Griffu - Jean-Patrick Manchette en Jacques Tardi
Een striptekenaar heeft het toch maar makkelijk in vergelijking met een filmregisseur. Hij hoeft geen rekening te houden met beperkte budgetten, tegendraadse acteurs en bemoeizuchtige studiobonzen. Daarom is het voor mij een raadsel waarom een gereputeerde artiest als Tardi de mogelijkheden van zijn medium niet uitbuit, en een strip er laat uitzien als de verfilming van een roman.
Griffu heet een klassieker te zijn in de wereld van het beeldverhaal, maar ziet er in mijn ogen uit alsof iemand de beste shots uit een zwart/wit-film achter elkaar heeft gezet.
Nu bedoel ik dat niet alleen maar als kritiek. Jacques Tardi gunt zichzelf 50 pagina's, en weet met 7 à 8 plaatjes per pagina evenveel sfeer neer te zetten als een bioscoopfilm. Keuze van de 'camerastandpunten' gebeurt zeer oordeelkundig en de tekeningen op zich zijn prachtig (op die stipjes van ogen na). Maar het verhaal, dat uit de koker komt van de Franse misdaadschrijver Jean-Patrick Manchette, volgt nogal voorspelbaar de wetten van de roman noir.
De hardboiled detective (Fr. roman noir) ontstond in het midden van de jaren twintig (Carroll John Daly, Dashiell Hammett) en werd volwassen in de jaren dertig (Raymond Chandler, James M. Cain, Horace McCoy) en veertig (James Hadley Chase). De bloeiperiode van de daarop geënte film noir lag in de jaren veertig en vijftig. Jean-Patrick Manchette was een van de schrijvers die de Franse variant van het genre — de polar — in de jaren zeventig nieuw leven inblies.
In de roman/film noir is de held onveranderlijk een antiheld — een man die vervreemd is van de maatschappij, vaak een gedesillusioneerde politieman of privédetective. Hij beweegt zich door een melancholiek ogende stad, bij voorkeur 's nachts, langs slechtverlichte bars en doodlopende steegjes. De regenplassen op het wegdek reflecteren zijn beeltenis: een lelijkaard en loner, gehuld in trenchcoat, met de onvermijdelijke sigaret in de mondhoek. Hij is een misantroop die — in tegenstelling tot de rechercheur in het klassieke detectiveverhaal — zelf kniediep in de misdaad zit verankerd.
Toch voelen we sympathie voor hem, en bewonderen we zijn onafhankelijke attitude. Hij is geen superman met onbeperkte gaven maar kan zich toch veel veroorloven, omdat hij er geen strikte moraal meer op nahoudt. De slechterikken worden door hem geklist, maar dat gebeurt weinig elegant en met bloedvergieten. Griffu bevat naast zwart en wit veel grijstinten. Die passen goed bij de morele ambiguïteit die op het einde van een roman noir wordt gehandhaafd. Happy ends zijn zeldzaam.
De antiheld van de roman noir gelooft ook niet meer in waarheid of gerechtigheid. Hij heeft zelfdestructieve kantjes en vindt dat de boze buitenwereld hem in de steek heeft gelaten. Mensen zijn zonder uitzondering klootzakken, die geen van alle zijn medelijden verdienen. Toch, tegen beter weten in, blijft de protagonist voor het welzijn van de bravere mensen vechten, in zijn eentje, niet gelieerd aan een politiebureau. Zijn voornaamste uitlaatklep: het debiteren van sarcastische wisecracks.
Ook in Griffu zijn die afstandelijke terzijdes present. Bezijden de tekeningen vormen ze zelfs de voornaamste attractie van het album. Waar in een film noir op zo'n moment een knorrige voice-off weerklinkt, worden de oneliners van de held in Griffu versluisd naar de inzet van het plaatje. Wat daar wordt gezegd is onveranderlijk stoer, citabel en verstoken van bijzinnen — geen 'maars' of 'daaroms' of 'hoewels'. Aan de ene kant toont de boutade aan dat de held niet van de straat is, aan de andere kant moet de simpele woordenschat bij de lezer het gevoel garanderen dat de held ook maar een gewone vent is, vermalen door het lot.
Een Mauser H.SC. Mooi wapen. Bevat acht .32 patronen. Dient om gaatjes te maken. Om discussies te beëindigen, om het menselijk bestaan te vereenvoudigen. Ik stak ‘m bij me en belde een taxi.Ook algemener gesproken is het opvallend in Griffu hoe trouw de auteurs blijven aan de wetten van het genre — Manchette in zijn scenario, Tardi in de tekeningen. Griffu is (volgens zijn naamkaartje) een juridisch adviseur en incasso-agent. Hij wordt door een vrouw ingehuurd om bezwaarlijke dossiers buit te maken. Eens die terug in haar bezit zijn, wordt hij gedumpt. Griffu wordt daarna op de hielen gezeten door een paar wraakgierige broers en de dubieuze commissaris Grassi.
Het is er allemaal: de stoppelbaarden, de regenjassen, sigaretten, revolvers en chantage ("We komen voor een zakelijk gesprek"). Zelfs de femme fatale met japon en golvend zwart haar, een vrouw die dichter bij de slechterikken staat dan zou mogen, ontbreekt niet op het appel. Personages maken onverwachts hun entree en altijd met de revolver in de hand. Op iedere locatie wordt geschoten en gemoord. Geweld wordt expliciet afgebeeld bij Tardi, een tekenaar met een fascinatie voor de Eerste Wereldoorlog en Céline.
Maar zoals gezegd, het verhaal is me te mager. En een strip kan voor mij nooit alleen drijven op tekeningen. Hoe mooi de Parijse straatbeelden ook zijn (Tardi toont ergens Griffu in profiel langs een muur met affiches, waardoor het plaatje prachtig wordt opgedeeld). Het enige wat uit de band springt zijn de extreem-linkse activisten van Manchette, zelf een notoir gauchist. Maar ze blijven figuranten.
Zou Sin City beter zijn?
Jean-Patrick Manchette en Jacques Tardi, Griffu
56 p.
Uitgeverij Casterman, 1996
Oorspr. Griffu (1978)
Vertaald door René van de Weijer

Illustraties Jacques Tardi [klik om te vergroten]

1 reactie(s):
Juist deze site ontdekt. Wat een schat aan informatie voor literatuurliefhebbers en aanverwanten. Gewoon prachtig!
Een reactie plaatsen