De zwarte dood - Norman F. Cantor
De Zwarte Dood, zo wordt de moordende epidemie genoemd die tussen 1347 en 1351 in Europa woedde. Er is ook een boek met dezelfde titel. Het hoort thuis in de lange rij boeken van historici die willen uitleggen hoe [hun onderwerp] de wereld heeft veranderd. Voor die aanpak is ook wat te zeggen. Al was het maar omdat die het belang van geopolitieke geschiedenis relativeert. Maar dan moet de schrijver wel zijn belofte houden, en dat gebeurt hier niet.
De pest in de veertiende eeuw heeft volgens Norman F. Cantor nogal wat in gang gezet, of op zijn minst versneld: de opkomst van de humanistische filosofie, het ontstaan van de middenklasse en het schisma tussen kerk en wetenschap. Het boek dat hij vervolgens schrijft om dat te beargumenteren, laat echter vooral zien hoe weinig bewijsmateriaal hij vindt voor die claims. Meer dan een boek over de pest is De zwarte dood dan ook een schets van bepaalde maatschappelijke evoluties in het veertiende-eeuwse Engeland, tegen de achtergrond van de pestuitbraak.
In een recensie plaatst Frank Furedi boeken als De zwarte dood in een lange traditie van titels die epidemieën voorstellen als het verdiende resultaat van onbedachtzaam menselijk handelen. Een geestige analyse misschien, maar ik denk niet dat ze klopt. De kwalijkheid van het boek zit niet in een messiaanse toon, die ik nergens terugvind, maar in het feit dat een historicus zijn vak hier haastig zit te beoefenen, en helemaal zijn hand overspeelt bij zaken waar hij weinig van afweet.
Een horde Amazon-besprekers heeft de factuele fouten en slordigheden in De zwarte dood opgesomd:
- Cantor neemt klakkeloos het broodjeaapverhaal over als zou koning Edward II vermoord zijn met een gloeiendhete staaf in zijn anus
- hij beweert dat het in de slagen bij Crécy en Agincourt een halfuur duurde om een kruisboog te herladen, terwijl dat waarschijnlijk slechts enkele minuten in beslag nam
- hij trekt de link tussen de onvolledige namen die boeren kregen in documenten in de Middeleeuwen en de dito vage namen die joodse immigranten opgaven op Ellis Island; maar de joden hadden wél volledige namen
- hij situeert het einde van het Romeinse Rijk in de zevende eeuw, twee eeuwen te laat
- hij beweert dat de Zwarte Dood de mensen zwaarmoediger maakte, en met veel pertinenter beelden opzadelde van de hel; maar zat die schrik er niet altijd al in?, pakweg Dante's Inferno werd al in 1314 gepubliceerd
- Cantor spreekt misleidend van "een gemiddelde levensverwachting" in de Middeleeuwen van 25 jaar, zonder te zeggen dat de levensverwachting vooral naar beneden werd gehaald door de hoge kindersterfte; wie zijn kindertijd overleefde had een goeie kans om de middelbare leeftijd te halen
- de minnares van Jan van Gent was niet de vrouw van Geoffrey Chaucer, maar diens schoonzus
Maar goed, aan dit boek kleven dus ook structureler gebreken. Om te beginnen gaat Cantor volgens specialisten niet vrijuit waar hij de biomedische oorzaken beschrijft van de pest. Hij geeft veel te veel krediet aan de theorie als zou miltvuur een deel van de sterfgevallen van de Zwarte Dood verklaren, om nog maar te zwijgen van Cantors enthousiasme voor de omstreden astrofysicus Fred Hoyle die beweerde dat 'kosmisch stof', de interplanetaire overdracht van organismen, de pest in gang zou kunnen hebben gezet. Cantor besteedt ruime aandacht aan de biologische kant van de zaak, zonder zelf bioloog te zijn, of biologen te citeren. (Volgens de laatste inzichten is het behoorlijk zeker dat de pest werd veroorzaakt door de bacterie Yersinia pestis, die verspreid wordt door vlooien die met name op de zwarte rat parasiteren.)
Het is vast waar dat de veertiende-eeuwse wereld ernstige beperkingen kende bij het diagnosticeren van de ziekten. Men kon amputeren, wonden uitbranden, hoofdpijn met kruiden behandelen, maar tegenover een epidemie stond men machteloos. Middeleeuwse artsen volgden nog steeds de theorieën van de tweede-eeuwse Griekse arts Galenus, die ziekte toeschreef aan een disbalans in de lichamelijke gesteldheid of ‘lichaamssappen’ van een persoon. Het belangrijkste diagnostische instrument was het bekijken van de kleur en consistentie van de urine. De belangrijkste remedies tegen ziekten bestonden uit het herstel van het vermeende evenwicht door purgeren (klysma’s) of aderlaten.
Edoch, uit overlevering en tekeningen weten we dat de Zwarte Dood gepaard ging met builen (zwelling van de lymfeklieren), vergelijkbaar met de Aziatische builenpest uit de achttiende eeuw. Dit steunt de theorie dat het bij de Zwarte Dood om builenpest ging. Dit jaar nog werden sporen van de Yersinia pestis bacterie in het DNA gevonden van skeletten uit massagraven waarin slachtoffers van de Zwarte Dood zijn begraven.
Hoewel het niet helemaal duidelijk is waar de pestpandemie in de veertiende eeuw precies is begonnen, is wel zeker dat hij uit Azië kwam, waarschijnlijk uit Centraal Azië. De ziekte startte waarschijnlijk bij marmotten, verspreidde zich naar vlooien, via vlooien naar ratten en van daaruit naar de mens. De ziekte verspreidde zich van Azië naar Europa via de handel en soldaten. In 1346 arriveerde de ziekte in de Krim. Vanuit de Krim verspreidde de ziekte zich naar Europa en Noord-Afrika.
De Zwarte Dood trof de meeste delen van het Middellandse-Zeegebied en van West-Europa. Geen enkel land werd echter harder getroffen dan Engeland in 1348-1349, en door het rijke bronnenmateriaal dat bewaard is gebleven over het veertiende-eeuwse Engeland is dit ook het land waar we de persoonlijke en sociale invloed daarvan in detail kunnen onderzoeken, meent Cantor. Waarop hij van leer trekt.
De demografische gevolgen van de builenpest die hij aanhaalt, zullen wel het minst omstreden zijn. Norman Cantor noemt de Zwarte Dood van 1348-1349 "de grootste biomedische ramp in de Europese en mogelijkerwijs in de wereldgeschiedenis". Ten minste een derde van de West-Europese bevolking, zo'n twintig miljoen mensen, stierf in wat tijdgenoten ‘de pestilentie’ noemden (de term Zwarte Dood werd pas na 1800 geïntroduceerd). Ter vergelijking: aan de Spaanse griepepidemie van 1918 stierven wereldwijd misschien vijftig miljoen mensen. Maar de sterfte in verhouding tot de totale bevolking was duidelijk relatief gering vergeleken met het verwoestende effect van de Zwarte Dood — tussen de dertig en vijftig procent van de Europese bevolking.
Ook Engeland werd door de pest een enorme demografische klap toegebracht. Na een positieve trend, nota bene: de bevolking van Engeland en Wales was in de dertiende eeuw verdubbeld. Ongebruikelijk warm weer gecombineerd met voldoende regen had voor enorme oogsten gezorgd, en de royale voedselvoorraad had het sterftecijfer verminderd. Toen zette de neergang in van de malthusiaanse cyclus die kenmerkend was voor de premoderne samenleving. Als gevolg van hongersnoden in het tweede decennium van de veertiende eeuw was de middeleeuwse piek van zes miljoen van de Engelse bevolking in 1300 gaan afnemen.
De voornaamste oorzaak van de demografische ineenstorting, zegt Cantor, was echter de Zwarte Dood. De weg terug was langzaam en erg lang. Toen de Engelse bevolking in de tweede helft van de zeventiende eeuw opnieuw substantieel toenam, kwam de laatste uitbraak van de verschrikkelijke pest in 1665, die zeer aanschouwelijk werd beschreven door de journalist Daniel Defoe in zijn Journal of the plague year (1722). Het niveau van circa zes miljoen mensen werd pas rond het midden van de achttiende eeuw opnieuw behaald.
De andere gevolgen die Cantor ziet, of zijn verklaring daarvoor, reproduceer ik hier zoals gezegd met enige reserve. Zo zou de Zwarte Dood volgens veel historici een belangrijke rol gespeeld hebben in de neergang van de horigheid (de onttakeling van het middeleeuwse feodale model) en het ontstaan van een middenklasse van vrijboeren.
Dat zit zo. Eind twaalfde eeuw werd het een trend om horigen hun vrijheid terug te geven toen de landheren zich door de bevolkingstoename realiseerden dat het oude tekort aan arbeid vervangen was door een veranderlijk arbeidsaanbod. De landheer kon in de daaropvolgende eeuw nu gewoon arbeiders huren tegen contant geld. De dertiende-eeuwse Engelse maatschappij leerde hoe sterk vrijheid en kapitalisme onderling met elkaar verbonden zijn. Toen de Zwarte Dood echter zware verliezen toebracht onder de bevolking, konden de boeren door een tekort aan arbeidskrachten aandringen op hogere lonen en op verdere afschaffing van horige verplichtingen en beperkingen. De meer ondernemende landheren waren uiteindelijk bereid tegemoet te komen aan die eisen.
Deze vroegkapitalistische economie deed de klassentegenstellingen toenemen. De kloof tussen arm en rijk in elk dorp werd groter. De rijkste boeren maakten handig gebruik van de sociale ontwrichting die de pest veroorzaakte en de armere boeren zakten dieper weg in de afhankelijkheid en ellende. De Zwarte Dood versnelde de uiteindelijke verdwijning van de horigheid — een trend die overigens al in gang werd gezet door de officiële openstelling van de grondmarkt in de jaren negentig van de dertiende eeuw. Horigheid en de onroerendgoedmarkt gingen niet goed samen: het eerste paste bij een standenmaatschappij, het tweede bij een geldeconomie.
Sterk te lijden onder de Zwarte Dood hadden de joden. Omdat niemand wist waar de pest vandaan kwam, kregen minderheden de schuld. Zij zouden waterbronnen vergiftigd hebben of op een andere manier besmetting veroorzaken. De opkomst van de joodse gemeenschappen in Slavisch Europa zou volgens Cantoor een direct gevolg zijn van de Zwarte Dood. De joden werden verantwoordelijk geacht voor de pest — een idee dat zijn oorsprong had in Zuid-Frankrijk en Spanje, waar aan beide zijden van de Pyreneeën een derde van de 2,5 miljoen joden van heel Europa leefden. Wereldlijke heersers lieten zich meesleuren door de haat en wantrouwen tegenover joden, die de geheimzinnige leer van de kabbala beoefenden. Temeer: rond het midden van de veertiende eeuw leefden de bijna geheel verstedelijkte joden in getto's, waarbij hun isolement én de strenge rabbijnse hygiënewetten onder de joden zorgden voor minder slachtoffers dan doorsnee. En dat was dubbel verdacht. Het laatmiddeleeuwse Duitsland organiseerde daarom pogroms die de joden in oostelijke richting dreven, naar de Slavische landen. Polen bijvoorbeeld, een dunbevolkt gebied dat daarin pure demografische winst zag.
De uitbraak van de pest liet ook de Kerk en het geloof van de bevolking niet onberoerd. Misschien, zegt Cantor, heeft de pest de trend versterkt van optimisme (van een God die gedeeltelijk via de rede begrepen kon worden) naar pessimisme (met een ondoorgrondelijke God). In Engeland, Frankrijk, de Lage Landen en Duitsland werd de eeuw na de Zwarte Dood gekenmerkt door wat we de privatisering van het middeleeuwse christendom kunnen noemen: nogal wat rijken uit de hogere middenklassen stichtten privékapellen, en het persoonlijk mysticisme nam toe. Ten minste veertig procent van de parochiegeestelijkheid overleed in de late jaren veertig van de veertiende eeuw. Dit betekende een tekort aan religieus personeel. Daarom werden veel jonge mannen aangesteld, en de eisen voor een aanstelling versoepeld. Radicale ketters zagen nu hun kans schoon om een aanval te doen op het kerkelijk leiderschap en de kerkelijke moraal.
In een interessant maar warrig hoofdstuk geeft Cantor aan dat de Zwarte Dood hielp om duidelijk te maken dat de officiële kerkelijke leer, het thomisme, intellectueel gezien op een dood spoor zat. Het thomisme benaderde de wetenschap strikt observerend en retorisch en bovendien bleef het zich vastleggen op de natuurkunde van Aristoteles, die wemelde van de fouten. Thomas van Aquino stond de synthese (‘summa’) van het bijbelse geloof en de seculiere wetenschap voor, terwijl wetenschappers langzaam maar zeker begonnen te beseffen dat de waarheid net in de details ligt — dat je kennis van de natuur kon verwerven door zeer kleine onderdelen van natuurlijke processen minutieus te bestuderen. Cantor heeft het dan over de Oxfordse school, met figuren als Thomas Bradwardine, Willem van Ockham, Robert Grosseteste, Roger Bacon en Duns Scotus.
Gunstig was de Zwarte Dood vreemd genoeg voor vrouwen, althans de vrouwen die het overleefden. Zij kregen immers een behoorlijke weduwengift als hun echtgenoot stierf, en op het eind van de veertiende en begin vijftiende eeuw gingen ze een belangrijke rol spelen in de productiviteit, waardoor ze zich onafhankelijker gingen opstellen.
Dat is allemaal niet onaardig om te lezen. Jammer genoeg maakt Cantor nauwelijks duidelijk waarom we in plaats van correlatie (de gelijktijdigheid van gebeurtenissen) mogen spreken van causaliteit (een onderling verband tussen gebeurtenissen).
Andere besprekers hebben trouwens opgemerkt dat vele veranderingen al waren ingezet vóór de pestuitbraak. En veel zaken bleven ook domweg zoals ze waren. Frankrijk, bijvoorbeeld, bleef de belangrijkste economische factor in Europa. Het leed zware verliezen in de Honderdjarige Oorlog maar verdreef uiteindelijk toch het militair sterkere Engeland.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> selectieve bibliografie in de commentaren hieronder
> http://en.wikipedia.org/wiki/Black_Death
> http://en.wikipedia.org/wiki/Causes_of_the_Black_Death
> http://en.wikipedia.org/wiki/Bubonic_plague
Norman F. Cantor, De zwarte dood
Hoe de pest de wereld veranderde
286 p.
Uitgeverij Agora, 2003
Oorspr. In the wake of the plague
The black death and the world it made (2001)
Vertaald door Bonella van Beusekom
The plague (1898), Arnold Böcklin; afbeelding via Wikipedia
Topics:
De builenpest is een bacil, meegedragen door op de rug van knaagdieren levende parasieten: 21
De drie fasen van de pest: 22
Het ging niet alleen om de builenpest; argumenten: 23
Miltvuur en de builenpest hebben dezelfde griepachtige symptomen: 24
Uitbreiding veehouderij na massale boskap in dertiende eeuw; veestapels zonder immuniserende vaccinatie; veepest: 24
Kan een natuurlijk miltvuurmutatie op de mens overgebracht worden?: 25
'Miltvuur en builenpest bestonden naast elkaar in de veertiende eeuw'; middeleeuwse artsen konden geen onderscheid maken tussen twee verschillende soorten pest: 27
Factoren die het risico op infectie in endemische gebieden vergroten: 28
Het inwendige leven van een zieke vlo: 29
Genetische relatie tussen de Zwarte Dood en aids (immuniteit): 31
Middeleeuwse artsen dachten dat de pest zich verspreidde via de lucht; ontvluchting van de steden: 32
Middeleeuwse maatregelen: ramen gesloten houden; boom tapijtindustrie; verbod op baden dat alleen maar je poriën openmaakte: 33
Middeleeuwse 'astrologische' oorzaken: 34
In de jaren zeventig: ernstig arbeiderstekort; boeren vragen loonsverhogingen; Boerenopstand van 1381: 35
Oorlog van Eduard III vanaf 1342 om de oude Franse landen van de Plantagenets terug te krijgen: 45
Meisjes uit de rijke klassen: betrokken in het politieke machtspel en de diplomatie, of als maagd het klooster in: 54
Korte levensverwachting vrouwen, veelvuldig huwen van mannen: 54
Dood van Johanna van Engeland ten gevolge van de pestuitbraak in het havengebied van Bordeaux (dus geen dynastieke verbintenis met Castilië voor de Plantagenets): 60
Hoogadellijken ware geen bespiegelende mensen, maar aardse op het leven gerichte types: 73
In 1340 was zestig procent van de rijkdom van Europa en bijna alle politieke macht in handen van slechts driehonderd families van de hogere adel: 74
Deze namen zitting in het House of Lords maar speelden zelden een belangrijke rol in de politiek, wetgeving of rechtspraak: 74
Voor duizenden mensen bestond een groot deel van hun handel in het tevredenstellen van de weinigen helemaal boven aan de sociale ladder: 75
De minder rijke adel en de bovenste laag van de lagere adel probeerden hen na te volgen en leefden vaak op krediet: 76
Engeland was tijdens de jaren van de Zwarte Dood nog steeds een overwegend agrarische samenleving, met één grote stad, Londen, en drie kleinere, York, Bristol en Lincoln: 79
Veeteelt, wol, dikwijls van landerijen van kerkelijke ondernemingen: 80
Huisindustrie: 81
Vraag naar rood vlees (populair voedsel) opgevangen door gedomesticeerd vee; kans op miltvuur in de tijd voor vaccinaties: 81
Rijk graanverbouwend gebied in Engeland: 83
Primitieve kolenindustrie in Wales; brandstoftekort door ontbossing: 83
Gunstige klimatologische omstandigheden tussen 1180 en 1280: 84
De plattelandsbevolking verdrievoudigde in de dertiende eeuw; elke bebouwbare centimeter in de rijke centrale champaing werd gebruikt voor graanteelt; 85
Adellijke landheren wilden de familielanderijen intact houden: 86
Horigheid was bedoeld om een constante aanvoer van arbeid te verzekeren door generaties wettelijk aan het land te kluisteren: 86
Horigen waren geen slaven, maar hadden rechten: 87
Na de bevolkingsaanwas kon de landheer gewoon arbeiders huren tegen contant geld: 88
Het was fiscaal in het voordeel van de kroon om het aantal vrije boeren te vergroten, waardoor ze rechtstreeks aan de koning belasting schuldig waren: 89
De gruwelijke dood van Eduard II: 90
Hongersnood en afkoeling van de aarde aan het begin van de veertiende eeuw; ondervoede lichamen vatbaarder voor de Zwarte Dood?: 92
Schenking van grond aan kerkelijke functionarissen, een belangrijke spirituele dienst m.b.t. het hiernamaals: 93
Bevolkingsexplosie en de koortsachtige situatie rond onroerend goed deed de waarde van de schenkingen toenemen: 94
Een veertiende eeuwse abt was de hoofdleidinggevende van een onderneming geworden: 97
Het bon vivant-leven van de clerus: 97
Zwarte Dood: ongebruikte pachtgronden en tekort aan agrarische loonwerkers: 98
Prijsklem eind jaren zeventig: dalende graanprijzen en arbeiders die aandrongen op hogere lonen: 107
Boerenopstand van 1381: 108
Toename van de klassetegenstellingen in de boerenstand: rijk en arme boeren: 110
Armen in de veertiende eeuw: 112
Iconologie (studie van de leer van motieven van beeldende kunst) als methode om inzicht te krijgen in de gedachten van boeren: 113
Preken van franciscaanse monniken die preekten onder boeren; angstige, onzekere wereld: 114
Piers Plowman: 115
Hiërarchie zorgde nog steeds voor stabiliteit in de overgangswereld tussen het middeleeuwse feodalisme en het vroegmoderne kapitalisme; de Zwarte Dood knabbelde aan dit systeem: 119
Het Avignonese pausdom: 121
De dood van Thomas Bradwardine: 127
De pest spaarde de koninklijke familie of toonaangevende intellectuele en religieuze figuren van Engeland niet: 128
Bradwardines theologie had betrekking op de menselijke reactie op de Zwarte Dood: 132
Willem van Ockham en Marsilius van Padua: 133
Onder de leiding van Robert Grosseteste begonnen de Engelse franciscanen de voorhoede van de intellectuelen in Oxford te vormen, Ockham, Bacon, Scotus: 134
Thomas van Aquino (het Parijse thomisme) stond tegenover de franciscanen van Oxford, de grote intellectuele Renaissance in Oxford van 1240-1380: 134
De vertaling van aristotelische corpus: 137
Geloof en rede binnen het thomisme; het geloof is de hoogste waarheid volgens de franciscaanse school: 139
De benadering in Oxford leidde deels tot de moderne wetenschap, maar leverde toen nog niets op in de strijd tegen de Zwarte Dood; de toegang tot de biomedische wetenschap werd afgesloten door de afkeer die men had van het ontleden van het menselijk lichaam geschapen naar Gods beeld: 140
Wetenschappers hadden tot 1600 geen microscoop en tot 1870 geen sterke microscoop; ze konden de bacillen niet zien; men dacht aan astrologische of moralistische verklaringen: 141
Verdeling van het land in veertiende-eeuws Engeland: 145
Trouwen, het voortbrengen van nageslacht en erven vormden de kern van het leven van de lagere adel; stijgen op de sociale ladder kan via buit verzamelen in de oorlog, het landgoed zorgvuldig te beheren of trouwen met de inbrenging van flinke bruidschatten, en zorgen dat er steeds mannelijke erfgenamen waren: 146
Over deze gang van zaken rond huwelijk, geboorte, dood en erfenis raasde de Zwarte Dood als een tornado heen; meer sterfgevallen, vooral onder jongemannen: 147
Twee soorten mensen profiteerden; de in het gewoonterecht gespecialiseerde advocaten en de vrouwen uit de lagere adel (bij sterfte hadden ze recht op een weduwgift, een derde van het inkomen (niet het kapitaal) van het landgoed van haar man: 147
Daardoor kwamen mannelijke erfgenamen soms in de problemen: 151
Vrouwen, die geïsoleerder leefden, overleefden vaker de pest: 153
De Zwarte Dood verankerde het besef dat agressief geprocedeer nuttig was, alsmede de opvatting dat er niets mis was met ongebreidelde hebzucht: 165
Vernieuwd sterk koningschap eind vijftiende en begin zestiende eeuw; opnieuw een cultuur die functioneerde binnen de regels van de wet: 166
Getrouwde vrouwen in de veertiende eeuw waren dus niet zomaar bezit: 166
Seksueel verkeer en andere omgangsvormen: 167
Ze waren buitengesloten van hogere scholing en academische beroepen: 167
Vrouwenhaat van Ambrosius en Augustinus en andere oorzaken: 168
Nonnenkloosters: 170
De overtuiging dat de joden verantwoordelijk waren voor de Zwarte dood had zijn oorsprong in Zuid-Frankrijk en Spanje, waar aan beide zijden van de Pyreneeën een derde van de 2,5 miljoen joden van heel Europa leefden: 176
Geen aristotelisch rationalisme van Maimonides maar een terugtrekking in de dertiende eeuw in de esoterische kabbala bij de rabbijnse en kapitalistische elite: 177
Wereldlijke heersers lieten zich meesleuren door anti-joodse gevoelens: 180
De joden waren relatief onbelangrijke geldschieters, maar men had liever met hen te maken dan met de machtiger Florentijnse en Lombardische banken: 186
Vernietiging en uitdrijving van joden moeten we niet simpel interpreteren als een daad van christenen om er zelf beter van te worden: 187
Men kon hen immers goed gebruiken als geldschieters en belastingbetalers (in ruil tegen bescherming): 189
Rond het midden van de veertiende eeuw leefden de bijna geheel verstedelijkte joden in wat vanaf 1500 getto's werden genoemd: 190
Isolement en strenge rabbijnse hygiënewetten zorgden voor minder slachtoffers: 190
Hertog Casimir II van Polen nodigt joden uit in zijn dunbevolkte gebieden; economische winst; belangrijke rol voor joden in Polen en in de Oekraïense landen die ook door de Poolse adel werden geregeerd; drietalige opvoeding: 191
Vanaf tweede helft van de achttiende eeuw verslechtering van de levensstandaard: 192
Bij de Derde Poolse deling kwam driekwart van de Oost-Europese joden onder de heerschappij van de Romanovs: 193
In de dertig jaar voor WOI enige verbetering toen de Industriële Revolutie de joodse steden in Polen, Oekraïene en Wit-Rusland bereikten: 193
Joden na 1945: 194
De vroegste middeleeuwse verklaring voor de pest, reptielen; verhalen die doen denken aan bijbelse faraonische plagen: 200
Een van de meest radicale hedendaagse verklaringen voor de pest, kosmisch stof; Fred Hoyle en Chandra Wickramasinghe; de interplanetaire overdracht van organismen: 207
Oost-Afrika als kraamkamer van besmettelijke microben (via Soedan naar de Nijldelta en de Middellandse Zee tot bij ons): 214
Epidemieën in de antieke en bijbelse oudheid: 215 en 219
Het belangrijkste probleem van Rome (dat tot haar ondergang leidde) was biomedisch van aard; getroffen door golven van epidemieën van 250 tot 650: afname van voedselvoorraden, dus minder handel, dus niet toereikende belastingen, dus dalende fondsen voor bureaucratie en landsverdediging: 218
De opkomst van Europa's macht en rijkdom door gunstig klimaat en biomedische omgeving: 222
Het Latijnse, christelijke Europa van de dertiende eeuw; een creatieve maar eenzijdige cultuur, zonder wetenschappelijke vooruitgang voortbouwend op Aristoteles, kwetsbaar voor epidemieën: 223
Malthusiaanse spanningen; door een lange periode van ongebruikelijk warm weer zonder epidemieën was de voedselvoorraad voldoende, waardoor mensen beter te eten kregen en hun levensverwachting hoger werd, maar door de snelgroeiende bevolking raakte men aan de grenzen van de voedselvoorraad en van de beschikbare ruimte voor de toegenomen agrarische productie om gelijke tred te houden met de bevolkingsexplosie: 227
Geen chemische middelen om de gewasopbrengsten te verbeteren, misoogsten, honger: 228
Klimaatveranderingen en verwoestende oorlog tussen Frankrijk en Engeland; honger en geweld aan de vooravond van de Zwarte Dood: 229
Doordat de oude cultuur werd vernietigd, werd de weg vrijgemaakt voor de Renaissance en de protomoderne wereld: 232
Lollards: 238
Een religieuzere, minder humanistische stijl in de Noord-Italiaanse schilderkunst; Meiss en het marxisme: 238
In Engeland overgang van de rijk gedecoreerde variant van de Franse gotiek naar een perpendicular stijl: 240
Misschien verzwakte de Zwarte Dood het geloof in de traditionele middeleeuwse katholieke spiritualiteit en stimuleerde dit een dieper naturalistischer begrip va nde menselijke psyche: 241
Kritiek op bovenstaande theorieën: 243
Macabere katholieke cultuur slecht voorzien om te reageren tegen de Zwarte Dood: 244
Invloed op de Honderdjarige Oorlog, infanterie speelt centrale rol terwijl de loonkosten van soldaten stegen: 245
De ondergang van de Plantagenets: 246
Geoffrey Chaucer: 250
De pest in de Nederlanden (door Erik Thoen): 267
Minder pijnlijke gevolgen, oorzaak: familiebedrijfsvoering: 269
Tegenwerpingen voor de invloed van miltvuur: 270
____

4 reactie(s):
English society in the later Middle Ages – Keen
English society in the later Middle Ages : class, status, and gender – Rigby
Standards of living in the late Middle Ages – Dyer
The Hundred Years War – Sumption
Literature and preaching in medieval England – Owst
The drama of the medieval church – Young
The foundation of modern science in the Middle Ages – Grant
The Cambridge history of later medieval philosophy – Kretzmann
Medieval death – Binski
Sin and fear – Delemeau
Last things : death and the apocalyps in the Middle Ages – Freedman (red.)
The black death – Williman (red.)
Living and dying in the Middle Ages – Harvey
A medieval commune : Siena under the Nine 1287-1355 – Bowsky
The cult of remembrance and the black death : six Renaissance cities in central Italy – cohn
The Black Death – Ziegler
Les hommes et la peste – Biraben
The Black Death – Gottfried
The Black Death and the transformation of the West – Herlihey
The Black Death and its aftermath in late-medieval England – Platt
The sacred chain : a histor of the Jews – Cantor
A social and religious history of the Jews – Baron
A mediterranean society – Goitein
A history of the Jews in Russia and Poland from the earliest times – Dubnow
Kabbalah : new perspectives – Idel
Messianism, mysticism, and magic – Sharot
Galut – Baer
Kabbalah – Scholem
God’s first love – Heer
History of the Jews – Graetz
The Black Death in England – Ormrod en Lindley (red.)
De pest in de geschiedenis – McNeill
Medicine and society in later medieval England – Rawcliffe
The Black Death : a biological reappraisal – Twigg
Het vijfde wonder – Davies
Evolution of infectious disease – Ewald
De ontwikkeling van de moderne mens – Lewin
The time before history – Tudge
De oorsprong van de mensheid – Leakey
From Lucy to language – Johnson en Edgar
Anthrax : investigation of a deadly outbreak – Guillemin
The great plague – Porter
Ik heb me x aantal jaren met veel verveling door 'In the Wake of the Plague' geworsteld, een middelmatig boek op zijn best, een beetje tot mijn verbazing eigenlijk, want Cantor's 'The American Century' is een prachtboek...
Prettige feesten,
Hardie - www.mountaintop.be
Ik heb me x aantal jaren GELEDEN met...
(Excuses.)
Hardie - www.mountaintop.be
Iemand op Amazon.com opperde dat Cantors boek zo slordig ineensteekt omdat hij het zo snel schreef, in het zicht van de naderende dood. Als in een delirium.
Een reactie plaatsen