vrijdag 23 april 2010

Gepasseerd station - Danièle Sallenave

Toen ze in maart 1992 een nogal nostalgisch artikel publiceerde in Les Temps Modernes over het einde van het communisme, werd Danièle Sallenave stevig aangepakt door Jean-François Revel, die haar verweet de communistische heilsleer te evalueren op basis van zijn goede bedoelingen, en niet op basis van zijn dramatische uitkomst. Zelfs naar Franse normen had Sallenave begin jaren negentig veel sympathie voor de modus vivendi van het Oostblok.

In Gepasseerd station is het gecontesteerde stuk ('Winter der zielen') opgenomen, voorafgegaan door de notities die de schrijfster in 1990 en 1991 bijhield op haar tochten door Bohemen, Joegoslavië, Roemenië en New York, net na de val van de Berlijnse muur. De reisdagboeken tonen dat die verknochtheid aan het Oostblok vooral emotionele gronden heeft. Ze getuigen van een bepaalde state of mind die er zou heersen, maar laten na een politieke analyse te geven die de ongelukkige clichés overstijgt.

De Russische goelag en het nazi-Lager zijn twee totaal verschillende entiteiten omdat de goelag geen kamp voor geprogrammeerde vernieting was. Er zijn miljoenen mensen omgekomen maar de dood vormde geen onderdeel van een systematisch vernietingsprogramma, van de wetenschappelijke uitvoering van een uitroeiingsbesluit. De nazi-kampen wel. Auschwitz, Treblinka waren geen strafkampen, de joden (de zigeuners) werden er niet heen gevoerd om een straf uit te zitten. Ze werden erheen gevoerd om ter dood gebracht te worden.
Danièle Sallenave (1940) is publiciste en doceert literatuur en geschiedenis te Parijs. Debuteren deed ze met experimentele verhalen in de trant van Marguerite Duras. In 2008 verscheen bij Gallimard de gewaardeerde, vuistdikke biografie van een van haar heldinnen, Simone de Beauvoir. Van de romans die ze verder publiceerde werden er enkele in het Nederlands vertaald (Een koude lente, Adieu en Schijnleven) zonder veel ophef te maken. Sallenave is een typische normalienne, die haar geboortegrond in Angers verruilde voor het bruisende intellectuele leven in de Franse hoofdstad.
Wanneer je wonen in Parijs verkoos boven alle mogelijke genoegens van Angoulême of een andere provinciestad, dan was dat omdat je zeker wist dat je in Parijs, om te kunnen bestaan, niet hoefde op te houden met denken en lezen; noch hoefde je, om je aan denken en lezen te kunnen wijden, het dagelijks leven de rug toe te keren. De verrukking kwam voort uit de ontdekking dat er in Parijs een geheim verdrag bestond tussen de cultuur en het leven in de volksbuurten, tussen oevers van de Seine en de directe omgeving van de bibliotheek Sainte-Geneviève, tussen de boeken en de petits crèmes aan de bar, tussen de wereld van de musea en die van de conciërges en de poezen, tussen kleine ambachten en de buurpraatjes onder de olmen (die ook verdwenen zijn, verdwenen!). Het ‘dagelijks leven’ in Parijs kon ineenvloeien met het ‘belangrijke leven’ en een doorsnee leven met gedachte worden.
Gepasseerd station is geen verslag van een pionier. Sallenave had de Oostbloklanden al vaker bereisd. In de jaren zeventig waren ze voor haar een middel om afstand te doen van de schoolse, esthetische opvatting van het leven, gestuurd door lessen over het antieke Griekenland en Rome. Mediterrane historie en een cultuur van eeuwen werden plots aangevuld met de troosteloosheid van Midden-Europa, waar toch ook een merkwaardige bekoring van uitging.

Sallenave ontdekte een nieuwe wereld, of liever: de tweedeling van een bestaande wereld. Het Romeinse rijk versus Byzantium, de Germanen versus de Slaven, het christendom versus de Turkse bezetting (waardoor hele delen van Europa geen Renaissance kenden) en — de meest recente tegenstelling — kapitalisme versus socialisme. Reizen was kennelijk niet alleen bewegen doorheen de ruimte, maar ook doorheen de tijd. Het genereerde een gevoel van alomvattend leven, een verbondenheid met vroegere plaatsen en tijdstippen. Sallenave, ronkend:
Want met tijd is het als met ruimte: soms vinden er verzakkingen plaats, onzichtbare continenten storten geruisloos in; de geschiedenis verheft zich, schikt zich in plooien, spuwt vuur, koelt weer af, verstart. Grote gedachtengletsjers laten hun koude uitlopers stromen tot aan de morenen waar wij ons vestigen. Dan treedt de dooi in en komen de bedolven vormen opnieuw te voorschijn.
Het Oostblok functioneerde voor de schrijfster als een optisch instrument om de West-Europese samenleving waaruit ze voortkwam beter te ontcijferen. Oostwaarts kon men nog door de geschiedenis wandelen, dat hielp. Het was net of de vooroorlogse situatie achter het IJzeren Gordijn was ingevroren. Wat Sallenave daar aantrof — de resten van een verloren gegane utoptie, primitief anti-Amerikaans gedrag, de ernst en waardigheid van de werkende klasse, clandestien intellectueel leven, openlijke spiritualiteit — paste goed bij haar melancholische natuur.

In de nieuwe reizen in Gepasseerd station zoekt ze naar sporen van dat verleden. Ergens in het dagboek bekent ze haar liefde voor de ruïne, omdat in vervallen bouwwerken de dood een aanvaardbare gedaante aanneemt. Sallenave beschouwt ruïnes (zie ook haar India-boek Le principe de ruine), niet als symbolen van verval, maar als tekens dat door de tijden heen iets blijft bestaan.

Daarnaast speurt ze naar verschillen, te wijten aan de langzame insijpeling van westerse invloeden. Wanneer haar concentratie verstoord wordt door Pepsi-drinkende jongeren ("Een beschaafd mens drinkt, als het geen wijn is, water") of zelfingenomen handelsreizigers die heel luid ("alsof de informatie die zij uitwisselen universele waarde zou hebben") over de wereld oreren in termen van groei, uitbreiding en verspreiding, mag Sallenave graag mijmeren over de grote cafés uit de tijd van de dubbelmonarchie — in Wenen Sacher und Demel, in Boedapest Gerbeaud, in Praag Slavia — die in haar ogen nog paleizen van welopgevoede conversatie waren.

In het Westen, klaagt ze, is de openbare ruimte het verlengde geworden van de privé-ruimte. Muziek is alomtegenwoordig, er hangt een vette etenslucht, de mensen lopen rond in vrijetijdskleding. Als er al eens protest klinkt, is dat niet tegen de consumptiemaatschappij, maar omdat te weinig mensen er kunnen aan deelnemen. Met de val van de Muur is ook het geloof in een moreel hoogstaande samenleving verdwenen. Terwijl Sallenave dat ideaal had willen behouden. Haar discours maakt een gedateerde indruk.
Ooit bestonden er andere dromen over het leven van de mens in de samenleving. Zijn we het vergeten? We dachten dat mensen zouden kunnen loskomen van de tradities en hun persoonlijke geloofsbeleving zouden kunnen losmaken van bijgeloof en gemeenschappelijke uitingen. Dan zouden ze vrij zijn en openstaan voor de gedachte, het gemeenschapsleven, vrije tijd en cultuur. Nieuwe 'Grieken' kortom, minus de slavernij en de uitsluiting van vrouwen. In de 'volksrepublieken' is deze vervormde utopie snel ontaard in de dommigheid en het geweld van de strijd tegen de godsdienst, terwijl in de 'westerse democratieën' een vorm van ongodsdienstigheid heeft gezegevieerd die niet getuigt van de eindelijk verworven geestelijke vrijheid maar gelijkstaat met wat in de negentiende eeuw het 'materialisme' werd genoemd: uitsluitend gericht op het verkrijgen van materiële goederen. De agora is dood: overal domineert wat in de Griekse taal, in een letterlijke vertaling die de reiziger doet glimlachen, de hyperagora wordt genoemd, de supermarkt. Dat is het nieuwe centrum van het gemeenschapsleven.
Misschien ook iets over de structuur van Gepasseerd station. Sallenave heeft niet voor klassieke reisnotities gekozen ("data en plaatsen, namen van schilders, bibliografische verwijzingen, uitdrukkingen die je opvangt, grappige tafereeltjes, telegramstijl") noch voor een traditioneel dagboek ("verslag van stemmingen, liefdes, weerbericht, buikpijn, hagiografische stijl"). Haar reisdagboeken zijn een zorgvuldig bewerkte mengvorm. Het hele jaar 1991 besteedt Sallenave aan het redigeren van aantekeningen uit 1990 om er, door koppelingen aan te brengen, herinneringen in te voegen, te associëren en terug te gaan in de tijd, een boek van te maken.

In de maanden die ze in Parijs doorbrengt, kan ze zelfs nauwelijks haar actuele dagboek bijhouden, omdat alles opgaat aan de redactie van de oude dagboekbladen. Ondertussen heeft de tijd zich ook al vastgezet tussen de oorspronkelijke gedachten en de vorm waarin Sallenave die gedachten heeft vastgelegd. Natuurgetrouwheid in geschrifte is een illusie.
Nu ik mijn aantekeningen teruglees (in Parijs, maandag 19 maart) merk ik dat ik me alles heel goed herinner, maar er zonder diezelfde aantekeningen misschien nooit meer aan zou hebben gedacht. Dat is misschien het verschil tussen de herinnering en het geheugen. Het geheugen maakt dat als je ergens aan wordt herinnerd, je erkent dat het heeft plaatsgevonden; de herinnering is het jezelf bewust worden van iets.
Soit. Gepasseerd station is voor een bundel reisindrukken een jammerlijk in zichzelf gekeerd boek. Sallenave schrijft wel dat de gerichtheid op de eigen persoon, hoe bescheiden ook, tijdens een reis geleidelijk minder wordt — "Er is een beweging in de richting van de dingen die je loutert. Wat overblijft is pure doelmatigheid: geen kou vatten, zorgen dat je geen pijn in je voeten krijgt" — maar haar misantropische kanttekeningen en de lof die ze zingt van het dagboekgenre liegen er niet om.
1) ik kan buiten werken, zelfs als ik loop; 2) ik kan altijd werken, en zo het leven voortdurend draaglijker maken; 3) ik kan eindelijk en onmiddellijk mijn diepste wens verwezenlijken: ieder moment van het bestaan omzetten in een geschreven bladzijde. Op die manier zal het leven niet vergeefs zijn geweest.
Sallenave is bovendien Française. Het tempo is loom, de woorden groot en zwaar; eenmaal omgezet in mensentaal baren de meeste van haar gedachten weinig opzien.

(Gebaseerd op notites van 10 april 2003.)

Danièle Sallenave, Gepasseerd station : teloorgang van een utopie 1990-1991
280 p.
Uitgeverij De Arbeiderspers, 1996
Passages de l'est (1993)
Vertaald door Rosalie Siblesz
Privé-domein nr. 209

____

Geen opmerkingen:

Related Posts with Thumbnails