Feet of clay - Anthony Storr
Anthony Storr was een Britse psychiater met een heldere pen, brede interesse en nuchtere, ondogmatische kijk op zijn vak. In Feet of clay speurt hij aan de hand van een beperkt aantal casussen naar de gemeenschappelijke kenmerken van goeroes — spirituele leermeesters van twijfelachtig allooi. Storr bedrijft geen wetenschap, maar essayistiek. Niettemin wijst hij nuttige verklikkerlichtjes aan om goeroes van verre te herkennen. Van David Koresh tot Jezus Christus.
Goeroe. Het woord komt uit het Sanskriet, betekent letterlijk 'zwaar' en wordt gebruikt voor een man, zeg maar leraar, die respect afdwingt. In zijn boek beperkt Anthony Storr (1920-2001) zijn definitie tot het type leermeesters dat speciale kennis over het leven meent te hebben en zich daarom het gezag aanmeet anderen te vertellen hoe ze moeten leven.
Want niet iedere inspirerende persoonlijkheid met een grote fanbasis is een goeroe. Goeroes onderscheiden zich van andere leer- of zedenmeesters door het feit dat ze niet inspireren door wat ze doen, maar door wat ze zeggen. Hun discipelen vallen voor hun uitstraling en retoriek. Charisma is het codewoord. Goeroes zien er goed uit, of op zijn minst fascinerend, en ze kunnen voortreffelijk in het openbaar spreken. Storr spreekt uit ervaring. Zelf was hij een tijdje onder de indruk van Oswald Mosley. Want het talent van goeroes reikt dikwijls zover dat ze in staat zijn verstandige mensen te benevelen.
Gurdjieff claims our interest because he, or his doctrines as propounded by his disciple Ouspensky, bewitched so many interesting and intelligent people, including the writer Katherine Mansfield, A.R. Orage, the distinguished socialist editor of The New Age, Margaret Anderson, the editor of The Little Review, and her friend and co-editor Jane Heap; the surgeon and sexologist Kenneth Walker; Olgivanna, the third wife of Frank Lloyd Wright; John Godolphin Bennett, later to become something of a guru himself. The psychiatrists James Young and Maurice Nicoll, and the psychoanalyst David Eder were also followers. T.S. Eliot, David Garnett and Herbert Read intermittently attended Ouspensky’s meetings. Ouspensky, who first encountered Gurdjieff in 1915, became chiefly based in London and was therefore more accessible to interested English people than the guru himself.Dan wordt Storr nogal vaag. Veel goeroes leefden geïsoleerd als kind, zegt hij, en hebben ook als volwassene weinig hechte banden met andere mensen. Ze zijn meer geïnteresseerd in wat hun eigen geest omgaat. Meestal hebben ze ergens in hun volwassen leven een erge geestelijke crisis doorgemaakt. Storr ontleent aan The discovery of unconscious, een boek van Henri Ellenberger, het begrip 'creative illness' om zo'n toestand te beschrijven. Ellenberger:
A creative illness succeeds a period of intense preoccupation with an idea and search for a certain truth. It is a polymorphous condition that can take the shape of depression, neurosis, psychosomatic ailments, or even psychosis. Whatever the symptoms, they are felt as painful, if not agonizing, by the subject, with alternating periods of alleviation and worsening. Throughout the illness the subject never loses the thread of his dominating preoccupation. It is often compatible with normal, professional activity and family life. But even if he keeps to his social activities, he is almost entirely absorbed with himself. He suffers from feelings of utter isolation, even when he was a mentor who guides him through the ordeal (like the shaman apprentice with his master). The subject emerges from his ordeal with a permanent transformation in his personality and the conviction that he has discovered a great truth or a new spiritual world.Aan het einde van de crisis ontvangen goeroes de wijsheid die hun leven zal veranderen. Het inzicht komt uit hun diepste innerlijk naar boven drijven of daalt op hen neer in de vorm van een openbaring. Sommigen hebben een reis gemaakt naar een of andere uithoek van de planeet (Gurdjieff in Centraal-Azië) en hebben daar het licht gezien. Anderen worden getroffen door stichtelijke boeken (Ignatius van Loyola's lectuur van heiligenlevens). Het nieuwe inzicht wordt de leidraad voor de rest van hun leven, een dogma waarmee het eerdere leven nietig wordt verklaard. Goeroes zijn dan ook opvallend schaars met informatie over hun leven voor de crisis.
Typerend voor de leerstellingen van goeroes is dat het leven altijd elders is. Het huidig leven is vals. Het ware leven is latent aanwezig, het moet alleen nog aangeboord worden in je diepste zelf, of kan worden ontdekt in de buitenwereld door op de juiste plaatsen te kijken. Typisch is de opvatting van Rudolf Steiner dat intense observatie van de fysieke werkelijkheid de spirituele waarheid daarachter kan openbaren. Of neem de leer van de Armeense mysticus Gurdjieff. Die kwam erop neer dat de mens zichzelf niet kent, en ook geen idee heeft wat hij moet worden. De moderne beschaving vertroebelt het instinct, de persoonlijkheid. De meeste mensen slapen nog en gedragen zich als machines die blind reageren op externe krachten. Gurdjieff zag het als zijn taak om die mensen wakker te maken, door hen een streng regime op te leggen van uitputtend handwerk, zelfobservatie en geheugentraining.
Goeroes bouwen niet voort op eerdere kennis, maar bieden een compleet nieuw systeem dat zich niets gelegen laat liggen aan de opvattingen van specialisten. Het staat meestal bol van de zelfgebrouwen neologismen. Typisch is dat goeroes geen opeenvolgende problemen oplossen volgens een bepaalde methodiek, maar meteen met een alomvattend, waterdicht wereldbeeld komen. Juist omdat hun beschouwingen zo holistisch zijn, is het nauwelijks mogelijk om ermee in discussie te treden.
Goeroes kunnen ook volstrekt niet om met kritiek op hun leer. Aanmerkingen of tegenargumenten worden persoonlijk genomen of als een daad van vijandigheid gezien. Een echte leerkracht wil dat zijn leerling zichzelf ontwikkelt, ook als dat betekent dat de leerling de leerkracht voorbijsteekt. Een goeroe is gewoon autoritair. Onderwerping is waar hij op aanstuurt.
Een beproefde techniek om volgelingen te onderwerpen, is hen af te snijden van hun verleden. Ze moeten hun familie, bezittingen, vrienden — alles wat hen als individuen karakteriseert — achterlaten. Volgelingen worden uitgehongerd of worden medische hulp ontzegd. In extreme gevallen, zie David Koresh, wordt het hoofdkwartier van de goeroe een paranoïde politiestaat in het klein, met een uitgebreid wapenarsenaal. Net zoals dictators zich geen vrienden kunnen veroorloven, moeten ook goeroes zich verlaten op medewerkers die hen onvoorwaardelijke trouw zweren. De goeroe is de opperste macht, die er vaak onbeperkte seksuele relaties met zijn ondergeschikten op nahoudt. De bedpartner van de leermeester worden is natuurlijk een begeerlijke prijs.
Storr waarschuwt ervoor dat we een onderscheid moeten maken tussen gekken en goeroes. Het hebben van een excentriek idee alléén is volgens Storr niet voldoende om iemand weg te zetten als krankzinnig. Revolutionaire theorieën, bijvoorbeeld, hebben oppervlakkig gezien altijd veel gemeen gehad met de waanvoorstellingen van krankzinnigen. Komt daarbij dat de meeste mensen geloven in dingen waar geen bewijs of rationele grond voor bestaat. Sterker nog: wanneer zo'n geloof door miljoenen mensen wordt gedeeld spreekt men van een religie. Krankzinnigheid, schrijft de psychiater Storr, heeft in essentie te maken met een ernstige verstoorde relatie met andere mensen, het onvermogen om te functioneren in de maatschappij.
Op zijn beurt is krankzinnigheid geen elementaire trek van goeroes, in de optiek van Storr. Wat goeroes onderscheidt van meer orthodoxe leermeesters is niet hun manisch-depressieve persoonlijkheid, hun stemmingswisselingen of waanideeën, het is hun narcisme. Om te beginnen maakt die eigenliefde hen vatbaar voor waanideeën.
The self-esteem of the ordinary person is closely bound up with personal relationships. We value ourselves because our spouses, children, and friends appear to be fond of us, enjoy our company, or profess love for us. The person who becomes a Christian has, in addition, the belief that God loves and values him. This is both a bonus and an insurance. The believer is, to some extent, protected from the tragedies of personal existence. The impact of bereavement and failure, however poignant, is modified by the conviction that God’s love will continue, however dire the circumstances. Faith really can protect people against horrors. For example, those who held rigid, simple religious beliefs were better able to resist Communist attempts at indoctrinations than doubting intellectuals.Overmatige eigenliefde werkt nog op een andere manier door. Een narcist wil in het middelpunt van de aandacht staan en duldt geen tegenspraak. En inderdaad, goeroes steunen goeddeels op hun aanhang, waarmee ze een strikt hiërarchische relatie onderhouden. Het is kenmerkend voor goeroes dat ze volgelingen aantrekken, geen vrienden. Goeroes paren een onverwoestbaar geloof in de eigen denkbeelden (wat hen onderscheidt van ordinaire oplichters) aan een onverzadigbare behoefte aan bevestiging door de mensen waarmee ze zich omringen.
But faith is even more important to those in whose lives, for whatever reason, affectionate relationships play little part. Gurus have often been isolated as children, and tend to be introverted, narcissistic, and more interested in what goes on in their own minds than in relationships with others. These traits of personality encourage the development of phantasies. Imagination flourishes best in solitude.

George Gurdjieff; afbeelding via Wikipedia
Nu zijn de boeiendste casestudies uit Feet of clay niet de evidente malloten/schurken (type David Koresh, Jim Jones of Osho) maar de figuren die bekendheid en respect genieten in de wereld van de humane wetenschappen: Rudolf Steiner, Carl Gustav Jung en Sigmund Freud. De meest deskundige indruk maken op mij de opstellen over Jung en Freud, waarover Storr niet toevallig ook aparte boeken heeft gepubliceerd. Storr past nogal overtuigend eerder ontdekte kenmerken toe op de grote zieleknijpers van de twintigste eeuw. Zo beschrijft hij de psychotische ervaring van Jung en zijn op niets gestoelde theorie van de synchroniciteit.
Het geval Freud is nog interessanter, omdat die ondanks alles pretendeerde een wetenschapper te zijn — iemand die Naturwissenschaft bedreef, geen Geistwissenschaft. Daarom is het bij hem des te belangrijker om goed te weten wat wetenschap is en wat iemand tot een goeroe maakt — twee dingen die elkaar per definitie uitsluiten.
Freud vertoont op zijn minst een paar kenmerken van de goeroe. Hij heeft een geestelijke crisis doorgemaakt — het begrip Oedipus-complex en zijn droomtheorie waren het product van Freuds doorgedreven zelfanalyse die rond 1899 afliep. Bovendien was Freud een uiterst dominante persoonlijkheid in de Weense kring van psychoanalytici, die zijn leer tot op het dogmatische af afdwong. Freud herzag zijn ideeën weliswaar een paar keer tijdens zijn leven, maar op basis van eígen inzichten, niet omdat anderen gefundeerde kritiek gaven.
Storr legt ook nog eens uit waarom de leer van Freud geen wetenschap is. Psychoanalyse is geënt op persoonlijke openbaring, niet op systematische tests. Freuds eerste theorie over hysterie — de aandoening wordt veroorzaakt door een premature seksuele ervaring met een volwassene in de vroege kindertijd — was gebaseerd op achttien gevallen. Er is niet eens bewijs dat die psychoanalytische sessies waren afgerond. En observaties tijdens een sessie kunnen niet herhaald worden.
Psychoanalyse is ook geen wetenschappelijke geneeswijze. Neuroses waren volgens Freud de indirecte symptomen van onderdrukte kinderlijke seksuele impulsen. Worden die onderdrukte impulsen aan de oppervlakte gebracht, dan verdwijnt de neurose. Alleen heeft Freud zijn leer nooit echt kunnen sturen naar een overtuigende graad van genezing. Hij merkte dat een therapeut nooit objectief kon vaststellen wat er aan de hand was want door de patiënt al snel gezien werd als een soort vaderfiguur, geïdealiseerde minnaar etc. (‘overdracht’). Freud raakte ook zijn interesse in genezing kwijt en verloor zich gaandeweg in breedculturele onderwerpen zoals kunst, literatuur, religie, humor en antropologie. Bovendien kwamen er steeds meer gewone patiënten (geen erge psychiatrische gevallen) over de vloer, die problemen hadden met het leven of relaties. Follow-up van Freuds patiënten is nauwelijks bekend. Van vier patiënten weten we dat ze genezen konden genoemd worden, meer niet.
Een echte eyeopener in Feet of clay, dat eigenlijk weinig nieuws bevat voor wie zijn gezond verstand altijd al gebruikte, is wat Storr schrijft over de aard van de relaties die goeroes onderhouden. Zoals eerder gezegd: goeroes hebben geen vrienden of andere intieme relaties, alleen maar volgelingen.
Heel vermakelijk in dat verband is het hoofdstuk over Jezus, die we rustig een goeroe kunnen noemen. Kijk naar zijn profiel. Ook Jezus was een charismatische verteller, wiens autoriteit was gebaseerd op een zelfverklaarde intieme relatie met God. Ook volgens Jezus was het ware leven elders te vinden, in de innerlijke mens. Gehoorzaamheid aan de joodse wet moest aangemoedigd worden, maar was niet genoeg. De innerlijke mens moest zich zuiveren van kwade gedachten of verlangens. Uitwendig conformisme was te makkelijk. Tot slot, en dat was me nooit eerder opgevallen, wijst Storr op de totale afwezigheid van normale relaties bij Jezus en zijn gebrek aan interesse daarvoor.
Humphrey Carpenter, in his excellent short book Jesus, explores the question of who Jesus thought he was. If we conclude that he did really believe that he was God’s deputy and that he would return to earth in the clouds of heaven and rule in glory, Jesus, in this respect, if in no other, is closely similar to other gurus whom we judge to be expressing delusions of grandeur. According to Mark, the family of Jesus attempted to take charge of him because people were saying that he was out of his mind. When they tried to speak to him, he repudiated them, saying, ‘Who is my mother? Who are my brothers? And looking round at those who were sitting in the circle about him he said, “Here are my mother and my brothers. Whoever does the will of God is my brother, my sister, my mother.” Jesus was not the champion of family life which his present day followers would have us believe. It will be recalled that he had told his disciples that brother would betray brother, that the father would betray his child, and that children would turn against their parents and send them to their death because of allegiance to himself. ‘Jesus’s underlying message is that every man devoting himself to a whole-hearted search for God’s Kingdom is essentially alone.’ As I suggested earlier, gurus often seem indifferent to family ties.Moet Storr alleen nog een poging ondernemen om te verklaren waarom we zo vatbaar zijn voor de praatjes van goeroes. Het zou immers arrogant zijn om volgelingen allemaal als neurotisch of immatuur te beschouwen. Allicht lijkt de relatie met een goeroe meer op verliefdheid, en wie is daar immuun voor?
Het comfort dat absolute gehoorzaamheid biedt, speelt natuurlijk mee. Je kan niets verkeerd doen, want de eindverantwoordelijkheid ligt bij de leermeester. Aantrekkelijk daarbij is dat de leerstellingen van goeroes betrekkelijk simpel zijn, en appeleren aan onze drang naar zwart-wit-indelingen. Bovendien is het idee van de onkreukbare, onafhankelijke leidsman aantrekkelijk voor mensen die zich teleurgesteld hebben afgekeerd van de moederkerk.
Juist ons vermogen om te leren maakt ons vatbaar voor goeroes, zegt Storr. Een mens moet onophoudelijk leren om overeind te blijven in steeds nieuwe situaties. Gelukkig maar: als we perfect aangepast waren aan een onveranderlijke wereld zouden we ons waarschijnlijk van niets bewust zijn, zouden we letterlijk geen ontwikkeld bewustzijn hebben. Maar aan die mentale wendbaarheid zijn dus gevaren verbonden.
One of the defining characteristics of human beings is that their adaption to the world depends principally upon learning rather than upon those built-in behaviour patterns which govern the lives of creatures lower down the evolutionary scale. The development of speech has made possible the transmission of culture. Man’s infancy and childhood, relative to his total life-span, has been prolonged by evolution, with the consequence that there is additional time for learning to take place. Learning does not cease with the end of childhood. Many of us continue to learn all our lives, and enjoy doing so. Now that so many people are surviving into old age, a modern western society cannot be considered advanced unless it provides adequate facilities for adult education.Zwak aan deze analyse is dat de auteur, om het succes van goeroes te verklaren, wel erg vertrouwt op het charisma van leidsmannen en de goedgelovigheid van mensen. Storr getroost zich weinig moeite om uit te leggen waar goeroes vandaan komen en in welke maatschappelijke omstandigheden ze het best gedijen. Er is ook veel meer te zeggen over wat dat precies inhoudt, een 'overtuigend en succesvol spreker' zijn. Over de psychologie van zelfbedrog, groepsdruk en machtsmisbruik zijn hele bibliotheken volgeschreven.
Our predisposition to go on learning is adaptive, but remaining teachable into adult life demands the retention of some characteristics of childhood, amongst which is a tendency to overestimate the teacher.
Denkoefening: in hoeverre kunnen (volgens de definitie van Storr) politici goeroes genoemd worden? En continentale filosofen? Wat zegt dit over hun kiezers? Hun exegeten?
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> selectieve bibliografie in de commentaren hieronder
> meer over dit boek in Van harte wetenschap en Profeten en charlatans
Anthony Storr, Feet of clay : a study of gurus
253 p.
Uitgeverij HarperCollins, 1997
Oorspr. (1996)
____

1 reactie(s):
Solitude – Storr
New religious movements – Barker
The discovery of the unconscious – Ellenberger
A scientist of the invisible – shepherd
The Zofingia lectures – Jung
The search – C.P. Snow
Churchill’s black dog and other phenomena of the human mind – Storr
A most dangerous method – Kerr
Jung – Storr
The pursuit of the millennium – Cohn
The Jung cult – Noll
Music and the mind – Storr
The psychoanalytic movement – Gellner
Why Freud was wrong – Webster
Freud – Storr
Cosmos, chaos, and the world to come – Cohn
The varieties of religious experience – James
Finding God in all things – Hebblethwaite
Human destructiveness – Storr
The historical figure of Jesus – Sanders
Orpheus : a history of religions – Reinach
Europe’s inner demons – Cohn
Psychology of religion – Starbuck
The psychology of invention in the mathematical field – Hadamard
An anatomy of inspiration – Harding
Aesthetics and history – Berenson
Alone – Richard E. Byrd
A study of the relationship between psychotic and spiritual experience – Jackson
The Führer and the people – Stern
The concise Oxford dictionary of etymology – Hoad (ed.)
Surviving trauma – Aberbach
Modern mystics and sages – Barker
Jesus – Carpenter
Lives and letters – Carswell
Borderline – Chadwick
Originas of mental illness – Claridge
Cults of unreason – Evans
Ends and means – Huxley
My guru and his disciple – Isherwood
A brief history of blasphemy – Webster
Een reactie plaatsen