Wild camperen op maandag - Chris Van Camp
Columns. Van geen enkel genre is de halveringstijd zo kort. Ook Chris Van Camp, wier kolommen in De Morgen nogal gehypet werden, ontsnapt niet aan die wetmatigheid. Alles uit Wild Camperen op maandag stamt uit de periode november 2003 - juni 2005, en daar zit bijna niets leesbaars meer tussen. De reden is eenvoudig. Van Camp slaagt er niet in de principes achter mistoestanden bloot te leggen, en gaat dan maar namen noemen, om haar columns kleur te geven.
Maar wie kan het jaren na dato nog iets schelen wie Kardinaal Joos was, Patricia Ceysens, Spillie, Elsie Moraïs, of, het andere uiteinde van het spectrum, Dennis Black Magic?
Ik begrijp wel waarom Chris Van Camp naam heeft gemaakt in bepaalde kringen. Ze schrijft snediger dan vrouwen, pardon Vlaamse vrouwen, plegen te schrijven. Haar stukjes hebben de juiste mix van branie en flair. Ze hanteert niet de hakbijl van Camps, gaat niet flemen als Dewulf. Ze is lekker grillig en brengt een bepaald slag mannen in verwarring; een stukje tegen taalpuristen had het effect van een steen in een kikkerpoel, daar op het discussieforum van de Nederlandse Taalunie.
Want Van Camp heeft ook een goed oog voor de verstikkende uitwerking van politiek correct denken. Van Camp is tegen de nieuwe preutsheid, tegen positieve discriminatie van vrouwen, tegen extremistische dierenliefde à la Gaia. Ze is kritisch over het Antwerpse stadsdichterschap, het "zogenaamd heerlijk volkse" ZuiderZinnen-feest, de overdosis Bart Peeters op tv. In Wild camperen op maandag breekt ze, lang voor minister Schauvliege, een lans voor het amateurtoneel.
Rechts, links of Siegfried. Niemand geeft toe dat er mensen bestaan die geen zin hebben in kunst.Alleen, en dat is doodjammer, is Chris Van Camp voor de rest een hele traditionele columniste, met voorspelbare onderwerpen. Ze kijkt tv, gaat naar premières, en leest — op Lust van Jelinek na — voornamelijk kranten. Ze ziet het grote plaatje niet en bestrijdt meningen met andere meningen. Duim omhoog of -laag. Lifestyle tegen lifestyle.
En dan blijken haar stilistische vermogens toch niet groot genoeg om die mening leesbaar te houden, als de waan van de dag is verdwenen. Neem de entree van het stukje ‘Delphine de Belgique’.
Ik ben boos dezer dagen. Pardon, understatement! Een misselijkmakende furie kolkt in mijn maag. Ik walg weer van dat kneuterige fatsoen dat zich op Belgische bodem maar niet laat uitroeien. Het politieke gesluip op lemen voeten, de afgemeten gebaartjes en puriteinse pruimenmondjes. Het om de haverklap schuilen in de blijkbaar niet zo kuise schoot van Rome. Die voorbeeldige vlijt waarmee rond stinkende geheimen dat kleffe suikerlaagje wordt gesponnen. En waarom eigenlijk? Niets kan de stank van schijnheiligheid overtreffen. Stank waar je dank voor krijgt vanwege kerk en staat. Toch is hypercrisie niets minder dan fraude van de ziel. De ultieme witteboordencriminaliteit waar helaas geen wet tegen bestaat. Integendeel. Het maakt me niet alleen woest, die tirannie van het systematisch verheffen van de leugen tot waarheid, maar vooral wanhopig. Diep inademen, uitgeraasd. Toch ben ik nog net iets minder desperaat dan Delphine. Ik fulmineer wel tegen huichelachtige moraalridders, maar ik braak nog geen tricolore papier-maché.Dit is niet virtuoos, dit is vulling. Hier staat eigenlijk niets, en dat niets staat er ook nog eens zes keer. Zo schrijven is geen kunst, maar kitsch. Enfin, camp.
Chris moet bij haar kerntaak blijven: gezond verstand vrijwaren, tegen de heersende modes in, en zo beknopt mogelijk opschrijven hoe je dat doet.
Slechts in een paar stukjes lukt dat helemaal. In ‘Dansen op de barricade’ (over het Koninklijke Ballet van Vlaanderen versus de alternatieve dansscene), ‘De voodoo van Loppa’ (kritische kanttekeningen bij de Antwerpse Zes), ‘Elke dag, Josdag’ (over een mager toneelstuk van Tom Lanoye) en 'De tol van de feniks' (over Jef Geeraerts en zoon).
Overigens toont Wild camperen op maandag weer aan wat voor ontwikkelingsland België blijft, op het internet. Niets te vinden over dit boek, op verkoopsmodaliteiten na. Nog geen covertje. Boeken uit Vlaanderen zijn na vijf jaar dood en begraven.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Chris Van Camp, Wild camperen op maandag
240 p.
Uitgeverij Van Halewyck, 2005

0 reactie(s):
Een reactie plaatsen