Into the looking-glass wood - Alberto Manguel
Into the looking-glass wood is zoals een verzameling essays behoort te zijn: een uitgebreide en gevarieerde maaltijd, met gangen die elkaar ondersteunen en gerechten die perfect afgekruid zijn. Manguel paart een sentimentele liefde voor boeken aan analytische scherpte, algemene waarheden aan persoonlijke twijfels, historisch overzicht aan op mensenmaat gemaakte anekdotes. Structurerend element in dit bonte boek zijn citaten uit Carroll's Through the looking-glass.
In Into the looking-glass wood (1998) verzamelde Alberto Manguel zijn artikels, essays en verspreide stukken die op een of andere manier gaan over de relatie tussen de wereld en de woorden waarin we die wereld willen vatten. Natuurlijk gaat elke serieuze literaire beschouwing over die relatie, niet in de laatste plaats Manguels eigen Een geschiedenis van het lezen (1996), waaruit dit boek bepaalde ideeën herneemt; maar de Argentijnse schrijver, vertaler en bloemlezer is nu eenmaal eminent leesbaar, en vervalt nooit in academische platitudes. Daarom is het de moeite hem te blijven lezen.
Met taal proberen we de naaktheid van het bestaan aan te kleden, schrijft Manguel in opener 'A reader in the looking-glass wood'. We kunnen het domweg niet laten dingen te benoemen, en onze ervaringen in woorden te laten stollen. Zolang Alice de dingen achter de spiegel niet benoemt, blijven ze raadselachtig voor haar. Niet te vatten. Onstoffelijk. We kunnen alleen maar kennen wat we kunnen benoemen.
Leren lezen kan dan logischerwijs opgevat worden als een zeer belangrijke initiatierite in dat proces: voor het eerst ben je in staat kennis te nemen van de gehele kenbare wereld.
Maar woorden beschrijven de wereld niet alleen, ze sturen ook de manier waarop we naar die wereld kijken, door labels te plakken op zaken waar evengoed andere labels hadden op gepast. Voor hetzelfde geld worden er labels gebruikt die een goed begrip juist aan het zicht onttrekken. Daaruit volgt dan weer dat in een tijd waarin velen bang zijn om het oppervlaktelaagje weg te krabben, of anderen ons willen verhinderen dat te doen, lezen soms te beschouwen valt als een subversieve daad.
A Canadian prime minister tears up the railway and calls the act “progress”; a Swiss businessman traffics in loot and calls it “commerce”; an Argentinian president shelters murders and calls it “amnesty”. Against such misnomers a reader can open the pages of his books.In de volgende twee essays gaat Manguel door op dat fenomeen, etiketjes plakken. In 'On being jewish' legt hij uit wat het voor hem betekent 'jood' te worden genoemd — wellicht het meest beladen label van de twintigste eeuw. In 'Meanwhile, in another part of the forest' behandelt hij de geschiedenis van een andere misleidende, gezichtsverblindende roepnaam: 'homoliteratuur'.
The notion of “gay literature” is guilty on three counts: first, because it implies a narrow literary category based on the sexuality of either its authors or its characters; second, because it implies a narrow sexual category that has somehow found its definition in a literary form; third, because it implies a narrow political category that defends a restricted set of human rights for a specific sexual group. And yet the notion of “gay literature,” albeit recent, doubtlessly exists in the public mind.Dit is een van de meest leerzame essays uit het boek. In een bladzij of tien slaagt Manguel erin voorgoed mijn schampere oordeel over de vaak ergerlijk narcistische en expliciete boeken van homoseksuele schrijvers (type Edmund White) te milderen. Hij legt uit dat er twee soorten homoliteratuur zijn. Boeken waarin homo's een verdekte apologie schrijven van hun geaardheid, en boeken waarin de homoseksualiteit juist ongeremd en op vitale wijze wordt gecelebreerd. De reden waarom homoromans vaak zo realistisch zijn — je vindt nagenoeg geen homoërotische verhalen die spelen in een imaginaire wereld — is het instructieve, initiërende nut ervan voor de homoseksuele achterban.
Non-gays learn about their sexual mores (mostly from conservative, sexist sources) in hundreds of different places: home, school, workplace, television, film, print. Gays are, by and large, deprived of any such geography. They grow up feeling invisible, and must go through the apprenticeship of adolescence almost invariably alone. Gay fiction — especially autobiographical gay fiction — therefore serves as a guide that both reflects and allows comparison with the reader’s own experience.Homoliteratuur draagt de kenmerken van elke minderheidsliteratuur: het minutieuze beschrijven van de eigen subcultuur, vaak met een onweerstaanbare drang om zichzelf te bevestigen. Daarom is ze ook vaak zo talig. De taal, niet de conventionele realistische setting, is het subversieve element in deze boeken. De behoefte om uit de ketenen van het dominante discours te breken.
Appropriating everyday language, undermining the bureaucratic use of common words, using the guerilla tactics of the surrealists to fill the commonplace with a sense of danger — these are the things gay literature, like any literature of the oppressed, can do best.'The gates of paradise' borduurt verder op het thema erotische literatuur. In dat opstel doet Manguel zo'n bekentenis die hij al eens deed in Een geschiedenis van het lezen: zelfs een hardnekkige lezer als hij — die op jeugdige leeftijd al vieze boekjes verslond — moest jaren later toegeven dat daadwerkelijke erotiek een van de weinige ervaringen in het leven is waarvoor boeken absoluut geen vervangingsmiddel vormen. Voor een stuk komt dat omdat er geen passend stijlregister bestaat in de Engelse taal om het erover te hebben. Het lexicon is dat van de biologie, of anders dat van de platvloersheid.
Toch, in al zijn ontoereikendheid, kan erotische literatuur waardevol zijn. Omdat ze 'ongepast' is, tegen de brave conventies ingaat, inzoemt op de intimiteit van twee personen en de rechten van elk individu daarbij. Omdat ze hyperpersoonlijke behoeften serieus neemt. Daarin verschilt ze met pornografie, die alleen functioneel lustopwekkend is voor de grootste gemene deler.
Erotic literature is subversive; pornography is not. Pornography, in fact, is reactionary, opposed to change. “In pornographic novels,” says Nabokov in his post-scriptum to Lolita, “action has to be limited to the copulation of clichés. Style, structure, imagery should never distract the reader from this tepid lust.” Pornography follows the conventions of all dogmatic literature — religious tracts, political bombast, commercial advertising. Erotic literature, if it is to be successful, must establish new conventions, lend the words of the society that condemns its new meaning, and inform its readers of a knowledge that in its very nature must remain intimate.Erotische literatuur houdt ook altijd een respectabele afstand tussen de vleselijke geneugten die ze beschrijft. Kadert ze. Plaatst ze in perspectief. Op dezelfde manier kan men schrijvers die niet loskomen van het stijlregister dat ze zeggen te parodiëren beschouwen als pornografen.
Dat is wat Manguel de Bret Easton Ellis van American psycho verwijt in 'Browsing in the rag-and-bone shop'. Ellis stoeit in zijn roman met merknamen onder het mom van satire, maar doet in feite weinig meer dan zijn model (reclameteksten) kopiëren, zonder daar iets aan toe te voegen. Ook zijn expliciete beschrijvingen van geweld zijn in Manguels ogen geen literatuur, omdat Ellis nooit de sprong maakt naar het grotere geheel.
By this I mean that unless you, as a reader, are titillated by the scenes of violence in this book, the only other reaction you can expect is horror: not intellectual terror that would compel you to question the universe, but a merely physical horror — a revulsion not of the senses but of the gut, like that produced by shoving one’s fingers down one’s throat. Ann Radcliffe, author of one of the earliest Gothic novels, cleverly distinguished between terror, which dilates the soul and excites an intense activity in all our senses, and horror, which contracts them, freezes them, somehow destroys them.Taal is geen onschuldig instrument, zoveel is ondertussen wel duidelijk. Andere essays uit Into the looking-glass wood bespreken enkele partijen die, willens of nillens, de macht van het woord kunnen ombuigen en zelfs breken. 'The secret sharer' gaat bijvoorbeeld over de groeiende invloed van redacteurs in het Amerikaanse boekbedrijf — mannen en vrouwen die zich niet beperken tot het checken van feiten, spelling en inhoudelijke consistentie, maar ook de boeken naar een bepaalde intentie laten toeschrijven die de auteur er niet in heeft willen leggen. In 'The irresolutions of Cynthia Ozick' worden de beschouwende stukken van Cynthia Ozick geprezen, een van de recensenten naar Manguels hart, omdat ze niet de autoritaire gids speelt.
Now, readers owe no justifications to anyone except themselves, and then only upon demand. But a reviewer is a reader once removed, guiding the reader, not through the book, but through the reviewer’s reading of that book.'Reading white for black' bespreekt dan weer de rol van vertalers. Zelfs vertalers met de beste bedoelingen kunnen soms niet anders dan de tekst vervormen ("In English, for instance, the word phoenix still has a wild, evocative ring; in Spanish, ave fénix is part of the bombastic rhetoric inherited from the seventeenth century").
De Jezuïeten van Filips II, "de kampioen van de Contra-Reformatie", waren de ergste soort vertalers, zegt Manguel. Tijdens hun kersteningswerk leerden zij expres de taal van de autochtone Latijns-Amerikaanse bevolking om vat te krijgen op hun woordenschat. Met behulp van hun eigen terminologie en equivalenten werd hun daarna de weldaden van het katholieke geloof uitgelegd.
A culture is defined by what which it can name; in order to censor, the invading culture must also possess the vocabulary to name those same things. Therefore, translating into the tongue of the conqueror always carries within the act the danger of assimilation or annihilation; translating into the tongue of the conquered, the danger of overpowering or undermining.Voorbeelden van hoe onze perceptie wordt gestuurd, vervolgt Manguel in 'The muse in the museum', vind je ook dichter bij huis. Net zoals een catalogus de wereld ordent, want een vaste volgorde (en dus betekenis) toekent aan de boeken die erin zijn opgenomen, manipuleren musea onze blik door objecten of schilderijen in een nadrukkelijke context te presenteren (bijvoorbeeld in een tentoonstelling met de niet mis te verstane titel 'Kunst uit koloniaal Afrika').
In 'Dragon eggs and phoenix feathers' wordt een korte cultuurgeschiedenis van het museum opgedist. Manguel legt het verschil uit tussen sightseeing, waarin het meeste museumbezoek tegenwoordig vergaat, en écht kijken: "To see, the public must become single again, recognize and confront the official views; the viewer must be alone in front of a lonely creations, and name for himself or herself whatever happens to touch the soul." In een briljant verhaal van Chesterton wordt duidelijk hoe tendentieus conclusies kunnen zijn die we trekken uit een verzameling voorwerpen op de plaats van de misdaad.
En wat is het interpreteren van een roman anders dan het trekken van subjectieve conclusies op basis van bewijsplaatsen in de tekst? Manguel dient in 'The age of revenge' de Nigeriaanse schrijver Chinua Achebe van weerwoord. Deze had Heart of darkness van Joseph Conrad een racistische roman genoemd. Manguel betwijfelt het nut van zo'n lezing.
It would be arrogant of me to deny Achebe’s experience as a reader — and the racist passages are there, and belong to and define Kurtz’s world, and the world of Marlow, and of many of Conrad’s admirers — you and I. But whether this does or does not reflect Conrad’s own point of view is something that now only bears discussion in a fine and private place. In the text, the question is not relevant, because Conrad (whoever he was) is not part of the discourse of Heart of darkness. Those black savages are still the image perceived by the vast majority of our neighbours, by white juries in Los Angeles, by policemen in Toronto, by anti-immigration lobbyists in Australia, by honest citizens in the French countryside.

Emil Filla, Een lezer van Dostojevski (1907)
How to think about particulars
Van een veellezer zoals Manguel verwacht je ook een paar onversneden gidsbeurten. Notities van een man die het werk van zijn helden van binnen en van buiten kent. Die verwachting komt ook uit. 'Waiting for an echo' introduceert het werk van de Canadese dichter Richard Outram. 'Imagination to power' memoreert Julio Cortázar. 'Borges in love' gaat in op het liefdesleven van Jorge Luis Borges.
Vooral dat laatste essay sprak mij aan, vanwege de wonde waar Manguel naar mijn smaak terecht de vinger oplegt: "The few women in his short stories are cogs in the plot, not characters in their own right". In één beweging door bestrijdt hij alle interpretatoren, Roger Caillois op kop, die het labyrint als het centrale motief bij Borges zien. Volgens Manguel is dat niet het labyrint, maar het gegeven dat een idee, plaats, persoon, moment of object de hele wereld in zich kan dragen.
In 'Taking Chesterton at his word' beleidt Manguel zijn liefde voor de corpulente Engelse schrijver, wiens interesses alle kanten uitwaaierden, ten koste van de accuratesse van zijn beweringen. Manguel zit daar niet zo mee, verrukt door dat luimige proza en Chestertons onvermoeibare associatiedrift. "In Chesterton’s writings, emotion and reason — those artificially separated Siamese twins — are again one."
Politiek komt alleen in verdunde, autobiografische vorm voor in deze essaybundel. 'The death of Che Guevara' brengt naast een vinnige bio van de Argentijnse verzetsheld ook herinneringen aan een kampeertocht die Manguel maakte door de Andes in Patagonië. Het was in de jaren zestig, een roerige tijd, met stalinisten, trotskisten en socialisten op elke Zuid-Amerikaanse straathoek. Met de dagboeken van Che in de rugzak, liederen zingend uit de Spaanse Burgeroorlog en het Italiaanse verzet, konden Manguel en enkele medestudenten met eigen ogen vaststellen hoe de boeren in de Andes hun slavenbestaan leefden.
Het stuk vertelt ook hoe Guevara voor het eerst een man om het leven bracht — het moment waarop zijn verontwaardiging over de onrechtvaardigheid in de wereld zich niet meer beperkte tot brede byroneske gebaren en academisch proza.
Mario Vargas Llosa figureert een paar keer in Into the looking-glass wood, om zeer streng beoordeeld te worden. Het is alleen op deze bladzijden dat de zo minzame Manguel eens zijn stem verheft. In 'The blind photographer' schetst hij een verbazing die ik uit eigen ervaring ken: hoe rijm je het afstandelijke vakmanschap van Llosa (die Flaubert boven Zola verkiest en de verteller in zijn boeken buiten beeld laat) met de hartstochtelijke pleitbezorger van donkerblauwe idealen die hij ook is? Llosa was een verdediger van het Thatcherisme, én een verdediger van het pardon dat Carlos Menem met het oog op 'nationale verzoening' verleende aan Jorge Rafael Videla, Emilio Massera, Leopoldo Galtieri en andere leiders van de dictatuur tussen 1976 en 1983.
In het mooie 'In memoriam' staat een leerkracht centraal waar Manguel in zijn middelbare schooltijd veel heeft aan gehad. Presidenten kwamen en gingen in die dagen, hoofdonderwijzers werden alleen geïnstalleerd als ze de partijbelangen genegen waren, en soms was er ruimte voor krankzinnige experimenten.
The high school Enrique and I atttend was the Colegio Nacional de Buenos Aires. The year we entered, 1961, a genius in the ministry of education had decided that a pilot scheme would be tested here. The courses, instead of being taught by ordinary high-school teachers, would be in the hands of university professors, many of whom were writers, novelists, poets as well as critics and arts journalists. These teachers had the right (were in fact encouraged) to teach us very specialized aspects of their subject. This didn’t mean that we were allowed to overlook generalities; it meant that, besides acquiring an overview of, say, Spanish literature, we would spend a whole year studying in great details a single book, La Celestina or Don Quixote. We were extremely lucky: we were given essential information and we were taught how to think about particulars, a method we could later apply to the world at large and to our own agonizing country in particular. Discussing politics was unavoidable. None of us thought that our studies stopped at the end of a textbook.Na zoveel prikkels kon het voortgezet onderwijs alleen maar tegenvallen. Na de middelbare school studeerde Manguel nog enige maanden literatuur aan de universiteit van Buenos Aires maar het lome tempo en de dorre inhoud van de lessen verveelden hem. Hij hield het niet uit en scheepte in op een Italiaanse boot naar Europa, in 1968.
Soms knaagde het schuldgevoel. De volgende veertien jaar werd Argentinië immers — in de woorden van Manguel — "levend gevild". In die periode had je maar twee keuzes: vechten tegen het ijzeren regime, of laten betijen. Zijn keuze, schrijft Manguel, was die van een lafaard: hij koos niet alleen het hazepad, hij weigerde ook rechtsomkeert te maken. Toen Manguel na verloop van tijd toch terugkeerde naar zijn vaderland, bleek een zware verdenking te rusten op de schouders van zijn geliefde leerkracht: hij zou hebben meegeheuld met de militaire dictatuur...
Into the looking-glass wood besluit met 'St. Augustine's computer', een essay over de toekomst van boeken in tijden van bits en bytes. Zo'n onderwerp is altijd een goeie lakmoesproef om de cultuurpessimisten te scheiden van de echte intellectuelen. Manguel doorstaat de test met glans. Hij onderzoekt in hoeverre de computer de verschillende functies van boeken door de eeuwen heen — lectuur, naslagwerk, informatiedrager, mnemotechnisch middeltje — kan overnemen, en doet dat even gematigd als verstandig. Dat Manguel anno 1997 nog de cd-rom — en niet het internet — vergelijkt met een Gesamtkunstwerk dat alle zintuigen aan de slag houdt, doet daar niets van af.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> selectieve bibliografie in de commentaren hieronder
Alberto Manguel, Into the looking-glass wood
Essays on words and the world
272 p.
Uitgeverij Bloomsbury, 1999
Oorspr. (1998)
___

1 reactie(s):
The invention of love - Tom Stoppard
The imaginary jew - Alain Finkielkraut
Gay fictions - Claude J. Summers
Joseph and his friend - Bayard Talor
Cecil Dreme - Theodore Winthrop
Maurice - E.M. Forster
Concerning the eccentricities of cardinal Pirelli - Ronald Firbank
The city and the pillar - Gore Vidal
Other voices, other rooms - Truman Capote
One arm and other stories - Tennessee Williams
A boy's own story - Edmund White
The lost language of cranes - David Leavitt
Tales of the city - Armistead Maupin
Torchsong's trilogy - Harvey Fierstein
The tales of rabbi Nachman - Martin Buber
La Grèce antique à la découverte de la liberté - Jacqueline de Romilly
Museum of the eternal novel - Macedonio Fernández
Particular friendships - Roger Peyrefitte
The royal slave - William Cartwright
American notebooks - Nathaniel Hawthorne
His monkey wife - John Collier
Bear - Marian Engel
Not wanted on the voyage - Timothy Findley
Huasipungo - Jorge Icaza
El mundo es ancho y ajeno - Ciro Alegría
The Oxford book of Oxford - Jan Morris (ed.)
Strong opinions - Vladimir Nabokov
The butterfly plague - Timothy Findley
Editors on editing : an inside view of what editors really do - Gerald Cross (comp.)
The red redmaynes - Eden Phillpott
L'ansia dell'interpretazione - Giovanna Franci
The green child - Herbert Read
New Oxford Book of Canadian Verse
The Gutenberg elegies - Svan Birkets
En verder:
Jean Starobinski
J.R. Ackerley
Joe Orton
Patrick Gale
Timothy Findley
André Schwarz-Bart
Alejandra Pizarnik
Richard Outram
Aphra Behn
Eduardo Mallea
Norah Lange
Guido Vitali
Rodolfo Walsh
Een reactie plaatsen