vrijdag 12 november 2010

Poseren voor de bladspiegel - Kees Fens en Uta Janssens

Onbegrijpelijk dat de reproducties in dit boekje in zwart/wit zijn afgedrukt. Maar goed, Poseren voor de bladspiegel bekijkt schilderijen met een documentair, niet met een artistiek oog. Fens en Janssens zien toe hoe boeken worden vastgehouden, in welke omgeving ze worden gelezen, en welke attributen (globe, landkaart, microscoop) eventueel op tafel staan. Dat zegt allemaal iets over het soort lezer dat we voor ons krijgen — een archetype dat meeëvolueert met de geschiedenis.

Kees Fens en Uta Janssens kozen enkele gewijde prenten uit de Middeleeuwen, maar het leeuwendeel van de afbeeldingen is afkomstig uit de achttiende eeuw, een tijd waarin het lezerspubliek snel groter werd en de massaproductie van boeken opkwam. In de Middeleeuwen waren heel weinigen de kunst van het lezen machtig; in de achttiende eeuw, de eeuw van de rede, beschouwde men lezen als een kunst die steeds meer vervolmaakt kon worden; toen het lezen heel populair werd, in de negentiende eeuw, beschouwde men het als een rage die onder controle gehouden moest worden.

Wat dat laatste betreft: nu in de eenentwintigste eeuw weer paniekerig wordt gedaan over grootschalige ontlezing en lezen als gepriviligeerde culturele vaardigheid opnieuw groeit, is het goed te bedenken dat gemoraliseer van alle tijden is.

De inleiding van Poseren voor de bladspiegel schetst in vogelvlucht de geschiedenis van de lezer. Het boek zoals wij het nu kennen — in de vorm van de Romeinse codex — werd een algemene vorm door het christendom. De codex scheen een meer geschikte vorm voor de bijbel en won het van de onpraktische papyrusrollen. De codex kon overal worden opengeslagen en de afzonderlijke bladzijden ervan leenden zich gemakkelijk tot verfraaiing. Miniaturen waren de voorlopers van onze hedendaagse illustraties.

De maagd Maria moet zowat de eerste afgebeelde christelijke lezer zijn. Lezen — in het getijdenboek — diende tot vermeerdering van de deugd. In de Renaissancekunst was vooral de lezende Maria Magdalena populair, de vrouw die uiteindelijk haar zondige, zinnelijke leven afwierp. De heilige Barbara is nog zo'n stichtende lezeres. Ze werd door haar vader opgesloten in een toren. Zij las er en kwam er als christen uit. Nog vromer lezen kan haast niet: het boek maakte haar heilig.

Veel vrome lieden worden afgebeeld terwijl ze de lectio divina beoefenen. De meest geportreerde lezer uit Middeleeuwen en Renaissance is de kerkvader Hieronymus, de grootste vertaalgeleerde van de christelijke oudheid, vertaler van de bijbel in het Latijn. In Hieronymus kon de renaissancegeleerde zichzelf en zijn ideaal verbeelden.

Hij leefde ‘sous l’invocation de St.-Jérôme’, zoals de mooie titel van Valéry Larbauds boek over vertalen luidt. Hieronymus werd voorbeeldig als de grootste taalgeleerde van zijn tijd, als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de oude kerk, waarheen de renaissancisten, over de Middeleeuwen heen, terug wilden. Hij is ontelbare malen afgebeeld, altijd lezend, soms in het schitterende rood van de kardinaalskleding (een anachronisme, het kardinalaat bestond in de oude kerk niet), bijna altijd met een leeuw aan zijn voeten, boeken op de planken, schrijfattributen en symbolisch te duiden voorwerpen rond zich.
Tot diep in de Middeleeuwen lazen de mensen luidop. Dat is mooi te zien aan de handschriften uit die tijd. Woorden werden lange tijd aaneen geschreven; het lezen was een taai ontcijferingsproces. Het scheiden van de woorden geeft aan dat niet langer hardop, maar stil wordt gelezen. Nog later werden leestekens toegevoegd. De uitvinding van de boekdrukkunst met haar gestandaardiseerde lettertypen maakte het lezen nog gemakkelijker en goedkoper. Maar tot 1600 was slechts twee procent van de Europese bevolking — de beroepslezers, de geleerden — gealfabetiseerd.

Langzaam ging de heilige lezer over in de geleerde lezer. De beoefening van de wetenschap werd overgeheveld van de kloosters naar de jonge universiteiten. Wetenschap was niet langer uitsluitend dienstmaagd van de theologie. Tegelijk werd een teveel aan wereldse kennis bespot in zogenaamde vanitas-schilderijen — bekijk de zandlopers en doodshoofden maar op de tafels van de zestiende- en zeventiende-eeuwse geleerden.

De reformatie, die persoonlijke studie aanmoedigde, bracht een nog nieuw type (bijbel)lezer, de burger. Vooral op Hollandse doeken uit de zeventiende eeuw wordt hij afgebeeld; niet in de studeervertrek maar in de woonkamer, aan een gewone tafel. De graad van alfabetisme lag hoog in de noordelijke Nederlanden.

Het lezerspubliek breidde zich snel uit in de achttiende eeuw, met een grote productie als gevolg, en die vergrootte weer het aantal lezers. Het verzamelen van boeken, in de eeuw ervoor het privilege van de aristocraat of rijke patriciër, werd de hartstocht van elke boekenliefhebber. Steeds vaker worden keurige bibliotheken afgebeeld, in een particulier huis, in het literaire salon, of op de verzamelplaats van een leesgezelschap die in de mode raakten.

Op prenten beginnen we dan meer en meer boeken te zien die makkelijk en losjes in de hand ligt. Vaststaat dat in de achttiende eeuw ‘lichte lectuur’ begint te verschijnen — qua inhoud, maar ook qua gewicht. Zware folianten werden onmodieus in die modieuze eeuw. Ze werden vervangen door kwarto-edities, of liever nog door edities in octavo, een formaat dat tot op vandaag blijft behouden, tot de e-readers toe. Het meest populaire formaat van de achttiende eeuw was het kleine duodecimo, ons pocketboek.
Parallel aan deze ontwikkeling ontstond de trend van het ongebonden of gebrocheerde boek. Binden — nog altijd in leer — was duur en niet alle boeken verdienden het gebonden te worden. Al in de zeventiende eeuw bleef bijna alles ongebonden wat men niet als een bezit voor het leven beschouwde: vooral toneelstukken, fictie, preken, bloemlezingen van gedichten en liederen, politieke pamfletten of periodieken. In de achttiende eeuw begonnen drukkers goedkope herdrukken van populaire boeken op de markt te brengen; die werden gedrukt met afgedankte of tweederangs lettertypen, op goedkoop papier, ze waren duidelijk niet voor binden bedoeld. Ze werden simpelweg genaaid en in papier gebonden. Al die goedkoop gemaakte boeken droegen zeker bij aan de vermindering van de eeuwenoude eerbied voor het boek; ze stimuleerden het beeld van het lezen als een lichte, zo niet mondaine bezigheid. Lezen was niet alleen een middel tot zelfverbetering, maar ook entertainment.
De geleerde lezer uit de zeventiende eeuw ziet er anders uit dat de geleerde lezer uit de achttiende eeuw, schrijven de auteurs. De geleerdheid heeft zich vereenvoudigd en verder verburgerlijkt. Degelijkheid heeft de elegantie en het amateurisme vervangen. Geleerde vrouwen waren vaak ijverige briefschrijfsters en zijn dan ook te zien met ganzeveren, écritoire (schrijfblad) en inktpot.

Een groot deel van de lezers op achttiende-eeuwse afbeeldingen zijn echter mondaine vrouwen, niet verdiept in een studiewerk, maar in een roman. De vrouw wordt betrapt bij het intieme lezen, in het boudoir, in een luie stoel, met een gelaatsexpressie die grote betrokkenheid verraadt. Er worden zelfs speciale leesmeubels gemaakt. Men sluit zich even af van de realiteit van alledag en maakt zich op een fictieve wereld binnen te dringen. De Nouvelle Héloïse van Rousseau is razend populair, net zoals de Werther van Goethe, de Night thougths van Young of de Oden van Klopstock. In de achttiende eeuw bloeide de saloncultuur. Men las elkaar voor en conversereerde over wat men had gehoord.
De roman scheen voor vrouwen uitgevonden; steeds meer vrouwen lazen romans, het aantal vrouwen met veel vrije tijd groeide snel, dankzij de toenemende welvaart van de middenklassen. Na de regering van de stadhouder-koning Willem III en Mary was dat zeker zo in het politiek en economisch vooruitstrevende Engeland, dat beschouwd kan worden als de broedplaats van de roman zoals wij die vandaag nog kennen: een prozaverhaal gebaseerd op scherpe waarneming van de werkelijkheid, een maatschappij en karakters spiegelend de lezers zo vertrouwd dat zij er zich mee konden identificeren.
Fragonard heeft veel van deze liseuses geschilderd. Daarbij was het hem meer om de bekoorlijkheid van de pose te doen dan iets anders. Hij leefde in een luchtige tijd, waarin elke act een frivole levensstijl wou weerspiegelen. Met het vorderen van de eeuw vonden lezeressen de nodige afzondering ook in de weidse natuur. In de natuur kon de laat-achttiende-eeuwse lezeres zich nog meer identificeren met een gevoelig held(in). In de steden woedde intussen de eeuw van de rede.

De negentiende eeuw betekende de doorbraak van het wijdverspreide, democratische lezen. Niet alleen boeken, maar kranten en tijdschriften werden verslonden. De vrouw in de negentiende-eeuwse schilderkunst ziet niet langer in boudoir maar in de salon, de openbare bibliotheek, een treincoupé.
In de negentiende eeuw, vooral in Engeland en Duitsland, maar ook in Frankrijk en Nederland, leidde de industrialisatie tot een grotere mobiliteit en tot migratie van het platteland naar de steden, met degelijker onderwijs. Aan het einde van de eeuw kon nagenoeg iedereen lezen en schrijven. (Zeker in de zeventiende en achttiende eeuw konden meer mensen lezen dan schrijven!). Het is de grote tijd van de roman in (geïllustreerde) feuilletonvorm en goedkoop leesmateriaal. Bladen, in de achttiende eeuw groot geworden als verspreider en popularisator van literair en wetenschappelijk nieuws, gingen nu de massa opvoeden en vermaken. Betere verlichting — lampen in plaats van kaarsen — stimuleerde tot lezen in de familiekring onder de huiskamerlamp. Er werd uitgekeken naar de nieuwste aflevering van een roman, die dan in familiekring werd voorgelezen, wat de auteur noopte niet te lichtzinnig te zijn.
De leesrage van de negentiende eeuw werd vaak bespot, ook op doek. Denk aan de in lectuur verdiepte huisvrouw die duidelijk haar kinderen, haar personeel, haar huishouden verwaarloost. Bij een schilder als Ernest Meissonnier leidde de democratisering van het lezen tot nostalgie naar een voorbije hogere cultuur. Hij schilderde het liefst achttiende-eeuwse lezers: "Als ik een 'lezer' van vandaag zou maken, moest ik hem een krant in de handen geven en als bibliotheekachtergrond zou men dan een serie brochures zien die de moeite van het herlezen niet waard zijn." Een andere vorm van nostalgie zijn afbeeldingen van een familievader die stichtende teksten voorleest aan het hele huisgezin.

Poseurs
De twintigste-eeuwse schilderkunst laten de auteurs van dit boek helemaal links liggen, zonder dat ergens te verantwoorden. Geen Picasso, Botero of Matisse. Omdat de modernisten een bepaalde burgerlijke manier van afbeelden door de mangel halen, zonder iets toe te voegen aan het beeld van de lezer?

Wat er ook van zij, Poseren voor de bladspiegel doet je onbewust mediteren over je eigen leeshoudingen. Want de meeste afbeeldingen zijn uiteindelijk saaie genrestukjes, versterkt door de attributen die als een stilleven rond de geleerde lezer zijn gezet. De meeste houdingen in dit boek zijn duidelijk geposeerd, en dat gaat na een tijdje vervelen. De leeshouding moet de act van het lezen een betekenis geven. De lezer die schaamteloos de gemakkelijkste houding uitzoekt, komt pas laat in de kunstgeschiedenis langs.
De gemakkelijkste houdingen zijn bijna nooit geschilderd of getekend, wat eerbied voor het lezen en het boek suggereert: lezen op je buik op de grond (en dat doen niet alleen kinderen, het is bijvoorbeeld een typische strandleeshouding), lezen op het gemak dat de wc is, lezen in bed (met altijd het probleem van het vinden van de juiste houding, op je rug, op je zij, het boek op je knieën, het boek op het kussen). Al die mogelijke houdingen en vooral dat zoeken ernaar kunnen aantonen dat lezen een onnatuurlijke handeling is!
Mijn eigen favoriete leeshouding staat bijvoorbeeld niet in het boek. Het zou vast een rommelig schilderij worden: met mijn rug tegen de zijleuning van de driezit, benen binnenboord onder het dekbed en knieën opgetrokken tot bij het gezicht. Een koddig opgevouwd hoopje mens dus, dat in niets lijkt op de soms bloedige ernst van de boeken die hij leest. Een staanlamp is verplicht; ik begin nooit vroeger met lezen dan 21u., als alle lawaai is uitgestorven en de nacht alle opdringerige kleuren dempt.
‘Cum libello in angelo’, altijd wat zoet vertaald als ‘Met een boekske in een hoekske’, is een uitspraak van Thomas a Kempis. Honderdduizenden hebben zich in elk geval met dat kleine boekje van hem, De navolging van Christus, in een hoekje zitten vermorzelen. Wie in een hoek van de nacht leest is de eenzaamste: de hele wereld om hem heen is donker, iedereen rust, hij waakt: een lezer, een lamp, een boek. De hoek is een uithoek. Tot zijn geluk.
Wie dat voor ogen houdt — dat lezers gemak zoeken bij het lezen van een dik boek — kan meteen spontane foto's van de in scène gezette onderscheiden. De beroemde foto van Eve Arnold uit 1955 waarop Marilyn Monroe rustig Ulysses zit te lezen, kan niet anders dan nep zijn. De foto moet iets duidelijk maken: Marilyn is niet het ongeletterde blondje waar velen haar voor houden.

Als dit boek representatief is voor 'de lezer in de kunstgeschiedenis' dan is het gebrek aan close-ups (van het gelaat) opvallend. Terwijl er niets zo ontroerend is als de ogen van een in zachtaardige concentratie verzonken lezer.

Eén type lezer staat al helemaal niet in het boek. Dat is de ergernis opwekkende lezer. De rare, in zichzelf gekeerde figuur met zijn arrogante autarkie. Zo herinner ik me dat kleine kinderen ooit bestek naar me gooiden, toen ik in een hoekje zat te lezen op een stomvervelend familiefeestje.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> meer Fens op Achille: In het voorbijgaan, Leermeesters, Dat oude Europa

> http://livres.fluctuat.net/diaporamas/portraits-de-lecteurs/
> http://www.terragalleria.com/pictures-subjects/people-reading/
> http://portraits-de-lecteurs.blogspot.com/
> http://peoplereading.blogspot.com/

Kees Fens en Uta Janssens, Poseren voor de bladspiegel : lezers in de lijst
124 p.
Uitgeverij Querido, 1999



Favorieten uit dit boek:

Heilige Hieronymus in zijn studeervertrek (1456) - Antonella da Messina

Heilige Hieronymus in zijn studeervertrek (1506) - Vincenzo Catena

Lezende jonge man bij kaars licht (1630) - Matthias Stom

Jan Six (1647) - Rembrandt Harmensz. van Rijn

Voorlezing uit Molière (1728) - Jean François de Troy

Portret van l'abbé Huber (1742) - Maurice Quentin de la Tour

De bijbellezing (1755) - Jean-Baptiste Greuze

Lectüre am Abend (1755) - Carl Spitzweg

Portret van Samuel Johnson (1775) - Joshua Reynolds

La liseuse (1776) - Jean-Honoré Fragonard

Portret van Johann Kaspar Lavater (1780) - Johann Heinrich Lips

Portret van Guiseppe Baretti (1780) - John Watts

Goethe lesend am Fenster seiner römischen Wohnung (1787) - Johann Heinrich Tischbein der Jüngere

Gartenterrasse (1811) - Caspar David Friedrich

Der elegante Leser (1812) - Friedrich Georg Kersting

Liseuse courronée de fleurs (1845) - Camille Corot

Leesavond bij Diderot (1859) - Augustin Mongin (gravure) naar Ernest Meissonnier

La liseuse (1861) - Henri Fantin-Latour

The travelling companions (1862) - August Leopold Egg

La liseuse (1874) - Auguste Renoir

La lecture (1877) - Henri Fantin-Latour


Favorieten niet opgenomen in het boek:

Jeune fille lisant à la fenêtre (1657) - Johannes Vermeer

Hommes lisant (1819-1823) - Francisco Goya

Jeune fille lisant (1850) - Franz Eybl

La liseuse de romans (1853) - Antoine Wiertz

La belle liseuse (18??) - Léon Comerre

Rêves (1896) - Vitteo Matteo Corcos

Femme lisant dans un intérieur (1899) - Vilhelm Hammershoi

Jeune fille lisant à une table (1934) - Pablo Picasso

Femme lisant (19??) - Botero

____

0 reactie(s):

Related Posts with Thumbnails