Voorzichtig - Raymond Carver
Wie zoveel mogelijk van Raymond Carver in het Nederlands wil lezen, kan maar beter een groslijst van zijn verhalen leggen, en beginnen te turven. Om redenen die ik niet ken, worden de oorspronkelijke bundels hier altijd gedemonteerd om nieuwe bundels mee te maken, met nieuwe titels. Zo bestaat Voorzichtig uit verhalen die uit What we talk about when we talk about love en Cathedral zijn gelicht. Maar goed, hoe je 'm ook door elkaar schudt, Carver blijft Carver.
Eén van de allergrootste verhalenschrijvers van de twintigste eeuw, that is. Raymond Carver (1938-1988) weet elk kleinburgerlijk tafereel het zenuwslopende van een existentialistisch toneelstuk te geven. De onderwerpen van de Amerikaan zijn altijd alledaags, maar door scherpe observaties, natuurgetrouwe dialogen en een subliem spel van tonen en weglaten, wil je altijd weten hoe het verder gaat.
Natuurlijk geven de troosteloze thematiek en uitkomst dit kleine oeuvre vanzelf een zeker serieux. Dat is in deze bundel niet anders. 'Populaire mechanica' beschrijft het getouwtrek om een baby. In 'Alles kleefde aan hem' gaat een jongen jagen, zeer tegen de zin van zijn vrouw, die wil dat hij voor zijn gezin moet kiezen. 'Nog één ding' is doortrokken van drank, vuilbekkerij en geweld. De vent in 'Conservering' valt zonder werk. In 'Waar ik vandaan bel' wordt een gesprek in een ontwenningskliniek mooi gekoppeld aan de overlevingsstrategie van een personage van Jack London. In 'Koorts' zoekt een man naar een kinderoppas die hij, in tegenstelling tot zijn ex-vrouw, wel kan vertrouwen (op het laatst wordt hij ziek en moet de babysit hém verzorgen).
De hoofdrol wordt vaak gespeeld door niet bijster hoog opgeleide mensen. Maar Carver is geen voyeur; hij toont respect. Hij herinnert zich de doodse momenten in hun conversatie. Hij kent hun bezwerende formules ("Als ik maar voorzichtig ben"). Hij is ervan op de hoogte dat pietluttige voorwerpen grote emotionele lading kunnen hebben.
‘Klootzak!’ schreeuwde ze. Ze schreeuwde: ‘Eruit, naar buiten, waar je thuishoort!’ Ze schudde met de telefoon naar hem. ‘Nu is het genoeg! Ik stap naar de rechter om een straatverbod, naar de rechter stap ik!’Altijd is er die trefzekere stijl. Vooral wanneer mensen hun wensen uitdrukken, of hun persoonlijke schatten koesteren, slaagt Carver erin hun onbeholpen, hakkelende, zichzelf herhalende manier van spreken op zo'n manier in zijn beschrijving te smokkelen dat het je voor die mensen inneemt.
De telefoon zei ding toen ze hem met een klap op het aanrecht zette.
‘Ik ga bij de buren de politie bellen als je niet nu het huis uit gaat!’
Hij pakte de asbak. Hij hield hem bij de rand vast. Hij nam de houding aan van een man die zich voorbereidt om een discus te werpen.
‘Alsjeblieft,’ zei ze. ‘Dat is onze asbak.’
Hij vertrok via de terrasdeur. Hij wist het niet zeker, maar hij meende dat hij iets bewezen had. Hij hoopte dat hij iets duidelijk had gemaakt. Het punt was dat ze binnenkort een ernstig gesprek moesten hebben. Er waren dingen waarover gepraat moest worden, belangrijke dingen die moesten worden besproken. Ze moesten weer eens praten. Misschien als de feestdagen achter de rug waren, als alles weer normaal was. Dan zou hij haar bij voorbeeld eens zeggen dat de asbak godver een bord was, een bord.
Hij liep om de taart op het pad heen en stapte in zijn auto. Hij startte de auto en zette hem in zijn achteruit. Het was moeilijk rijden zo, dus zette hij de asbak neer.
Fran is een grote sliert van een meid. Ze heeft van dat blonde haar dat tot op haar rug hangt. Ik pakte wat haar in mijn hand en rook eraan. Ik wilde mijn hand in haar haar. Ze liet zich door me omhelzen. Ik drukte mijn gezicht in haar haar en hield haar zo nog even vast.Uiteraard gaan de verhalen van Carver over de liefde — voorbije liefde, wegebbende liefde, of op zijn minst op de proef gestelde liefde. Soms toont de schrijver aan dat twee geliefden elkaar na lange tijd nog steeds onaangenaam kunnen verrassen in nieuwe situaties ("Wat heb je ineens? Je vindt Joey leuk. Sinds wanneer noem je hem smerig?"). Steeds opnieuw laat hij zien dat mensen die met elkaar samenwonen vroeg of laat van kleur veranderen, als twee elementen in een chemische reactie.
Soms, als het in de weg zit, moet ze haar haar oppakken en over haar schouders naar achter duwen. Dan wordt ze boos. ‘Dat haar,’ zegt ze. ‘Alleen maar last van.’ Fran werkt in een zuivelhandel en moet haar haar opsteken als ze naar haar werk gaat. Ze moet het elke avond wassen en als we voor de tv zitten moet ze er met een borstel doorheen. Nu en dan dreigt ze het af te knippen. Maar ik denk niet dat ze het doet. Ze weet hoe mooi ik het vind. Ze weet dat ik er dol op ben. Ik zeg tegen haar dat ik verliefd op haar geworden ben vanwege dat haar. Ik zeg tegen haar dat ik misschien wel niet meer van haar hou als ze het afknipt. Ik noem haar soms ‘Zweedse’. Ze zou voor een Zweedse door kunnen gaan. Als we zo ’s avonds samen waren borstelde ze haar haren en noemden we hardop de dingen die we niet hadden maar wilden hebben. We wilden een nieuwe auto, dat is een van de dingen die we wilden hebben.
Het hoeft daarom niet te verbazen dat zijn personages dikwijls verlangen naar het oude, het pure, naar het herstellen van een uit de hand gelopen situatie. Ze koesteren een bepaalde herinnering. Ze manen hun partner aan om te proberen terug de oude te zijn ('Chefs huis'), of willen zelf iets overdoen. Het liefst zouden ze willen aannemen dat er nooit iets gebeurd was.
En ook in Voorzichtig zit de beklemming — modewoord — niet in grootse plots, maar in minimale props. Een sleutel die afbreekt in het slot heeft bij Carver de kracht van een voorteken. Een pauw fungeert als deus ex machina ('Veren'). De telefoon is de laatste hulplijn. Carver beschrijft een ziekenhuis als een labyrint, een wachtzaal als een slagveld. Smeer uit iemands oor peuteren krijgt het aanzien van een queeste ('Voorzichtig'). Bedorven voedselwaren in een koelkast hebben dezelfde impact op de lezer als een plotse moord.
Ann keek weer naar het meisje, dat haar nog steeds aanstaarde, en naar de oudere vrouw, die met haar hoofd omlaag zat, maar wier ogen nu dicht waren. Ann zag de lippen geluidloos bewegen en woorden maken. Ze voelde een sterke aandrang om te vragen welke woorden dat waren. Ze wilde verder praten met deze mensen, die net zo zaten te wachten als zij. Zij was bang, en die mensen waren bang. Dat hadden ze gemeen. Ze had graag nog iets willen zeggen over het ongeluk, hun nog meer willen vertellen over Scotty, dat het was gebeurd op de dag van zijn verjaardag, maandag, en dat hij nog steeds buiten bewustzijn was. Maar ze wist niet hoe ze moest beginnen. Ze stond naar hen te kijken zonder nog iets te zeggen.Mijn favoriete verhaal heet 'Een klein, goed iets'. In deze tragedy of errors beseft een bakker niet hoe hij met zijn telefoontjes over een niet opgehaalde taart interfereert in een veel groter drama. De slotscène behoort tot het ontroerendste dat ik in jaren gelezen heb.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Raymond Carver, Voorzichtig
175 p.
Uitgeverij De Arbeiderspers, 1986
Oorspr. What we talk about when we talk about love (1981)
en Cathedral (1984)
Vertaald door Sjaak Commandeur

1 reactie(s):
De slotscène behoort tot het ontroerendste dat ik in jaren gelezen heb.
Nooit naar de film _Short Cuts_ gaan kijken, waarin dit verhaal effectief om zeep gebracht wordt. Mede door het meest ongeloofwaardige auto-ongeluk aller tijden.
Om redenen die ik niet ken, worden de oorspronkelijke bundels hier altijd gedemonteerd om nieuwe bundels mee te maken,
Dit was in het Engels niet anders. En nu zijn daar nog weer de reeksen aan dezelfde verhalen bijgekomen, maar dan zoals ze waren voordat het werk van redacteur Gordon Lish ze klassiek maakte.
Een reactie plaatsen