Een niet bij name bekende vrouw - Lucia Graves
Alle redenen zijn goed om boeken te lezen. Volgende week dinsdag reizen we af naar Spanje. In tien dagen tijd zullen mijn geliefde en ik een grote lus rond Madrid maken, met bezoekjes aan Ávila, Toledo en Segovia. In de voorbereidende week ben ik op zoek naar boeken met persoonlijke getuigenissen over het alledaagse leven in het Spanje van de voorbije eeuw. Lezen met een dergelijk focuspunt doet me titels uitlezen die ik in andere omstandigheden niet had overleefd.
Lucia Graves — dochter van — heeft twintig jaar in Spanje gewoond, tot haar huwelijk op de klippen liep. Wanneer haar moeder een oogoperatie ondergaat, moet ze terug naar Spanje. Daar ziet ze wat een gedaanteverwisseling Barcelona heeft ondergaan door de Olympische Spelen. Al vindt ze dat nu ook weer niet zo verbazingwekkend, gezien Catalonië zich al een paar decennia zelfbewust omschrijft als de leider van de Spaanse economie. Hoe dan ook, het is het uitgelezen moment voor de Engelse schrijfster/vertaalster om terug te blikken op haar jeugdjaren, die ze deels op Mallorca, deels op het Spaanse vasteland doorbracht.
Misschien dat de vertaling het proza van Een niet bij name bekende vrouw wat genivelleerd heeft. Feit is dat ik snel moest lezen om over de oppervlakkige poëzie van Graves heen te komen. De kabbelende stijl van de betere damesroman.
Ik zette mijn auto op het hoofdplein en liep over de Carrer de sa Lluna — de Maanstraat, een lange, smalle straat met aan weerskanten winkels — in de richting van het verpleeghuis. Het moest ergens in een van de achterafstraatjes staan en ik betrad dus het schaduwrijke labyrint waar de versleten grijze straatstenen altijd glimmen als gepoetst tin. Na elke straathoek leek ik weer dezelfde twee rijen huizen te zien – pretentieloze huizen van twee verdiepingen, die met hun gebrek aan uiterlijk verschil bewezen dat er al generaties lang mensen woonden met dezelfde gezichten, dezelfde stemmen en dezelfde handen, die luiken altijd in dezelfde kleur overschilderden.Maar ik kreeg wel iets terug voor mijn inspanningen: de levensechte details uit het leven onder Franco en Lucia's typeringen van de Spaanse volksaard sprongen beter in het oog.
In heel Spanje berust het gezondheidssysteem op verwantenhulp, en in een ziekenhuis wordt van die familieleden verwacht dat ze de patiënten dag en nacht in het oog houden, zorgen dat de infusen op hun plaats blijven, en dat ze allerlei kleine verpleegklusjes doen. Het gevoel van saamhorigheid in het Spaanse gezin is de kern van alles. Het overbrugt generaties, projecteert zichzelf op andere gezinnen en is in gesprekken alomtegenwoordig.Blauwe overhemden
Het gezin Graves vestigde zich op Mallorca in 1946, waar ze een groot, stenen huis bewoonden dat Robert aan het begin van de jaren dertig van de opbrengst van zijn boeken had laten bouwen. Hij woonde al sinds 1929 op het eiland, tot de Spaanse Burgeroorlog hem naar het buitenland dreef. Na de Tweede Wereldoorlog keerde hij terug.
In de jaren veertig was Mallorca in wezen een rustige plattelandsgemeenschap. De Catalaanse koning Jaume de Veroveraar had het eiland in 1229 van zijn islamitische bezetters bevrijd, en snel daarna waren de moskeeën en synagoges verdwenen. Het was een eiland "van vissers en zeelieden", schrijft Graves, "van boeren en schaapherders, mystici en heiligen, cartografen en ontdekkingsreizigers, en de kusten werden door stoere wachttorens tegen Barbarijse zeerovers beschermd." Zelfs in de jaren veertig leek Mallorca nauwelijks aangeraakt door de Industriële Revolutie, laat staan van de moderne twintigste eeuw. Koken deed je op houtskoolvuren, water kwam uit een fontein, electriciteit was er niet.
Het was een moeilijke, Spartaanse tijd. Het land ging nog steeds onder de naweeën van de Burgeroorlog gebukt. Er was rantsoenering en de zwarte markt bloeide. Waterrechten (beheer van bronnen) konden langdurige vetes tussen families veroorzaken. Niettemin boden de grenzen van dit gesloten land ook een zekere vrijheid. Het was een eiland, en het bergdorp waar de Graves woonden was een soort eiland binnen een eiland. Het leven werd er beheerst door de cycli van een natuurlijke leefomgeving en door zulke oude rituelen dat niemand zich hun oorsprong herinnerde. Onder Franco kwam er misschien een andere vlag op het gemeentehuis, maar voor de rest werd het leven beheerst door de aarde, het water en de elementen. De Graves hielden contact met hun vaderland door bij een grote houten radio naar de BBC te luisteren. Lucia en haar broers verknipten Engelse of Amerikaanse tijdschriften.
Lucia wordt eerst naar het schooltje van het bergdorp gestuurd. Het wordt door drie of vier franciscannessen geleid. Ze leert er naaien, bidden en de catechismus. De Maagd Maria wordt haar idool. In de jaren vijftig verhuizen de Graves naar Palma om hun kinderen naar betere scholen te kunnen sturen. Ze betrekken er een typisch blauwgrijs flatgebouw, opgetrokken in de geest van de Reconstrucción Nacional: dof beton.
Ondertussen dwingt de Koude Oorlog het Westen zijn vijandige houding tegenover het hevig anti-communistische maar dictatoriale Spanje met zijn strategische ligging in de Middellandse Zee te herzien. In 1953 tekent Spanje een samenwerkingsverdrag met de VS, waarbij de Amerikanen de toestemming krijgen om in ruil voor financiële en militaire hulp luchtmacht- en marinebases in het land te vestigen.
Van die voorzichtige toenadering is op Lucia's school in Palma weinig te merken. Elke bladzijde van de godsdienst-, geschiedenis- en leesboeken is doordrenkt van de Movimiento-ideologie. De nonnen — dominicanessen nu — geven hun lessen met patriottistische vurigheid.
De stof van de geschiedenisles gaat bijvoorbeeld nauwelijks in op grote militaire nederlagen, zoals die van de Spaanse Armada, of kortstondige perioden van intellectuele rijkdom zoals die van de Verlichting en het liberalisme. Ferdinand en Isabelle worden voorgesteld als het symbool voor de Spaanse politieke en godsdienstige eenheid. Hun embleem — een juk met pijlen — wordt overgenomen door de Falange, de Spaanse fascistische partij die in 1933 door José Antonio Primo de Rivera gesticht was. Dictees gaan bij voorkeur over de roem van de Spaanse vlag. Het woord 'democratie' staat synoniem voor maatschappelijke chaos. Tijdens een gymnastiekwedstrijd moet ze de Falangistische hymne Cara al sol zingen en brengt ze de fascistengroet, zeer tegen de zin van haar ouders. Ondertusen heeft Lucia het moeilijk om te begrijpen wie die 'Roden' zijn die ze verondersteld wordt te verachten.
Over de nazi’s en de Tweede Wereldoorlog zeggen haar schoolboeken ook nooit iets specifieks. Van de Blauwe Divisie — genoemd naar de blauwe overhemden van de falangistas — wordt terloops de deelname vermeld aan een gevecht tussen de krachten van het licht en de duisternis — en de krachten van de duisternis waren dezelfde Roden die in Spanje zo veel ellende hadden veroorzaakt. Maar de rol van Duitsland en de Spaanse ideologische bindingen met het Derde Rijk worden in het leerplan van de jaren vijftig met de mantel der liefde bedekt, zodat de leerlingen met veel onbeantwoorde vragen blijven zitten.
Lucia leert ook dat de Spaanse taal veruit de meerdere is van het decadente Engels en Frans. Op de school mag ze alleen Castiliaans spreken (Habla en cristiano, christelijk praten). Het Mallorcaans is net als haar zustertaal het Catalaans door Franco officieel verboden. Het wordt als een dialect van ongeletterde boeren geminacht.
Mooi en waardevol aan Een niet bij name bekende vrouw zijn de vele vrouwenportretten die Lucia Graves in haar memoires weeft. Vrouwen hebben het zwaar onder Franco. Met medeleven schetst Lucia zuster Valentina, een van de nonnen op haar school. Het nonnenklooster was misschien de enige uitweg geweest voor deze vrouw, de enige manier om de kluisters van een ellendig huis of een even onaantrekkelijk huwelijksvooruitzicht te verbreken. Toetreding tot een kloosterorde was een van de weinige beslissingen die niemand kon aanvechten.
Ooit was het anders. Het linkse beleid van de Tweede Republiek in de vroege jaren dertig had vrouwen de kans gegeven om onafhankelijk te worden. Duizenden vrouwen verlieten toen hun keukens om te studeren, in de fabriek te gaan werken of carrière te maken. Door de scheiding van Kerk en staat werd ook het burgerlijk huwelijk aanvaard en werd een echtscheidingswet goedgekeurd. Franco schafte dit alles weer af. Duizenden echtparen die op de burgelijke stand waren getrouwd, moesten in de kerk hertrouwen. De nietigverklaring van alle Republikeinse huwelijken leidde er vaak toe dat sommige mannen en vrouwen zich weer aan een gebroken huwelijk moesten onderwerpen. Juridisch waren vrouwen goeddeels afhankelijk van hun man.
Interessant in dit boek zijn verder de persoonlijke verhalen over de Burgeroorlog die Lucia te horen krijgt. De massale vlucht van niet-regeringsgezinde burgers. De fascisten die alles inpikken en tot willekeurige arrestaties overgaan. Mallorca krijgt nogal wat immigranten uit Murcia en Zuid-Spanje te verwerken. De eilandbewoners kijken neer op deze forasters, mensen van het vasteland, die naast honger dus ook met vernedering moeten omgaan. Op het vasteland zelf zorgt de opdeling in republikeinen en nationalisten voor absurde taferelen en paranoia.
‘Toen in 1936 de oorlog uitbrak, was het dorp eerst verdeeld in Roden en fascisten — of in Republikeinen en Nationalisten, als je dat liever hoort — en dat hing af van de dokter die je had. Zo gemakkelijk was het. De ene dokter was socialist, de andere fascist. De socialistische dokter was een neef van mij die Hilario heette en in Madrid had gewerkt. Maar Ciudad Real werd niet door de Nationalisten veroverd en lag de hele oorlog in de Republikeinse zone. De mensen die eerst met Franco sympathiseerden, hielden zich dus gedeisd. In plaats van “¡Adiós!” zei iedereen in die tijd “¡Salud!”, want adiós klonk te religieus (…)’

Het huis van Robert Graves in Deiá, Mallorca; afbeelding via Wikipedia
Drietaligheid
Franco was naast een politieke ook een religieuze dictatuur. De collectieve herinnering aan het trauma van alle vrome Spanjaarden in de jaren dertig (toen de linkse regering heel wat anti-kerkelijke maatregelen nam) werkte in het voordeel van Franco’s naoorlogse alliantie van Kerk en staat. Pas in de stedelijke omgeving van Palma wordt kleine Lucia zich echt bewust van de afwijkende religieuze opvattingen van haar ouders. Ze voelt zich dubbel schuldig. Op de wanden van het klaslokaal kijken de beeltenis van Franco en een gekruisigde Jezus haar dreigend aan. Graves is én protestantse én Engelse — het volk dat Gibaltar op onwettige wijze van Spanje had afgepakt.
Ik was altijd diep bezorgd over mijn redding, want het agnosticisme van mijn ouders kon ik niet verzoenen met wat volgens anderen de enige waarheid ter wereld was. In het bergdorp waren mijn twee omgevingen in evenwicht geweest. Ze hadden allebei hun eigen mythen, verhalen, tradities en taal. Geen van beide had ooit een volledig overwicht op de ander geëist en in de fundamentele context van het terrassendal bestonden ze in mijn denken vredig naast elkaar. In mijn nieuwe stadsleven was dat evenwicht verstoord.De aanwezigheid van een Noord-Europeens meisje uit een protestants gezin is natuurlijk helemaal een buitenkansje voor de bekeringsijverige dominicanessen. Wanneer de intimidaties te erg worden, wordt Lucia door haar ouders van de nonnenschool gehaald. Ze krijgt thuis een jaar les om haar Engels bij te spijkeren en wordt dan met haar jongste broer naar Genève gestuurd, de stad van Calvijn.
Daar belandt ze op een multinationale school. Veel Amerikanen, veel kapitalistenkindjes. Ze verliest er definitief haar vertrouwen in de goede bedoelingen van de generalísimo en haar geloof in hemel en hel. Toch krijgt ze in die nieuwe, alpiene omgeving een overweldigend heimwee naar Spanje: de felle kleuren, de ruigte van het landschap, de Moors klinkende volksmuziek van Mallorca en de Spaanse leefwijze, het eten, de menselijke warmte, de directheid, de chaos.
Ik richtte mijn kamer in alsof die een Spaans verkeersbureau was: met banderillas en affiches van stierengevechten.Lucia leert dat haar vaders roem verder gaat dan de prestaties tijdens de Eerste Wereldoorlog van kapitein Robert Graves. De nadruk ligt in Genève dan ook op haar Britse identiteit, maar dat ervaart ze als beknellend. De facto is ze Brits, maar ze heeft nooit in Groot-Brittannië gewoond. Ze begint stilaan te begrijpen wat haar drietaligheid inhoudt: ze heeft zich op geen enkele taal volledig geconcentreerd, en als gevolg daarvan kan ze zich in geen enkele ervan volledig uiten. Later, veel later, zal ze haar voordeel doen met die halfslachtigheid. Ze wordt een gerespecteerd vertaler — Lucia Graves heeft onder meer de boeken van Carlos Ruiz Zafón in het Engels beschikbaar gemaakt.
Tijdens de Geneefse jaren doen zich ook veranderingen voor in Spanje, al dan niet onderhuids. De eerste studenten van de naoorlogse generatie zitten inmiddels op de universiteit en beginnen tegen de onderdrukking te reageren. Ze lezen verboden Argentijnse vertalingen van Sartre en Camus en geven die aan andere door. Ze worden lid van ondergrondse organisaties en drukken pamfletten. Bij Lucia's terugkeer is ook haar bergdorpje niet meer zo rustig. Het hele jaar door woont er nu een kolonie buitenlandse kunstenaars en schrijvers, en ’s zomers verdubbelt het inwonertal met de komst van Britse, Franse en Spaanse gezinnen op vakantie.
Op Mallorca ontmoet Lucia Graves in 1960 haar toekomstige man, een slagwerker in een jazzbandje. Maar dan gaat het opnieuw naar Engeland: na een toelatingsexamen bij de British Council in Madrid kan ze aan het St Anne’s College studeren. Daar leert ze eindelijk de complexiteiten van het Spaans en het wezen van Spanje te begrijpen. De vakbibliotheek van Oxford is onuitputtelijk. Gedurende twee prachtige bladzijden in Een niet bij name bekende vrouw buigt de werkgroep Spaans zich over alle onmogelijke finesses bij het vertalen van Benito Pérez Galdós.
Ook haar vader doceert rond die periode in Oxford, en Lucia begint de omstreden theorieën die hij ontvouwt in Witte godin — onder meer dat de matriarchale orde sinds de oude Grieken door patriarchiale systemen is onderdrukt geweest — toe te passen op de Spaanse maatschappij. Ze krijgt oog voor de gedwongen onderdanige positie van de vrouwen daar, hun dorre huwelijksleven, en de ideologische geïnspireerde seksuele voorlichting onder Franco (die stelt dat vrouwen van nature frigide zijn en geslachtsverkeer als een noodzakelijk offer voor de grote beloning van de voortplanting moeten beschouwen).
De officiële seksuele mores zijn streng in Spanje. Seks voor het huwelijk is taboe. (Al wil de ironie dat in de eerste jaren van het naoorlogse Spanje prostitutie een echte plaag was — oorlogsweduwen die de eindjes niet aan elkaar konden knopen.) De zeden op Mallorca verzachten pas wanneer het massatoerisme doorbreekt op de stranden van Palma. De oudere generaties zijn aanvankelijk geschokt door de aanblik van buitenlanders in bikini, maar de economische gevolgen van de toeristenindustrie zijn al snel zonneklaar, dus knijpt men een oogje dicht: Los números cantan, de cijfers zingen. Jonge Spanjaarden scheppen er ook genoegen in suecas (buitenlandse vrouwen, letterlijk: Zweedsen) te versieren.
Vanaf de jaren zeventig woont Lucia Graves in een plaatsje bij Barcelona. De nieuwe woonwijken, de urbanizaciones, breiden zich uit als een olievlek en doen het dorp langzaam veranderen in het voorgeborchte van de Catalaanse hoofdstad. Aan het einde van de jaren zeventig wordt de Catalaanse autonomie door de nieuwbakken democratische regering hersteld, en dat komt vooral Barcelona ten goede, een stad die levendiger, schoner, welvarender wordt dan enige andere Spaanse stad. In de jaren tachtig is het een en al design wat de klok slaat. Alles is hightech, postmodern en minimalistisch. De dorpsgemeenschap waar Graves vertoeft — dat is een ander paar mouwen.
Aan de ene kant had je de traditionele bewoners: de winkeliers en fabrikanten wier families allemaal op de een of andere manier aan elkaar geparenteerd waren. De zoon van de garage-eigenaar trouwde met de dochter van de man die de busdienst op Barcelona leidde. De moeder van de fotograaf was een zuster van de man wiens dochter met de slager was getrouwd, enzovoorts. Vervolgens had je de mensen uit Barcelona die in een van de nieuwe wijken een tweede huis hadden, waar ze de weekends en de schoolvakantie verbleven, of mensen zoals wij, die er het hele jaar woonden. Bij de echte dorpelingen stonden we bekend als als estiuejants — zomergasten — bekend, en we bleven altijd buitenstaanders. Zelfs toen ik er al vele jaren woonde, werd ik altijd aangesproken met het formele vostè of senyora. Ten slotte had je de immigranten uit Andalusië, Murcia of Extremadura, die na de oorlog als werkzoekenden naar Catalonië waren getrokken en bleven komen totdat de socialisten onder Felipe González pogingen gingen doen om Zuid-Spanje nieuw leven in te blazen. De traditionele bewoners maakten duidelijk dat alleen zij er thuishoorden, en bleven op afstand.Onvertaalbaar
De dag na Franco’s dood wordt Juan Carlos tot koning gekroond en begint de transición in alle ernst. Arias-Navarro, de man met het dunne snorretje die Carrero Blanco’s functie had overgenomen, blijft regeringsleider tot juni 1976, tot de koning Adolfo Suárez, een van Franco’s jongste ex-ministers, tot nieuwe premier kiest. Tot ieders verrassing begint deze aan een breed politiek hervormingsprogramma. De godsdienstvrijheid wordt afgekondigd, politieke partijen gelegaliseerd, de doodstraf uit het Wetboek van Strafrecht gehaald.
In retrospect beseft Lucia de bekrompenheid van het niet-democratische Spanje. Corruptie, verkiezingsfraude, censuur. En vooral: de apathie die daaruit volgde. Heel lang vond een enorme tussengroep tussen links en rechts dat de snel groeiende economie bewees dat het politieke eenpartijsysteem nog helemaal niet zo gek was. Ook Graves conformeerde zich.
Tijdens mijn verblijf in het Catalaanse dorp kon ik me gemakkelijk aanpassen en verviel ik probleemloos in de manier van denken en reageren die bij de Spaanse en Catalaanse taal horen, ook al betekende dat de opoffering van een onvertaalbaar deel van mijn Engelse zelf en riskeerde ik een verkeerd beeld van mezelf. In gesprekken met buren stemde ik bijvoorbeeld in met — of verzette ik me in ieder geval niet tegen — meningen die ik helemaal niet deelde (over sociale kwesties, vrouwenrechten of onderwijs bijvoorbeeld), alleen maar omdat tegenspraak hun als wartaal in de oren zou hebben geklonken. Ik ging ervan uit dat je in vertalingen altijd dingen verliest en dat daaraan niets te doen was. Tegenwoordig besef ik wat ik toen aan het doen was: ik hield het onvertaalbare deel van mezelf verborgen en werd opnieuw een balling, een vreemdeling tussen de mensen van wie ik hield.De laatste hoofdstukken van Een niet bij name bekende vrouw maken de cirkel mooi rond. Lucia Graves stuurt haar kinderen op hun beurt naar een Catalaanse school. We schrijven de jaren tachtig en van franquistische indoctrinatieprogramma’s of katholiek stampwerk is allang geen sprake meer. Graves ziet in haar kinderen als het ware het Catalonië van voor de Burgeroorlog herrijzen. Ze verdiept zich in de Catalaanse geschiedenis en ziet een aardige parallel tussen de Catalaanse republikeinen onder Franco en het historische lot van de joden op het Iberisch Schiereiland.
Catalonië ontstond in de negende eeuw als het graafschap Barcelona en was in de twaalfde eeuw sterk en succesvol genoeg om een confederatie te vormen met de zogenaamde Levantijnse staten, onder andere Aragón. Door veroveringen en zeehandel expandeerde de confederatie tot een mediterraan rijk, dat in de veertiende eeuw zijn hoogtepunt bereikte. Daarna taande de macht van Catalonië. Door het huwelijk tusen Ferdinand en Isabella ontstond er een monsterbond tussen Aragon en Castilië. Met de ontdekking van Amerika verschoof de Europese handel bovendien van de Middellandse Zee naar de Atlantische Oceaan. Castilië kreeg het handelsmonopolie en hield de Catalanen buiten de contracten.
De joden vormden al veel langer een gemeenschap op het Iberisch Schiereiland, al sinds de Romeinse tijd. De Hebreeuwse wetenschap bloeide zoals bekend onder de Moorse heerschappij, toen de joden uitblonken als artsen, financiële adviseurs, cartografen, vertalers en literatoren. Tijdens de Catalaans-Aragonese federatie (zie hierboven) werden ze als koninklijke bezit beschouwd. In de dertiende eeuw kwam echter, aangewakkerd door de dominicanen en bevorderd door maatschappelijke en politieke spanningen, een volks anti-semitisme op. De Spaanse joden werden ervan beschuldigd afpersers te zijn, rituele moorden op christelijke kinderen uit te voeren, de pest te verspreiden en wat niet al. Eind veertiende eeuw bereikte deze koorts zijn hoogtepunt met enorme slachtingen en pogroms tegens joodse gemeenschappen. Duizenden joden kwamen om, velen vluchten of bekeerden zich.
Een eeuw later vaardigden Ferdinand en Isabella een decreet uit met de keuze: het land verlaten of zich bekeren. De ‘nieuwe christenen’ werden conversos (bekeerden) genoemd en in het oog gehouden door de inquisitie, die geobsedeerd was door limpieza de sangre, zuiver bloed. Iemand hoefde alleen maar te zeggen dat er op zaterdag geen rook uit zijn schoorsteen kwam of dat er vrijdag te veel gekookt werd of dat de betrokkene een stuk perkament met Hebreeuwse letters als voering in zijn schoen had. Dat was al reden genoeg om iemand te arresteren, in de gevangenis te gooien of op de brandstapel te zetten. Op Mallorca integreerden de conversos nooit echt in de christelijke bevolking. Ze stonden bekend als xuetes, misschien een verkleinwoord van xulla, varkensvet, vanwege hun gewoonte om in de deur van hun huis of winkel stukjes varkensvet te kauwen en daarmee te bewijzen dat ze hun joodse geloof echt hadden afgezworen.
De parallel is duidelijk. Aan het einde van de Spaanse Burgeroorlog werd iedereen aangemoedigd om hun republikeins gezinde vrienden, familie en buren aan te geven, net zoals de inquisitie de christenen en nieuwe christenen aanmoedigden om heimelijke beoefenaars van het joodse geloof te verklikken. De joden mochten geen Hebreeuws meer spreken, Catalanen geen Catalaans. In 1939, na de Burgeroorlog, namen vele Catalaanse republikeinen trouwens dezelfde route als de joden van Girona: via Figueres en La Jonquera staken ze de Franse grens over.
Joden die vertrokken uit Spanje en niet meer terugkeerden, werden betiteld als sefardische joden. Vijf eeuwen lang hebben deze joden gemeenschappen met een sterke Spaanse identiteit in stand weten te houden in verschillende Oost-Europese en Noord-Afrikaanse landen. Sefardische joden spreken Ladino, dat verwant is met het Oud-Castiliaans. Graves wijdt ook nog wat woorden aan de kabbala (die in de Languedoc ontstond en zich via Catalonië over de rest van Spanje verspreidde), aan de dertiende eeuwse vrijdenker en mysticus Ramon Lull, en aan Margarida van Prades, de vijftiende-eeuwse beschermvrouwe van een literaire kring die de archaïsche stijl van de Provençaalse troubadours hanteerde en haar als hoofs ideaalbeeld zagen.
Slotsom
Het is goed om de mijlpalen uit de recente Spaanse geschiedenis eens niet te lezen in een gestroomlijnd handboek, maar te kijken wat voor impact die hadden op de levens van gewone mensen.
Deze memoires worden dan ook verduisterd door de slagschaduw van Francisco Franco y Bahamonde. Tot in het laatste hoofdstuk toe, wanneer in 1973 de bomauto van Luís Carrero Blanco ontploft en een van Franco’s langdurigste medewerkers met zijn Dodge Dart en al over een studentenhuis van de jezuïeten in het centrum van Madrid vloog. Of wanneer een jaar later de jonge Catalaanse anarchist Salvador Puig Antich een ijzeren kraag om de nek krijgt. Lucia herinnert die gebeurtenissen uit de eerste hand, en dat maakt indruk.
Aangezien Robert Graves weinig meer dan een figurant is in dit boek, zal ik me Een niet bij name bekende vrouw vooral herinneren als een verzameling vrouwenportretten.
Die bijzondere soort Spaanse vrouwen wier denken en voelen gevoed zijn met de vooruitstrevende gedachten van de Tweede Republiek; vrouwen die nooit het gevoel vergaten van persoonlijke emancipatie en prestaties die zij in die periode hadden ervaren. Dankzij hun sterke karakter wisten ze tijdens de lange, donkere jaren van het Franco-regime vrijdenkers.> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Lucia Graves, Een niet bij name bekende vrouw
Herinneringen aan een Spaanse jeugd
256 p.
Uitgeverij Het Spectrum, 2000
Oorspr. A woman unknown : voices from a Spanish life (1999)
Vertaald door Jacques Meerman
____

0 reactie(s):
Een reactie plaatsen