Het boekenparadijs - Pierre Bourgeade
Seks en boeken zijn ook mijn voornaamste interesses. Zet een boekenkast en een paar blote borsten op de kaft en mijn aandacht is verzekerd. Jammer genoeg is de tijd voorbij dat ik kritiekloos in een romannetje als Het boekenparadijs kon zwelgen. Want wat is dit weer een onding. Bourgeade is een Fransman, dus een zinnenschrijver, dus een sfeerschepper. Tot daar niets aan de hand. De problemen beginnen wanneer hij meent ook een verhaal te moeten vertellen.
Dat verhaal blijkt dan alleen maar uit grove tegenstellingen te bestaan. De bibliofiele vader en de anarchistische zoon. Het studiehoofd en het lustobject. Kuisheid en verdorvenheid. Parijs en de provincie.
Centraal staat meneer Dufourcq. Hij drijft al meer dan veertig jaar een boekhandel in Bayonne, een stadje in de Baskische provincie Labourd, de laatste strook Frankrijk voor Spanje begint. De vrouw van de boekhandelaar is in het kraambed gestorven. Zijn zoon heeft de wijk genomen naar Zuid-Amerika en laat niets meer van zich horen.
Eigenlijk wou Dufourcq dat die zoon, Vincent, de boekhandel overnam, maar daar zal nu niets meer van terechtkomen. Dus leeft hij tegenwoordig wat berustend tussen de boeken in zijn winkel, die een oppervlakte heeft van zes bij vier meter.
Boekenplanken bedekten de muren. Vernikkelde ladderjes die langs op manshoogte bevestigde stangen gleden, maakten het mogelijk de hogere planken te bereiken. De boeken waren naar categorieën gesorteerd. Kleine, eigenhandig door de boekhandelaar zorgvuldig in schuinschrift gekalligrafeerde kaartjes, maakten het de klant mogelijk zijn weg te vinden in die opeenhoping van gedrukte teksten.Boeken zijn zowat de enige troost voor de boekhandelaar — een kamerscherm tussen hem en de buitenwereld. Dufourcq herkent echte boekenmensen van verre. Hij heeft geleerd de mensen die werkelijk een boek willen kopen te onderscheiden van klanten die zich vervelen en gewoon in de winkel rondhangen.
En dan, op een dag, komt zij binnen. Voormalig letterenstudente aan de Sorbonne, daarna aan lager wal geraakt, en nu terug op adem komend in haar geboortestreek. Mejuffrouw d’Urruty: een jonge, lange en slanke vrouw van een jaar of dertig. Pierre Bourgeade mag zich helemaal uitleven.
Ze was gekleed in een bleekgroene, linnen jurk, niet te lang en niet te kort, was geschoeid in witte espadrilles met rode, zorgvuldig rond de enkels geknoopte veters en droeg geen kousen en geen hoed. Haar donkerblonde haren werden bijeengehouden met een Baskische, roodzijden sjaal, waarop kaatsers waren afgebeeld. De groene jurk waarin ze gekleed ging was mouwloos: de jonge vrouw, of het jonge meisje (want, ook al maakte ze bij de eerste oogopslag, waarom werd niet duidelijk, de indruk een jonge vrouw te zijn, als je haar beter bekeek kon ze ook de indruk van een jong meisje wekken, als het al niet omgekeerd was), de jonge vrouw of het jonge meisje had dus blote armen, maar ze droeg zeer korte witkatoenen handschoenen, versierd met dunne, geborduurde biesjes. Om haar hals droeg ze een snoer van kleine schelpen, iets als een kinderkettinkje.Het gesprek dat zich ontspint — of de boekverkoper haar een gepaste titel kan aanraden? — is ook niet onaardig. En eigenlijk wou ik toen nog wel mee in dit verhaal. Van eruditie kan best een erotiserende werking uitgaan. Denk aan Marilyn Monroe en Arthur Miller. Bourgeade weet met een paar mooie zinnen mijn ongeloof op te schorten.
In de eenvormige hemel ontmoeten een planeet en een vallende ster elkaar soms. De planeet volgt, sinds onheuglijke tijden, een routinebaan. De vallende ster gehoorzaamt slechts aan de wetten van het toeval. Toch komt het voor dat ze op elkaar botsen.Maar dan verliest hij de pedalen. Gaat-ie dagboekbladen van de juffrouw invoegen, die seksslavin was in het rendezvoushuis van 'Madame Neige'. Gaat-ie inzoemen op de zoon, Vincent, die in Argentinië dwangmatig bibliotheken in brand steekt. Gaat-ie een jonge verslaggever opvoeren, die voor Soir de Paris moet rapporteren over een duistere zaak.
Al deze elementen worden door Bourgeade haastig aan elkaar geniet — met een onmogelijk huwelijk, een stompzinnige moord en een finale waarbij hij het verhaal in zijn eigen staart laat bijten (cyclische structuur!).
Neen. Het boekenparadijs is gewoon een kinderachtige puzzel: er zijn te weinig stukken, ze zijn te groot, en ze verschillen te opzichtig van kleur. Niets of niemand komt uit de verf. De motieven van de personages zijn dun. Het scenario lijkt er alleen voor het lekker van de schrijver.
Het enige wat me een beetje raakte, maar waar Bourgeade veel te weinig mee doet, is de vader-zoonrelatie. Die verstandhouding is van jongsaf verzuurd door de boekenliefde die senior op junior wou overdragen. Zoonlief wou echter een andere kant uit. Om van boeken te profiteren, schrijft hij in een brief aan zijn vader, moet je twee levens hebben. Een om te lezen, een tweede om alles in de praktijk te brengen. Hij heeft maar één leven.
Ik lijd onder de gedachte dat jij je hele leven met je neus in de boeken hebt doorgebracht. Wat weet je van de wereld? Alleen wat anderen erover geschreven hebben. Uit jezelf niets. Van sommigen wordt gezegd: ‘Die hebben geleefd!’ Over jou zouden ze kunnen zeggen: ‘Die heeft gelezen!’ Anders gezegd: hij heeft niets gedacht, niets gezien, niets gehoord, niets uit zichzelf gedaan. Waartoe zou je dan leven? Ik haat de boeken die van jou voortijdig een oude man hebben gemaakt.Verderop in de brief volgt nog een barre episode uit het leven van zijn vader. Deze laat een schrijver uit Parijs overkomen voor een signeersessie. Weken vooraf verkeert de boekhandelaar in koortsachtige opwinding. Op de dag zelf komt er echter geen publiek opdagen. Waarna er voor het tweetal — Vincent: "Ik stond op de drempel en zag twee clochards uitstappen: jij en het idool" — weinig anders op zit dan zich vast te klampen aan de onkwetsbaar makende arrogantie van de artiest.
N.B. Het is de schrijver zelf, daar op de cover. Bourgeade was bevriend met Man Ray en Pierre Molinier en fotografeerde ook naakten in wit-zwart.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Pierre Bourgeade, Het boekenparadijs
175 p.
Uitgeverij Goossens, 1994
Oorspr. L’empire des livres (1989)
Vertaald door Ernst van Altena

0 reactie(s):
Een reactie plaatsen