beter beschermd. De Luftwaffe verloor de slag boven het vaderland. Op D-Day beschikten de geallieerden over een overweldigende meerderheid jagers. Maar waren de bombardementen militair zinvol? Volgens Overy wel.

Oorlog in Afrika. Italië in oorlog met Frankrijk en Engeland. Mussolini wil nieuw Romeins Rijk. Maar van een nederlaag van de Fransen en Engeland en inbezitname van Corsica, Malta, Tunesië, Algerije, een haven aan de Atlantische kust van Marokko en overname van de Engelse positie in Egypte en Soedan kwam niets terecht. Na de terugkeer van Haile Selassi in Addis Addis gaven de Italiaanse troepen zich over. De Rode Zee en de Golf van Aden waren geen oorlogsgebied meer, zodat Amerikaanse schepen de Engelsen via de Indische Oceaan konden bevoorraden. Afrikakorps o.l.v. Rommel in Tripolitanië. Superieure gevechtseenheid. Verjaagt Engelsen tot Egyptische grens. Na nederlaag bij El Alamein trok Rommel zich terug in Tunesië, om nog eenmaal te schitteren. Mussolini’s binnenvallen in Griekenland was ook geen succes door de Engelsen. Ook daar moest hij door Duitsers uit de brand geholpen worden.

Driedelige Operatie Barbarossa: verovering Leningrad, Moskou, en Kiev en de Oekraïene. Om Engeland te intimideren en de VS uit Europa te houden? Lebensraum? Hitler wilde een aanval op meerdere fronten, wou zo veel mogelijk grondstoffen en productiefaciliteiten in handen krijgen. Alle gebied tot aan de Oeral moest Duits worden. 5.700.000 krijgsgevangenen. Sovjet-Unie verloor 25 miljoen burgers en soldaten. Sovjets opgesteld aan de grenzen, geen verdediging in de diepte, incompetente leiding, defensieve posities nog in opbouw. Stalin dacht dat het Molotov-Ribbentrop-pact hem respijt zou geven. Verouderd materieel. Geen reserves. Stalin geloofde ook de geruchten niet. Legergroep Centrum moest pauzeren bij Smolensk. Een deel van de Panzerdivisies moest naar Noord en Zuid. Belegering van Leningrad kost 1 miljoen mensen het leven. Omsingeling bij Kiev. Sneeuw en modder. Geen vordering naar Moskou. Fut eruit. Enorme verliezen, ondanks successen. Vrieskou. Duitsers teruggedreven door Zjoekov.

Pearl Harbor. Japanners vallen Amerikaanse vlootbasis op Hawaii aan. Verrast. Geen beslissende slag. Relatief weinig slachtoffers (zondag), schepen te herstellen, de Yorktown en de Lexington buitengaats. Japanse imperiale dromen naar Engels voorbeeld. Belangrijkste doel Nederlands-Indië. In de zomer van 1941 bezetten de Japanners Frans Indochina. VS, Engeland en Nederlands-Indië voeren een olie- en staalembargo tegen Japan. Ontruiming was voor de Japanners inacceptabel. Oorlog. Expansie naar Malakka, Singapore, Nederlands-Indië, Filippijnen en Birma. Slag in de Koraalzee om Nieuw-Guinea strategische overwinning voor Amerikanen. Slag bij Midway gewonnen door ontcijferde codeberichten.

Hitler dacht na Pearl Harbor dat de Amerikanen vastzaten in de Stille Oceaan. Churchill was dan weer opgetogen over de Amerikaanse deelname. De As-Mogendheden hadden nog steeds het initiatief op dat moment. Van Rossem gelooft niet dat Duitsland en Japan in 1942 nog een reële kans hadden om de oorlog te winnen. Todt en Jodl dachten er ook zo over, maar Hitler hanteerde een alles of niets-ethos. Door het onvermogen van de Duitsers om de Sovjet-Unie uit te schakelen en de oorlogsverklaring van de Amerikanen werd de WOII onvermijdelijk een lange slijtageslag. Duitsland kon die niet winnen.

De geallieerden mobiliseerden hun economie veel beter voor de oorlogseconomie. Hele fabrieken werden naar de Oeral, Kazachstan of Siberië getransporteerd. Met de kleinere staalproductie werden wonderen verricht. Het meeste oorlogstuig was gericht op massafabricage. Thuis in de VS was de oorlog voor de Amerikanen aangenaam. Lonen stegen, alle werklozen konden aan de slag en miljoenen vrouwen werden ingeschakeld in het productieproces. Omschakeling naar oorlogseconomie verbazend snel in één jaar tijd, 1942. In een kleine vier jaar veranderden de VS in een militaire supermacht. Vlotte productie via standaardonderdelen en de lopende band. Ze leverden grote hoeveelheden aan bondgenoten (Roosevelt: het arsenaal van de democratie). Tot 1943 produceerde ook de kleinere Engelse economie meer dan de Duitse. De Russen hadden zichzelf al wel gered zonder de steun van de Amerikanen.

De Duitse capaciteit was niet voldoende voor een totale oorlog tegen Engeland, de Sovjet-Unie en de VS, waar Hitler niet echt op gerekend had. De sterk vergrote capaciteit kwam te laat. Slechte organisatie, corruptie functionarissen, meer geïnteresseerd in kwaliteit dan kwantiteit, bestelling voor steeds weer nieuwere wapens. V1’s en V2’s waren de wapens van de toekomst, maar de Duitsers waren nauwelijks gevorderd met de constructie van een atoombom. Gebrek aan brandstof voor de Messerschmidt. Synthetische benzine was zesmaal zo duur.

Begin 1942 slechts aanval op een front mogelijk in het oosten. De militairen wilden naar Moskou, Hitler wou de zuidoostelijke olievelden van Majkop, Grozny en Bakoe, en wou naar Stalingrad. Olieputten waren in brand gestoken en de installaties opgeblazen. Stadsoorlog lag Duitsers minder. Intussen werden reserves klaargestoomd om de kwetsbare verbindingslijnen te bestoken en een grote omsingelingsbeweging te maken. Paulus mocht van Hitler geen uitbraakpoging doen. Grote nederlaag. Oorzaak: meer materieel, beter vechten, tankkorpsen plus infanteriedivisie werden een tankleger, vechten uit vaderlandsliefde (ook de kerk kreeg alle ruimte).

Geen nieuw offensief mogelijk in 1943 aan het oostelijke front gezien de mogelijkheid van een Amerikaans-Engelse invasie in West-Europa. Wel gigantische tankslag bij Koersk. Meer soldaten, meer tanks, grote doodsverachting bij Russen. Conferentie van Stalin, Roosevelt en Churchill in Teheran. Amerikanen wilden voor honderd procent voor Overlord gaan, en zagen niets in Churchills plannen in de Balkan en de Egeïsche Zee. Stalin ook voor Overlord. Groot offensief tegen Legergroep Centrum van de Sovjets. Opmars naar Polen werd wel halt gehouden.

Niettemin kleinere operaties. Zoals Torch, de landing in Noord-Afrika. Hitler bezet Vichy-Frankrijk. Rommel vertrekt uit Noord-Afrika. Amerikaanse troepen hadden leren vechten en ook de commandostructuur van de geallieerden kon blijkbaar verbeterd worden. Landing in West-Europa niet mogelijk in 1943, al was het maar bij gebrek aan amfibische outillage. Daarom Sicilië volgende doelwit van de geallieerden. Oppositie tegen Mussolini geactiveerd. Maar geen bijdrage aan Duitse Nederlaag.

Overlord. Uitvoering plannen begon februari 1944. Plaats binnen actieradius Zuid-Engelse jagers, stevige stranden, beschut. Bij volle maan en bij daglicht. Geheimhouding, schertsvoorbereidingen. Atlantik Wall nog niet klaar. Meningsverschil over het gebruik van Panzer-divisies tussen Rommel en Von Rundstedt. 6 juni 1944. Voordien hele infrastructuur van Noordwest-Frankrijk gebombardeerd. Groot luchtoverwicht. Alleen op Omaha Beach grote tegenstand. Ruim drie weken later waren er al 850.000 man aan land gebracht. Rommel op vakantie, Von Rundstedt en Hitler sliepen. Aarzeling. Was dit de echte landing? Begin juli was het bruggenhoofd 32 kilometer diep en te klein. Mislukte aanslag op Hitler door Von Stauffenberg. Mislukte aanslag door Esler eerder in 1939.

Omsingeling van de Duitsers in de Falaise Pocket mislukt. Maar wel beslissende nederlaag. Parijs bevrijd door Fransen. Antwerpen door Engelsen. Snelle opmars naar Duitsland stokt. Meeste spullen moesten uit Normandië komen. Kanaalhavens door Duitsers verdedigd. Duitse troepenmacht op haar hoogtepunt. Slag om Arnhem. Ardennenoffensief. Vlotte Amerikaanse mobilisatie. Eisenhower, Montgomery en een enorme troepenmacht aan de Rijn. Ruhrgebied omsingeld. Slechts sporadische tegenstand. Het Rode Leger veroverde de Balkan; Roemenië en Bulgarije liepen over naar de Sovjets. Hitler raakte olievelden bij Ploesti kwijt. Deur stond nu open naar heel Zuidoost-Europa. Hitler installeert fascistische regering in Hongarije die het redelijk lang uithoudt.

Groot offensief richting Berlijn. Zes miljoen Russische soldaten stonden tegenover twee miljoen Duitse soldaten. Wangedrag van de Russen. Berlijn hardnekkig verdedigd. Omvangrijk, waterwegen, fortificaties, goede soldaten. Russische vlag op het Rijksdaggebouw. Hitler pleegt zelfmoord. Jodl en Keitl geven zich onvoorwaardelijk over. Worsteling om Guadalcanal. Gevechten tussen de Solomonseilanden. Japanse hoofdeilanden gebombardeerd, atollenstrategie. Japan deed te weinig om het onderzeebootgevaar te keren. Tarawa. Marshalleilanden. Marianen. MacArthur maakt goede vorderingen in Nieuw-Guinea. Filippijnen. Luzon. Riukiu-eilanden. De landing op Okinawa, geteisterd door kamikazeaanvallen. Enkele reis spaarde benzine. Bijna het gehele Japanse garnizoen vocht zich dood. Bombardementen op Japan: zestig procent van de oppervlakte van zestig procent van de grote Japanse steden. Atoombom op Hiroshima (78.000 doden). Tweede bom op Nagasaki (25.000) doden. Onvoorwaardelijke overgave op het slagschip de Missouri. Keizer mag blijven.

Hitler was tot op zekere hoogte een ideologisch gedreven, planmatig politicus. Zijn plannen – een nieuwe oorlog winnen, Lebensraum, verwijdering van de Joden uit Europa – vaag en sterk beïnvloed door de omstandigheden. De grote Europese oorlog (Engeland en Frankrijk) kwam voor Duitsland te vroeg. Frankrijks snelle nederlaag leek Hitlers gelijk te bevestigen. Een serieuze aanval op Engeland was nooit het idee. Al vóór Barbarossa had Hitler de risico’s hoog doen oplopen. Hitler schatte de militaire macht van Rusland verkeerd in. Van Rossem: “De Tweede Wereldoorlog was het werk van een borreltafelstrateeg, die ongelukkigerwijze beschikte over het beste leger ter wereld. Duitsland is zo ver gekomen omdat Hitler een opportunistische gokker met megalomane plannen was. Duitsland heeft verloren omdat Hitler een opportunistische gokker met megalomane plannen was.”


DE KOUDE OORLOG

De Koude Oorlog (term van Walter Lippmann) was het strategische (vanaf WOII) en ideologische (vanaf 1917) conflict tussen de VS en de Sovjet-Unie, bepalend voor de politieke en militaire geschiedenis van de tweede helft van de twintigste eeuw. Na WOII was Europese statensysteem bezweken, na twee pogingen tot Duitse hegemonie. Na nederlagen van Duitsland en Japan machtsvacuüm. Snelle aftakeling koloniale rijken van Engeland, Frankrijk en Nederland. Nieuwe orde was nodig, bepaald door de overwinnaars – een stabieliere confrontatie tussen de beide supermogendheden.

IJzeren Gordijn cf. militaire demarcatielijn van 1945. Twee invloedssferen. Eigenlijk één supermogendheid, VS: verdubbelen bruto nationaal product, ‘slechts’ 418.500 man verloren tijdens oorlog. Niet gevochten op Amerikaans grondgebied. Bezetting van deel van Duitsland en geheel Japan. Atoombom. Langeafstandsbommenwerpers. Op de Euraziatische landmassa: sterke positie van Sovjet-Unie. Rode Leger had Wehrmacht verslagen. Bezetting van Oost- en Centraal-Europa en de Balkan. Grote verliezen, minimaal 23.600.000. Feitelijk lag het land ten weste van de lijn Leningrad-Moskou-Stalingrad in puin. Beperkte verliezen voor Engeland, maar financieel-economisch afhankelijk van VS. Militaire presentie ten oosten van Suez. Duitsland: morele zelfmoord. 7.500.000 mensen verloren. Zwaar gebombardeerd. Bezet door Sovjet-Unie, VS, Engeland en Frankrijk. Duitsland speelde een hoofdrol in de Koude Oorlog, als lijdend voorwerp. Japan verwoest, 2.600.000 doden, bezet door Amerika. Frankrijk kansloze nederlaag tijdens WOII, collaboratie. Amerikaans-Engelse illusie dat Frankrijk de stabiliserende factor in West-Europa zou kunnen zijn.

Plannen en percepties. Superieure Amerikanen en expansief begrip van hun nationale veiligheid. Vroeger niet in de Volkenbond, nu wel in de VN met vetorecht. VN binnen het raamwerk van een nieuwe, liberale economische wereldorde: Bretton Woods. Internationaal Monetair Fonds. Wereldbank. Trauma van Pearl Harbor: overzeese bases voor defensie in de diepte. Sovjet-Unie geïnteresseerd in veiligheid. Stalin alleenheerser, voorzichtige opportunist en realist, zich bewust van de beperkingen door de verliezen. Rusland in een kwart eeuw tweemaal door Duitsland aangevallen met rampzalige resultaten. Duitsland moest blijvend verzwakt worden, met Oost- en Centraal-Europa als buffer. Door dwang, want geen Sovjet-minded elite in die landen. Legitieme eisen niet in overeenstemming met elkaar te brengen. Wederzijdse achterdocht. Defensieve maatregelen werden voor offensieve aangezien.

De conferentie van Jalta (Churchill, Roosevelt, Stalin): herstelbetalingen voor Rusland, greep van Stalin op Poolse regering. Dood Roosevelt. Opgevolgd door Truman, een simpele nationalist. Einde Lend-Lease-hulp aan Engeland en Sovjet-Unie. Conferentie van Potsdam (Attlee, Truman, Stalin): ontwapening, denazificatie, democratisering en dekartellisering van Duitsland. Atoombommen. Stalin wil ook een bom, om niet eeuwig chantabel te moeten zijn. Amerikanen toegeeflijk over de niet-democratische situatie in Roemenië en Bulgarije. Russen beetje bang voor de Finnen. Demobilisering Rode Leger, van twaalf naar drie miljoen man. Ideologische redevoering Stalin: overwinning van het communisme. Long Telegram van George Kennan: Sovjet-Unie moest worden beschouwd als een onverzoenlijke vijand. Vooroordelen bevestigd door geleerde generalisaties over het Russische volkskarakter en het marxisme-leninisme. In een jaar was de Sovjet-Unie de nieuwe vijand geworden. Redevoering van Churchill.

Russische troepen vertrekken alsnog uit Iran. Onrealistisch voorstel van Stalin aan Turkse regering om samen met de Turken een vlootbasis aan de Daranellen te beheren, die een vrije doorvaart voor Russische oorlogsschepen zou garanderen. Paniek bij Amerikanen: Turkije kon in Russische handen vallen. Russen houden zich afzijdig bij Griekse burgeroorlog van de communisten tegen het door Engelsen gesteunde conservatieve bewind. Duitse economische malaise. Ongegronde angst van de Amerikanen dat Duitsers voor het communisme zouden kiezen. Bestraffing van Duitsland niet langer aan de orde. Amerika gericht op Duits economisch herstel, terwijl de Sovjet-Unie Duitsland blijvend wou verzwakken (herstelbetalingen). Nog één dissenter: Henry Wallace.

Zeer strenge winter van 1946-1947. Duitse honger op grote schaal. Engelse noodkreet; VS vindt dat het zijn verantwoordelijkheid moet nemen in Griekenland (en bijgevolg Turkije en Perzië). Het dominoparadigma. Truman Doctrine in 1947: ideologische oorlogsverklaring aan Sovjet-Unie, vrijheid versus onderdrukking. Doordat Duitsland niet herstelde, ook rest van West-Europa instabiel. Grote communistische partijen in Frankrijk en Italië. West-Europa, inclusief de westelijke bezettingszones in Duitsland en Japan moesten geïntegreerd worden in een door de Amerikanen gedomineerde liberale wereldeconomie: Marshall Plan, financiële hulp. Containment-politiek. National Security Act: ministerie van Defensie, National Security Council, Central Intelligence Agency. Oprichting Kominform: toezicht op de handhaving van de ideologische orthodoxie in communistische kring.

Fransen bang voor een oplevend Duitsland. Verdrag van Duinkerken. Pact van Brussel. Communistische coup in Praag. Verenigde Staten, Canada en de leden van het Pact van Brussel onderhandelen over de NAVO. Vorming van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) in 1949, een feel good alliance, weinig militair. Blokkade van Berlijn door de Russen. Luchtbrug door de Amerikanen. Invoering van de D-mark. Adenauer eerste bondskanselier van West-Duitsland. Oost-Duitsland komt tot stand. Vlotte splitsing, maar in Berlijn zat een gat in het IJzeren Gordijn. Het Joegoslavië van Tito uit Kominform gegooid.

1949. Russen brengen eerste plutoniumbom tot ontploffing, hoewel het nog meer dan anderhalf decennium zou duren voordat Russen nucleaire pariteit met de Amerikanen zouden bereiken. Mao proclameert Chinese Volksrepubliek. De Nationalisten van Chiang Kai-shek vluchten naar Taiwan. Verdrag tussen Russen en Chinezen over wederzijdse assisentie bij agressie. Policy Planning Staff geeft opdracht tot herwaardering van de doelstelling van de Amerikaanse buitenlands politiek. Opdracht waterstofbom. NSC68 van alarmist Paul Nitze: Sovjet-Unie binnen vier, vijf jaar in staat tot nucleaire verrassingsaanval op VS. Militaire uitgaven moesten fors worden opgedreven.

Heksenjacht op communisten van Joe McCarthy. Noord-Korea valt in 1950 Zuid-Korea aan, met Russische steun hoewel niet hun idee. ‘Stalins eerste stap naar wereldoverheersing’. Koreaanse Oorlog zou Nitzes wensen vervullen. Installatie Kim Il Sung. Mao en Stalin geschokt door snelle Amerikaanse interventie; strijd tegen Kim werd operatie van de VN. McArthur maakt goede vorderingen in Noord-Korea. Chinese interventie. McArthur wil Chinese achterland bombarderen. Noodscenario achter de hand met nucleaire wapens. De ‘vergeten’ Koreaanse oorlog heeft de Koude Oorlog gemilitariseerd; de bewapeningswedloop was begonnen, die enorme economische stimulans betekende, in Japan en West-Europa. Angst dat Japan communistisch zou worden. Verdrag met Japan.

Amerikanen vonden ook dat de Navo versterkt moest worden, tot een militair bondgenootschap. Voorstel tot herbewapening Bondsrepubliek. Tegen de zin van de Fransen: voorstel tot supranationaal leger. Schumanplan. Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Van Rossem: “De Europese supranationale instituties zijn te beschouwen als een wonderlijke combinatie van de Franse doodsangst voor een gerevitaliseerd, zelfstandig opererend Duitsland, en het onverbiddelijke Amerikaanse voornemen om de economische en militaire kracht van Duitsland te herstellen in het kader van hun anticommunistische kruistocht. Verdrag van Parijs, Europese Defensie Gemeenschap. Niet naar de zin van Stalin; Stalin Notes: Duitsland moest herenigd, gedemilitariseerd en geneutraliseerd worden. Gemiste kans? Uiteindelijk Duitsland niet herbewapend, maar gewoon bewapend lid van de NAVO, zonder de poespas van een supranationaal Europees leger.

Eisenhower in 1952 verkozen, gematigd en voorzichtig man. Stalin dood in 1953. Blijkbaar niet de totaal verantwoordelijke bad guy, aangezien de Koude Oorlog gewoon doorging. Wel pragmatischer beleid in Moskou. Wapenstilstand in Panmujeom. Nieuwe defensiepolitiek van Eisenhower: New Look. Bestond uit massive retaliation (naar eigen inzicht nucleair reageren), een beleid van alles tot niets, geen gefaseerd antwoord, absurde toename van het aantal kernwapens. Angst door bomber gap en missile gap. Lancering Spoetnik in 1957, eerste menselijke kunstmaan, maar dus ook via forse draagraket. Gaither Rapport verontrust Eisenhower niet, vanwege de geheime werkzaamheden van de U2. Stalin opgevolgd door de pragmatische Beria (vermoord), Malenkov (terzijde geschoven) en de niet-pragmatische Chroesjtsjov. Wel vond hij vreedzame coëxistentie met het Westen noodzakelijk. Neutralisering van Oostenrijk. Op de toetreding van de Bondsrepubliek tot de Navo reageerde de Sovjet-Unie met het Warschaupact. DDR soevereine staat. Wirtschaftswunder in de BRD oorzaak van de blijvende instabiliteit in de DDR: demografische aderlating.

Koude Oorlog ook in de periferie. Duitsland en Japan belangrijk, maar ook de markten en grondstoffen van de periferie van de industriële wereld in het Midden-Oosten, Zuidoost-Azië en het Verre Oosten. Na desintegratie van de kolonies van Engeland en Frankrijk sterke leftward drift, gezien als een wereldomspannende samenzwering van Moskou. Sjah in Iran na coup, georganiseerd door de CIA. Idem dito in Guatemala. In Egypte nationaliseert Nasser het Suezkanaal na het vertrek van de Britse troepen. Engelsen en Fransen benaderen Israël voor een gezamenlijk militair optreden. Veroordeeld door Eisenhower, en mislukt. Pact van Bagdad. Eisenhower Doctrine: stabiliteit in het Midden-Oosten was een vital American interest: toestemming om geweld te mogen gebruiken.

Mao zei openlijk tot Chroesjtsjovs afgrijzen dat twee communistische reuzenstaten de VS de baas konden. In 1958 Grote Sprong Voorwaarts: radicalisering van de landbouwcollectivatie (gevolg: massale hongersnood). Russen zagen niets in zijn plan; verslechtering relaties tussen de twee, door de Amerikanen ontkend. Gevaarlijke crisis over de eilandjes voor de Chinese kust.

Communist Ho Tsji Minh verklaart Vietnam tot zelfstandige staat, erkend door China en Sovjet-Unie. Fransen keren terug met Engelse en Amerikaanse steun om dit deel van Indochina te herstellen. Amerikaanse steun onvoldoende; Franse nederlaag. Engelsen voelen niets voor interventie en ook de Amerikanen zullen nog decennium wachten. Capitulatie in 1954. Amerikanen willen Zuid-Korea wel als westers bolwerk. Vorming van de South East Asian Treaty Organisation (SEATO). Australia-New Zealand-US Pact (ANZUS).

Chroesjtsjov uit kritiek op Stalin in 1956. Door persoonsverheerlijking revolutionaire idealen op achtergrond. Opheffing Kominform. Verzoening met Tito. Destalinisering veroorzaakt grote politieke problemen in Polen en Hongarije. Gomulka partijleider in Polen. Rode Leger valt Boedapest binnen. Hongaarse opstand maakt duidelijk dat de Republikeinse propaganda over een rollback van het communisme nergens was op gebaseerd. Gebrek aan krachtige westerse reactie op neerslaan van volksopstand in Hongarije duidt op stabiele Europese tweedeling.

De jaren 1958-1962 wellicht de gevaarlijkste van de Koude Oorlog. Agressieve bluf van Chroesjtsjov, die blijkbaar een voorbeeld nam aan de New Look-strategie van de Amerikanen. Wil vredesverdrag met Duitsland. Westerse bezetters van Berlijn voelden daar niets voor. Mislukte conferentie in Parijs (Gary Powers). Inauguratie van Kennedy, door Chroesjtsjov beschouwd als speelbal van kapitalisten en militairen. Kennedy vond New Look (en Eisenhowers massive deterrence) te weinig flexibel. Militaire installaties bombarderen in plaats van steden kon echter niet vanwege te weinig precisie in de wapens. Terug naar het afschrikkingsmodel. Van belang was ook second strike capability: B52’s, ICBM’s en Polaris-onderzeeërs.

Ook nieuwe strategie in Cuba. Castro en Guevara verjagen Batista. Radicaal maar niet communistisch. Exportembargo van Cubaanse suiker. Russen nieuwe afnemers; rebellen bewonderd door Chroesjtsjov die revoluties in de Derde Wereld wou steunen. Amerikanen moeten tegen de maatschappelijke misstanden reageren door nation building. Alliance for Progress voor Latijns-Amerika. Plan met Cubaanse bannelingen in de Varkensbaai mislukt; Cubaanse leger blijft trouw aan Castro.

Kennedy verzekerde dat er niets aan de status van Berlijn zou veranderen. Verdere leegloop van DDR. Ulbricht ten einde raad. In 1961 wordt Oost-Berlijn hermetisch afgesloten van West-Berlijn. Schok voor Chroesjtsjov: een communistisch regime dat zijn burgers met prikkeldraad binnen boord moest houden. Tot verontwaardiging van Willy Brandt doen de Amerikanen niets. Symbolische confrontatie bij Checkpoint Charly.

Cuba-crisis, door vele beschouwd als het gevaarlijkste moment van de Koude Oorlog. U2 fotografeert Russische lanceerinstallaties voor raketten voor de middenlange afstand. Chroesjtsjov wou herstel nucleair afschrikkingsevenwicht en Castro beschermen tegen de Amerikaanse pogingen hem te elimineren. Tweede brief van Chroesjtsjov: bereid raketten terug te trekken als Amerikanen nooit invasie zouden doen in Cuba. Kennedy en Chroesjtsjov hadden meer met elkaar gemeen dan hun hardere adviseurs. Geen van beiden was bereid de zaken op de spits te drijven. Installering hotline tussen Witte Huis en Kremlin.

Zuid-Vietnam westers bolwerk. Amerikanen helpen Ngo Dinh Diem aan de macht, die een repressief beleid voerde en geen sociaal-economische hervorming doorvoerde. De communisten in het zuiden richten een Nationaal Bevrijdingsfront op, de Vietcong. Kennedy vermoord in Dallas. Lyndon Johnson zet het beleid voort. Misleiding van de Amerikaanse burgers inzake de interventie in Vietnam. Golf van Tonkin Resolutie: machtiging om alles te doen in het belang van Zuid-Vietnam. Operatie Rolling Thunder: permanente bombardementen op Noord-Vietnam. Noord-Vietnam kreeg omvangrijke steun van de Sovjet-Unie en China. Tet-offensief maakte duidelijk dat de Amerikanen geen effectieve antiguerillacampagne had weten te ontwikkelen. Plattelandsbevolking grotendeels op hand van de Vietcong. Conflict zou nog vijf jaar duren en kostte de levens van drie miljoen Vietnamezen, Laotianen en Cambodjanen, en 58.000 Amerikanen. Amerikaanse betekenen stimulans voor Japan, Zuid-Korea en Taiwan. Oorlog inflattoir gefinancierd, loskoppeling dollar van goud, de valutamarkten zouden voortaan bepalen wat de dollar waard was. Einde systeem Bretton Woods.

Détente-politiek na Cuba-crisis: meer maatregelen om kernoorlog te vermijden. Door de Vietnam-interventie verloren de Amerikanen deel van dominante positie. De Gaulle stapt uit de commandostructuur van de NAVO; hoofdkwartier van Parijs naar Brussel. Ontwikkeling van Frans afschrikkingsmiddel: Force de Frappe. Begin met normalisering betrekkingen BRD-DDR. In 1964 Chinese atoombom. Paar jaar later eerste intercontinentale raket en waterstofbom. Spanningen tussen Rusland en China. Aan het eind van decennium had de Sovjet-Unie nucleaire pariteit met Amerika bereikt: onder alle omstandigheden in staat tot een second strike. Afschrikkingsevenwicht. ABM-systeem rond Moskou en Amerika. Vanaf 1967 werken Amerikanen aan MIRV-raketten. 1968: non-proliferatieverdrag dat andere landen verbood nucleaire wapens te ontwikkelen.

Nixon kondigt era of negotiation aan. Amerikaanse militaire superioriteit van 1945-1965 definitief verloren. Verlies aan prestige, ook door Vietnam. Nixon en Kissinger willen van VS opnieuw dominante macht maken via Realpolitik en het reduceren van ideologische motieven. Binnen strikte spelregels kon de Sovjet-Unie mee verantwoordelijk blijven voor de bestaande wereldorde. Ook de Russen willen onderhandelen maar aanvaarden geen maatschappelijk status quo in de wereld. Onderhandelingen over beperkingen van strategische wapens (SALT, Strategic Arms Limitation Talks). Duitsland ratificeert non-proliferatieverdrag. Kissinger in het geheim naar China. ABM-verdrag tussen Amerika en Sovjet-Unie: door de beperking van verdedigingssystemen werd de wederzijdse afschrikking gegarandeerd: mutually assured destruction. Geen afspraken rond MIRV’s. Ook Sovjet-Unie begon met een MIRV-systeem.

Brandt begint in 1969 met zijn Ostpolitik. Verdragen met de Sovjet-Unie en Polen. DDR profiteert economisch. Status quo over Berlijn officieel bevestigd. Spanningen verleden tijd. Final Act in 1975 in Helsinki: 1. de grenzen onaantastbaar, 2. socio-economische samenwerking, 3. de Europese grenzen gerelateerd aan de mensenrechten. De inhoud van het derde ‘mandje’ bleek veel later een manifest voor dissidenten in Oost-Europa. De Sovjet-Unie voorzag dit niet; de bevestiging van hun dominantie in Oost-Europa stelde hen gerust.

In 1973 op Jim Kipoer vielen de Egytpenaren (Sadat) en de Syriërs Israël aan. Amerika leverde aan Israel, de Russen (Brezjnev) aan de tegenpartij. Wapenstilstand. Bij de eerste de beste crisis was er weinig van de détentebeginselen in huis gekomen. Jom-Kipoer-oorlog leidde tot een sterke prijsverhoging van de olie door de OPEC-landen. Voor Sovjet-Unie een buitenkansje. Angola. Anjerrevolutie in Portugal. Nixon en Kissinger jaagden nog vier jaar op een fata morgana in Vietnam. Offensief van Noord-Vietnam en de Vietcong in 1975. Omsingeling Saigon. War Powers Act beperkt bevoegdheden van president (Ford). Rode Khmer triomfeert in Cambodja, Pathet Lao in Laos. Na dertig jaar oorlogsvoering was geheel Indochina ‘verloren’.

Het Committee on the Present Danger keert zich tegen de détente en tegen SALT II: Paul Nitze denkt dat de Russen zwaardere raketten bouwen. Andere leden weigerden te leven met pariteit. Ford verliest van de democratische outsider Carter, die afstand wil nemen van de Realpolitiek van Kissinger en idealen voorstand – belangrijk voor de zelfperceptie van de Amerikanen. Meer aandacht naar Derde Wereld en mensenrechten. Steunbetuiging aan Charta 77. Moeizame vorderingen van de SALT-besprekingen door eigengereide Carter. Amerikaanse irritatie over de Sovjetinterventie in de Hoorn van Afrika. Hervattingen diplomatieke relaties tussen VS en China (Brzezinski en Deng Xiaping). Erkenning van China door Amerikanen. Carters verwezenlijkingen: Panama krijgt soevereiniteit over het Panamakanaal; vrede tussen Egypte (Sadat) en Israël (Menachem Begin).

1979. Khomeini terug in Iran. Bezetting Amerikaanse ambassade in Teheran. Verlies van een van de belangrijkste strategische partners in het Midden-Oosten. VS is de Grote Satan vanwege de jarenlange onderdrukking door de sjah. Onrust over Amerikaans strategisch arsenaal in Europa. Invasie van de Sovjet-Unie in Afghanistan na uitschakeling marxistische bewindvoerder daar. Een guerilla begon die de Russen nooit onder controle kregen. (Ontruiming van Afghanistan in 1988 onder Gorbatsjov.) Carter in paniek; stel dat de Russen ook Iran moeten bezetten. Gedaan met détente. Carter Doctrine: elke poging tot controle over de Perzische Golf schaadt Amerikaanse belangen. Slecht uitgevoerde détente-politiek door wantrouwen. Détente vijzelde zelfvertrouwen Russen op, die daardoor actief werden in de Derde Wereld in de jaren zeventig. Hoge olierprijzen (inkomsten) zwengelde de interventielust van het politbureau aan, in plaats van de investeren in herstructureringen.

Verkiezingspubliek wil in 1980 dat het Amerikaanse aanzien hersteld wordt. Nieuwe Koude Oorlog onder Reagan. Hij wist niets over de buitenwereld. Agressieve retoriek maar terughoudend in daden. Brezjnev opgevolgd door Andropov, opgevolgd door Tsjernenko, opgevolgd door veelbelovende protegé van Andropov, Gorbatsjov. Reagan en het Comittee on the Present Danger overtuigd dat VS militair achterop waren geraakt, hoewel in werkelijkheid SALT II geen gevaar betekende voor de Amerikaanse veiligheid. Uitgaven voor defensie fors verhoogd. Reagans Strategic Defense Initiative (SDI) (bedoeld om nucleaire wapens overbodig te maken) strijdig met ABM-verdrag van 1972 en afgekeurd door specialisten, ook aan Russische zijde.

Reagan Doctrine: subsidiëren en bewapenen van anti-communistische verzetsbewegingen in de Derde Wereld. Zoals de Contras, of Freedom Fighters zoals Reagan ze noemde, in Nicaragua (tegen de sandinisten): Amerikanen leverden in het geheim wapens aan het Iraanse regime, de betaling werd doorgesluisd naar de Contra’s. Schandaal kwam aan het licht. Ook hulp aan de moejahedien in Afghanistan (waarmee ze hun eigen vijanden financierden), het verzet tegen het Ethiopische regime, UNITA in Angola. Invasie op het Caraïbische eiland Grenada.

Onderhandelingen over de beperking van de Intermediate Nuclear Forces (INF). Strategic Arms Reduction Talks (START). ‘Solidariteit’ in Polen verboden; wellicht werd zo een Russische invasie vermeden. Reagan strafte Polen met handelsbeperkingen. Gaspijpleidingcrisis. Reagans confrontatiepolitiek electoraal zijn zwakste punt. Bezoek aan Peking. Russen schieten een Koreaans lijntoestel neer dat ze aanzagen voor een Amerikaans spionagetoestel. Grootscheepse oefening van de NAVO in 1983: Able Archer. Uitvoering van het NAVO-dubbelbesluit begonnen: het besluit van de NAVO (1979) om 572 Amerikaanse middellangeafstandsraketten (kruisvluchtwapens en Pershing II-raketten) met een enkelvoudige kernlading in Europa te plaatsen, als reactie op de stationering van SS-20-raketten door de Sovjet-Unie.

In 1984, een verkiezingsjaar, doet Reagan afstand van de confrontatiepolitiek. Pragmatische neo-détente. Wantrouwen blijft. Microfoon-incident. Ontmoeting met Gromyko in het Witte Huis, en tussen Schultz en Gromyko in Genève. Tsjernenko opgevolgd door Gorbatsjov. Cruciaal: diens hervormingsbeleid zou in ruim zes jaar een eind maken aan de Koude Oorlog én de Sovjet-Unie. Twintig jaar jonger dan de bejaarden van het politbureau. Gelovige communist maar een die het Westen goed kende, bezorgd over de stagnatie van Sovjetsysteem. Glasnost (openheid, institutionele transparantie) en perestrojka (herstructurering, in het bijzonder van de economie). Het idee van de common European home. Reagan nam zijn radicale aanpak serieus; Gorbatsjov deed alle concessies. Rede van Gorbatsjov in 1986: interne hervormingen boven interventies en ondersteuning elders; mondiale interdependentie.

Reagan Doctrine. Stilzwijgen over ontploffing van de kernreactor van Tsjernobyl, in de Oekraïene. Arrestaties van Zacharov en Daniloff. Grote Afruil van Reykjavik liep stuk op het SDI van Reagan: de kans om echt bestaande kernwapens af te schaffen werd prijsgegeven ten behoeve van een systeem dat helemaal niet bestond. Wapenschandaal Iran. Gorbatsjov maant aan op hervormingen in communistische landen en is niet langer bereid hen met geweld in het zadel te houden. De Brezjnev Doctrine is dood. Sacharov uit verbanning. Topconferentie in Washington in 1987: INF-verdrag getekend. Over een periode van drie jaar zouden alle INF- en korteafstandswapens worden vernietigd die een snelle escalatie naar het gebruik van kernwapens toelieten. Gorbatsjov Man of the Year. Gorbatsjov wilde de hele gereguleerde competitie (détente) beëindigen door een deïdeologisering van het conflict. Democratische herstructurering van de Sovjet-partijtop. Naïef, maar ook bij de snelle desintegratie van de Sovjet-Unie gebruikte hij geen geweld. Beëindiging van de Russische interventie in Afghanistan. Troepenreducties in Oost-Europa en het westelijk deel van de Sovjet-Unie.

Bush was een pragmatische vertegenwoordiger van het status-quo van de Koude Oorlog, zonder visie. Policy review, afwachtende houding. Solidariteit gelegaliseerd in Polen en indrukwekkende verkiezingsoverwinning. Meerdere partijen in Hongarie; de communisten vormen zich om tot sociaal-democraten. Terugtrekking Rode Leger. Opruiming IJzeren Gordijn. Gorbatsjov kritisch over DDR. Honecker vervangen door Krenz. Demonstraties houden aan. Krenz opent grenzen. Grenswachten niet met bereid met geweld op te treden. Afbraak van de Muur in 1989. Val van de Muur bevordert transformatieproces in Tsjecho-Slowakije. Havel president. Volkopstand in Boekarest. Ceausescu geëxecuteerd. Alleen Joegoslavië en Albanië waren de dans ontsprongen. Bloedige burgeroorlog in Joegoslavie. Vrije verkiezingen ten slotte in Albanië.

Sovjet-Unie heeft veel last gehad van het door hen gesubsidieerde Oost-Europa. Invasie van de NAVO was geen waarschijnlijk scenario. Gorbatsjov wist niet dat de communistische leiders hun legitimiteit niet met hervormingen zouden kunnen herverkrijgen. Maar de landen van het voormalige cordon sanitair zochten hun heil bij de Europese Gemeenschap en de NAVO. Over de aanpak van de economische situatie had Gorbatsjov geen idee. (In 1979 was China al begonnen met goed doordachte en gedoseerde economische veranderingen. Chinese variant van de glasnost onderdrukt in het democratische gloriejaar 1989 genadeloos onderdrukt op het Plein van de Hemelse Vrede.)

Revoluties drongen traag door in de VS. Bush verontrust over instabiliteit en desintegratie. Gorbatsjov boos over Amerikaanse interventies. Bush milder onder druk van de publieke opinie. Gorbatsjov en Bush verklaren in Malta de Koude Oorlog voorbij. Kohl in Moskou in 1990: principeakkoord over de Duitse hereniging. Gorbatsojv en West-Europa bezorgd over die hereniging en het veiligheidsrisico. Financieel offer aan Sovjet-Unie, afzien van terrotoriale claims (vooral Polen), beperking strijdkrachten, geen massavernietigingswapens. DDR opgeslokt door de Bondsrepubliek. De hoofdoorzaak van de Koude Oorlog was weggenomen.

Gorbatsjov had graag gezien dat de betekenis van de NAVO zou verminderen. Alle leden van het Warschaupact en de drie Baltische republieken werden lid van de NAVO. Voor de voormalige Sovjet-onderdelen was ook de NAVO een garantie van de toekomst. Poetins dictatoriale regime een gevolg van de uitsluiting van de Russische Federatie uit Europa’s institutionele structuren? CFE-verdrag tussen NAVO en Warschaupact: einde conventionele superioriteit van het Rode Leger. Irak bezet Koeweit in 1990. Test. Sovjet-Unie stemde in ieder geval voor de VN-resolutie. Overeenkomst over strafmaatregelen tegen Sadam. Bush: ‘Nieuwe Wereldorde’.

Baltisch zelfstandigheidsstreven. Gorbatsjov conservatiever. Jeltsin wint verkiezingen voor het presidentsschap van de Russische republiek. Democratisch mandaat versus aangestelde Gorbatsjov. Beroerde economische situatie. Amerikanen weigeren Gorbatsjov te helpen. Mislukte coup. Gorbatsjov gelooft nog in vernieuwing maar moet aftreden. Akkoord van Jeltsin met Wit-Rusland en de Oekraïne om de Sovjet-Unie op te doeken. GOS.

Het einde van de Koude Oorlog door VS gezien als een ideologische en militaire overwinning. De democratie in combinatie met de vrijemarkteconomie had zich veruit superieur getoond aan de dictatoriale planeconomie. (Sovjet-Unie had wellicht nog bestaan als het zijn burgers had kunnen verzien in een gestadige stroom van consumptiegoederen.) Amerika had geen reden voor zelfonderzoek. Een analyse van overreactie en verkeerde inschattingen bleef uit. Op 11 september 2001 verscheen een nieuwe vijand aan de horizon en manifesteerden de oude psychische mechanismen zich in volle glorie. Gevaren schromelijk overdreven; regering deed alles om paniek zo groot mogelijk te maken. Prestigeverlies van VS ook verlies voor de wereld, die een hegemoniale natie zou kunnen gebruiken. Hervormingen in Rusland geen succes. Opnieuw elite, steunend op dure olie, mediamanipulatie en neonationalistische confrontatiepolitiek. Aan repressie in Rusland en nucleaire dreiging wel een eind gekomen.


EPILOOG

Bevolkingsexplosie en technologische en economische ontwikkeling wellicht belangrijker dan de drie oorlogen. Levensomstandigheden van de homo sapiens sterk verbeterd, vooral dankzij medische en agrarische technologie. Tweehonderd miljoen oorlogsslachtoffers versus vier miljard mensen erbij. Sterke economische groei, wel groeipatroon ongelijkmatig door die oorlogen. Eerste Wereldoorlog ramp voor het systeem rond de Gouden Standaard met als centrum Londen. Proces van economische mondialisering afgebroken door nationalisering van de economie. Na WOII Gouden Jaren tussen de late jaren veertig en de vroege jaren zeventig. Hoofdoorzaak: creatie door de VS van een nieuw mondiaal economisch systeem gefundeerd op de dollar. Japan en Duitsland kregen alle ruimte om te participeren.

In de loop van de jaren zeventig en het begin van de jaren tachtig: zekere deïndustrialisering in het Westen. Elders in de wereld ontstonden nieuwe productiecentra. Nieuwe fase van mondialisering. Internationale financiële verkeer geliberaliseerd. Vanaf 1979 begon ook China in deze ontwikkeling te participeren. Sovjet-Unie-economie aangepast aan de sterk dalende olieprijs; veel geld geleend in de jaren zeventig in het Westen. VS heeft maar ten dele greep op het systeem.

____

dinsdag 28 september 2010

De verbouwing - Jean-Paul Dubois

Cirkelzaag, vlakschuurmachine, betonmolen, pijpsleutel, oogjestang: de charme van dit boekje zit voor mij nog het meest in alle vaktaal. Voor de rest is De verbouwing de voorspelbaarheid zelve. Jean-Paul Dubois, die omwille van betere boeken weleens gelinkt wordt aan John Updike en Philip Roth, laat zijn hoofdpersoon erfgenaam worden van een huis dat opgeknapt moet worden. Dus krijgen we een pleiade van onbekwame stielmannen te verstouwen.

Ze slaan spijkers krom, zagen planken scheef door, laten schroeiplekken en drupsporen na, en vooral: ze laten de kosten de pan uitswingen. In Groot-Brittannië zijn dit soort verhalen uitgegroeid tot een volwaardig genre, al spelen die boekjes zich altijd in Andalusië af. Clue: als de ingehuurde krachten verdwenen zijn, blijkt er een en ander niet pluis. De autochtonen hebben het altijd gedaan.

Als ik de hotelschakelaar in de woonkamer omzette, ging er ook één geïsoleerd licht achter in de gang aan. De schakelaar in de badkamer bediende eveneens de afzuigkap in de keuken. In mijn werkkamer daarentegen moest ik gelijktijdig drie schakelaars bedienen om ergens licht te krijgen.
Waarna er een nieuwe lichting handige handen moet komen om de boel recht te zetten. Wat dan natuurlijk niet gebeurt.

Vaak komen de stielmannen per twee en laat Dubois ze een komisch duo vormen. De werf wordt opgefleurd met foto’s uit de Pirelli-kalender, het gereedschap van de eigenaar aangeslagen. Het zware werk kan beginnen — altijd met veronachtzaming van eerder geleverd werk.
In de bouw, namelijk, koesteren de beoefenaren van de verschillende disciplines een even onverklaarbare als onuitroeibare minachting voor elkaar. In de ogen van de stukadoor is de metselaar een schooier en de plaatwerker een schurk. De verwarmingsinstallateur kijkt neer op de schoorsteenveger, die weer niets moet hebben van de voeger. De elektricien, irritant elektron, op zijn beurt ziet de schilder niet staan, die vaak weer de wind van voren krijgt van de tegelzetter. De timmerman voor het grove werk is maar een ongelikte beer in de ogen van de timmerman voor het fijnere werk, die door de dakdekker als nietswaardig wordt beschouwd, terwijl de zinkwerker, albatros van de daken, geen goed woord overheeft voor de loodgieter, ongrijpbare rioolrat van het leidingsysteem.
Jean-Paul Dubois schrijft zijn ellende echter met zoveel zelfmedelijden op, dat het de lezer afstoot. De verbouwing is verstoken van goede ideeën. Dubois perst, maar er komt niets uit. Hij maakt gewag van "een Himalaya-hoog plafond", de kostenramingen "vallen even hoog uit als het bnp van Nicaragua" en een transistorradio op het dak wordt een "alkalische muezzin" genoemd.

De beste bladzijden bevatten portretkunst. Dan laat de schrijver iets zien: mensen bij wie je je iets kan voorstellen. Het verhaal van de kleurenblinde huisschilder is aardig. Een fanatiek katholiek houdt bidsessies op de werf. En dan is er nog ene meneer Harang.

Ondanks het feit dat ik me er ongemakkelijk bij voelde noemde Émil Harang me altijd ‘meester’. Hem een aanspreektitel te laten gebruiken die meer in overeenstemming was met mijn bescheiden positie, daarvan kon geen sprake zijn.
‘Waarom “meester”? Aha. Zodra ik u zag, wam!, toen dacht ik: die man is een meester. Ja ja ja. Dat kwam meteen bij me op. En ik vergis me nooit.’
Meester, die titel had hij me eens gegeven en meester zou ik blijven tot in lengte van dagen. In aanwezigheid van andere werklui of van leveranciers werd de situatie ronduit gênant. Of de bezoekers zagen me aan voor een ex-advocaat die zich had bekeerd tot de vitaliserende maoïstische leerstellingen die het ‘terug naar de werkplaatsen en velden’ predikten, of ze veronderstelden de hemel mag weten welke op dominantie gebaseerde verhouding in de twijfelachtige dialectiek meester-slaaf.
(…)
Ik mocht Harang wel. De manier waarop hij werkte was tamelijk grillig maar vindingrijk. Hij had altijd wel een goed idee achter de hand, een slimmigheid waarmee tijd of een paar meter leiding werd uitgespaard. Hij had een hekel aan geld uitgeven, aan verspillen, aan dingen aanschaffen. Hij hield niet van wat nieuw was en had in zijn busje een enorme kist vol gebruikte, uitgeteste en schoongemaakte onderdelen.
‘Nulgroei, meester, nulgroei!’ Dat was zijn prijzenswaardige obsessie. Het ongeremde fanatisme van de consumptiemaatschappij een halt toeroepen. Ritselen. Recyclen. Repareren. Telkens als hij erin slaagde een van zijn vondsten toe te passen kwam hij met zijn altermondialistische mantra: ‘Nulgroei!’

Maar ook hier wordt retoriek verward met humor. Een hardnekkige Franse kwaal.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

Jean-Paul Dubois, De verbouwing : hoe een Fransman zijn geduld verliest
158 p.
Uitgeverij De Arbeiderspers, 2007
Oorspr. Vous plaisantez, monsieur Tanner (2006)
Vertaald door Marianne Kaas

____

zondag 26 september 2010

It's a don's life

"Mary Beard is a wickedly subversive commentator on both the modern and the ancient world. She is a professor in classics at Cambridge and classics editor of the Times Literary Supplement."

> http://timesonline.typepad.com/dons_life/

____

Reviews in history

"Launched in 1996, this e-journal publishes reviews and reappraisals of significant work in all fields of historical interest. To date, we have published over 850 reviews, reaching thousands of readers via the Internet and the free email alert."

> http://www.history.ac.uk/reviews/

____

Photobibliothek.ch

"Photobibliothek.ch ist eine Privatbibliothek in der Nähe von Schaffhausen in der Schweiz."

> http://photobibliothek.ch

____

Wurstblog

"Wurst schmückt ungemein."

> http://www.wurstblog.de

____

Artist in the World

"André Smits kent zijn klassiekers en refereert in zijn serie foto’s van kunstenaars op speelse wijze aan de uiteenlopende mogelijkheden van de rugfiguur. Hij laat ze poseren in hun ateliers, voor hun werk, turend uit een raam of in een deuropening, schijnbaar verzonken in gedachten."

> http://www.artistintheworld.com/

____

vrijdag 24 september 2010

De vergeten twintigste eeuw - Tony Judt

Ik ben een kind van de jaren tachtig. Eentje dat bovendien mooi aan het clichébeeld beantwoordt: individualistisch, nostalgisch, maar vooral: op een verwende manier verstoken van elk idealisme. Jeuk krijg ik van de wereldbeteraars uit de jaren zestig en zeventig en hun grote verhalen. Dat ik die generatie niet begrijp, is voor een groot stuk te wijten aan mijn gebrekkige kennis van het culturele en intellectuele klimaat in het naoorlogse Europa. Blijkt nu.

Dit prachtige boek van Tony Judt vult die leemte voor een groot deel op. We leven inderdaad in een tijd van "ideologische demobilisatie", schrijft de Britse historicus in de inleiding. In 1989 werd het communisme officieel dode letter in Europa. De communistische heilsleer kwam in botsing met het liberalisme en verloor in ideologisch en praktisch opzicht. De beloftes van de profeten kwam niet uit. Het liberalisme en de vrije markt rukten op, en de welvaart die daaruit voortkwam deed bepaalde intellectuelen alvast het einde van de geschiedenis uitroepen. Zelfs in voorheen communistische landen in Midden-Europa zijn de nieuwe collectieve doelstellingen ‘de opbouw van het kapitalisme’ en ‘rijk worden’, terwijl men de democratie daarbij als iets vanzelfsprekends en soms zelfs als iets hinderlijks beschouwt.

In het naoorlogse Europa bestaat er bovendien algemene acceptatie van de idee dat de moderne staat een verzorgende rol moet vervullen: de verzorgingsstaat of l’état providence. De privatisering van publieke diensten en nutsbedrijven wordt daarbij als een vanzelfsprekend goede ontwikkeling beschouwd. Judt tekent tussen haakjes aan dat de welvaartsstaat geen produkt is van het socialisme, maar van een consensus door alle partijen heen. In het merendeel van de gevallen werd het ingevoerd door liberalen en conservatieven.

Judt stelt vervolgens een vraag: "Zijn vrede, democratie en de vrije markt echt definitief?" Om vlug het antwoord te geven: neen, onze stabiliteit wordt ten onrechte als iets vanzelfsprekends beschouwd. We zijn vergeten hoe we politiek moeten denken. We zijn vergeten hoe ideeën de wereld kunnen scheppen en verwoesten. Vroeger was dat anders. De twintigste eeuw wordt door Judt "de eeuw van de intellectueel" genoemd: een eeuw vol mannen en vrouwen uit de wereld van de wetenschap, literatuur en kunst die zich erop toelegden de publieke en het overheidsbeleid te bediscussiëren en te beïnvloeden.

De intellectueel was per definitie betrokken, ‘geëngageerd’, meestal bij een ideaal, dogma of project. In landen waar openbare oppositie en kritiek werd onderdrukt namen individuele intellectuelen de rol op zich van woordvoerder van het algemeen belang en het volk, tegen het gezag en de staat. Sommigen wisten niet waarover ze praten (economie, oorlogsvoering), veel legden een gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef aan de dag door aan te dringen op het gebruik van geweld. Velen kwamen uit de joodse gemeenschappen in Oost- en Midden-Europa, uit steden en streken die zich in de periferie bevonden. Ooit waren hun boeken verplichte kost voor elke student; nu is het voer voor een klein groepje fijnproevers.
Die verdwijning van ‘intellectuelen’ in de eenentwintigste eeuw — op zijn minst: de verdwijning van hun invloed — is nieuw, zegt Judt. De Franse Revolutie greep duidelijk terug op de Verlichting; de bouwstenen van de wereld na 1918 (liberalisme, marxisme, revolutie) kwamen uit de negentiende eeuw. Wat nu wordt herdacht, zegt Judt, zijn vooral grote mannen en grote overwinningen, en "pedagogisch verantwoorde morele gedenkplaatsen": Auschwitz, Goelag, Bosnië. Het probleem is de boodschap: dat het allemaal achter ons ligt. Het zijn selectieve fragmenten uit verschillende culturen die ons niet verbinden met een gemeenschappelijk verleden. En dat in een tijdperk waarin de communicatie en de informatie én de toegang daartoe alsmaar toeneemt. Buiten een kleine elite ontbreekt het aan een gemeenschappelijke cultuur.

In de visie van Judt loopt vooral het marxisme als een dikke aorta door de ideeëngeschiedenis van de twintigste eeuw. Judt legt uit: de conventionele geschiedenis van Europa in de twintigste eeuw begint met de ineenstorting van de keizerrijken op het vasteland van het continent, in de loop van de Eerste Wereldoorlog. Vanaf de revolutie van Lenin in 1917 maakte een visie school die geleidelijk zou uitgroeien tot wat werd gezien als het enige alternatief voor een groot deel van de beschaafde wereld voor het fascisme. Na de heroïsche strijd in de Tweede Wereldoorlog en het verslaan van het fascisme leek de keuze van de denkende mens zich toe te spitsen op het communisme en de liberale democratie. En wat bleek? Het marxisme oefende een ontzettende aantrekkingskracht uit op de weldenkende, nadenkende intellectueel.

De vergeten twintigste eeuw is zeker voor een kwart een langgerekte portrettengallerij van intellectuelen die zich met het marxisme hebben ingelaten — vaak ook lang nadat de totalitaire excessen in de Sovjet-Unie aan het licht waren gekomen, waarbij Judt zich dan ook telkens afvraagt hoe dat is kunnen gebeuren. Het is een ernstig probleem. Buiten Noord-Korea is er niemand ter wereld van onder de veertig die nog een volwassen herinnering heeft aan hoe het leven in een communistische maatschappij was. Terwijl we de wereld waar wij vanuit het recente verleden zijn voortgekomen slechts kunnen begrijpen als we ons realiseren hoe sterk zulke idealen kunnen zijn.

De aantrekkingskracht die het marxisme die het uitoefende op de beste, slimste mensen heeft verschillende redenen. Judt noemt ze. Het marxisme is om te beginnen een heel groot idee dat alles wil uitleggen en begrijpen, en zoiets spreekt mensen aan die zich met ideeën bezighouden. Sterker nog, stelt Judt vilein, "het was een instrument dat mensen in staat stelde het hele terrein van de geschiedenis en de economie te beheersen zonder zich erin te hoeven verdiepen". Bovendien oefenden ideeën onder het marxisme een soort "institutioneel gezag" uit: de intellectuelen spraken namens het proletariaat en hadden — heel uitzonderlijk — de macht. Daarnaast was het marxisme de onderliggende structuur van een groot deel van de progressieve politiek.
Het marxistische taalgebruik of een taal die op marxistische categorieën parasiteerde heeft vorm en een impliciete coherentie gegeven aan vele uitingen van het moderne politieke protest, van de sociaaldemocratie tot het radicale feminisme.
Tot slot is er nog de morele ernst van Marx — de wil om de zaken ten goede te keren: het marxisme was de meest invloedrijke reactie op de tekortkomingen van de kapitalistische samenlevingen en de liberale traditie. Voor joodse intellectuelen uit Midden-Europa na 1945 was er ook de bijkomende noodzaak om, letterlijk, een geheel nieuwe wereld op te bouwen.

We doen er goed aan nog eens terug te blikken op de manie waarop onze voorgangers in de twintigste eeuw reageerden op dilemma’s waarvan vele ook de onze zijn, zegt Judt. We ontdekken dan misschien, net als zij, dat een collectief in stand gehouden stelsel van sociale voorzieningen en een zekere beperking van de ongelijkheid in inkomen en vermogens belangrijke economische variabelen zijn. Die zorgen immers voor de cohesie in de samenleving en het vertrouwen in de politiek die voor een duurzame voorspoed nodig zijn, en alleen de staat heeft de middelen en het gezag om die diensten, voorzieningen en beperkingen uit ons aller naam vorm te geven.
We zijn tegenwoordig geneigd de twintigste eeuw te beschouwen als een tijdperk van politieke extremen, tragische vergissingen en foute keuzes, als een periode van waanideeën waar we nu godzijdank van genezen zijn. Maar leven we nu niet net zo goed naar waanideeën? Hebben wij met onze hedendaagse verering van de particuliere sector en de markt het geloof van een vorige generatie in ‘publiek bezit’, ‘de staat’ en een ‘geleide economie’ niet gewoon totaal in zijn tegendeel laten verkeren? Niets is immers ideologischer dan de opvatting dat alle zaken en elk beleid, zowel publiek als particulier, ten dienste staan van een geglobaliseerde economie met zijn onvermijdelijke wetten en zijn onverzadigbare vraag. Sterker nog, deze aanbidding van de markt en zijn ijzeren wetten vormde ook een van de fundamentele uitgangspunten van het marxisme.
Judt spreekt uit ervaring. Aanvankelijk een gepassioneerd links zionist, verloor hij vroeg zijn geloof in het marxisme om in zijn eigen woorden een "universalistisch sociaal democraat" te worden. Het marxisme — niet: het communisme — werd hem met de paplepel ingegoten. Zijn familie was afkomstig uit dat deel van het Oost-Europese jodendom dat de sociaaldemocratie en de Bund (de joodse arbeidersbeweging uit het vroeg-twintigste eeuwse Rusland en Polen) had omarmd, en was anticommunistisch in hart en nieren. Het bolsjewisme was in hun ogen niet slechts een dictatuur, maar bovendien — "en dit was zeker zo ernstig" — een bespotting van het marxisme.

De vergeten twintigste eeuw is ook een post-9/11-boek. Ons tijdsvak heeft met de Koude Oorlog gemeen dat angst nog steeds een belangrijk politiek instrument is, zegt Judt, getuige de recente (het boek dateert uit 2008) obsessie met ‘terroristen’.
Angst is aan het terugkeren als een actief ingrediënt in het politieke leven in westerse democratieën. Angst voor terrorisme natuurlijk, maar ook en misschien wel verraderlijker, angst voor de onbeheersbare snelheid van de veranderingen, angst voor het verlies van werk, angst om in een tijd van steeds ongelijkere spreiding van middelen terrein aan anderen kwijt te raken, angst om de greep op de omstandigheden en routines van het dagelijks leven te verliezen. En daar allemaal wellicht nog bovenuit leeft de angst dat het niet alleen voor onszelf steeds moeilijker wordt om ons leven richting te geven, maar ook de gezagsdragers de greep daarop zijn kwijtgeraakt, en wel aan de machten buiten hun invloedssfeer.
Slechts weinig democratische regeringen kunnen de verleiding weerstaan om met die gevoelens van angst politiek voordeel te doen. Sommige zijn daar ook al voor door de knieën gegaan, en dan wekt het geen verbazing dat we een opleving zien van belangengroepen, politieke partijen en programma’s die op angst zijn gebaseerd: angst voor buitenlanders, angst voor verandering, angst voor open grenzen en een open communicatie, angst voor de vrije uitwisseling van onwelkome meningen.
Om op dat terrorisme terug te komen: er is ook een belangrijk verschil, volgens Judt. Terrorisme is immers niets nieuws. De middelen zijn nieuw, en de schade die ze aanrichten verschrikkelijk, maar zijzelf is niet nieuw. "We hebben een normaal gesproken alledaagse vorm van politiek gemotiveerd geweld verheven tot een morele categorie, een ideologische abstractie en een wereldwijde vijand".

Volgens de auteur komt ook dat door het gebruik van twintigste-eeuwse analogieën op plaatsen waar die helemaal niet van toepassing zijn. Een reden temeer om ons te verdiepen in de intellectuele geschiedenis van die eeuw. De illusies en de vergissingen van de Koude Oorlog kunnen ons misschien ook op het gebied van ideologische tunnelvisie nog wel het een en ander leren. Judt citeert Hannah Arendt: "Het grootste gevaar van het erkennen van totalitarisme als dé vloek van de eeuw is de obsessie die dat veroorzaakt en die blind maakt voor de talloze kleine en minder kleine kwaden waarmee de weg naar de hel geplaveid is." Dat gevaar is extra nijpend in Amerika, dat als overwinnaar uit de Tweede Wereldoorlog kwam, waardoor veel Amerikanen van de afgelopen eeuw vooral onthouden dat oorlog werkt.

Persoonlijke appreciatie
De meeste mensen zijn allergisch aan essays. Daarom werd deze bundel door de Nederlandse uitgever in de markt gezet als een 'alternatieve wereldgeschiedenis'. Vreselijke onzin natuurlijk, maar de lezer moet toegeven dat Judt zijn onderwerpen goed weet te kiezen. Komen aan bod: een trits Midden-Europese denkers, het typevoorbeeld van de wereldvreemde professor (en slordig denker bovendien), een paar van de grootste historici, één paus, de nieuwe toekomst van een post-communistisch land (Roemenië), de teloorgang van een welvaartsstaat (Groot-Brittannië), de vechtlust van een wereldmacht (Verenigde Staten) en de belangrijkste geopolitieke splijtzwam (Israël).

Alsof Judt me op mijn wenken wil bedienen nam hij daarnaast een paar stukken over recente Franse geschiedenis op én een informatief profiel van mijn vaderland, België (Judt woonde ooit kort in Zedelgem).

Het boek is, zoals gezegd, nuttig om te begrijpen wat de aantrekkingskracht van het marxisme is (zonder de heilige teksten van Marx zelf te hoeven lezen) en hoe de leer was ingebed in de twintigste-eeuwse Europese geschiedenis. Veel stukken zijn in feite superieure boekbesprekingen, waarbij een breedbelezen specialist een breedbelezen collega evalueert. Wanneer Judt op de vuist gaat met Eric Hobsbawm is het alsof je naar twee vertoornde goden uit de antieke oudheid zit te kijken: het gebeurt boven je hoofd, je voelt je klein van zoveel eruditie. Onderstaand fragment alléén al — twee zinnetjes op vijfhonderd pagina's — verraadt wekenlange studie.
Tadeusz Borowski is cynisch en wanhopig, Jean Améry is boos en wraakzuchtig, Elie Wiesel spiritueel en bespiegelend, Jorge Semprún is afwisselend analytisch en literair. Het verslag van Levi is complex, gevoelig en ingetogen.
Tegelijk blijft Tony Judt de man van de ideeëngeschiedenis; hij is geen dossiervreter die tastbare thema's aanpakt. Door Judt ga je de grote lijnen begrijpen, maar hij offreert weinig munitie om de politieke actualiteit van alledag te doorgronden of te beoordelen. Althans, in dit boek niet.

Niettemin deden veel essays stof opwaaien; na elk opstel verwijst Judt naar de respons en waar die te vinden is. Vooral zijn zeer kritische stukken over Israël werden door joodse intellectuelen (en gelegenheidsbespekers op Amazon) gehaat. Na een essay over de één-staat-oplossing in Israël en Palestina mocht hij zijn boeltje pakken bij The New Republic. Gelukkig kon hij tot zijn dood terecht bij The New York Review of Books — Judt overleed dit jaar op 62-jarige leeftijd aan de gevolgen van ALS.

De vergeten twintigste eeuw is wat er gebeurt als een historicus met een goede pen en een neus voor relevante onderwerpen voldoende publicatieruimte tot zijn beschikking krijgt. Onder deze bespreking volgt dan ook een uitgebreide samenvatting van alle essays uit het boek.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> selectieve bibliografie in de commentaren hieronder

Tony Judt, De vergeten twintigste eeuw : nieuwe wereldgeschiedenis
488 p.
Uitgeverij Contact, 2008
Oorspr. Reappraisals : reflections on the forgotten twentieth century (2008)
Vertaald door Hanneke Bos en Wybrand Scheffer




'Arthur Koestler, de typische intellectueel' behandelt Koestlers verlangen (dat door velen gedeeld werd) naar een nieuwe wereldorde in de periode tussen de beide wereldoorlogen. Koestler boodt rationalistische kritiek op de marxistisch-leninistische pseudowetenschap. Judt ziet fouten in Cesarini's biografie van Koestler en relativeert diens bezwaren over Koestlers seksuele mores. Hij gaat verder in op Koestlers relatie met Israël ("Hitler had joden de keuze ontnomen al dan niet jood te zijn") en bespreekt de manier waarop Koestler van de showprocessen in The God that failed dialectische conversaties maakt in plaats van de totalitaire martelpraktijken die ze in feite waren.

'De elementaire waarheden van Primo Levi' behandelt Levi's genuanceerde verslag van het leven in de kampen, dat niet altijd in het simpele verhaal over de Tweede Wereldoorlog paste. In de eerste jaren na de oorlog waren Bergen-Belsen en Dachau meer dan Auschwitz de symbolen voor de verschrikkingen van het nazisme, want de nadruk op politieke in plaats van raciale deportaties paste beter in de geruststellende naoorlogse verslagen over nationale verzetsbewegingen in de oorlog. Het beeld van het kamp dat Levi ophing als een verzameling geïsoleerde monaden in plaats van een gemeenschap van slachtoffers oogste kritiek. Judt gaat in op Levi's voorkeur voor de van elke ideologie verstoken scheikunde en zet verschillende schrijvers over de kampen tegen elkaar af: "Tadeusz Borowski is cynisch en wanhopig, Jean Améry is boos en wraakzuchtig, Elie Wiesel spiritueel en bespiegelend, Jorge Semprún is afwisselend analytisch en literair. Het verslag van Levi is complex, gevoelig en ingetogen."

'Het joodse Europa van Manès Sperber' behandelt de keuzes en de intellectuele humus in het leven van de Oostenrijkse-Franse romancier, essayist en psycholoog Sperber. Sperber leefde in het grensgebied tussen de Midden- en Oost-Europese joden, en daardoor begreep hij aan de ene kant de kosmopolitische centrale rol van alles wat Duits was, maar ook de familiale, linguïstische en ceremoniële kracht van een oorspronkelijke, plaatselijke cultuur. De Eerste Wereldoorlog verscheurde Sperbers wereld, letterlijk, want de botsing tussen de Oostenrijkse en Russische legers vond plaats in de omgeving van Zablotow. Als eenzame, bange adolescent verloor Sperber het fundament onder zijn bestaan en vertrok hij naar Wenen. In tegenstelling tot de eveneens Galicisch-joodse schrijver Joseph Roth hield Sperber afstand van Oostenrijk, schrijft Judt, zowel van de werkelijkheid van de mythe. "Roth ging in zijn zoektocht naar assimilatie verder: hij dichtte het keizerrijk in ontbinding een superkosmopolitisme toe dat de verloren joodsheid van hem en anderen zou compenseren, waardoor Oostenrijk-Hongarije een plek voor mensen zonder plek kon zijn. Roth schreef in The emperor’s tomb [De Kapucijner crypte] al dat het werkelijke Oostenrijk niet het land van de Oostenrijkse Duitsers in Graz en Salzburg was, maar het land van de Slaven, de moslims en de joden uit de periferie van het keizerrijk; alleen zij waren de kroon werkelijk trouw. En daar had Roth gelijk in." De oplossing die Sperber voor het dilemma van Roth had, aldus Judt, was niet opnieuw uitvinden van Wenen, maar het verlaten van die stad. In 1927 trok hij naar Berlijn, waar hij lid werd van de Duitse communistische partij. Dat was kenmerkend voor veel Oost-Europese joodse radicalen.

Sperbers gevoel van mislukking over het feit dat hij zich niet bij de pioniers in Palestina had aangesloten overwon hij door zich voor te houden dat het lot van de joden door de komende overwinning van het socialisme bepaald zou gaan worden. Sperber raakte klem tussen zijn afkeer van het nazisme (dat nooit tegen de belangen van het kapitalisme in zou gaan) en zijn teleurstelling in het communisme, en dat leidde bij hem tot zwijgen. Slechts een enkeling (zoals Arthur Koestler en Boris Souvarine) had de morele moed die stilte te doorbreken. Sperber verzette zich tegen de breuk met Duitsland en wilde daardoor maar langzaam het nazisme in volle omvang zien. Net als leninisme, schrijft Judt, heeft het jodendom gevoelsmatig iets absurds. "Zoals het vreemd overkomt dat een piepkleine politieke factie in Rusland historisch gezien het gezag wist te verwerven om het woord namens alle arbeiders ter wereld te voeren, zo is het toch ook wel merkwaardig te denken dat een universele God zichzelf voor de eeuwigheid aan één minuscuul rondtrekkend volkje verplicht heeft."

'Hannah Arendt en het kwaad' bespreekt de twee grote interesses van Arendt: het probleem van politiek kwaad in de twintigste eeuw en het dilemma van de jood in de hedendaagse wereld. Arendt was een Duitse jodin. Net als de Duitssprekende joden in Praag, Wenen en andere steden in het oude keizerrijk waren de joden uit Duitsland anders dan de joden uit het Oosten: door de Duitse Bildung leden zij aan het zelfbedrog dat zij ook Duitsers waren. Judt heeft het over Arendts overschatting van de invloed van ideologie op het individu en haar hooghartige distantiëren van empirische bevestiging voor de theorieën die ze ontwierp. Niet de algemeen historische aanspraken van het marxisme trokken haar aan (dat vereenzelvigde zij juist met het fenomeen totalitarisme) maar de aanval van het marxisme op de kleinburgerlijkheid en de bewieroking van het proletariaat. Arendt ging later het kwaad zien als het gevolg van eenvoudigweg niet dénken — de uitvoerenden zijn alledaagse, banale mensen. Judt acht Arendt zelf indirect enigszins verantwoordelijk voor de recente opkomst van een kritische houding tegenover de Verlichting, "met name in bepaalde Midden-Europese kringen waarin men zich heeft laten verleiden door de post-Heideggeriaanse gedachte dat de zielloze, technologische, ‘maakbare’ samenleving van onze tijd een uitvloeisel is van de goddeloze overmoed van de Franse Verlichting en de navolgers daarvan."

'Albert Camus, 'de beste man in Frankrijk'' lijkt definitief uitsluitsel te geven over wie de meest te prijzen schrijver was, Camus of Sartre. Judt legt uit hoe de autodidactische filosofische bespiegelingen van Camus, bedoeld als weerwoord tegen Sartre, zijn literaire reputatie aantastte. Camus was felgekant tegen het Franse beleid in Frans-Algerije. In de jaren zestig en zeventig, een tijd van modieus anti-humanisme waarin menswetenschappers belangrijker werden dan schrijvers, werd Camus wat vergeten. Recuperatie volgde in de jaren negentig: Camus werd gezien als een morele stem in het aflopende tijdperk-Mitterand, en een pronkstuk in een tijd dat veel literair erfgoed stond te vervallen. In de eind jaren zeventig hadden veel Franse denkers hun steun betuigd aan de repressie in China, Cuba, Cambodja, en rechtvaardigden ze met een stuitende nonchalance deze misdaden. Judt bespreekt De eerste man, Camus' ethiek van beperking en verantwoordelijkheid, en het gevaar van het contact met je wortels kwijt te raken.

'Hersenspinsels: het 'marxisme' van Louis Althusser' bespreekt het à la carte-marxisme van Althusser en de redenen van het succes daarvan in de jaren zeventig. Althusser had Marx aan mootjes gehad en die teksten of delen van teksten die in zijn kraam te pas kwamen eruit gepikt, en daaruit had hij in de woorden van Judt "de meest wonderlijk cryptische, zelfvoldane, ahistorische versie van de marxistische filosofie gefabriceerd die men zich kon denken." Althusser wilde de vroege humanistische geschriften van Marx wegfilteren. Gebruikmakend van een term van de filosoof Gaston Bachelard stelde Althusser dat er halverwege de jaren veertig van de negentiende eeuw een ‘epistemologische breuk’ in Marx' werk had plaatsgevonden. Alles voor de breuk kon genegeerd worden. In het Althusser-jargon werd het marxisme een leer van structuralistische praktijken: economisch, ideologisch, politiek, economisch. Het stond los van de menselijke wil of van menselijk ingrijpen en werd dus ook niet beïnvloed door menselijke zwakte of onvermogen.

Althusser wilde het marxisme eigenlijk in bescherming nemen tegen de twee grootste aanslagen op de geloofwaardigheid van de leer, namelijk de macabare staat van dienst van het stalinisme en het uitblijven van de door Marx voorspelde revolutie. Het was, aldus Judt, Althussers bijzondere verdienste "dat hij het marxisme volkomen uit het gebied van de geschiedenis, politiek en ervaring wist te tillen en het daarmee onaantastbaar maakte voor elke kritiek van empirische aard". Door de invoering van het begrip ‘theoretische praktijk’ werd de aandacht afgeleid van de échte praktijk. Op die manier werd Stalins misdaad niet dat hij miljoenen mensen had vermoord, maar dat hij het marxisme had geperverteerd. Met andere woorden: het stalinisme was gewoon een theoretische vergissing. De mens bleef zo buiten beschouwing, de nadruk op concepten kon overeind blijven. Ook de Franse Communistische Partij minimaliseerde Stalins misdaden, deed ze af als een anomalie die het product was van de cultus rond zijn persoon.

Althusser vermoorde zijn vrouw in een vlaag van verstandsverbijstering — naar eigen zeggen "gaf hij zijn vrouw een nekmassage en ontdekte toen dat hij haar gewurgd had". In het verlengde daarvan bespreekt Althussers narcistische memoires, vol morbide zelfmedelijden en lacaniaanse clichés, geschreven niet om te begrijpen waarom hij zijn vrouw vermoord had, maar om te bewijzen dat hij geestelijk gezond was. Het lag in het verlengde van zijn eerdere werkwijze. "Door een leer te verzinnen waarin de menselijke wil of het menselijk ingrijpen van geen enkele invloed was en theoretische bespiegelingen de ultieme praktijk waren, kon Althusser compensatie vinden voor een leven van sombere, instrospectieve inactiviteit."



'Eric Hobsbawm en de romantiek van het communisme' bespreekt de wijze waarop Hobsbawm ("hij weet niet alleen meer dan anderen historici, hij schrijft ook beter") een marxistisch historicus is, een zelfverklaarde 'Tory-communist'. Het betekent volgens Judt niets anders dan dat Hobsbawm een ‘historische’ of interpretatieve benadering heeft. In Hobsbawms jonge jaren was de stroming die niet het politieke verhaal, maar het bredere perspectief voorstond, die economische verbanden en maatschappelijke gevolgen benadrukte, nog radicaal en iconoclastisch; in Frankrijk hield de Annales-roep van Marc Bloch zich met vergelijkbare veranderingen in het vakgebied bezig. Voor de hedendaagse historicus is deze benadering zo vanzelfsprekend dat ze bijna conservatief is. Judt verwijt niettemin Hobsbawms marxistische afkeer van een niet gereguleerd tegemoetkomen aan eigen verlangens en minachting voor de weinig ontwikkelde, maar economisch ambitieuze dienstverlenende klasse van klerken en verkopers. Hij bespreekt zijn romantisering van de Sovjet-Unie en zijn zwak voor de DDR. Zijn communisme is "een blijvende trouw aan één historisch moment: het Berlijn in de laatste maanden van de Weimarrepubliek".

'In de prullenbak ermee? : Leszek Kolakowski en de marxistische erfenis' bespreekt het werk van Kolakowski, een ex-marxistische katholieke filosoof uit Polen (maar opererend in Engeland) die met Main currents of marxism een uitmuntende driedelige geschiedenis van het marxisme schreef, "een Bildungsroman van een idee" (samenvatting p. 153). Marx is als Duitse schrijver die in het mid-Victoriaanse Londen woonde uiteraard niet verantwoordelijk voor het feit dat zijn leer tot een seculiere religie uitgroeide.
Kolakowski’s these, die in twaalfhonderd pagina’s wordt onderbouwd, is simpel en ondubbelzinnig. Het marxisme moet, zijns inziens, serieus genomen worden: niet om wat het beweerde over de klassenstrijd (wat soms waar, maar nooit nieuw was), niet omdat de onvermijdelijke ineenstorting van het kapitalisme en een door het proletariaat geleide overgang naar het socialisme in het vooruitzicht stelde (een voorspelling die jammerlijk gefaald heeft), maar omdat Marx een unieke, waarlijk originele mengeling van hemelbestormende romantische illusies en een onbuigzaam historisch determinisme heeft afgeleverd.
Zo beschouwd is meteen duidelijk wat er zo aantrekkelijk was aan het marxisme. Het bood een verklaring voor hoe de wereld in elkaar zit: de economische analyse van het kapitalisme en de relatie tussen de sociale klassen. Het deed een voorstel voor hoe de wereld eruit zou moeten zien: een ethiek van menselijke relaties, zoals geopperd in de idealistische beschouwingen van de jonge Marx (en in György Lukács’ interpretatie van hem, waarbij Kolakowski zich, in weerwil van zijn minachting voor Lukács’ besmette carrière, grotendeels aansluit). En het verschafte onweerlegbare gronden voor de overtuiging dat de zaken zich inderdaad op die manier zouden voltrekken, dankzij een set aannames over de historische noodzakelijkheid die Marx’ Russische volgelingen uit zijn (en Engels’) geschriften destilleerden. Deze combinatie van economische diagnose, moreel recept en politieke pregnose bleek uitermate verleidelijk, en zeer bruikbaar.
In de visie van Kolakowski onderstreept een paradox de kracht van het marxisme als geloofssysteem: het feit dat de doctrine (die de omverwerping van het kapitalisme door het industriële proletariaat voorspelde) de macht kon grijpen in een achterlijke, goeddeels agrarische samenleving. Tegenwoordig is zo'n op staten gebaseerd socialisme niet meer in de mode. Maar het Sociale Vraagstuk staat nu wel op de internationale agenda, zegt Judt. "Wat in de ogen van de welvaartslanden een wereldwijde economische groei is, is voor miljoenen anderen een verfoeilijke herverdeling van de wereldwijde rijkdom ten behoeve van een handjevol internationals en kapitaalkrachtigen. Een wereldwijde pool van goedkope arbeiders houdt de loonkosten laag en daarmee de winst op peil."

'Een 'paus van ideeën?': Johannes Paulus II en de moderne wereld' gaat onder meer in op de alliantie tusen Johannes Paulus II en de regering-Reagan in de strijd tegen het communisme. De rol van de paus blijkt veel groter dan gedacht. Judt omschrijft Johannes Paulus verder als "de paus van de reconquista", omwille van zijn zendingsdrang in Latijns-Amerika, de VS en de Filippijnen. Intellectueel omschrijft Judt de paus als een overtuigd thomist die zijn begrip van de fundamentele morele waarheden aan het geloof ontleent. Een katholieke fundamentalist was hij, die geen heil zag in oecumene, bevrijdingstheologie of modernisering. Een mysticus, die gekant was tegen materialisme en individualisme en genotzucht en geobseerd was door seks. Ook was hij een Pool, die Polen als de versterkte oostgrens van het Ware Geloof zag.

In twee noten duidt Judt de historische wortels van het Poolse katholicisme. Tegenwoordig zijn vrijwel alle Polen in elk geval in naam katholiek. Men moet echter niet vergeten dat dit samenvallen van de religieuze en de seculiere identiteit, waarvan de Kerk zo dankbaar gebruik heeft gemaakt in zijn strijd tegen het communisme, deels "het werk van de duivel" is geweest, of althans van zijn dienaren. Polen dankt zijn huidige vorm immers aan Hitler en Stalin; tot 1939 beleed nog zo’n dertig procent van de Poolse burgers een ander geloof, en van die groep was een derde joods. De collectieve belijding van het katholicisme in Polen was tot de omverwerping van het communisme niet alleen een uiting van geloof, maar ook een door velen aangehangen vorm van passief verzet tegen de autoriteiten. In de jaren na 1989 zijn de Poolse burgers hun eigen weg gegaan.

'Edward Said, kosmopoliet zonder wortels' bespreekt de twee aspecten van Edward Said, enerzijds de schrijver van Oriëntalisme, een studie over de wijze waarop het moderne Europese denken en de literatuur zich het Oosten hebben toegeëigend — een boek dat een zelfstandige discipline voorbracht — , anderzijds de bekende pleitbezorger voor de Palestijnse zaak. Said wordt volgens Judt ten onrechte gerecupereerd door de cultureel-relativisten die denken dat schrijvers slechts bijproducten zijn van het koloniale privilege, dat auteurs mechanistisch bepaald worden door ideologie, klasse of economische geschiedenis. Al even ten onrechte wordt hij betiteld als een voorvechter van geweld: Saids felste kritiek gold de heersende Arabische regimes. Judt gaat daarna in op de gronden van Saids geloof in een oplossing (van het Palestijns-Joodse vraagstuk) die één staat behelsde.



'De catastrofe: de val van Frankrijk in 1940' bespreekt de rampzalige nederlaag die Frankrijk leed in 1940. Het kostte de Duitse legers slechts zeven weken om Luxemburg binnen te vallen, via de Ardennen naar Frankrijk door te stoten, de Fransen voor zich uit te jagen en samen met de Britse en Belgische troepen bij Duinkerken in het nauw te drijven, een wapenstilstand af te dwingen bij de nieuwe Franse regering van maarschalk Pétain, Parijs te bezetten en een ereparade voor Adolf Hitler op de Champs-Élysées te houden. Judt vergelijkt zijn ideeën over hoe dit is kunnen gebeuren met die van Ernst Bloch en Ernest May. Interessanter is de opmerking dat de Fransen en Duitsers tegenwoordig in vrede naast elkaar leven, elkaar zelfs waarderen elkaar zelfs, maar dit een zeer recente ontwikkeling is. De Fransen hadden tussen 1800 en 1940 immers vijf grote oorlogen uitgevochten: in 1806, toen Napoleon Pruisen een verpletterende nederlaag toebracht bij Jena, tijdens de Pruisische wraakneming in 1813-1815 en nogmaals in 1870-1871, toen de Pruisen hun overwinning beklonken met de proclamatie van het Duitse keizerrijk vanuit het bezette Versailles, daarna weer in 1914-1918 en tenslotte in 1940.

'À la recherche du temps perdu: Frankrijk en zijn verledens' bespreekt het monumentale naslagwerk Les lieux de mémoire (7 delen, 1984-1992) onder leiding van de Franse historicus Pierre Nora, en de gesnoeide Engelse vertaling daarvan. Een team van bijna honderdtwintig wetenschappers zou in honderdachtentwintig artikelen (en evenvele lieux de mémoires) vastleggen wat het betekende Frans te zijn. Voorwaarden voor een lieu de mémoire zijn de wil om te herinneren en een ontwikkeling van de lieu de mémoire door tijd en geschiedenis. De laatste belichaming van eenheid van herinnering en geschiedenis was in de optiek van Nora de natiestaat. Wat we nu herinering noemen, is reeds geheel door de geschiedenis ingenomen: een enorme berg zinloze data, die ongelimiteerd is. De lieux de mémoire zijn losse restjes geschiedenis. Judt voegt daaraan toe dat het niet typisch is voor onze tijd dat we vergeten, wel typisch is de veronachtzaming van de geschiedenis. Elk gedenkteken parasiteert op een veronderstelde historische kennis: niet de gedeelde herinnering, maar een gedeelde herinnering van de geschiedenis zoals deze ons onderwezen is.

Frankrijk was volgens Nora het geknipte land voor zijn project. Frankrijk is niet alleen de oudste nationale staat van Europa, met een ononderbroken traditie van centraal gezag, een nationale taal en openbaar bestuur die minstens teruggaat tot de twaalfde eeuw, het was tot zeer recent ook het West-Europese land dat het minst veranderd was. Les lieux de mémoire kreeg niet toevallig vorm eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, toen de Franse identeitsgevoelens aan een crisis onderhevig waren. Er waren ineens geen traditionele aanknopingspunten meer. Furet trok de Franse Revolutie van zijn voetstuk, het marxisme verloor zijn aantrekkingskracht, het volk koos een socialistische president, het kerkbezoek nam af, en de Fransen werden zich bewust van de gekrompen internationale status van hun land.

Judt bespreekt de keuze van de onderwerpen in de reeks, en de hindernissen die zo'n aanpak met zich meebrengt. Door formele gedenktekens of replica’s van iets wat we moeten gedenken op te richten, lopen we immers het risico dat we nog meer vergeten: het feit dat we symbolen of restanten voor het geheel laten dienen, staat ons toe ons met een illusie in te laten. Wie heeft trouwens het recht een tentoonstelling te ontwerpen, een slagveld een bepaalde betekenis toe te schrijven, de tekst van een sokkel of plaquette te schrijven? Wat belangrijk is in de geschiedenis is een belangrijke oorzaak van burgerlijke verdeeldheid, want wordt gerecupereerd door groepen die in bepaalde feiten hun nationiale, regionale, taalkundige, religieuze, raciale, etnische of seksuele identiteit bevestigd zien.

'De tuinkabouter: Tony Blair en het Britse 'erfgoed' ' gaat in op de ondergang van het oude Labour en de opkomst van Blair. Die was volgens Judt slechts mogelijk door de drievoudige nalatenschap van Thatcher. In de eerste plaats verhief zij de radicale ontmanteling van de publieke sector in de industrie en de dienstverlening, en het ‘geprivatiseerde’ Groot-Brittannië dat ervoor in de plaats kwam en dat Blair zo warm aanprijst, tot norm. In de tweede plaats maakte ze en passant korte metten met de oude Labour Party en verlichtte zo de taak van de mensen die de partij wilden hervormen; Blair hoefde slechts te oogsten wat zij had gezaaid. En in de derde plaats tolereerde de bitse Thatcher geen afwijkende meningen en afvalligheid binnen haar eigen partij, die daardoor uiteenviel en kansloos werd tijdens de verkiezingen. In Londen werkt Blairs nieuwe aanpak, zegt Judt nog, maar de industrie, armoede en klassenstrijd in de rest van het land worden voor het gemak onder de mat geveegd.

'De stateloze staat: waarom België ertoe doet', een stuk uit 1999, stelt het geval België voor als voorbeeld van de risico’s die staten overal ter wereld nu lopen — een kleine, welvarende regio in Noord-West-Europa die toch vele schandalen kent: de dioxinecrisis, witwaspraktijken, omkoping en smeergeld in hoge posities, politieke moorden, ontvoeringen, pedofilie, kindermoord, een incompetent politieapparaat en ambtelijke corruptie over de hele linie. Door deze schandalen scheen het veel Belgen toe dat de staat niet meer bij machte was zijn belangrijkste missie te vervullen: de bescherming van de individuele burger. België wankelt onder politieke en economische krachten die het niet in de hand heeft en zit gevangen tussen een federalistische decentralisatie en ongecoördineerde, incompetente overheidsdiensten die het zonder middelen en respect moeten stellen. Daarmee is het het eerste ontwikkelde land dat écht aan de genade van de globalisering in al haar aspecten is overgeleverd, aldus de diagnose van de auteur. Judt legt in dit essay uit waarom een gebrek aan identiteit nefast is voor een land, en legt de historische wortels bloot van het Belgische identiteitsprobleem.

België is ontstaan als historisch toeval en is niet meer dan een samenraapsel. De staat die in januari 1831 tijdens de Conferentie van Londen aan de Nederlandse heerschappij werd onttrokken, kreeg een kersverse koning uit Duitsland, een grondwet die gemodeleerd was naar de Franse uit 1791 en een nieuwe naam. Een sterk nationaal gevoel is er niet, daarvoor werd het land net iets te veel bezet door vreemde heersers: het huis Valois, de Bourbons, de (Spaanse en Oostenrijkse) Habsburgers, Napoleon, de Nederlanders, de Pruisische Duitsers en Hitler. De loyaliteit aan de stad (zie dertiende eeuw) of de gemeenschap, niet de natie, vormt de kern van wat België anders maakt. Wat het gebrek aan eenheid in België verder in de hand werkt zijn de eeuwige taaltwisten. Lange tijd was Frans en het Franse landsgedeelte dominant:
Het Frans, de hoftaal van de Habsburgse monarchie, werd in de achttiende eeuw de taal van de bestuurlijke en culturele elite van Vlaanderen en Wallonië. Dit proces werd versterkt door de Franse revolutionairen die in de plaats van de Habsburgers kwamen, en hun Napoleontische erfgenamen. De Vlaamse boeren bleven intussen gewoon hun plaatselijke dialect spreken (maar lazen of schreven er minder vaak in). Hoewel ze de taal gemeen hadden, waren de Vlamingen en Hollanders op religieus gebied verdeeld. De Vlaamse katholieken wantrouwden de protestantse ambities van de Nederlandse monarchie, wat bijdroeg tot hun aanvankelijke enthousiasme voor een onafhankelijke Belgische staat. De dominantie van de Franstaligen werd versterkt door de industralisatie van het begin van de negentiende eeuw. Verarmde Vlaamse plattelanders trokken in groten getalen naar Wallonië, naar het centrum van de mijnbouw en staal- en textielindustrie waarop de Belgische welvaart berustte.
De macht lag dus tot voor de Tweede Wereldoorlog bij de Franstalige commerciële en industriële bourgeoisie. Na '40-'45 groeiden Vlaanderen en Wallonië alleen nog verder uit elkaar door de besmetting van de Vlaamse zaak door de Tweede Wereldoorlog en door de Koningskwestie. De doodsklap voor het gevoel één natie te zijn was echter de omdraaiing van de economische rollen: Vlaanderen met zijn groeiende dienstverlenende sector werd welvarender dan Wallonië.

Alle oude politieke partijen zijn in België ondertussen opgesplitst langs communautaire lijnen. Het echte gezag berust niet bij de provincies maar bij de regio (urbanisme, milieu, economie, openbare werken, vervoer en externe handel) of bij de taalkundige gemeenschap (onderwijs, taal, cultuur en sommige sociale voorzieningen). De nationale overheid blijft verantwoordelijk voor defensie, buitenlandse zaken, sociale zekerheid, inkomstenbelasting en de (aanzienlijke) staatsschuld; ze bestuurt ook de strafrechtbanken. De Vlamingen eisen nu dat de macht over de belastingheffing, de sociale zekerheid en de rechtspraak naar de regio’s wordt verlegd. Zeven grondswetsherzieningen hebben ervoor gezorgd voor bureaucratische omslachtigheid en een absurde hang naar evenwicht — het is duur om elke dienst, elke lening, elke subsidie, elk bord tweemaal te verschaffen.
Door dit alles is België niet meer één of zelfs maar twee staten, maar een ongelijke lappendeken van elkaar overlappende en duplicerende gezagsorganen. Een regering vormen is moeilijk: het vereist een meerpartijenoverleg binnen en tussen de regio’s, een ‘symmetrie’ tussen nationale, regionale, communautaire, provinciale en lokale coalities, een werkbare meerderheid in de twee voornaamste taalgroepen en taalkundige gelijkheid op elk politiek en bestuurlijk niveau. En als er dan eindelijk een regering is gevormd, dan heeft deze weinig slagkracht, want zelfs het buitenlandse beleid — in theorie de verantwoordelijkheid van de nationale regering is feitelijk in handen van de regio’s, aangezien dit beleid in België vooral om handelsovereenkomsten draait, en die vallen weer onder de regio’s.
België wordt vandaag de dag door weinig meer bij elkaar gehouden dan de koning, de munt en de staatsschuld, zegt ook Tony Judt. Dat, en het knagende besef dat het zo niet langer meer kan. Een nalatig centraal gezag zorgt ervoor dat niemand zich voor iets verantwoordelijk voelt, kijk maar naar de ongebreidelde projectontwikkeling in een stad als Brussel. Judt zag — in 1999 — wel hoop. De zuilen raken in verval, schreef hij. Jongere Belgen hebben een minder sektarische kijk op de wereld. De welvaart in Vlaanderen heeft de angel uit de politiek van het taalkundig ressentiment gehaald. Bovendien verbinden de Belgen zich niet meer in alle facetten van hun leven met één partij. De ontkerkelijking, de toegankelijkheid van het hoger onderwijs en de trek van het platteland naar de steden heeft zowel de katholieke als de socialistische partij verzwakt.

Voor sommige commentatoren mag België dan wel een "postnationaal model" zijn — een vrijwel stateloze samenleving met een zichzelf besturende, tweetalige hoofdstad waar een multinationale beroepsbevolking een groot aantal transnationale organisaties en bedrijven bedient — een overheid moet toch bescherming kunnen bieden aan zijn burgers, hen een gevoel van cohesie geven en een gemeenschappelijk doel dat zich laat verenigen met de instandhouding van civiele en politieke vrijheden. Zeker nu we, aldus Judt, op de drempel van de eenentwintigste eeuw staan, en een tijdperk binnentreden waarin zaken als werkgelegenheid, veiligheid en de burgerlijke en culturele kern van naties blootgesteld zullen worden aan ongekende, ongereguleerde krachten die buiten de controle van de nationale staat liggen.

'Roemenië tussen het verleden en Europa' gaat over het postcommunistische Roemenië. Alleen alleen in Roemenië heeft deze periode tot ernstig geweld geleid. Soepeler dan elders belandden leden van de oude nomenklatoera op invloedrijke posities. De omvorming van een staatsgeleide economie naar een vrije verliep bovendien zeer moeizaam: men greep naar de onmiddellijke bevrediging van het piramidenspel; buitenlandse interesse was schaars wegens de dure sanering van verontreinigd water en vervuilde grond. Er is ook weinig Roemeens zelfonderzoek naar het communistische verleden — hoe het land decennialang door een paranoïde Roemeense communistische partij werd bestuurd, strafkolonies inrichtte, abortus verbood zodat illegale abortus de bijbehorende sterfgevallen toenamen, de economische actoren verplichtte om binnenlands geproduceerde goederen te exporteren, en stedenbouwkundige plannen ontwierp die korte metten maakten met de sociale samenhang.

Het Roemeense oorlogsverleden is al even pijnlijk: veel lokale collaboratie met de Duitsers, met name bij hun plannen om de joden uit te roeien en de late herroeping daarvan door Antonescu (toen hij zich realiseerde dat Hitler de oorlog zou verliezen). De joden waren in de ogen van veel Roemenen de sleutel tot het identiteitsprobleem waarop het land gefixeerd was, een probleem waarvoor volgens Judt de geschiedenis en de geografie in gelijke mate schuld droegen. Roemenië werd overheerst door de drie grote rijken van Oost-Europa: het Russische, het Oostenrijks-Hongaarse en het Osmaanse Rijk. Bovendien had Versailles de Roemenen wraakzuchtige buren en omvangrijke minderheden bezorgd. En ziet, kwalijke ideeën tastten ook de Roemeense intelligentsia aan. Cioran en Eliade waren in de jaren dertig prominente vertegenwoordigers van het Roemeense extreem-rechtse kamp en betuigden actieve steun aan Corneliu Zelea Codreanu’s IJzeren Garde. Mihail Sebastian was een bewonderaar van Nae Ionescu.

Roemenië, schrijft Judt, is niet Midden-Europees in geografische zin; Boekarest ligt dichter bij Istanbul dan enige Midden-Europese hoofdstad. Het maakt evenmin deel uit van Milan Kundera’s ‘Midden-Europa’: voormalige Habsburgse gebieden (Hongarije, Tsjecho-Slowakije, Galicië), ‘ontvoerde’ stukjes van het Westen die in het Sovjetimperium waren opgenomen. In het land leeft de reële angst dat het land het Aziatische continent in kan glijden. Gelukkig werd Roemenië in 2007 samen met Bulgarije tot de EU toegelaten.

'Een duistere overwinning: Israël en de Zesdaagse Oorlog' en 'Het land dat niet groot wilde worden' bespreken de grote geopolitieke invloed van de verpletterende overwinning van Israël in de Zesdaagse Oorlog. In 1967 bevocht en versloeg Israël de gecombineerde legermacht van Egypte, Syrië en Jordanie in een van de kortste oorlogen uit de moderne geschiedenis, waarmee het zich een positie als regionale supermacht verwierf en voorgoed een andere wending gaf aan de politiek in het Midden-Oosten. Vóór de Zesdaagse Oorlog had Israël een ander beeld van zichzelf, en de wereld had een ander beeld van Israël. De staat Israël mag vóór 1967 klein en belaagd zijn geweest, hij werd niet algemeen gehaat, zeker niet in het Westen. Negentien jaar na zijn geboorte was het land nog doordesemd van zijn oorsprong in het arbeiderszionisme van rond 1900. De enige leiders waren Russische en Poolse immigranten uit de eerste jaren van de twintigste eeuwen. De overgrote meerderheid van de huidige Israëlitische staatsburgers was nog niet geboren. Het was de tijd van de kiboetsen, op communistische leest geschoeide gemeenschappen. Gesprekken over uitbuiting waren bon ton, Arabieren kwamen in deze wereld nauwelijks aan bod. Het was, kortom, een Europees land. De Zesdaagse Oorlog zou dit — en de perceptie van Israël door het Westen — compleet veranderen.
Tegen de tijd dat een land de leeftijd van achtenvijftig bereikt zou het, net als de mens, een zekere mate van volwassenheid bereikt moeten heben. Na bijna zes decennia te hebben geleefd weten we tegen wil en dank wie we zijn, wat we gedaan hebben en hoe anderen ons zien, inclusief al onze gebreken. We geven ons rekenschap, met hoeveel tegenzin of hoe bedekt ook, van onze vergissingen en tekortkomingen. En hoewel we af en toe nog steeds illusies koesteren over onszelf en onze vooruitzichten, zijn we inmiddels wijs genoeg om te beseffen dat het voor het merendeel inderdaad illusies zijn. Kortom, we zijn volwassen geworden.
Maar de staat Israël is merkwaardig onvolwassen gebleven (temidden van de democratieën-westerse-stijl zelfs als enige). De maatschappelijke veranderingen in het land — en zijn economische prestaties — hebben niet de politieke wijsheid gebracht die meestal met de jaren komt. Van buitenaf gezien gedraagt Israël zich nog steeds als een puber: verteerd door een breekbaar vertrouwen in zijn eigen uniekheid, ervan overtuigd dat niemand het ‘begrijpt’ en iedereen ‘tegen’ is, één en al gekwetste ijdelheid, snel beledigd en snel beledigend. Als zoveel pubers is Israël ervan overtuigd — en laat dat ook herhaaldelijk en agressief merken — dat het zijn eigen gang kan gaan, dat zijn acties geen gevolgen hebben en dat het onsterfelijk is.


'Een Amerikaanse tragedie? - Het geval Wittaker Chambers' bespreekt de rol van dit voormalig communistisch partijlid in de zaak tegen Alger Hiss. Hiss was betrokken bij de stichting van de Verenigde Naties maar werd in 1948 door Chambers beschuldigd een Sovjet-spion te zijn. Judt geeft een goed beeld van Amerika onder het McCarthyisme.

'De crisis: Kennedy, Chroestjov en Cuba' biedt Judts visie op de Cubacrisis.

'De illusionist: Henry Kissinger en het Amerikaanse buitenlandbeleid' is een recensie van een boek van William Bundy, waarin deze vernietigend is voor de mythe van de strategische originaliteit en zelfs genialiteit van het Amerikaanse buitenlandbeleid in het tijdperk-Nixon (zie p. 380).

'Wiens verhaal is het? - de Koude Oorlog in retrospectief' is een recensie van een boek van John Lewis Gaddis over de Koude Oorlog. Judts verdict: Gaddis' kennis van de geschiedenis van het Amerikaanse buitenlandbeleid gaat jammer genoeg niet vergezeld van een vergelijkbare deskundigheid op het gebied van de bronnen en de psychologie van het strategische denken in de Sovjet-Unie. Het boek bevat ook belangrijke omissies: met name de werkzaamheden van het Congress for Cultural Freedom (CCF), met personaliteiten als Franz Borkenau, Karl Jaspers, John Dewey, Ignazio Silone, James Burnham, Hugh Trevor-Roper, Arthur Schlesinger, Jr., Bertrand Russell, Ernst Reuter, Raymond Aron, Alfred Ayer, Benedetto Croce, Jacques Maritain, Arthur Koestler, James T. Farrell, Richard Löwenthal, Robert Montgomery, Melvin J. Lasky, Tennessee Williams en Sidney Hook.
Formeel gezien begon de Koude Oorlog in de tweede helft van de jaren veertig, maar we kunnen de intensiteit en de langdurigheid ervan slechts begrijpen als we inzien dat de oorsprong veel verder terug lag. De confrontatie tussen het leninistische communisme en de westerse democratieën dateert van 1919, en in de landen waar het communisme onder de intellectuele elite en de plaatselijke arbeidersbewegingen aansloeg (zoals Tsjecho-Slowakije, Frankrijk en India) is het voor een goed begrip beter de periode wat binnenlandse zaken betreft van de Eerste Wereldoorlog tot in de jaren tachtig te beschouwen. In de Sovjet-Unie zelf werden de beginselen voor de omgang met ‘bourgeoisdemocratieën’ niet in de jaren veertig, maar al in de jaren twintig bepaald.
'Het zwijgen van de lammeren: over de vreemde oorlog van liberaal Amerika' stelt de vraag waarom de liberale intellentsia (en vooral liberaal Amerika) zich zo makkelijk neerlegde bij het rampzalige buitenlandbeleid van president Bush; waarom we zo weinig hoorden van de liberalen over Irak, Libanon of Iran en de voortdurende aanvallen op de burgerrechten en het internationale rechtssysteem. Judt denkt aan Michael Ignatieff, Leon Wieseltier, David Remnick, maar ook aan buitenlandse waarnemers als Adam Michnik, Václav Havel en André Glucksmann. De positie van de liberale intellectueel is nu grotendeels ondergebracht bij een bewonderenswaardig bataljon van onderzoeksjournalisten die de onderste steen boven proberen te krijgen, schrijft Judt, met voormannen als Seymour Hersh, Michael Massing en Mark Danner.

Judt legt die laksheid uit als een verwatering van de Democratische partij en algemener als een gevolg van de verloren illusies van de generatie van de jaren zestig. Alle jeugdige energie wordt tegenwoordig gewijd aan de verwerving van materiële en persoonlijke zekerheden. Judt verwijt de liberalen een vertekend wereldbeeld. Ze zien de oorlog in Irak "als een schermutseling op weg naar een nieuwe wereldconfrontatie vergelijkbaar met het gevecht van hun grootouders tegen het fascisme en de houding van liberale ouders tegenover het internationale communisme tijdens de Koude Oorlog". Ook deze keer liggen de kaarten duidelijk: de wereld is ideologisch verdeeld.
Zoals de westerse bewonderaars van Stalin zich na de onthullingen van Chroestjov minder opgewonden uitlieten over zijn misdaden dan over het feit dat hij het marxisme in opspraak had gebracht, zo richten de intellectuele aanhangers van de oorlog in Irak, onder wie en andere hoofdrolspelers binnen de Noord-Amerikaanse liberale gevestigde orde, hun bedenkingen niet op de rampzalige invasie zelf (die zij allemaal steunden), maar op de incompetente uitvoering ervan.
'De goede samenleving: Europa tegen Amerika' gaat over de oordelen en vooroordelen van Europa en Amerika over elkaar. Over hoe het laatkapitalistische partnerschap tussen Europa en Amerika is verworden tot een Atlantische kloof. Judt bespreekt drie boeken en brengt feitenmateriaal in, over productiviteit, welvaart en welzijn. In Judts optiek is de Europese Unie niets anders dan een voor het grootste gedeelte onbedoeld resultaat van tientallen jaren onderhandelen door West-Europese politici, die proberen de belangen van hun land en hun markt te beschermen en te bevorderen. De grootste dillema's van het oude continent zijn volgens Judt de vijandschap tussen de oorspronkelijke bevolking en een snel groeiende islamitische minderheid. Judt gaat ook in op Timothy Garton Ash’s pleidooi voor een nieuw Atlantisch bondgenootschap.

'De wederopstanding van het Sociale Vraagstuk' neemt het troosteloze Franse plaatsje Longwy als uitgangspunt. Judt denkt daar na over de reden waarom in regio's als deze, tot voor kort bastions van links, extreem-rechts nu de grootste lokale partij is. Het vrije verkeer van mensen, geld en goederen heeft dit stukje postnationale mondiaal Europa geen welvaart opgeleverd, klinkt het. Judt verwijt links visieloosheid, al blijft hij van de weeromstuit steken in algemene vaststellingen. Net zoals vroeger kan alleen de staat de voorzieningen en voorwaarden leveren dankzij welke de burger een goed of bevredigend bestaan kan nastreven, zegt hij. Daar is niets aan veranderd, hoewel die voorwaarden verschillen van cultuur tot cultuur. De nadruk kan bijvoorbeeld liggen op de burgerlijke vrede, of op solidariteit met de minderbedeelden, op openbare voorzieningen van infrastructurele of culturele aard, op de leefbaarheid van de omgeving, op gratis gezondheidszorg, op goed openbaar onderwijs. Wat links moet leren beseffen, schrijft Judt, is dat mannen en vrouwen in onzeker werk, immigranten met onvolledige burgerrechten, jonge mensen zonder vooruitzicht op werk voor de lange termijn en het groeiende aantal daklozen en mensen met ontoereikende huisvesting géén randverschijnsel zijn dat moet worden aangepakt en opgelost, maar een harde, fundamentele kwestie vertegenwoordigen.

____

Related Posts with Thumbnails