Wat voor brommertje met verchroomd stuur achter op de binnenplaats? - Georges Perec
Bizar hoe het geheugen een mens bedriegen kan. Al jaren denk ik dat Wat voor brommertje met verchroomd stuur achter op de binnenplaats? is opgenomen in de reeks Privé-domein. Ten onrechte, blijkt nu. Een klassiek geval van contaminatie: de Franse taalknutselaar Georges Perec kreeg al twee deeltjes in Privé-domein; zijn landgenoot Georges Perros heeft er ook eentje, Plakboek, en is met zijn brommer afgebeeld op de cover van dat boek. Ze hebben niks met elkaar te maken.
Wat voor brommertje...? is een vroege novelle in het oeuvre van Georges Perec, en niet eens autobiografisch. Ze verschijnt in 1966, een jaar na het bekroonde Les choses, de 'sociologische' zedenschets van de materialistische jaren zestig.
De critici, als ze het boekje al opmerken, reageren lauw. De titels die de roem van Perec zullen vestigen — La disparition (de roman zonder -e, 1969), Les revenentes (de roman met alléén maar e's, 1972), het sinistere W, of De jeugdherinnering (1975) en het magnum opus La vie mode d'emploi (1978) — moeten nog verschijnen. De vroege jaren tachtig, waarin de markt wordt verzadigd met kleinodiën uit de nalatenschap, liggen nog ver in het verschiet.
Het verhaal van het brommertje is flinterdun, en dat is ook de bedoeling. Een groep Franse militairen smeedt drastische plannen om te verhinderen dat een van hun collega's moet gaan vechten in de Algerijnse Onafhankelijkheidsoorlog. Spilfiguur in die plannen is ene sergeant Henri Pollak, geboren in Montparnasse, tevens eigenaar van een brommertje met verchroomd stuur, dat, in weerwil van de titel, nergens in het verhaal op een binnenplaats te vinden is.
Het is niet het enige flauwe grapje dat de auteur zich permitteert. In een zelfgebrouwen flaptekst typeert Perec de novelle als een soort heldendicht. In het Frans staat er letterlijk:
De temps à autre, il est bon qu'un poète, que n'effraie pas l'air raréfié des cimes, ose s'élever au-dessus du vulgaire pour, dans un souffle épique, exalter notre aujourd'hui. Car ne nous y trompons pas : ces courageux jeunes gens qui, au plus fort de la guerre, ont tout tenté (en vain, hélas !) pour éviter l'enfer algérien à un jeune militaire qui criait grâce, ce sont les vrais successeurs d'Ajax et d'Achille, d'Hercule et de Télémaque, des Argonautes, des Trois Mousquetaires et même du Capitaine Nemo, de Saint-Exupéry ... Lire la suite , de Teilhard de Chardin...Maar heb je het boek eenmaal uit, blijkt het aan alle kenmerken van een klassiek epos te verzaken — niet alleen aan de lengte.
Quant aux lecteurs que les vertus de l'épopée laissent insensibles, ils trouveront dans ce petit livre suffisamment de digressions et de parenthèses pour y glaner leur plaisir, et en particulier une recette de riz aux olives qui devrait satisfaire les plus difficiles.
Om te beginnen doet de zinsbouw eerder denken aan een standuppertje van Wim Helsen dan aan een eerbiedwaardige tekst. De neurotische eis om volledigheid en duidelijkheid doen Perec ei zo na vastlopen in zijn uitwijdingen. Tegelijk zie je hem zichtbaar genieten van de dynamiek waarmee de zinnen zich vertakken en vertwijgen.
Het was een vent die Karamanlis heette of zoiets: Karawo? Karawash? Karawieg? Enfin, Karadinges. In ieder geval een weinig alledaagse naam, een naam die je iets zei, die je niet gemakkelijk vergat. Het had een Armeense schilder van de Parijse school kunnen zijn, een Bulgaarse worstelaar, een belangrijke peer uit Macedonië, kortom iemand uit die streken, een Balkanees, een Yoghurteter, een Slavofiel, een Turk. Maar voorlopig was hij dus militair, gewoon soldaat bij een bevoorradingsregiment in Vincennes, nu al veertien maanden lang. En een van zijn vrienden was een goede maat van ons, Henri Pollak himself, wachtmeester, vrijgesteld van dienst in Algerije en de overzeese gebiedsdelen (een treurige geschiedenis: wees vanaf zijn prilste jeugd, een onschuldig slachtoffer, een arm wezentje, veertien weken oud in de grote stad op straat gegooid), die een dubbel leven leidde: zolang de zon scheen, deed hij zijn wachtmeesterlijke werk, snauwde de corveeërs af en kraste hartjes met een pijl erdoor en verfrissende teksten op de wc-deuren. Maar de klok had nog geen half zeven geslagen of hij stapte op een knetterend brommertje (met verchroomd stuur) en keerde vliegensvlug terug naar het Montparnasse van zijn geboorte (want hij was geboren in Montparnasse), waar hij zijn geliefde had, zijn stulpje, ons, zijn vrienden, en zijn dierbare boeken, hij metaformoseerde in een zwierige jongman, eenvoudig maar netjes gekleed in een groene trui met rode banen, een slobberige broek en de meest afgetrapte trappers die er bestonden en dan zoch hij ons weer op, zijn vrienden, in een of ander café, waar we praatten over bikkesement, films en filosofie.Tweede verschil: merk op dat de soldaat waar het om draait naamloos blijft. Niet omdat Perec er een soort symbolische everyman wil maken — de onbekende soldaat, known unto God — maar domweg omdat zijn verteller de naam vergeten is. De verteller zal het hele verhaal door futiele pogingen doen om de naam weer op te roepen.
Daarenboven, maar dat zal pas later blijken, is de hoofdpersoon geen held die na dapper overwonnen moeilijkheden zijn einddoel bereikt: Wat voor brommertje? wordt abrupt afgebroken en loopt af met een sisser.
Het laatste verschil met het klassieke epos zit 'm in het gedrag van de hoofdpersoon. Dat is verre van nobel. De soldaat weigert de kleuren van zijn vaderland te verdedigen in de bergen van Noord-Afrika — niet omwille van pacifistische idealen, maar omdat hij in Parijs wil blijven. Daar woont immers het meisje waar hij verliefd op is.
Karadinges is een arbeider die geen zin heeft in legerdienst en zijn zorgeloze leventje wil voortzetten. Punt. Een banaal gegeven dat mooi contrasteert met de vriendenbent die hem te hulp schiet en de idealen van de Verlichting is toegedaan. Die vrienden zijn volgens de legende naar het leven getekend. Het boek is niet toevallig opgedragen aan "Lg", kort voor La Ligne générale (naar een film van Eisenstein), een groep intellectuelen waartoe Perec behoorde alvorens betrokken te raken bij de Oulipo-beweging.
Passons. Afgezien van het feit dat Perec het af en toe heeft over "Algerije-vernielers" en "Arabieren-dodende" Fransen, kan je de novelle ook geen aanklacht tegen de oorlog noemen. Daarvoor ligt de focus te veel op de slapstick, op het absurde complot van de vrienden. Ze willen de opgeroepen soldaat medisch laten afkeuren door zijn arm te breken, hem van de trap te duwen, op de rails te zeggen, enzovoort.
Maar dan blijft de vraag: waarom publiceerde Perec dit brommertje?
Showing off. Niet meer, niet min. In een tekst van krap veertig bladzijden heeft de aartsformalist Perec al zijn duivels willen ontbinden. Oppervlakkig bekeken is dit een novelle geschreven in de pittige, welgeluimde toonaard van de dan drieënzestigjarige meester Raymond Queneau. Onder de oppervlakte is Wat voor brommertje? een exhaustieve catalogus van alle mogelijke stijlfiguren uit de antieke oudheid — stijlfiguren waar je eerder naar loopt te zoeken bij Homerus dan bij moderne auteurs, stijlfiguren die Perec had leren kennen in de lessen retorica van Roland Barthes.
Achteraan heeft Perec voor de goede orde een lange (maar ook weer bewust onvolledig gelaten) lijst opgenomen van alle (en soms zelfverzonnen) figuren en trucs die hij heeft gebruikt. Van ablaut, accumulatie en adagium, tot prothesis, pseudo-epigraaf en psittacisme. Als extraatje heeft Leo van Maris met zijn groep studenten de relevante tekstfragmenten toegevoegd, iets wat in de Franse editie ontbreekt.
Wie nog meer wil weten, en bijvoorbeeld om echte definities verlegen zit, kan te rade gaan bij The forest of rhetoric, of moet het voortreffelijke boekje Stijlfiguren lezen, waarin Ton den Boon voorbeelden sprokkelt uit de Nederlandstalige literatuur.
Dit gezegd zijnde. Is Wat voor brommertje? nog iets meer dan een aardige examenvraag voor classici? Neen. Niet naar mijn idee. Perec is het soort artiest dat een leeg bord mooi draaiende kan houden op een stokje. Maar ik heb liever een vol bord, op tafel, zonder stokje.
Ik heb Perec altijd een sympathieke speelvogel gevonden, daar niet van. Maar de laatste jaren rijzen er twijfels. In een spelprogramma zag ik laatst een groep nerds antwoorden op de vraag 'of ze er klaar voor waren'. 'Meervoudig affirmatief' kreette het groepje trots. In plaats van een doodgewoon 'Ja' af te leveren. Misschien was Perec ook wel zo'n nerd. En dat is geen prettig idee.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> integrale lijst met gebruikte stijlfiguren in de commentaren hieronder
Georges Perec, Wat voor brommertje met verchroomd stuur
achter op de binnenplaats?
85 p.
Uitgeverij De Arbeiderspers, 1993
Oorspr. Quel petit vélo à guidon chromé au fond de la cour? (1966)
Vertaald onder leiding van Leo van Maris
____

1 reactie(s):
Ablaut
Accumulatie
Adagium
Adjunctie
Adjuratie
Afaeresis
Afkorting
Aforisme
Akyrologie
Alexandrijn
Allitteratie
Allocutie
Allusie
Amfibolie
Anadiplose
Anafoor
Anakoloet
Anglicisme
Annominatie
Antanaclase
Antanagoge
Antapodose
Antherologie
Anthorisme
Antypofora
Antifrase
Antiparastase
Antithese
Antitrope
Antonomasie
Antonymie
Aparithmese
A parte
Apocope
Apofthegma
Aposiopesis
Apostrofe
Approximatie
Arabisme
Archaïsme
Argutie
Associatie
Asyndeton
Augmentatie
Azianisme
Barbarolexie
Beeldspraak
Benadering
Berquinade
Bombast
Calembour
Calliëpe
Capucinade
Catachrese
Cataglottisme
Catalectisch
Chiasme
Circumlocutio
Citaat
Commutatie
Conglobatie
Contractie
Crasis
Crébillonse amarivaudage
Datisme
Deprecatio
Diafora
Distinctio
Elegantia
Ellips
Enallage
Epanadiplosis
Epanafoor
Epanalepsis
Epanorthose
Epenthesis
Epifanie
Epimerismus
Epifoneem
Epifoor
Epifrasis
Epistrofe
Epithetisme
Epitheton
Eufemisme
Euphuïsme
Expletivum
Extenuatie
Feminisatie
Fraseologie
Glossografie
Gradatio
Graecisme
Helvetisme
Hispanisme
Homoeoptoton
Homoeoteleuton
Homonymie
Hoogdravende stijl
Hypallage
Hyperbaton
Hyperbool
Hypercatalectisch
Hypotypose
Hypsografie
Hysterologie
Hystero-proteron
Hystero-proton
Hypozeugma
Indirecte rede
Interjectie
Involutie
Italianisme
Japonisme
Janotisme
Jotacisme
Kakemphaton
Kakografie
Klanknabootsing
Kort begrip
Laedacisme
Leptologie
Litotes
Logodiarrhoea
Marotisme
Mateologie
Megallegorie
Mesozeugma
Metafoor
Metafrase
Metagramma
Metalepsis
Metaplasma
Metathesis
Metonymie
Monostichon
Mytacisme
Necrologie
Neografie
Nonsens
Omzichtigheid
Onomatopee
Opsomming
Overzicht
Pagina
Paragoge
Paralepsis
Parachema
Parembole
Parenthese
Paronomasie
Perissologie
Pleonasme
Polyptoton
Polysyndeton
Polysyntheton
Prosopografie
Prosopopoeia
Prothesis
Pseudo-epigraaf
Psittacisme
Een reactie plaatsen