woensdag 22 december 2010

Nutteloos getob - J.P. Guépin

Alles raakt aan alles. Eerder deze week begreep ik niet waarom Sam Harris niet álle dogmatische heilsdenken had verketterd. Inmiddels vernam ik dat J.P. Guépin, wiens boek over het humanisme gisteren aan bod kwam, in Weg met de bohème heeft geschreven over de link tussen het christelijk geloof en de seculiere variant ervan, het marxisme. De backlist van Guépin — archeoloog, classicus, specialist retorica en neo-Latijnse poëzie — wordt interessanter met de minuut.

Ook de columns in Nutteloos getob, die voornamelijk in de Haagse Post verschenen, zijn aanbevolen lectuur. Het zijn heldere, knorrige, tegendraadse stukjes, met een heel aparte humor. J.P. Guépin zelf noemt het:

eindeloos gezwets, radeloos gemaal, vruchteloos gekijf, oeverloos gezwam, dadenloos geroep, mateloos gezeur, kosteloos gegrap, moedeloos gelach, vreugdeloos gedoe, redeloos gespeel, genadeloos gedram, humorloos geschrijf, bloedeloos getwist, tomeloos gewroet, zedeloos gemelk, liefdeloos gedub, karakterloos gekuip, schuldeloos geram, straffeloos gelal, tandeloos geknars, hulpeloos gelul, zorgeloos getier, waardeloos gekuch, smakeloos gezeik, troosteloos gegil, illusieloos geschreeuw, goddeloos gebral, pretentieloos gesnik, roekeloos gedruis, vormeloos geknoei, klakkeloos gevlei, kunsteloos gehos, geesteloos geblaat, rusteloos gehuil, zouteloos gegrap, trouweloos gelik, ordeloos geraas, slapeloos gesnurk, hopeloos geblaf, tuchteloos gejank, machteloos gezwaai, gedachteloos gegrom, zorgeloos gedraai, harteloos gemier, roekeloos geblaas, lusteloos gejuich, argeloos gegrijns, bewusteloos gewurm, grenzeloos gegalm, ademloos gevecht.
De auteur presenteert zich als een licht autistische kluns die de eenvoudigste dingen niet kan begrijpen door zijn tobberige aard. En daarbij heb ik niet de indruk dat hij een maniertje ophoudt, for the sake of the argument. Iedereen kan er zich ook wel iets bij voorstellen, bij dat tobben.
Autorijden lijkt, vind ik, op het staren in de vlammen van het haardvuur. Het geeft je hersenen wat te doen, maar niet genoeg. Je kunt dus ondertussen aan wat anders denken. Maar toch weer niet genoeg om je echt te concentreren. Er komen dus gedachten op, ze gaan weer weg, je peinst wat. Aangenaam en nutteloos getob.
Dat getob leidt bij Guépin vooral tot vragenstellerij. Waarom zijn alle apothekersproducten, zalfjes, pilletjes, tabletten zo wit? Wanneer wordt een hoop een hoop? Wat gebeurt er allemaal als we lopen? (Een vraag die Svevo's Zeno ook al stelde, met alle verlammende gevolgen van dien.)

De columns kunnen alles hebben als aanleiding, als het maar vruchteloos nadenken oplevert. Zo peinst Guépin erover waarom hij nooit eens de lotto kan winnen. Waarna een stukje volgt met gemijmer over wat hij zou doen als hij wél de lotto zou winnen.

De vorm waarin de tobberijen zijn gegoten, wisselt nogal: er is de traditionele Hollandse column met als substraat een persoonlijke herinnering; de strakke verhandeling op filosofische leest geschoeid ('Over het verleiden', 'Over het ruziemaken'); de catalogus-column met allemaal nevengeschikte zinnen, enzovoort. Als classicus bedient Guépin zich natuurlijk vaak van de dialoog. Een van de aardigste stukjes is de schriftelijke neerslag van een telefoongesprek, waarvan alleen het hoorbare deel wordt weergegeven.

Rode draad: steeds probeert de auteur voldoende afstand tot zijn verzuchtingen te bewaren. Het zal wel niet voor niets zijn dat er in deze bundel een stukje staat met de titel 'Nutteloos getob over mijn navel', die door Guépin letterlijk wordt ingevuld. Niettemin is burgerlijk leed omnipresent in de bundel. Gêne, bijvoorbeeld.
Ik heb mijn moeder niet gedood en ik heb niet met mijn vader geslapen, of andersom, maar had ik het wel gedaan, ik zou mij er niet zo voor hebben geschaamd als voor al die keren dat ik de brokjes saté over de tafel schoot en mijn servet op de grond liet vallen (...).
Nu, niet elk getob is nutteloos. Heelder wijsgerige scholen zijn ontsproten aan het in vraag stellen van het alledaagse. In 'Nutteloos getob van Aristoteles' — een catalogus-column — worden een aantal vragen opgesomd waar de oude Grieken mee worstelden. De antwoorden moeten we zelf nalezen.

Op zijn zwakst vind ik Guépin als hij zich bezondigt aan pseudo-intellectuele gemeenplaatsen, zoals de lulligheid van sport, of de onmogelijkheid om een rijbewijs te halen. Het best vind ik 'm als hij de geest prikkelt. Eén column toont hoe je met twee adjectieven een wereld van nuance neerzet.
A—Modern maar toch warm.
B—Duur maar niet goed.
A—Nee, vrolijk maar toch eerlijk.
B—Gek maar te jong.
A—Droog maar warm.
B—Afwisselend maar toch ordinair.
A—Rood maar gedeeltelijk.
B—Schel maar schor.
A—Belachelijk maar te doen.
B—Gewoon maar hetzelfde.
A—Wellustig maar toch aantrekkelijk.
B—Lang maar ongepast.
A—Modern maar lekker.
B—Geestig maar mij te luidruchtig.
A—Gedurfd maar gezond.
B—Leuk maar niet heus.
(...)
Mijn allerliefste stukje doet aan de columns van Eco denken en heet 'Het getob van de schrijver'. We zien een columnist zijn stukje schrijven, daarbij alle alternatieven voor de formulering van elke nieuwe zin overdenkend.

Hier en daar vallen aardige opmerkingen aan te strepen. Zoals dat het Belgische televisienieuws vaak voorgedragen wordt "door bediendes".

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> Max Pam over Guépin

J.P. Guépin, Nutteloos getob
156 p.
Uitgeverij Bert Bakker, 1986



Topics:

Het verwerpen van beginzinnen in een roman: 5
De relativiteit van epitheta als 'Amsterdam, het Venetië van het Noorden': 14
Het vouwen van verhuisdozen, kaarten, sokken: 23
Tutoyeren: 27
Eten comme il faut: 33
Er zijn geen rechte lijnen in de natuur: 38
De ingewikkeldheid van lopen: 40
De onbegrijpelijkheid van het wiel: 40
Belgische verkeersborden, Japanse camera's: 45
Vicieuze cirkels en andere vreemdheden in het woordenboek: 47
Maffiabaas Don Raffaele Cutolo: 55
Betalen van belasting: 60
Schuldgevoel: 66
Werksters: 66
De listen van het geheugen: 69
Verleiden: 79
Kappen met werken en de gevolgen daarvan: 82
Ruziemaken: 90
Vragen uit de Problemata van Aristoteles: 100
Chaos en orde: 101
Muziek haten: 104
Hoogmoed: 107
Miskenning: 110
Te dom om iets van natuurkunde te begrijpen: 113
Wachten op een vrouw: 117
Bedenkingen bij de Tien Geboden: 120
Het loterijprincipe: 125
Wat te doen met lottowinst: 128
Artificiële intelligentie en het schrijven van literatuur: 131
Het nut van een tv-gids: 135
Doodgaan: 141
Literaire prijzen: 146

____

Geen opmerkingen:

Related Posts with Thumbnails