vrijdag 21 mei 2010

Digitaal leven - Nicholas Negroponte

Onder de vele zaken waar onderwijs je niet op voorbereidt, bevindt zich ook het gegeven dat alles zo snel verandert en veroudert. In de eerste plaats de lessen zelf. Ik heb lang gedacht dat wat we te horen kregen op school het definitieve bezinksel was van eeuwen reflectie over wat nu belangrijk was voor jonge mensen. Terwijl nu blijkt hoe modegevoelig die lessen waren. Maar daar wordt over gezwegen. Kennelijk acht men die zelfrelativering gevaarlijk.

Nu herinner ik me op zijn minst één uitzondering. Een leraar die in 1998 zo eerlijk was met dit boek te komen aandraven. Een boek dat helemaal tegen zijn winkel, de traditionele boekenliefde, indruiste.

In de bestseller Digitaal leven voorspelde Nicholas Negroponte, stichter van het Media Lab aan het MIT, de impact van de digitale revolutie, die in het midden van de jaren negentig — pre-Google — nog in zijn kinderschoenen stond. Het is een uiterst optimistisch boek, waarin wordt gesteld dat de digitale media een belangrijke bijdrage zullen leveren aan de "decentralisatie, globalisatie en harmonisatie" van de wereld. De wildgroei van beperkende standaarden zal immers wegvallen en de macht zal niet meer liggen bij de monopolist.

Je hoeft alleen maar te denken aan alle verschillende browsers en bestandsformaten enerzijds, en de zoekmogol Google anderzijds, om te beseffen dat Negroponte het wat dat betreft niet helemaal bij het rechte eind heeft. Maar twee evoluties die hij voorspelt blijken vandaag wel degelijk te kloppen. Ten eerste veranderen de media steeds meer van een massaverschijnsel in "geïndividualiseerd communicatief tweerichtingsverkeer". Ten tweede wordt informatie de mensen steeds minder door de strot geduwd in een alles-of-niets-formule, maar trekken mensen informatie die voor hen relevant is zelf naar zich toe; ze stellen hun eigen informatiemenu samen.

Negroponte schrijft over technologie zoals het hoort: hij is briljant in het bevattelijk maken van ingewikkelde technische concepten en hij is ook nog eens geïnteresseerd in de maatschappelijke gevolgen die ze met zich meebrengen. In Digitaal leven wordt gefilosofeerd zonder dat het woord één keer valt, en dat is knap. Negroponte bezit bovendien niet te versmaden didactische gaven. Hij vertrekt vanuit een concept dat de mensen kennen om te laten zien wat er zit aan te komen. Dat concept, die norm, die dominante metafoor, was in 1995 — toen nog geen dertig miljoen mensen op internet zaten — de televisie.

De tweedeling waar Negroponte voortdurend op terugkomt, is het onderscheid tussen atomen en bits. Een bit heeft, in tegenstelling met een atoom, geen kleur, omvang of gewicht en kan zich met de snelheid van het licht verplaatsen. "Het is het kleinste atomische element in het DNA van informatie." Atomen hebben massa, bits niet, en dat maakt een groot verschil.

Het industriële tijdperk, nadrukkelijk een tijdperk van atomen, heeft ons het concept van massaproduktie gegeven, met de besparingen die horen bij een produktie die is opgezet rond eenvormige en zich herhalende methoden op een bepaalde plek en een bepaald tijdstip. Het informatietijdperk, het computertijdperk, heeft ons dezelfde besparingen op het gebied van schaal laten zien, maar met minder respect voor plaats en tijd.
De auteur neemt het voorbeeld van een pak Evian-water: een grote, zware en inerte massa die langzaam, moeizaam en tegen een hoge prijs over duizenden kilometers gedurende vele dagen wordt verhandeld. De wereldhandel hield zich bij het verschijnen van dit boek nog steeds voornamelijk bezig met het uitwisselen van atomen. Zelfs digitaal opgenomen muziek werd alleen verspreid op cd’s van kunststof met enorme verpakkings-, verzendings- en voorraadkosten. Ook informatie werd overwegend in de vorm van atomen bezorgd: kranten, tijdschriften en boeken.

Negroponte snapte toen al niet waarom de meeste directeuren uit de mediawereld voornamelijk dachten en praatten over een betere en doelmatigere bezorging van wat al bestond. Terwijl het digitale tijdperk met heel nieuwe content voor de dag zou komen, evenals nieuwe spelers, "een levendige huisnijverheid door aanbieders van informatie en vermaak" én nieuwe economische modellen.
Misschien dient bandbreedte wel gratis te zijn en kopen we films, gezondheid-aan-een-touwtje en documenten vanwege hun eigen waarde, niet vanwege de waarde van het kanaal. Iedereen zou te hoop lopen als we moesten gaan betalen voor speelgoed op basis van het aantal atomen dat erin zou zitten.
In 1995 bestond het maken van een krant nog steeds uit het afdrukken van digitale bestanden. Negroponte geeft in zijn boek aan wat digitale content teweeg zal brengen; het woord 'weblog' gebruikt hij nog niet, maar de gevolgen van het achterliggende principe wordt al mooi omschreven: de machtspositie van drukkerijen zal verdwijnen en "een gespecialiseerd verslaggeverskorps zal wat aan belang inboeten naarmate getalenteerde freelance schrijvers" zich op elektronische trefpunten manifesteren.

Mijn Dagblad
Het meest indrukwekkend vond ik hoe scherpomlijnd Digitaal leven vijftien jaar geleden al fenomenen als rss-feeds — uitgevonden in 1999, maar pas rond 2005 wereldwijd gebruikt — en gepersonaliseerde zoekopdrachten tekende. Computers, schrijft Negroponte, zullen namens ons multimedia filteren, sorteren, rangschikken op prioriteit en beheren, en aanbieders van informatie zullen optreden als redacteur. Het auteursrecht noemt hij in deze volledig achterhaald; "een Gutenberg-artefact" dat waarschijnlijk volledig in elkaar zal moeten storten voor het kan worden bijgesteld. Eigenlijk voorzag de auteur dus al de rechtszaak die bepaalde Belgische uitgevers in 2007 tegen Google News aanspanden:
Het auteursrecht stelt dat als u materiaal samenvat, die samenvatting uw intellectuele eigendom is. Ik betwijfel of wetgevers ooit hebben stilgestaan bij het idee dat het uittreksel wordt verzorgd door een levenloos wezen of robo-piraten.
Het is duidelijk dat Negroponte analoge televisie in 1995 al een hopeloos achterhaald medium vindt. Om te beginnen is "de bandbreedte in de ether" schaars vergeleken met die van vezel en ons eindeloze vermogen daar altijd maar meer van te vervaardigen en aan te leggen. Digitale televisie is een medium dat naar eigen goeddunken kan worden benaderd, als een boek of een krant bladerbaar en veranderbaar, waarbij de gebruiker niet langer afhankelijk is van het tijdstip of de voor bezorging benodigde tijd. Negroponte maakt zich daarom vrolijk over fabrikanten die vooral bezig zijn met technische verbeteringen. "Op een televisietoestel van tegenwoordig," zegt hij, "kunt u u helderheid, volume en kanaal instellen. Op de televisie van morgen kunt u seks, geweld en politieke instelling variëren."

Dat trage inzicht in de mogelijkheden van een medium is overigens niets nieuws. Vanuit een historisch perspectief gezien kan de incubatietijd van een nieuw medium vrij lang zijn. Het duurde vele jaren voordat mensen bedachten dat ze de camera konden bewegen in plaats van alleen de acteurs ervoor te laten bewegen. Het duurde tweeëndertig jaar voordat het idee ontstond om geluid aan de film toe te voegen.
Onze achterkleinkinderen zullen later kunnen begrijpen dat we op een bepaald tijdstip naar de schouwburg gingen omdat dan alle menselijke acteurs tegelijkertijd daar waren, maar ze zullen niet kunnen begrijpen waarom we ook bij ons thuis televisiesignalen synchroon beleefden — totdat ze het bizarre economische model gaan bekijken dat daarachter ligt.
Wel grappig is dat Negroponte zijn multimediale verwachtingen voornamelijk projecteert op cd-roms (door Louis Rossetto nochtans de 'Beta van de jaren negentig' genoemd), en niet zozeer op websites. Informatie zal een vorm hebben waarvan de structuur meer zal lijken "op een attractiepark dan van een boek", die alle zintuigen bedient en waarbij "het diepte/breedte-probleem" verdwijnt: lezers en schrijvers zullen vrijelijk heen en weer kunnen bewegen tussen algemeenheden en details. Het multimediale aspect is even belangrijk als het interactieve.
Ik word voortdurend gevraagd waarom ik mijn leesbril draag tijdens het eten; ik heb duidelijk geen bril nodig om mijn eten of vork te zien. Mijn antwoord luidt eenvoudig dat het eten beter smaakt als ik mijn bril draag. Het eten duidelijk kunnen zien vormt een onderdeel van de kwaliteit van de maaltijd. Kijken en voelen vullen elkaar aan.
Digitaal leven brengt individualisering met zich mee, daarover is het boek wel duidelijk. In het digitale leven wordt het voor fabrikanten steeds minder lonend te denken in veel te vaag omschreven en demografisch ingegeven gebruikersgroepen. In het post-informatietijdperk hebben we immers te maken met een publiek van één enkel iemand, voor wie het ook nog eens minder belangrijk is op een bepaald moment op een bepaalde plaats aanwezig te zijn.
Bij digitaal leven ben ik ik, niet een statistische grootheid. Tot ik behoren informatie en gebeurtenissen die geen demografische of statistische betekenis hebben. Waar mijn schoonmoeder woont, met wie ik gisteravond heb gegeten en hoe laat mijn vlucht naar Barcelona vanmiddag vertrekt, heeft geen enkele correlatie of statistische grondslag waaruit geschikte voorzieningen voor gerichte toezending kunnen worden afgeleid. Maar dit soort unieke informatie over mij bepaalt wel het nieuws dat ik eventueel wil ontvangen over een onbekend dorpje, een minder beroemd iemand en (vandaag) de verwachte weerstomstandigheden in Catalonië.
Eigenhandig te manipuleren nieuwssites en personaliseerbare zoekmachines zijn de toekomst. Negroponte noemt ze 'Mijn Dagblad'. Hij wijst er op dat een Amerikaanse programmagids ook in 1995 al meer winst maakte dan de vier grote netwerken bij elkaar — het bewijs dat de waarde van informatie groter kan zijn dan de waarde van de informatie zelf. Alleen is informatie over wat er te zien is niet langer schaalbaar wanneer je met duizenden, ja miljoenen kanalen — websites — zit. De voorselectie moet dus digitaal.

En dan heb ik nog niet aangestipt dat Negroponte in dit boek YouTube voorspelt ("Op het net kan iedereen een televisiestation zonder vergunning zijn"), MySpace ziet aankomen ("Artiesten zullen het internet gaan zien als de grootste tentoonstellingsruimte ter wereld voor hun expressies") en het belang van e-mail begrijpt ("Naar alle waarschijnlijkheid zal elektronische post in het komende millennium het overheersende interpersoonlijke telecommunicatiemedium worden, dat de stem binnen vijftien jaar op zijn minst zal benaderen, zo niet zal overschaduwen").

Al is Negroponte nu ook weer geen onfeilbare profeet. Zijn voorspelling als zouden videotheken in 10 jaar opgedoekt zijn, bleek verkeerd. Hij kent een groter belang aan spraakherkenning toe dan zich vandaag laat gevoelen. En nergens ziet hij Wikipedia aan de horizon gloren, of sociale netwerksites.

Digitaal leven eindigt zelfs een beetje in mineur, wanneer het traditionele onderwijs in vraag wordt gesteld. Lees: het inlepelen van feitjes. De meeste Amerikaanse kinderen kennen niet het verschil tussen de Baltische staten en de Balkan-staten, klinkt het, weten niet wie de Visigoten waren, en hebben geen idee wanneer Lodewijk XIV leefde. Wat dan nog? Waarom is dat zo belangrijk? Echt leren doe je pas door te doen, en de computer zal daarbij essentieel zijn. Negroponte staat niet toevallig aan het hoofd van de non-profitorganisatie One Laptop per Child.

In zijn beschrijvingen van het huis van de toekomst met al zijn onderling verbonden domotica heeft Negroponte dan weer iets weg van een verlate Chriet Titulaer.

Toch deed zijn accuratesse me nieuwsgierig worden naar zijn ideeën over de toekomst van het boek. Laten we een goed onderscheid maken tussen boeken en lezen, zegt Negroponte. Papieren boeken zoals we die nu kennen, zullen verdwijnen. Maar mensen die willen schrijven en mensen die dat werk willen lezen zullen er altijd zijn. Zelfs als het niet mogelijk is ooit het gebruiksgemak van een boek te evenaren, zullen nieuwe generaties daar niet om rouwen, tevreden met de voordelen die het e-boek biedt.

Aldus Negroponte. En daarin spreekt hij een beetje tegen wat hij in het begin van Digitaal leven antwoordde op de vraag waarom hij een boek over de digitale revolutie toch nog in papieren vorm uitgaf.
Interactieve multimedia laten heel weinig over aan de verbeelding. Net als een Hollywood-film omvat een multimediavertelling zoveel specifieke schildering dat er steeds minder overblijft voor de fantasie. Het geschreven woord, daarentegen, doet beelden ontstaan en roept beelspraken op die veel van hun betekenis ontlenen aan de verbeeldingskracht en de ervaringen van de lezer.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> zeer beknopte bibliografie in de commentaren hieronder

Nicholas Negroponte, Digitaal leven
226 p.
Uitgeverij Prometheus, 1995
Oorspr. Being digital (1995)
Vertaald door Jules van Lieshout

____

1 reactie(s):

Achille van den Branden zei

The Soul of a New Machine – Tracy Kidder
The Society of mind – Marvin Minsky
Turtles, termites and traffic James – Mitchell Resnick

Related Posts with Thumbnails