Vissen redden - Annelies Verbeke
Komen recensenten Nederlandstalige literatuur elke maand samen op een geheime locatie om de violen gelijk te stemmen? Liegen ze in koor om er toch maar de moed in te houden bij zoveel bagger? Of leest niemand hier ooit een werkelijk goed boek? Er moet iets aan de hand zijn. Anders is niet te verklaren waarom deze snertroman van Annelies Verbeke zo'n welwillende besprekingen krijgt. "In feite waren vissen de underdogs van het dierenrijk." Dat werk.
Nu de grote liefde van Monique Champagne het is afgebold, heeft de romancière even de buik vol van fictie. Exit verdichting, welkom echte wereld. Hevig bewogen door een televisiedocumentaire stort ze zich op de problematiek van het slinkende vissenbestand in onze wereldzeeën. Terwijl ze zich jarenlang heeft verplicht tot minimaal één fictiewerk per week, waarbij ze klassiekers en nieuwe fictie had afgewisseld, leest ze nu enkel nog over... vis.
Een vroeg resultaat van deze monomanie, een krantenartikel, een passionele aanklacht van haar hand, trekt de aandacht van wetenschapper Sven Nootjes. Hij stelt voor dat Champagne een aantal gespecialiseerde vissencongressen aandoet in verschillende Europese steden, en daar haar betoog voorleest bij wijze van tussendoortje tussen al de ernstige referaten. Champagne zegt toe, naar later blijkt omdat ze het geloof in taal niet volledig wil opgeven. Misschien dat taal meer teweeg brengt als strijdmiddel dan als vehikel om "weer eens over eenzaamheid en verlangen te schrijven".
Wat Annelies Verbeke laat volgen, is een ongeloofwaardige, zeker in het begin breed uitgesmeerde odyssee langs de conferentiezalen van Tallinn, Lissabon, Athene en Vladivostok. De schrijfster ontmoet een zekere Michaela, ook activiste, die haar voor een oude vriendin aanziet — een misverstand dat Monique graag voedt, als ze haar eigen gebroken zelf maar niet onder ogen hoeft te komen.
Er is ook iets met maritiem bioloog Oskar Wanker, die haar een onuitgegeven manuscript laat lezen, een tenenkrullende fantasmagorie in de SM-sfeer waarvan Verbeke fragmenten in cursief afdrukt. (Champagne, Nootjes, Wanker: allusies worden door Verbeke per megafoon in het oor van de lezer gefluisterd.) Wankers verhaal, over een jongen die zijn skilerares ombrengt, appeleert aan de begeerte die Champagne denkt achter zich te hebben gelaten.
Het zijn lusteloze vondsten, die niet worden voorbereid, niet aannemelijk worden gemaakt, en geen moment kunnen boeien. Nergens een mooie krul, nergens een interessante opmerking, of het moet dat partikeltje popsci zijn dat Verbeke uit betere boeken heeft overgetikt.
Sinds de Amerikaanse neurobioloog James Rose had achterhaald dat vissen niet over een neocortex beschikken, werd algemeen aangenomen dat ze geen besef van pijn konden hebben. Desondanks ontstond er een groeiend aantal wetenschappers die zich richtte op de reacties die vissen vertoonden op pijnprikkels. Met stijgende weerzin las Monique hoe met bijengif behandelde regenboogforellen hun aangetaste lippen verwoed langs de bodem en de wanden van hun aquarium schuurden.Even daargelaten dat het uitgangspunt van Vissen redden gejat is uit Koetsier herfst (Mutsaers, 2008), is de wanverhouding tussen het privé-leven van een activist en zijn hooggestemde idealen geen kwaad onderwerp voor een roman. Ik zou de misantropen niet te eten willen geven die zich bij gebrek aan serieuze intermenselijke relaties storten op het redden van zoiets abstracts als 'de wereld'. Verbeke geeft echter niet de indruk veel te weten over haar heldin. Even is er betrokkenheid, wanneer ze in de mooie middenbladzijden van het boek authentiek ogende snapshots uit de relatie met Thomas bovenhaalt. Maar al snel schakelt Verbeke terug over naar wat in haar ogen allicht een prettig werkstuk is, dat met ironie en flair de vernauwde blik van een dolende vrouw ontleedt.
Want ga maar na. In het restaurant krijgen de congresgangers vis voorgezet. Monique Champagne wil tussen twee lezingen elke dag een uur zwemmen "om dichter bij de vissen te zijn". Tijdens een nummertje met de koffiejongen van het hotel oreert ze over de zegeningen van Omega-3 en Omega-6. In Griekenland komt ze aan de weet dat de frase 'Jezus Christus, zoon van God de redder' in het koinè het woord Ichthus (vis) vormt: Ièsous CHristos Theou HUios Sotèr. Waarna de moord op de zoon van God wordt gekoppeld aan de fatale overbevissing op onze oudste voorouder (alle leven ontstond in zee, weet u wel).
Dit nu, is literatuur in haar allergruwelijkste vorm. De roman als verzamelplaats van keurig volgehouden motiefjes die studenten doen opveren en recensenten iets te schrijven geven. De toenemende waanzin van de hoofdpersoon is een makkelijk excuus.
Zelfs de snikkel van de Russische zeebonk die wordt gepijpt "ruikt naar zee".
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Annelies Verbeke, Vissen redden
185 p.
Uitgeverij De Geus, 2009

0 reactie(s):
Een reactie plaatsen