vrijdag 2 juli 2010

How to watch TV news - Neil Postman en Steve Powers

Ik kijk alleen nog naar het nieuws om te kunnen meebabbelen met de collega's op het werk. Voor de rest is het journaal tijdverspilling — de voorgelezen tekst kan makkelijk op één reguliere krantenpagina. Komt daar nog bij dat ik meer geïnteresseerd ben in mechanismen, grote lijnen, achtergronden, dan in 'nieuws'. Het format van het televisienieuws deugt gewoon niet, zeggen ook de auteurs van dit boek. "Time works against understanding, coherence, and even meaning."

How to watch TV news is een samenwerking tussen twee Amerikaanse auteurs met een verschillende achtergrond. Steve Powers is televisiejournalist en weet hoe het medium technisch in elkaar zit. Neil Postman (1931-2003) is de man van de theorie en het (zelfverklaarde) historisch overzicht, die ondanks zijn cultuurpessimisme potentieel ziet in het medium televisie.

Powers brengt uiteindelijk weinig waar je van opkijkt. Hij meldt dat de sound bites tussen 1968 en 1988 alsmaar korter werden. Hij zegt iets over een geautomatiseerd draaiboek, snel wisselende camerastandpunten, teleprompters en donuts (vooraf ingeblikte reportages). Nieuwslezers moeten er een beetje netjes uitzien en niet hautain doen. Hun kleren moeten hen staan, want de kijker wordt daar anders makkelijk door afgeleid. Duopresentaties (man en vrouw, eventueel met een fors leeftijdsverschil) slaan aan, omdat mensen nu eenmaal graag naar een happy family kijken.

Iets interessanter zijn de terloopse opmerkingen over het ontstaan van de drie grote netwerken (NBC, CBS en ABC) en de komst van CNN, waarmee nieuws pas echt een openbare nutsvoorziening werd, zoals telefoon, electriciteit en water uit de kraan. Meteen wordt duidelijk dat de Amerikaanse situatie niet helemaal vergelijkbaar is met de onze. De ratrace om de eerste te zijn is er vele malen heftiger dan hier. Nieuwsbazen staan er onder enorme druk om goede kijkcijfers te halen. Populair nieuwsankers zijn supersterren in Amerika, en multimiljonair.

In Vlaanderen heb je ook nog steeds nieuwsuitzendingen die niet geflankeerd worden door reclameblokken, al zegt dat weinig over een eventueel behoud van kwaliteit. Ik zal wel de eerste niet zijn die vindt dat VRT de VTM van vroeger is geworden, en VTM de VT4 van weleer.

Ook het verhaal van Postman was niet nieuw voor me. Al biedt hij als Amerikaan het voordeel dat hij zijn kritiek helder opschrijft, waar een Franse cultuurfilosoof al snel een even dramatisch als idiosyncratisch praatje zou houden, met bijpassend hoofdlettergebruik.

Voorop in het boek staat de stelling dat televisie absoluut geen eenrichtingsverkeer is. De televisie levert dan wel de programma's aan, maar de informatie die van de andere kant komt, over wie naar wat zit te kijken, is veel belangrijker. Kijkcijfers zijn essentieel; daar hangen immers de advertentie-inkomsten van af. Maar ook het profiel van de kijker is belangrijk; kennis van hoe de gemiddelde kijker van een programma eruitziet, stelt reclamemakers in staat hun verkoopspraatjes beter af te stellen.

Interessant in die optiek is dat nieuwsprogramma's in vergelijking met andere televisieshows goedkoop te maken zijn en dat nieuwskijkers adverteerders speciale voordelen opleveren. Nieuwskijkers zijn immers aandachtiger, beter opgeleid en hebben meer te spenderen dan kijkers van andere programma's.

De meeste beslissingen over de inhoud en de vorm van televisieprogramma's — ook het nieuws op commerciële zenders — zijn dan ook gebaseerd op zakenmodellen. De mensen geven wat ze willen; niet wat ze nodig hebben. Hoe televisieprogramma's eruit zien wordt bepaald door de kijker; hij moet zo lang mogelijk aan het beeldscherm gekluisterd blijven.

Met die wetenschap in het achterhoofd wordt het mogelijk te filosoferen over de vraag Wat is nieuws?, en de verschillende antwoorden te vergelijken met wat televisiejournaals brengen.

Een mogelijke definitie van 'nieuws' doet denken aan de beroemde definitie van 'recht' door Oliver Wendell Holmes: "recht is wat door rechtbanken wordt gesproken". Niets meer, niets minder. Op dezelfde manier kunnen we zeggen dat nieuws "datgene is wat journalisten en samenstellers van nieuwsuitzendingen brengen."

Nieuwsberichten zijn het resultaat van selectie en keuzes. Of rapporteert het journaal waar u naar kijkt over alle oorlogen die momenteel aan de gang zijn? Het ombrengen van een toppoliticus, of een verwoestende aardbeving, zijn zaken die nagenoeg de hele wereld interesseren. Maar over het algemeen zit de nieuwswaarde niet vervat in een evenement. Nieuwswaarde wordt eraan toegekend door mensen. Nieuws wordt dus niet alleen verzameld, nieuws wordt ook gemaakt.

Een goede volgende vraag is dan: geeft die selectie een accuraat beeld van onze samenleving? Wie heeft eigenlijk ooit beslist dat branden, verkrachting en moord belangrijke issues zijn? Waarom halen zoveel nieuw gecomponeerde symfonieën, pas gepubliceerde boeken, en onlangs opgeloste wetenschappelijke problemen nooit het televisienieuws?

Een antwoord is dat dit soort nieuws weinig sensationeel is, en al helemaal niet visueel. Creatieve activiteit en langdurige intellectuele processen zijn aartsmoeilijk in beeld te brengen ("There is not much television news to be made of a congressman’s twenty-two-page position paper on the decline of education in a city"). Talking heads werken maar voor een beperkte duur op televisie, in tegenstelling tot dialogerende acteurs in een film. Dat komt omdat een televisiescherm vele malen kleiner is dan het witte doek, en wat er op te zien is dus beweeglijker moet.

Postman citeert ene Roger Ailes, die de mediacampagne van Bush senior leidde in 1988, waar die zegt dat drie dingen altijd worden gecoverd door de televisie: visuals, attacks en mistakes. Daaruit volgt dat de onderwerpen die door de televisie worden gebracht voor de meeste mensen veel te perifeer zijn om het eigen leven te begrijpen. We worden overspoeld met informatie, zegt Postman, maar we weten niet wat we ermee aanmoeten.

Marshall McLuhan, the first “media guru” of our age, claimed that the electronic world in which we now live has created a “global village”, in which everything has become everyone’s business. McLuhan probably never lived in a village; if he had, he might have used a different metaphor for our present situation. In a village, information is apt to be a precious commodity. Villagers seek information that directy affects their lives, and they usually know what to do with it when they get it. Villagers may like gossip, as it adds a certain zest to life, but they usually can distinguish between what is gossip and what materially affects their lives. Our relation to information is quite different. For us, information is a commidity. It is bought and sold. Most of it has little to do with our lives. And most of the time, we don’t know what to do with it.
Belangrijk nadeel ten opzichte van een krant is dat het televisienieuws iedereen moet aanspreken. Omdat in een krant verschillende berichten simultaan naast elkaar toegankelijk zijn, kan ze onderwerpen brengen die slechts een heel specifiek segment lezers interesseert. Televisie is echter sequentieel: de kijker zit vast aan de volgorde van de onderwerpen, dus moeten die van die aard zijn dat hij niet afhaakt. Dat betekent dat serieuze duiding meestal achterwege blijft, en dat er geen tijd is om grondig de wortels van actuele gebeurtenissen na te gaan.

In het licht van die zo groot mogelijke relevantie moeten ook de weerberichten gezien worden: het weer interesseert de meeste mensen wel. Weerpraatjes worden dan ook vaak losgesneden van de eigenlijke nieuwsuitzending of achteraan geplaatst; daar zijn ze makkelijk te omkransen met reclame.

Mensenwerk
Maar goed, laten we de vraag Wat is nieuws? even rusten en aannemen dat we een verantwoorde selectie hebben gemaakt uit het aanbod. Daarmee zijn de problemen niet van de baan, schrijven Postman en Powers: de feiten zijn er, alleen zijn ze met veel en moeten ze in intelligibele vorm overgebracht worden. De volkswijsheid dat een beeld zegt meer dan duizend woorden, gaat echter niet op voor het journaal. Slechts een minderheid van de beelden is letterlijk vanzelfsprekend. Een beeld kan niet overweg met wat abstract is, met wat niet zichtbaar is. Een beeld kan geen duur vastleggen. Is er een beeld dat haarfijn aangeeft wat 'de mens' is, of 'de natuur'?

Nieuwsitems brengen is dus verhalen vertellen, en verhalen vertellen berust op bepaalde technieken. Een verhaal heeft een kop, een staart en een middendeel. De bruggetjes tussen de feiten zijn altijd mensenwerk. Laat vijf mensen een gezamenlijk dinertje beschrijven en je krijgt vijf verschillende verhalen. Hoe moet dat dan met het wereldnieuws?
Let us suppose that a fourteen-year-old Palestinian boy hurls a Molotov cocktail at two eighteen-year-old Israeli soldiers. The explosion knocks on of the soldiers down and damages his left eye. The other soldier, terrified, fires a shot at the Palestinian that kills him instantly. The injured soldier eventually loses the sight of his eye. What details should be included in reporting this event? Is the age of the Palestinian relevant? Are the ages of the Israeli soldiers relevant? Is the injury to the soldier relevant? Was the act the act of the Palestinian provoked by the mere presence of Israeli soldiers? Was the act therefore justified? Is the shooting justified? Is the state of mind of the shooter relevant?
Journaals lijken neutraliteit uit te stralen. Hun grafieken, kaarten en tabellen geven de indruk dat de wereld inderdaad kan geordend worden. Alleen al het ijzeren zendschema van het televisienieuws straalt autoriteit uit! Maar een bepaald taalgebruik houdt altijd een waardeoordeel in. Bijna alle woorden hebben een connotatie — een positieve of een negatieve.
For example, you might hear an anchor introduce a story by saying: “Today Congress ordered an investigation of the explosive issue of whether Ronald Reagan’s presidential campaign made a deal with Iran in 1980 to delay the release of American hostages until after the election.” The statement is, of course, largely descriptive, but includes the judgmental word “explosive” as part of the report. We need hardly point that what is explosive to one person may seem trivial to another. We do not say that the news writer has no business to include his or her judgment of this investigation. We do say that the viewer has to be aware that a judgment has been made. In fact, even the phrase “made a deal” (why not “arranged with Iran”?) has a somewhat sleazy connotation that implies a judgment of sorts. If, in the same news report, we are told that the evidence for such a secret deal is weak and that only an investigation with subpoena power can establish the truth, we must know that we have left the arena of factual language and have moved into the land of inference. An investigation with subpoena power may be a good idea but whether or not it can establish the truth is a guess on the journalist’s part, and a viewer ought to know that.
Taal, zeggen de auteurs van How to watch TV news, is werkzaam op verschillende niveaus van abstractie, en het is belangrijk dat kijkers een onderscheid maken tussen taal die beschrijft, evalueert en concludeert. Het verschil wordt mooi zichtbaar in de volgende drie zinnetjes, die oppervlakkig gezien elk alleen maar een vaststelling doen.
Manny Freebus is 5’8” and weighs 235 pounds.
Manny Freebus is grossly fat.
Manny Freebus eats to much.
Dan is er nog een derde probleem. We zien wat we verwachten te zien, en we focussen op wat we betaald worden te zien. Bij journalisten is dat niet anders. Omdat nieuws gekleurd is, moet een consument de politieke overtuigingen en de economische belangen kennen van wie hem het nieuws brengt. Die kennis is onmisbaar voor wie wil inschatten waarom bepaalde dingen door die nieuwsleverancier belangrijk worden gevonden.

Maar waar een dokter, tandarts, advocaat zijn diploma in de wachtzaal hangt, komt een televisiekijker niets te weten over de zender en de journalist die hem het nieuws aansmeren. Geen nieuwsanker die het journaal opent met:
“To begin with, this station is owned by Gary Farnsworth, who is also the president of Bontel Limited, the principal stockholder of which is the Sultan of Bahrain. Bontel Limited owns three Japanese electronic companies, two oil companies, the entire country of Upper Volta, and the western part of Romania. The anchorman on the television show earns $800,000 a year; his portfolio includes holdings in a major computer firm. He has a bachelor’s degree in journalism from the University of Arkansas but was a C+ student, has never taken a course in political science, and speaks no language other than English. Last year, he read only two books — a biography of Cary Grant and a book of popular psychology called Why am I so wonderful? The reporter who covered the story on Yugoslavia speaks Serbo-Croatian, has a degree in international relations, and has a Neiman Fellowship at Harvard University.”
Voor de rest wordt dit boekje een beetje ontsierd wanneer Postman gaat zeuren over televisie in het algemeen, voortbordurend op dat bekende boek van hem, We amuseren ons kapot (1987). Seks en geweld zijn alomtegenwoordig op de buis en daardoor hebben ouders het steeds moeilijker als eindredacteur op te treden van de opvoeding van hun kinderen. Om nog maar te zwijgen van de moderne variant van het sprookjesverhaal, de commercial. 30.000 per jaar krijgen we er te verstouwen, waaronder vele, vele herhalingen. Mensen schenken geen aandacht aan reclame, krijg je vaak te horen, maar dat is volgens Postman net het probleem: ze analyseren de beelden niet, en daarom zijn ze zo effectief. Toegegeven, zijn voorbeeldje is wel leuk. Een commercial waarin een vrouw niet gekust wordt omdat ze het juiste mondwater ontbeert.
Imagine, now, a slight alteration in the commercial. The first ten seconds remain the same. The change comes in Act II. Barbara wonders what’s wrong with her but gets a somewhat different answer from Joan. “What’s wrong with you?” Joan asks. “I’ll tell you what’s wrong with you. You are boring. You are dull, dull, dull. You haven’t read a book in four years. You don’t know the difference between Mozart and Bruce Springsteen. You couldn’t even name the continent that Nigeria is on. It’s a wonder that any man would want to spend more than ten minutes with you!” A chastened Barbara replies. “You are right. But what can I do” “What can you do?” Joan answers. “I’ll tell you what you can do. Join a book club. Get some tickets tot the opera. Read The New York Times once in a while.” “But that will take forever, months, maybe years,” says Barbara. “That’s right,” replies Joan, “so you’d better start now.” The commercial ends with Joan handing Barbara a copy of Freud’s Civilization and its discontents. Barbara looks forlorn but begins to finger the pages.
How to watch TV news eindigt ook teleurstellend, met wel heel algemene tips om je te verdedigen tegen dat oppervlakkige televisienieuws. In feite vormen ze een korte samenvatting van wat eerder gezegd werd. Onthoud dat televisienieuws geen openbare nutsvoorziening is, zeggen de auteurs, maar in de eerste plaats een commerciële activiteit. Televisienieuws brengt niet wat er allemaal gebeurd is in de wereld, maar wat een verslaggever en zijn bazen belangrijk vinden. Daarom alleen al weerspiegelt het niet het normale, dagelijkse leven van de meeste mensen.

De vraag wat nieuws is moet elke televisiekijker dan ook voor zichzelf beantwoorden. Hij moet voor uitmaken wat hij precies wil weten, en vooropstellen welke antwoorden tegemoet komen aan zijn sociale, politieke en spirituele waarden. De intellectuele middenklasse zou zich bovendien niet zo door het televisienieuws mogen laten verleiden om over alles een mening te hebben. Een ongeïnformeerde mening is weinig waard, en het televisienieuws schiet tekort in zijn pretentie van informatieleverancier.

Tja. Postman en Powers begonnen hun boekje met de constatering dat wie geen kranten, tijdschriften en boeken leest, absoluut niet is voorbereid om de waarde van televisienieuws in te schatten. Waarom de auteurs denken dat behoeftige mensen hun boek wel zullen lezen, wordt nooit duidelijk.

De meer kritische gelegenheidsbesprekers op Amazon raden aan om dit boek te vergeten, en Manufacturing consent (Herman en Chomsky) of Four arguments for the elimination of television (Mander) op te pakken.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

Neil Postman en Steve Powers, How to watch TV news
192 p.
Uitgeverij Penguin, 1992

____

1 reactie(s):

maartendevos zei

Chomsky is in deze inderdaad een beter leidraad voor een objectieve analyse.
Hij toont aan dat televisie geen dienst meer is aan de bevolking maar een dienst aan de aandeelhouders. Televisie wordt niet gemaakt voor de stakeholders maar voor de stockholders.

Related Posts with Thumbnails