zaterdag 21 augustus 2010

The sweetly diabolic art of Jim Flora - Irwin Chusid en Barbara Economon

Verjaardagscadeautje, dit. Nadat ik onbewust een ballonnetje had opgelaten dat ik fan was van de Amerikaanse illustrator Jim Flora. Het prachtig vierkante boek is al het derde dat een groep fanatieke "Floratorians" uitbrengen. De begeleidende teksten zijn onbeschaamd hagiografisch, al weten ze het werk van Flora soms mooi te typeren: "a graphic traffic jam".

James 'Jim' Flora (1914-1998) werd geboren in Bellefontaine, Ohio, en studeerde aan de Art Academy of Cincinnati in de moeilijke jaren van de Grote Depressie. In 1938 raakte hij bevriend met schrijver Robert Lowry, die een drukpers had en een uitgeverijtje was begonnen. Flora mocht de uitgaafjes illustreren. In 1942 werd hij aangenomen door Columbia Records en verhuisde hij naar Westport, Connecticut. Hij stond in voor de advertenties, brochures en het huisorgaan van de platenmaatschappij, Coda. Vanaf 1947 pas mocht hij platenhoezen maken.

Vanaf 1951 werd Flora freelancer, voor eigen rekening. Hij maakte covers voor bladen en illustreerde artikelen, ook voor mainstreambladen als Fortune, Life, Newsweek en The New York Times Magazine. In de jaren vijftig maakte hij covers voor een andere platenmaatschappij, RCA Victor Records. Vanaf de jaren zestig verzorgde hij zeventien jaar lang de cover van het blad Computer Design.

Hoewel het meest bekend om zijn eigenzinnige platenhoezen, schreef en tekende Flora ook kinderboeken voor uitgeverij Harcourt Brace. Het is het werk dat door de samenstellers van The sweetly diabolic art of Jim Flora het minst wordt gewaardeerd: toen hij succes begon te boeken met zijn werk in de jaren zestig en zeventig, werden de scherpe kantjes van zijn eerdere werk er wat afgevijld. Al spat het vakmanschap nog altijd van de pagina.

Toen hij afscheid nam van het commerciële circuit, in de late jaren zeventig, ging Flora schilderen en schetsen voor zijn eigen lol. In de jaren tachtig vestigde hij een zekere reputatie als tekenaar van oceaanstomers en cruiseschepen. Tot op hoge leeftijd legde hij een grote productie aan de dag, net zoals dat in zijn gloriedagen het geval was. Ergens in dit boek zegt zijn dochter daarover:

It was what Dad did, much as another dad might run a grocery or turn out car parts. And even though I was awed by his talent, it was an ordinary, everyday marvel, like high tide rolling in so reliably twice a day.

Jim Flora, Gene Krupa and his orchestra (1947); let op de typerende "bonus limbs"

Zoals zoveel illustratiewerk gebruik ik het oeuvre van Jim Flora vooral als antidepressivum. De bonte kleuren werken weldadig, de zoekplaat-achtige condensheid keert zich minutenlang tegen elke verveling. Ik zie de wirwar van Pollock, de kleuren van Klee, de contouren van Picasso, maar dan zonder de pretenties en het ontilbare serieux van officiële kunstgeschiedenis.

De figuurtjes zijn manisch, breed grijnzend, juichend en molenwiekend, en gaan volledig op in hun werk, of het nu fietsers, slagwerkers of paardenmenners zijn. Flora tekent ze meestal in profiel en geeft ze visseogen mee, die alleen uitdrukking krijgen via de mond: het hoofd is bij Flora doorgaans een taart waar een grote punt uit is verdwenen. Soms is er helemaal geen gezicht, maar alleen componenten die een gezicht vormen. Zwevend op het blad, zoals de mobiles van Calder in de driedimensionele ruimte, zoals iemand terecht opmerkt in het boek.

Wie een van Flora's absolute meesterwerken bestudeert, de houtsnede (!) Railroad town, ziet dat het platte vlak Flora's ware biotoop is. Meestal maalt hij niet om perspectief. Alles staat democratisch op het voorplan, als gesmeerd tussen twee glasplaten. De enige hiërarchie is die van de omvang van de componenten. De beperkte ruimte tussen de figuurtjes fungeert als dikke omtreklijn.

Flora, net als zijn belangrijkste navolgers Tim Biskup, J.D. King en Michael Bartalos, houdt niet van witruimte. Het blad moet helemaal gevuld. Wat prima kan met architectuur. Byzantijnse krommingen (San Marco), strakke vakwerkstijl of simpele baksteen.

In enkele tekeningen verschieten de figuren van kleur als ze elkaar overlappen. Veel vaker heeft Flora aan drie kleuren genoeg: wit, zwart en een steunkleur. Het coloriet van Flora is het magnetisme dat alles bij elkaar houdt. Wanneer hij een tekening maakt voor het wat obscure blad Research and Engineering (waar hij tussen 1955 en 1956 art director van is) volstaat hij met het weergeven van van elkaar losgezongen vignetten: een hoofd, een oog, een hendel, een paar tellers en een luidspreker. Door de strakke kleurhandhaving is het voldoende voor een samenhangend technisch universum.

Op miraculeuze wijze lijkt Jim Flora altijd het perfecte midden te houden tussen figuratief en abstract, fris en tijdloos, kunst en illustratie. Lijkt, want uiteindelijk is Flora toch meer ambachtsman dan kunstenaar. Een illustrator stileert de werkelijkheid; een artiest gaat verder, en herschikt de werkelijkheid om een nieuw, levensvatbaar verhaal te vertellen.

Gelukkig is dat onderscheid alleen van belang voor zeurderige recensenten.

> http://www.jimflora.com/
> http://jimflora.blogspot.com/
> Jim Flora op Google Afbeeldingen

Irwin Chusid en Barbara Economon, The sweetly diabolic art of Jim Flora
180 p.
Uitgeverij Fantagraphic Books, 2009

____

Geen opmerkingen:

Related Posts with Thumbnails