De wezel - Didier Comès
De Belgische striptekenaar Didier Comès komt uit Sourbrodt, een klein dorpje in de Oostkantons dat in de Tweede Wereldoorlog bezet werd door de Duitsers. Hij wordt er geboren in 1942 als Dieter Hermann Comès — kind van een Duitssprekende vader en een francofone moeder. Na de bevrijding wordt zijn voornaam snel verfranst. Later zal hij zich een "bâtard de deux cultures" noemen.
Didier Comès loopt school in Malmédy en werkt van 1959 tot 1969 als industrieel tekenaar voor een fabrikant van textielmachines in Verviers. In zijn vrije tijd maakt hij tekeningen. Eind jaren zestig debuteert hij in de Brusselse krant Le Soir, met een serie gags.
Midden jaren zeventig publiceert hij zijn eerste lange stripverhalen, in gereputeerde Franse magazines als Pilote en (À suivre). In 1980 publiceert Casterman het album Silence, dat de toon zal zetten voor het verdere werk van Comès: lange, op zichzelf staande verhalen uitgevoerd in zwart/wit, waarin dieren, dood, mythologie en hekserij centraal staan. Vaak met de Ardennen als setting. Een beschrijving die ook volledig opgaat voor het lijvige stripalbum De wezel.
Een televisiemaker en een hoogzwangere vrouw verkassen met hun autistische zoontje naar een verlaten huisje in de Ardennen. Daar worden ze lastig gevallen door een trits mysterieuze buurtbewoners, die het gezin tot speelbal maken van plaatselijke intriges. Intriges die slechts schoorvoetend opgehelderd worden.
Het verhaal heeft freudiaanse (maskers, seksualiteit, voyeurisme, wraak) en jungiaanse (de sculptuur van een moedergodin) elementen, die zonder veel ambitie op een hoop worden gegooid. Er zijn nogal wat onverwachte ontmoetingen met dieren. Met een uitgelezen bestiarium — salamander, pad, bok — wil Comès het gezin kennelijk confronteren met zijn diepste zieleroerselen.
De autistische zoon wordt de spil van een heidense cultus, wat niet naar de zin is van de katholieke pastoor van het dorp. Via de daartussenin pendelende televisiemaker geeft Comès commentaar op de sensatiebeluste jaren tachtig. Kritiek die nu gedateerd aandoet.
Helaas. Vanaf pagina 110 begint Comès zijn eigen scenario uit te leggen. Daarmee gaat de kwaliteit van het album snel bergaf. De langzaam opgebouwde sfeer wordt verknoeid.
De tekeningen in De wezel blijven prachtig. Al is niet alles getekend volgens dezelfde graad van realisme. Comès is scherp in zijn rookwolken en rotspartijen, maar de architectuur is duidelijk aan Peyo schatplichtig. Comès beeldt fotorealistische uilen af, maar een van zijn nevenpersonages lijkt nog het meest op Jabba the Hutt.
Didier Comès, De wezel
146 p.
Uitgeverij Casterman, 1984
Oorspr. La belette (1983)
Vertaald door Stanneke Wagenaar
Illustratie Didier Comès [klik om te vergroten]
____

0 reactie(s):
Een reactie plaatsen