maandag 11 oktober 2010

Vrouwen en kinderen eerst - Peter Terrin

Misschien moeten we fictieschrijvers for the time being indelen in twee groepen: zij die een poging doen om de werkelijkheid in al haar precisie binnen te halen in hun romanwereld, en zij die liever moderne fabels schrijven. De eerste groep heeft het over Madame Bovary, die in het midnegentiende-eeuwse Normandië vanonder haar saaie huwelijk probeert uit te komen. In de romans van de tweede groep wordt alle bepaaldheid achterwege gelaten en doet Iemand Ergens Iets.

Of beter: Iemand ondergaat Ergens Iets. Want vaak is de hoofdpersoon in allegorieën een speelbal van het lot, iemand met weinig bewegingsruimte. Romans zoals Kafka of Camus die schreven, zijn daarom iets voor pubers en eeuwige pubers, die graag lezen hoe een eenling — want meestal is het een eenling — het opneemt tegen de boze buitenwereld, en na een heroïsch falen wegzinkt in melancholie.

Ik heb het oeuvre van Kafka en Camus dan ook verslonden toen ik een jaar of achttien was. De machten die er werden in beschreven waren zo diffuus en algemeen van karakter, dat je van die verhalen kon genieten zonder veel levenservaring te bezitten. De morele ernst was groot, en beide schrijvers gaven je de illusie dat ook jij de hele wereld kon vatten zonder je in vervelende details zoals geschiedenis of economie te hoeven verdiepen.

Inmiddels gaat mijn voorkeur uit naar realistische boeken. Maugham, Updike, Munro: zij laten zien dat het scheppen van natuurgetrouwe mensen veel meer talent vraagt dan het bedenken van een nare droom.

Het drama is dat we in Vlaanderen geen schrijvers hebben van dat niveau. (Ook niet in Nederland, maar daarover een andere keer.) Om me tot de zogenaamde 'dertigers' van de Vlaamse letteren te beperken: stuk voor stuk zijn dat allegorieënschrijvers. Of ze nu Verbeke (Slaap!), Vekeman (Lege jurken), Brijs (De engelenmaker), Verhulst (Godverdomse dagen...) of Petry (De achterblijver) heten.

Soms plegen ze een goedaardige variant op de allegorie, het sprookjeMevrouw Verona daalt de heuvel af — maar het vertrekpunt blijft altijd hetzelfde: één hoofdpersonage, dat autobiografische trekken heeft naargelang het de auteur uitkomt, gaat een dialoogje aan met een oppervlakkig beschreven buitenwereld. De roman speelt zich altijd binnen één milieu af, en nooit komt de held overtuigende tegenspelers tegen — antagonisten van vlees en bloed. Tom Naegels is misschien de uitzondering op de regel, maar zijn schrijfkunst overstijgt dan weer nauwelijks het niveau van het gemiddelde Vlaamse Filmpje.

Peter Terrin: van hetzelfde laken een pak. Een allegorieënschrijver pur sang. Maar wel een die dat onbeschroomd toegeeft.

De K. van Vrouwen en kinderen eerst heet Karsten. Misschien alludeert de naam op een van de vele karstlandschappen in Europa — streken waar kalksteen aan de oppervlakte wordt aangetast door de zure eigenschappen van regenwater. Een plaatsbepaling geeft Terrin immers niet, geheel volgens de regels van de kunst.

Karsten en zijn team komen terecht op een afgelegen fabrieksterrein waar ze een enorme machine moeten demonteren. Het naburige mijndorpje waar ze drie weken logeren — meer tijd voor het karwei is er niet — heeft betere tijden gekend. De mijnen zijn al een tijdje dicht, en ook de trots van het dorp, het bedrijf dat de onverslijtbare vloertegel Ebony produceerde, is op de fles gegaan.

En inderdaad, de fameuze AT-289 die ontmanteld moet worden, is natuurlijk de 63 meter lange transportband waar vroeger de tegels kwamen afgerold.

De jonge Karsten heeft vanwege zijn talenkennis, efficiëntie en verantwoordelijkheidszin de leiding over de operatie. Iets wat Terrin mooi en met weinig middelen aangeeft: "Hij deelde de lengte van de productieband door het aantal dagen die voorradig waren om hem te ontmantelen". De rest van het team bestaat uit arbeiders en een ingenieur.

Karsten keek om naar de fabriek. Hij was erg tevreden over zijn optreden, en het besef hier tijdelijk verantwoordelijk te zijn veroorzaakte al minder onrust.
Geduldig schoof hij een hand in zijn broekzak.
Ook dit kan een leven zijn, dacht hij. Uit al het denkbare is ook dit een geldig leven, op deze plek die mij tot gisteren onbekend was. De zon op mijn gezicht, stille heuvels, vaag de geur van industrie. Een streep asfalt, een hek, beton en onkruid, een metershoge omheining. Een man in een vieze broek, zijn witte huid, terwijl hij voorovergebogen in een aftandse bestelwagen graait. Roestvrij, geprofileerd staal dat duizenden hectoliters lucht insluit, vier werkmannen en een kostbare productieband. Een vierkante manchetknoop, de glans op mijn das. Het is zo ontzettend werkelijk. Je zou alles moeten aanraken om het te geloven.
De sfeer is vijandig en alle bevreemdende elementen zijn op post. De arbeiders blijken onder één hoedje te spelen. De bakker weigert brood te verschaffen. De dorpelingen willen 'meehelpen' in de fabriek. Het terrein is alleen toegankelijk via een grote poort. Na een tijd weigert de demontageapparatuur dienst. En 's nachts, diep in de vallei, zijn er lichtjes waar te nemen in het dorp; de bewoners voeren dan een dansje uit op hun zo gekoesterde Ebony-tegel. Elke bewoner heeft zo'n pronkstuk liggen in de tuin. Bedoeling van het ritueel: aantonen dat de schoenzolen verslijten, en de tegel niet.

Het enige ankerpunt van Karsten tijdens zijn opdracht is het papieren contract dat de modaliteiten van het werk stipuleert en dat Karsten strikt wil nageleefd zien. De eigenlijke demontageklus blijkt echter ingewikkelder dan gedacht.
Hij sloot het raam, knipte een lamp aan, knoopte zijn das en boord en ging in de leunstoel zitten, de boeken op schoot. Hij dacht aan de beveiligde bouten die op dit ogenblik het ovensegment onlosmakelijk verbonden aan de rest van de productieband. Bestond het risico dat een machine van dergelijke omvang, deel van een geheel, ontvreemd werd? Waarom anders bouten die beveiligd waren? Bij de overweging dat ooit iemand, een volwassen man, op een ochtend het idee had gekregen bouten te gaan beveiligen, kon Karsten een lach niet onderdrukken. Plotseling lachte hij, in deze kamer van dit oudroze hotel, in deze vallei. Het was een volle, hartgrondige lach, zo smakelijk dat de lach zichzelf telkens weer aanstak, aldus lang standhield. Daarna bleef Karsten zitten.
Na verloop van tijd krijgen we een patroon te zien. Karsten — alle hoofdstukken beginnen nogal doorzichtig met "Karsten…" — krijgt geen hoogte van zijn omgeving en zoekt dan maar soelaas in innere Emigration. Hij trekt zich terug op zijn hotelkamer terwijl de rest van zijn team gaat pintelieren, en ook in de fabriek vat hij het liefst post in het bureau van de directeur, waar hij de kasten uitpluist op achtergebleven dossiers rond de AT-289. Met die dossiers wil hij een rapport opmaken dat het slagen van de missie extra glans moet verlenen, straks.

Terrin heeft zijn jonge werfleider zeer zintuiglijk ingesteld. Vrouwen en kinderen eerst bevat exquise beschrijvingen van machineonderdelen — wielen, stangen, cilinders — en de vibes die in zo'n holle assemblagehal hangen. Hij toont zich daarbij een vlijtige student van zijn grote leermeester W.F. Hermans. De schrijver, die op een blauwe maandag vertegenwoordiger was in marmerproducten, waaronder tegels, weet ook waar hij het over heeft.

In zijn boek houdt Terrin nadrukkelijk halt bij de oppervlakstructuur van de dingen. Het opzet is duidelijk: de schrijver zet een sfeer neer, de lezer mag gissen naar de diepere toedracht. De paranoïa van Karsten fungeert daarbij als een heel dunne leidraad.
Hij dacht onwillekeurig aan het zand [in de silo]. Hij probeerde een schatting te maken van het aantal kubieke meters, gevangen in die enorme metalen sigaar achter de fabriek, roerloos en donker en gevaarlijk. Zou iemand die erin verdronk zinken tot helemaal beneden, tot bij het sluitwiel?
Terrin wordt terrecht geprezen om zijn taal. Al overspeelt hij soms zijn hand, en zet hij woorden in als 'wurgend', 'gierend' en 'krankzinnig'. Door de band genomen schrijft hij economisch, zoals weinig Vlaamse schrijvers hem nadoen. Het maakt zijn solipsisme draaglijk. Voor een avondje toch.

> meer industrieel erfgoed: Abandoned places - Henk van Rensbergen

(Gebaseerd op notities van 2 december 2005.)

Peter Terrin, Vrouwen en kinderen eerst : de ontmanteling van AT-289
190 p.
Uitgeverij De Arbeiderpers, 2004

____

9 opmerkingen:

CC zei

Een paar losse gedachten en vragen:

+ Een interessant onderscheid maakt u daar in uw inleiding, en één dat mezelf in staat stelt mijn voorkeur voor de Engelse en Amerikaanse literatuur scherper te duiden. In die literatuur lijkt de allegorische traditie waarnaar u verwijst veel minder prominent. Dan rijst de vraag waarom dat zo is en of er een verband is met de fundamentele verschillen tussen de Angelsaksische en de continentale filosofische traditie. Mocht u daar ideeën over hebben, of kunnen verwijzen naar interessante literatuur daarover, dan hoor ik dat graag.

+ Mij komt het vaak voor dat de "allegorieënschrijvers" zoals u ze noemt een gemakkelijksheidsoplossing kiezen. Neem De Engelenmaker van Brijs. Hoe wetenschap daarin beschreven wordt heeft meer te maken met professor Gobbelijn dan met het reële wetenschapsbedrijf, maar kritiek op die voorstellingswijze glijdt als water van een eend: de roman is immers niet realistisch bedoeld. Meer nog: het niet-realistisch zijn op zich geldt bij velen als kwaliteitsmerk (een vooroordeel dat vanuit de beeldende kunsten is doorgesijpeld?).

+ De generatie die u noemt is op school meer dan waarschijnlijk geconfronteerd met leeslijsten met daarop boeken als Het reservaat en Het gevaar. Je zou denken dat zoiets profylaktisch werkt. Niet dus.

+ Opvallend afwezig in uw lijstje: Peter Verhelst. U heeft hier al bewonderend geschreven over Verhelst. Hoe rijmt u dat met wat u in deze recensie schrijft (en dat is, voor alle duidelijkheid, een echte vraag, geen verdoken verwijt).

Achille van den Branden zei

+ Hé ja, er moet haast een verband zijn. (De belangrijkste uitzondering daarop die me meteen te binnenschiet is de Engelstalige SF-traditie, die de rijkste ter wereld moet zijn en ook als allegorisch te beschouwen is. Zo simpel is het dus ook weer niet.)

Vakliteratuur daarover ken ik niet direct. Maar zelfs onder Amerikanen wordt er bits gebakkeleid tussen schrijvers die als realistisch bekend staan enerzijds, en critici zoals James Wood en B.R. Myers die hen 'hysterisch realisme' verwijten anderzijds. Het bezwaar: er zit zoveel factualiteit en droge uitwijding in hun boeken dat de personages eronder lijden. "Information has become the new character." De nieuwste loot aan deze tak schijnt David Shields te zijn, maar zijn boek las ik nog niet.

http://www.amazon.com/Reality-Hunger-Manifesto-David-Shields/dp/0307273539

Eamelje.net linkte laatst naar dit artikel: http://www.lrb.co.uk/v32/n18/elif-batuman/get-a-real-degree

Ik heb inmiddels de gewoonte romans af te toetsen op de geloofwaardigheid van de mensen die meespelen. Meer en meer ben ik ervan overtuigd dat dit het allerallermoeilijkste aspect is van schrijven.

+ De meeste schrijvers zijn slechts deskundig over één ding: schrijven (en af en toe een beetje liefdestorment). Logisch: ze zitten heelder dagen solitair aan hun schrijftafel. Wanneer je romans gaat lezen als pogingen om die ondeskundigheid over de rest van de wereld te camoufleren met allerlei trucjes en taalvuurwerk (Mortier over WOI), dan kijk je al snel anders tegen de Literatuur aan. Ik kijk tegenwoordig of een schrijver nog een interessant leven naast de schrijverij heeft (gehad). De kans op een goed boek wordt daardoor groter. Greene en de geheime dienst, Orwell en zijn oorlogservaringen,... Vallen meteen af: de meeste Franse schrijvers. Zij komen doorgaans nooit uit hun Parijse luxeappartement.

+ Weet u dat ik de boeken die u noemt nog nooit gelezen heb? Mijn kennis van de vaarlandse canon vertoont de grootste gaten. Van Terrin weet ik dat Hermans zijn grootste held is. Verhulst zweert bij Michon. Brijs is Brouwersfanaat. Petry is erg into Nietzsche. De Coster vindt Nabokov het hoogste. Op Hermans na allemaal grote stilisten, eerder dan grote verhalenvertellers.

+ Peter Verhelst is natuurlijk geen 'dertiger', maar ik begrijp uw punt. Allegorieënschrijver is hij zeker. Het is niet eens de allegorische aanpak op zich die me stoort, het is dat het in Vlaamse handjes een makkelijk alibi is voor luiheid (vage settings, niet gepersonaliseerde personages, geen levensechte details) en dat de allegorische traditie hier zo dominant is. Hadden we meer realistische verhalenvertellers, was mijn kritiek allicht niet zo giftig. Verschillende kleuren, maten en gewichten moeten er immers zijn, en Camus en Kafka zijn natuurlijk uitstekende schrijvers.

Uw opmerking bewijst op zijn minst dat mijn theorietje van vijf cent onvolledig is. Elke recensie is natuurlijk rationalisering achteraf.

Wat me voor Verhelst in zijn beste momenten inneemt, denk ik, is dat hij heel royaal is in zijn boeken. Hij melkt niet één ideetje uit, zoals de volbloed allegorist, maar strooit de vondsten in het rond. Daarnaast zijn z'n zintuiglijke beschrijvingen soms zeer realistisch. Tot slot zit de kwaliteit van een schrijver, allegorisch of niet, op het einde van de rit altijd in de intelligentie en de uitvoering van het eigenlijke boek. Ik ben bijvoorbeeld ook fan van Saramago -- misschien wel de grootste allegorist van de laatste dertig jaar.

Mijn lof voor Verhelst betrof overigens vooral diens 'Kleurenvanger'. Elders heb ik me kritisch uitgelaten over boeken als 'Memoires van een luipaard'.

http://achillevandenbranden.blogspot.com/2007/05/memoires-van-een-luipaard-peter.html

Daar staat onder meer: "Geloofwaardige personages neerzetten kan-ie namelijk niet." Oef. Zit er toch nog een beetje method in de madness van mijn recenseren.

Anoniem zei

Beste Achille,

Ondertussen weet ik van je dat je focus de laatste maanden steeds meer op de non-fictie gericht is, maar dat je toch probeert wekelijks één of twee artikels te wijden aan een werk uit de literaire fictie.

Ik weet ook dat je deze blog startte met als doelstelling je geheugen een tool in handen te geven om nu en later makkelijker te kunnen terugplooien op wat je las/leest, beziehungsweise waar je mee bezig was/bent, hoe je evolueert.

Is het je, los daarvan, al opgevallen dat je eerder reacties krijgt van je lezers op de stukken die een werk belichten uit de literaire fictie, dan wel de artikels die boeken bespreken die op politiek, economisch, geschiedkundig, filosofisch,... vlak de realiteit proberen te ontrafelen en naar waarheden trachten te speuren?

Zou het kunnen dat velen onder ons meer waarheid kunnen terugvinden in allegorieën, explosies van woordkunst, hoogstaande of banale Spielereien en diepgravende romans, dan we kunnen vinden in de antwoorden die de wetenschap ons biedt? Kan het niet dat velen van ons voelen dat het leven chaos is met een boordje eromheen, maar toch chaos, (te)veelheid in vakjes gepropt, maar toch veelheid, onwetendheid met hier en daar een feitje en een mening, maar toch onwetendheid, dat we toch geneigd zijn troost te vinden in de kunstvormen die ons die chaos, veelheid en onwetendheid laten veraanschouwelijken op een andere manier dan dat wij naar de wereld kijken wanneer we in de file staan of op de tram, en zo kleur aan ons leven geven, ons doen verschieten, ons prikkelen, ons inspireren?

Elk van ons, denkende ploeteraars en diepgravende voelers, maakt die slingerbeweging, geloof ik: tijdelijk troost zoeken en vinden in de kunst, later weer in de wetenschap, daarna weer in de kunst, enz.

Met alle respect voor je non-fictionele fase. Het viel me gewoon op, dat er meer reactie komt van lezers op stukjes die over literatuur (pur sang) gaan.

Vriendelijke groeten,
Een trouwe lezer.

Achille van den Branden zei

Iedere bibliothecaris kan u vertellen dat mensen veel meer fictie dan non-fictie lezen (kookboeken even niet meegerekend). De kans is dus domweg groter dat AvdB-abonnees een bepaalde titel uit de fictiehoek hebben gelezen. Ik vermoed ook dat de meeste non-fictiestukjes op dit weblog niet of niet ten einde worden gelezen. Dat er op mijn samenvattingen geen maat staat, helpt niet echt.

Komt daarbij dat je over een roman makkelijk kan volstaan met een mening. Zo'n oordeel ontdoen van persoonlijke smaak en aanschouwelijk maken met argumenten waar iedereen iets aan heeft, is al wat moeilijker. Helemaal lastig is doorbomen over non-fictie. Dan moet een mening ineens geïnforméérd zijn. Opinieblogs genoeg, met brandende Actuele Kwesties waarover elke voorbijganger zijn zegje kan doen. De teneur van mijn website houdt gelukkig de toogfilosofen buiten de deur.

Ook mijn eigen vriendenkring zie ik nauwelijks nog non-fictie lezen, of op zijn best iets uit de eigen belangstellingsfeer. Mensen lijken hun nieuwsgierigheid te verliezen als ze de schoolbanken hebben verlaten -- het aanwakkeren van de nieuwsgierigheid is een taak die het onderwijs nauwelijks ter harte neemt, gericht als ze is op reproduceren en het nakende beroepsleven.

Ik denk dat de meeste mensen troost en herkenbaarheid zoeken in romans. Een persoonlijke waarheid. Die zelfgenoegzame manier van lezen bekoort me steeds minder. Troost en herkenbaarheid, dat is nogal wat anders dan de waarheid. Er is niet iets als een persoonlijke waarheid. De waarheid is dat wat geldt voor iedereen, overal en altijd.

Wat brengt u er trouwens bij het leven chaotisch te noemen? Ik zie eigenlijk vooral herhaling, voorspelbaarheid en regelmaat. Wie het werk van wetenschappers leest, ontdekt nog een pak meer onvermoede regelmaat. Als het leven chaos lijkt, is dat omdat teveel regelmatige factoren op iets inwerken om nog een overkoepelende regelmaat te zien.

Wetenschappers zijn de eersten om te vertellen over hun onwetendheid (of dat zou toch moeten). Neemt niet weg dat ze heel vaak heel nauwkeurig kunnen aantonen dat de wereld niet in elkaar steekt zoals vele volkswijsheden, openbaringen en hardnekkige mythes het willen. Laat staan zoals hij in vele romans wordt beschreven, en ja, ook diegene die voor Literatuur doorgaan. Veel fictieschrijvers zijn irritant bijziend.

Neen, non-fictie op AvdB, het wordt volgens de eerste voorspellingen alleen maar erger. Reacties of niet.

Anoniem zei

Akkoord wat betreft de chaos-regelmaatdiscripantie. Misschien is het wel te vergelijken met een banaal Operating System zoals Windows (met zijn ondoorgrondelijke ‘Registry’): alle aspecten van hoe een dergelijk systeem werkt zijn terug te brengen op een binair 'ja' of 'nee' en toch zullen de meeste ICT-deskundigen het systeem anomalieën toeschrijven die met het menselijke brein niet te vatten zijn, aangezien het systeem zodanig complex is, een kluwen van triljarden ‘ja’s’ en ‘nee’s’, en ze het geheel niet als dusdanig kunnen overschouwen, analyseren, synthetiseren. We zijn maar mensen en onze hersenen hebben maar een beperkt analysevermogen en houdbaarheid. En daarom lijkt de wereld en het leven chaotisch en lijkt het, vooral voor zij die over enige intelligentie beschikken en steeds meer kennis opdoen – ook al twee zaken die weinig met elkaar te maken hebben – dat we met een niet te reduceren veelheid te maken hebben – denk maar om te beginnen aan de eigen psyche die versplinterd is, weinig eensluidend, om daarna dezelfde ellende te overschouwen op sociologisch, politiek, filosofisch, religieus vlak -, ook al slaat de regelmaat (tijd, om te beginnen, sleur, om te eindigen) ons dagelijks in het gezicht of zijn we geneigd er nog een welgemeende maar afgrijselijke soort regelmaat aan toe te voegen (meedraaien in de mallemolen, om het met Luc Devos te zeggen: ‘De heldentocht in de file, de heldentocht naar de discotheek, om punten te verdienen’). En inderdaad: zij die weten, weten dat ze niet weten. Zo ver zijn we met zijn allen (of althans diegenen die dit lezen).
Nu, begrijp me niet verkeerd: ik begrijp wat je bedoelt. Ik voel mezelf enkel onbegrepen in je reactie. Daarom deze toelichting.

Wat betreft de waarheid: daar ben ik het helemaal niet eens met je, maar ik denk dat dat veel te maken heeft met 1) pure filosofie en moraal en 2) met welke ervaringen een mens heeft gehad in het leven en bijgevolg welke gevolgtrekkingen die daaruit getrokken heeft. Ik ben ervan overtuigd dat er zoveel waarheden bestaan als er mensen bestaan, nog meer: dat mijn waarheid op dit moment sterk kan verschillen van mijn waarheid morgen of drie maanden geleden, maar dat die waarheden op zich allemaal evenwaardig zijn en geankerd in het moment dat we als het vluchtende ‘Nu’ kennen. Ik weet wat je nu denkt: daar kom je bij een wiskundige niet mee af. Ik weet zelfs meer: daar kom je niet mee af bij mensen die langdurig of tijdens hun volwassenwording in het ootje werden genomen, belogen, bedrogen.
Nochtans, om maar een stom voorbeeld te gebruiken: tot voor vijftig (à zestig) jaar werd roken niet als een kwalijke gewoonte begrepen, zelfs aangewakkerd. Ik ken verhalen van mensen die nu in de zeventig zijn, wier grootouders hen als kind (13-jarige!) op de knie namen om een pijp te leren roken. De wetenschappelijke waarheid van de jaren veertig was anders dan de wetenschappelijke waarheid nu. (Ik ben er trouwens van overtuigd dat er mensen bestaan in de afgelopen decennia die kanker hebben gekregen door zich op te winden over een bepaalde ‘slechte gewoonte’, eerder dan door de slechte gewoonte zelf. Meer nog: ik ken persoonlijk het geval van een man met kanker die door een UZ werd behandeld met chemo en bestraling en er op een dag genoeg van had en gewoon rustig terugging naar zijn gelukkige bestaan met pint en sigaret, die toen het UZ een jaar later vroeg om terug op onderzoek te komen, miraculeus genezen was van alle onheil.) (Oh, de woede om al deze toogfilosofie, vrees ik dan. Nochtans: de waarheid!)

Anoniem zei

Akkoord wat betreft de chaos-regelmaatdiscripantie. Misschien is het wel te vergelijken met een banaal Operating System zoals Windows (met zijn ondoorgrondelijke ‘Registry’): alle aspecten van hoe een dergelijk systeem werkt zijn terug te brengen op een binair 'ja' of 'nee' en toch zullen de meeste ICT-deskundigen het systeem anomalieën toeschrijven die met het menselijke brein niet te vatten zijn, aangezien het systeem zodanig complex is, een kluwen van triljarden ‘ja’s’ en ‘nee’s’, en ze het geheel niet als dusdanig kunnen overschouwen, analyseren, synthetiseren. We zijn maar mensen en onze hersenen hebben maar een beperkt analysevermogen en houdbaarheid. En daarom lijkt de wereld en het leven chaotisch en lijkt het, vooral voor zij die over enige intelligentie beschikken en steeds meer kennis opdoen – ook al twee zaken die weinig met elkaar te maken hebben – dat we met een niet te reduceren veelheid te maken hebben – denk maar om te beginnen aan de eigen psyche die versplinterd is, weinig eensluidend, om daarna dezelfde ellende te overschouwen op sociologisch, politiek, filosofisch, religieus vlak -, ook al slaat de regelmaat (tijd, om te beginnen, sleur, om te eindigen) ons dagelijks in het gezicht of zijn we geneigd er nog een welgemeende maar afgrijselijke soort regelmaat aan toe te voegen (meedraaien in de mallemolen, om het met Luc Devos te zeggen: ‘De heldentocht in de file, de heldentocht naar de discotheek, om punten te verdienen’). En inderdaad: zij die weten, weten dat ze niet weten. Zo ver zijn we met zijn allen (of althans diegenen die dit lezen).
Nu, begrijp me niet verkeerd: ik begrijp wat je bedoelt. Ik voel mezelf enkel onbegrepen in je reactie. Daarom deze toelichting.

Wat betreft de waarheid: daar ben ik het helemaal niet eens met je, maar ik denk dat dat veel te maken heeft met 1) pure filosofie en moraal en 2) met welke ervaringen een mens heeft gehad in het leven en bijgevolg welke gevolgtrekkingen die daaruit getrokken heeft. Ik ben ervan overtuigd dat er zoveel waarheden bestaan als er mensen bestaan, nog meer: dat mijn waarheid op dit moment sterk kan verschillen van mijn waarheid morgen of drie maanden geleden, maar dat die waarheden op zich allemaal evenwaardig zijn en geankerd in het moment dat we als het vluchtende ‘Nu’ kennen. Ik weet wat je nu denkt: daar kom je bij een wiskundige niet mee af. Ik weet zelfs meer: daar kom je niet mee af bij mensen die langdurig of tijdens hun volwassenwording in het ootje werden genomen, belogen, bedrogen.
Nochtans, om maar een stom voorbeeld te gebruiken: tot voor vijftig (à zestig) jaar werd roken niet als een kwalijke gewoonte begrepen, zelfs aangewakkerd. Ik ken verhalen van mensen die nu in de zeventig zijn, wier grootouders hen als kind (13-jarige!) op de knie namen om een pijp te leren roken. De wetenschappelijke waarheid van de jaren veertig was anders dan de wetenschappelijke waarheid nu. (Ik ben er trouwens van overtuigd dat er mensen bestaan in de afgelopen decennia die kanker hebben gekregen door zich op te winden over een bepaalde ‘slechte gewoonte’, eerder dan door de slechte gewoonte zelf. Meer nog: ik ken persoonlijk het geval van een man met kanker die door een UZ werd behandeld met chemo en bestraling en er op een dag genoeg van had en gewoon rustig terugging naar zijn gelukkige bestaan met pint en sigaret, die toen het UZ een jaar later vroeg om terug op onderzoek te komen, miraculeus genezen was van alle onheil.) (Oh, de woede om al deze toogfilosofie, vrees ik dan. Nochtans: de waarheid!)

Anoniem zei

Nu goed, genoeg gebauwd. Ik denk dat ik eerder een filosofisch punt wil maken. Ik voel net zoals alle mensen op de hele wereld natuurlijk aan over bepaalde zaken dat ze ‘goed’ of ‘fout’ zijn (natuurlijke moraal). Maar er schuilt ook een afschuwelijke hoop indoctrinatie in ons allen – bij voorbeeld om maar al bij het begin te beginnen: ik ben een vrouw, maar ik weet niet wat het betekent om vrouw te zijn. Er is geen definitie. Enkel traditie, gewoontes, manieren waarop mensen hun dochters opvoeden, indoctrinatie waar zelfs zij geen weet van hebben, die zij meekregen van hun ouders.
En wanneer het over het leven zelve gaat, wat het betekent man of vrouw te zijn, wat het betekent goed of slecht te zijn, wat het betekent een glimp van de waarheid te ervaren, wat het betekent te leven, dan denk ik dat de wetenschap met hun exacte wetenschap nog millennia nodig hebben om de werkelijkheid zoals meer dan zes miljard mensen ze percipieert, iedere dag opnieuw, te kunnen verklaren in binaire ‘jaatjes’ en ‘neetjes’. Trouwens, wat zouden we ermee aanvangen: zelfs de beste denkers en voelers zouden het niet kunnen bevatten, laat staan er iets aan hebben.

Ik kan het niet helpen te denken aan Camus. Zijn existentialisme (‘absurdisme’) (‘Sisiphe’, remember) redeneerde de zaak, het leven, alles tot het niets, en hij had gelijk. En hij weigerde ‘sprongen’ te maken, zoals religieuzen en mannen zoals Dostojevski. Maar helemaal op het einde laat de man zich vangen en ‘springt’ hij toch, wanneer hij zegt dat we ons maar moeten ‘inbeelden’ dat Sisiphus gelukkig is, dat wij gelukkig zijn in het zinloos maar gelaten voortploeteren. Meer nog, de man kwam tot zijn inzichten gedurende de jarenlange bedlegerigheid (TBC), besloot nadien zijn excellente essay te schrijven en een goed aantal romans die op die filosofie waren gestoeld (en neen, dat is alles behalve adolescentieliteratuur, foei!), maar vooral: in het aanschijn van de absurditeit van het leven, zoals we het kunnen bevatten, heeft de man besloten: als alles toch zinloos is, dan kunnen we er maar beter van genieten (cf. de toepassing in zijn echte leven van een losse moraal).

Nu goed, wat een uitweiding. Ik wou alleen maar loskomen van de enige waarheid en wetenschap en dat die universeel zou zijn. Ik veronderstel dat het ‘ook maar een geloof’ is, net zoals zo veel filosofieën en toogfilosofieën. En ik geloof niet dat je er met de ratio dichter bij kunt komen dan Camus, die ook moest inbinden.

Ik hoop voor jou dat je niet al te teleurgesteld bent in het onderwijs dat je genoot en dat je alle mogelijkheden hebt kunnen benutten die je al dan niet geboden werden door de omstandigheden. Ik hoop dat, als je alle mogelijkheden tot educatie die wenste hebt kunnen verzilveren, deze queeste van je naar de waarheid en de wetenschap puur self-inflicted is en ik wens je een lang leven toe, waarin je de overwinningen van de wetenschap en de ratio tot de jouwe kunt rekenen.

Achille van den Branden zei

Kafka en Camus puberliteratuur noemen, was vooral bedoeld als provocatie, om even stil te staan bij de beperkingen van hun werk. Til er niet zo zwaar aan. Ik houd gewoon niet zo van onaantastbare reputaties. Wat Sisyfus betreft: Camus' filosofische werk moet begrepen worden als een weermiddel tegen de aanhoudende kritiek van een doorgewinterder filosoof als Sartre. Tevergeefs: Camus was filosofisch niet half zo consistent als Sartre, maar was dan wel weer een veel betere romancier.

Camus was geen gelovig man, maar is wel intellectueel tot wasdom gekomen in een door en door katholiek land. Zijn vraag naar de zin en de waarde van het leven, heeft niet toevallig een sterk religieus karakter. De impliciete aanname van die vraag is dat het leven een zin moet hebben, om beter geleefd te kunnen worden. Die aanname is helemaal niet zo vanzelfsprekend als hij lijkt.

Is het leven zinvol? Gilbert Ryle - zijn 'The concept of mind' (1949) is misschien een boek voor u - noemde zo'n vraag een voorbeeld van een category mistake: woorden toepassen op concepten waar ze eigenlijk niet voor dienen. Net zo min als een banaan ijdel is, of een deurklink vooruitstrevend, is het leven zinvol of zinloos. Het is er gewoon. Wie Darwin heeft gelezen, of een van zijn talentvolle uitleggers (zoals Bas Haring, 'Kaas en de evolutietheorie'), houdt meteen op dat soort nare antropocentrische vragen te stellen.

Het idee van de existentialisten dat de mens onbeschreven blad is, een onbepaald wezen dat zichzelf from scratch kan designen, zal iedere neurobioloog en etholoog ferm weerspreken. In het uitstekende boek 'De rivier van Herakleitos' houdt Etienne Vermeersch twintig eeuwen filosofie tegen het licht van onze huidige wetenschappelijke kennis. Aanrader. Wat een hoogmoed ook, dat je vanachter je filosofische werktafel puur op denkkracht zou kunnen achterhalen hoe de wereld in elkaar zit. Neen, dan liever de wetenschapslui die duizenden uren veldwerk achter de boeg hebben.

Wetenschap is geen geloof. Wie zoiets beweert heeft geen weet van de duidelijke methodologische verschillen tussen die twee. Wetenschap is net een systematische manier om traditie, gewoontes, manieren (die u plagen, u zegt het zelf) te boven te komen.

Wat de waarheid betreft van zes miljard mensen en de zes miljard manieren waarop die mensen de wereld percipiëren: de ruim 3 miljard mensen alleen al die een monotheïstische religie belijden, hebben geen enkele ernstige reden om dat te doen, behalve dan, inderdaad, traditie, gewoontes, openbaring en het persoonlijke gevoel dat ze 'op de juiste weg zitten'. Het is niet omdat je met velen ongelijk hebt, dat je gelijk hebt. Dat geloof gelukkig maakt, en inspireert, dat zal natuurlijk. Maar geluk gebaseerd op drogredeneringen is niet mijn idee van geluk. Het is lastiger zoeken, da's waar, en de last is self-inflicted, maar dat doet eigenlijk niet ter zake.

Hardie zei

Er is de wetenschapper met de stofjas aan, die eindeloze experimenten herhaalt, en er is de wetenschapper-artiest (bv. Einstein) die op piekmomenten en middels inspiratie de wetenschap een enorme duw vooruit geeft, waarna de stofjas-wetenschappers weer een tijdje aan de slag kunnen. Einstein gaf ooit aan niet eens in woorden/formules te denken, maar gewoon beelden te zien. Maw, hij zag de relativiteitstheorie als beelden in zijn hoofd, jaren voordat ze experimenteel kon gevalideerd worden. 'Echte', grensverleggende wetenschap is dus al even mysterieus als alle andere domeinen van menselijke creatie (te vergelijken met het schrijven van een symfonie door Mozart). Bovendien kunnen we niet rond de sublieme ironie dat de culminatie van 500 jaren wetenschap de quantumtheorie is, namelijk je kunt niet met zekerheid meten. De quantumtheorie is tot op heden niet met de andere takken van de fysica verzoend, blijft dus staan, de vele cyclotrons ten spijt.

Het leven is een mysterie, de wetenschap een schaamlapje, religie eveneens. Zelf hou ik van de combinatie rede-mystiek, mystiek die uit de rede voortkomt. Maar laat ieder vooral zijn eigen oplossing zoeken.

(De quote hierboven "Net zo min als een banaan ijdel is, of een deurklink vooruitstrevend, is het leven zinvol of zinloos. Het is er gewoon." leunt trouwens bij het Oosten aan.)

Prettig weekend aan allen, en Achille, bedankt voor je mooie blog.

Hardie - www.mountaintop.be

Related Posts with Thumbnails