maandag 8 maart 2010

The summing up - William Somerset Maugham

Wat moet er nog in Privé-domein verschijnen? Die vraag had Martin Ros gesteld aan een van zijn belangrijkste fondsauteurs, Maarten 't Hart, in de jubileumuitgave Privé-domein 1966-1984. De soms slap uitgevallen titels van de laatste jaren indachtig, valt het diep te betreuren hoe weinig er terecht is gekomen van het prachtige wenslijstje dat Ros voorgelegd kreeg. Waarom, om maar iets te noemen, is er nog steeds geen vertaling beschikbaar van Maughams The summing up?

In mijn dagdromen zie ik dat deeltje al voor me, hoewel ik nog geen geschikte titel klaarheb. Hoe vertaal je The summing up? Met De optelsom? Neen, lijkt nergens naar. Slotsom? Bestaat al in Privé-domein. De afrekening? Nah, naast de kwestie. William Somerset Maugham had met zijn titel een advocaat in gedachten die nog eens alle puntjes van zijn verdediging oplijstte voor de jury. Slotpleidooi dan? Neen, te stellig voor de scepticus Maugham. Ik twijfel tussen Per slot van rekening en Alles bij elkaar opgeteld.

William Somerset Maugham (1874-1965) werd geboren in Parijs en groeide op in Frankrijk. Toen hij acht jaar oud was, overleed zijn moeder bij de geboorte van een kind dat maar één dag geleefd heeft; twee jaar later overleed zijn vader, een jurist in dienst van de Britse ambassade in Parijs. Familie haalde hem naar Kent en plaatste hem intern op de King's School in Canterbury. In de vakanties woonde hij bij een oom en tante in Whitstable. Na de kostschool studeerde Maugham filosofie en literatuur aan de Universiteit van Heidelberg, een studie die hij afbrak, en vanaf 1892 chirurgie in Londen, waar hij verbonden was aan het St. Thomas-ziekenhuis. In 1897 studeerde hij af; het succes van zijn debuutroman en de ontvangst van een tweetal erfenissen deden hem echter besluiten zich aan de literatuur te wijden.

Zo staat het min of meer te lezen op Wikipedia. Verwacht van Maugham zelf niet veel bijkomende details. Maugham schreef met The summing up zeker geen memoires. Daarvoor bevat het te weinig feiten, te weinig ontboezeming. Een dagboek is het ook al niet; de lange notities onttrekken zich nadrukkelijk aan de waan van de dag. The summing up is een werk van bezinning, laten we het daar op houden. Een oude, succesvolle man (die wel nog 27 jaar te gaan heeft) overdenkt zijn leven als schrijver, en vult daarmee een leemte op: zijn carrière heeft hem tot nu toe erg in beslag genomen, en veel tijd voor introspectie heeft hij zich nooit gegund.

Het mooie nu van The summing up is dat de schrijver de mondaine verhalen die hem als man van importantie te beurt vielen, bewust links laat liggen. In 1926 kocht Maugham een huis, 'Villa Mauresque', in Saint-Jean, Cap Ferrat aan de Franse Rivièra, waar hij vaak bezoek kreeg van schrijvers en andere beroemdheden, zoals Winston Churchill. Niets daarover in The summing up. Maugham wil vertellen wat werkelijk van tel is, zonder valse bescheidenheid — "I must write as though I were a person of importance; and indeed, I am — to myself" — en zonder gekoketteer met de eigen gebreken.

Rousseau in the course of his Confessions narrates incidents that have profoundly shocked the sensibility of mankind. By describing them so frankly he falsified his values and so gave them in this book a greater importance than they had in his life. They were events among a multitude of others, virtuous or at least neutral, that he omitted because they were too ordinary to seem worth recording. There is a sort of man who pays no attention to his good actions, but is tormented by his bad ones. This is the type that most often writes about himself. He leaves out his redeeming qualities, and so appears only weak, unprincipled, and vicious.
Never seen people all of a piece
Zeer aanbevelenswaardig zijn de opmerkingen in The summing up over stijl. Het strakke regime van zijn kortverhalen doen de lezer makkelijk vergeten in welk literair klimaat Maugham zich moest zien te handhaven. Maugham debuteerde in de decadente jaren negentig van de negentiende eeuw, toen praalhanzen als Pater en Ruskin en vogue waren. Maugham liet zich daardoor niet van de wijs brengen. Hij wist hoe betrekkelijk trends waren. Het pompeuze proza van Gibbon en Dr. Johnson werd opgevolgd door de eenvoud van Hazlitt en Lamb, en die moesten dan weer plaats maken voor de excessen van Quincey, Carlyle en Meredith. Maugham zelf kon de Amerikanen wel velen, die de kwalijke invloed van King Jame’s Bible hadden gemeden.

Ook van de hausse in modernistische literatuur vanaf de jaren twintig — Joyce, Woolf, noem ze maar op — heeft Maugham zich nooit veel aangetrokken. Hij wist: critici, die veel moeten lezen en makkelijk afgestompt raken, zullen altijd dol blijven op vormvernieuwers, en onderschatten snel hoe moeilijk het is een plausibel verhaal te schrijven, met levensechte personages, dat de lezer van begin tot eind boeit. Het voorbeeld van Trollope bewijst dat ze ook hun neus ophalen voor rustig, burgerlijk vakmanschap.

Maugham zat nooit om ideeën verlegen. Hij had het al druk genoeg om alles op papier te krijgen wat zijn aandacht trok. Zijn voorbeeld was Voltaire: een perfect huwelijk van eenvoud, panache en luciditeit. Wie veel te zeggen heeft, verspilt geen woorden en schrijft klaar en duidelijk, vond Maugham. Obscuur proza komt van schrijvers die zelf niet helemaal weten wat ze bedoelen. Dit soort auteurs is te lui om duidelijke contouren te trekken. Ze missen wilskracht, en vaak zou ook die wilskracht niet toereikend zijn, omdat verwarde ideeën zich niet helder laten verwoorden.
For the artist is absorbed by his technique only when his theme is of no pressing interest ot him. When he is obsessed by his topic he has not much time over to think of the artfulness of his presentation. So in the seventeenth century the writers, exhausted by the mental effort of the Renaissance prevented by the tyranny of kings and the domination of the church from occupying themselves with the great issues of life, turned their minds to gongorism, concettism, and such-like toys.
Schrijvers waren naar Maughams smaak ook te veel tekenaars, die hun personages baseerden op oude literaire voorbeelden, in plaats van ze te scheppen naar levend model. Cliché en karikatuur liggen zo altijd op de loer. Zelfs de grote Balzac bezondigde zich eraan. In The summing up wordt Stendhal genoemd als de eerste grote prozaschrijver die oog had voor de contradicties in elke mens. Maugham stond hetzelfde ideaalbeeld voor ogen. Mensen uit één stuk bestaan niet. Dus moeten ze ook niet boeken opduiken.
I have been called cynical. I have been accused of making men out worse than they are. I do not think I have done this. All I have done is to bring into prominence certain traits that many writers shut their eyes to. I think what has chiefly struck me in human beings is their lack of consistency. I have never seen people all of a piece. It has amazed me that the most incongruous traits should exist in the same person and for all that yield a plausible harmony. I have often asked myself how characteristics, seemingly irreconcilable, can exist in the same person. I have known crooks who were capable of self-sacrifice, sneak-thieves who were sweet-natured, and harlots for whom it was a point of honour to give good value for money. The only explanation I can offer is that so instinctive is each one’s conviction that he is unique in the world, and privileged, that he feels that, however wrong it might be for others, what he for his part does, if not natural and right, is at least venial.
Zelfs van een gereputeerde meester als Tsjechov was Maugham niet al te zeer onder de indruk. De kortverhalenschrijvers van zijn tijd plooiden zich naar zijn smaak iets te vlot naar het voorbeeld van de Rus, en grossierden in Slavische melancholie, mystiek, wanhoop, pietluttigheid en wilsonbekwaamheid. Te soft, te weinig drama, te weinig oprechte interesse in mensen. Opnieuw: personages uit dezelfde mal, geen individuen. Tegelijk vond Maugham dat de uniciteit van mensen ook niet moest overdreven worden. Daarvoor kende hij zijn Theophrastus te goed.

Tekenend voor de Britse schrijver is, zoals eerder vermeld, zijn beslissing om zijn studie filosofie en literatuur eraan te geven, en geneeskunde te gaan studeren. Het beroep van dokter interesseerde hem op zich niet zo, maar het gaf de aspirant-schrijver de kans in Londen te gaan leven, onder mensen te verkeren en zo de levenservaring op te doen die hij nodig had voor zijn boeken. De studies betekenden daarnaast een broodnodig contragewicht voor Maughams verwaten artistieke ontwikkeling en steriele boekenkennis.

Want Maugham maakte wat mee, in de wachtkamer en op de snijtafel. "I do not know a better training for a writer than to spend some years in the medical profession," schrijft hij. Maar je moest wel ogen in je kop hebben, elk vooroordeel laten varen, en alle sentimentaliteit uit je levensbeschouwing bannen. Zelf kon het Maugham niet schelen of mensen belangstelling stelden in hem, of dat ze naar hem luisterden. Als hij hen maar kon observeren. Een mensenvriend was Maugham niet — hij stotterde, was verlegen en maakte moeilijk contact. Mensen waren enkel grondstof voor zijn boeken. "I have not, as Kant enjoined, regarded each man as an end in himself," grinnikt de schrijver, "but as material that might be useful to me as a writer." Observaties leveren overigens geen kant en klare verhalen op. Mensen zijn in de sociale omgang te weigerachtig om zich te laten kennen.

Naar eigen zeggen moet de reislust van Maugham óók begrepen worden in het kader van zijn zucht naar mensenkennis. Hij wou de wijde wereld zien, en de mensen die daar woonden. "I went by train, by car, by chair, on foot, or on horseback. I kept my eyes open for character, oddness, and personality." Thuis, achter de schrijftafel, wordt het uitzicht algauw benard. In 1914, tijdens de Eerste Wereldoorlog, zette Maugham zich een periode praktisch in voor het Rode Kruis in Frankrijk. (In The summing up vertelt hij hoe hij ternauwerdood aan de dood ontsnapt, wanneer in Ieper de muur instort waar hij kort voordien nog tegen leunde. Een paar nieuwsgierige passen richting Lakenhallen redden hem het leven.) Vanaf datzelfde jaar, 1914, trok Maugham er vaak op uit, dikwijls in het gezelschap van de jonge en extraverte Amerikaan Gerald Haxton, die de schuchtere Maugham in contact bracht met nieuwe mensen.

Als geheim agent voor de Britse Geheime Dienst werkte Maugham in Genève en in Petrograd, waar hij betrokken was bij pogingen de uitbraak van de Russische Revolutie tegen te houden. Ook dat was gefundenes Fressen voor de schrijver, hoewel hij doodziek uit Rusland terugkeerde.
I went to see the most eminent specialist I could find in London. He packed me off to a sanatorium in the North of Scotland, Davis and St Moritz at that time being inconvenient to go to, and for the next two years I led an invalid life.
I had a grand time. I discovered for the first time in my life how very delightful it is to lie in bed. It is astonishing how varied life can be when you stay in bed all day and how much you find to do. I delighted in the privacy of my room with the immense window wide open to the starry winter night. I gave me a delicious sense of security, aloofness, and freedom. The silence was enchanting. Infinite space seemed to enter it, and my spirit, alone with the stars, seemed capable of any adventure. My imagination was never more nimble; it was like a barque under press of sail scudding before the breeze. The monotonous day, whose only excitement was the books I read and my reflections, passed with inconceivable rapidity. I left my bed with a pang.
Frankrijk en Rusland ten spijt, klinkt in Maughams reisverhalen vooral fascinatie door voor Zuidoost-Azië en de eilanden in de Stille Zuidzee. Hoe dan ook, Maugham vond dat schrijvers moesten reizen. In 1947 stelde hij de Somerset Maugham Award in, een van de weinige literaire prijzen met visie, waarbij de auteur verplicht is het prijzengeld in het buitenland, op reis, op te maken.



Maugham in 1958, over Of human bondage. Uit de aardige serie CBC RetroBites

The life force is vigorous
Dat Maugham echt geen tijdgenoot is, ondanks dat vanzelfsprekende proza, wordt in de loop van The summing up voor een tweede keer duidelijk als hij zijn carrière als toneelauteur memoreert. In die tijd, toen de twintigste eeuw nog pril was, leek het theater — en niet de poëzie zoals nu — het ideale opstapje voor de beginnende schrijver. Mensen laten praten, en dialoog fris van de lever op papier brengen, dat leek Maugham makkelijker dan doorlopend tekst. Goede toneelschrijvers hoeven ook niet per se grote denkers te zijn, en per definitie met iets nieuws op de proppen komen. De realiteit natuurgetrouw weergeven volstaat meestal.

Maugham zal meer dan dertig toneelstukken schrijven, overwegend licht satirisch van toon. Zijn grote held is Ibsen (wiens stukken in Noorwegen als komedies worden gezien). Maugham staat erop zoveel mogelijk repetities bij te wonen. Hakkelende acteurs brengen hem het natuurlijke ritme van de spreektaal bij. Hij leert zijn zinnen kortwieken en alle verhaalstof die het publiek er zelf kan bijdenken, weg te laten. En dat rendeert. Een jaar na zijn eerste echte doorbraak als toneelschrijver, de uitvoering van het stuk Lady Frederick (1907), werden in Londen vier van zijn stukken tegelijk opgevoerd.

Een paar decennia lang blijven de stukken gestadig van de band rollen. Maar in 1933 keert Maugham zich af van het toneel: theaterdirecteuren zijn vaak niet gecharmeerd van de onderwerpen die hij in zijn stukken aansnijdt, de samenwerking met hele gezelschappen vermoeit hem en het voortdurend bijsturen van acteurs wekt zijn wrevel op: "There is no such thing as an actor-proof part."

Dat kon makkelijk. Met zijn autobiografische roman Of human bondage (1915) was hij al definitief doorgebroken als romanschrijver. Het publiek droeg hem op handen; van Maugham wordt weleens gezegd dat hij de bestverdienende auteur was van de jaren dertig. Alleen de officiële kritiek heeft altijd wel iets aan te merken, al leggen de wisselende oordelen van recensenten hun eigen feilbaarheid mooi bloot. Maugham: "In my twenties the critics said I was brutal, in my thirties they said I was flippant, in my forties they said I was cynical, in my fifties they said I was competent, and now in my sixties they say I am superficial."

Maugham betreurt het dat er in zijn eigen tijd geen criticus was opgestaan van het formaat Sainte-Beuve, Matthew Arnold of Brunetière. Beroepscritici met inlevingsvermogen, universele kennis ("it should be grounded not on general indifference, such as makes men tolerant of things they care nothing about, but on an active delight in diversity") en belezen in anderstalige literaturen. Recenseren doe je niet erbij, vond Maugham; critici moeten geen scheppend proza willen schrijven, en vertellers geen kritieken. Een schrijver
cannot give an undivided attention to any other calling. He will not follow it to his own satisfaction or that of his employers. The most common one for him to adopt is journalism, because it seems to have a closer connexion with his proper work. It is the most dangerous. There is an impersonality in a newspaper that insensibly affects the writer. People who write much for the press seem to lose the faculty of seeing things for themselves; they see them from a generalized standpoint, vividly often, sometimes with hectic brightness, yet never with that idiosyncrasy which may give only a partial picture of the facts, but is suffused by the personality of the observer. The press, in fat, kills the individuality of those who write for it. Nor is reviewing less harmful; the writer has not the time to read any books but those that directly concern him, and this reading of hundreds of books haphazard, not for the spiritual advantage he may gain from them but to give a reasonably honest account of them, deadens his sensibilities and impedes the free flow of his own imagination.
Maugham nam de kritieken op zijn werk filosofisch op, en wist ze voor vaak te zijn door zichzelf luid als mineure schrijver te bestempelen. En kijk, filosofie is meteen de laatste excursie in The summing up. Al blijft het bij losvaste aantekeningen. Vroeger had Maugham al eens een poging ondernomen om zijn ideeën over schoonheid, waarheid en zingeving in een systeem onder te brengen. Ontmoedigd door de wollige en weinig doelgerichte vakliteratuur borg hij dat plan op. Maugham zag als geen ander de beperkingen van de wijsbegeerte.
The impression suggested itself to me that notwithstanding their learning, their logic, and their classifications, philosophers embraced such and such beliefs not because they were led to them by their reason, but because their temperaments forced these beliefs upon them.
Maugham uit grote scepsis tegen de idealistische filosofie, die onvermijdelijk naar het solipsisme leidt. Wereldvreemdheid nekt niet alleen schrijvers, maar ook abstracte denkers. Als al die filosofen eens een jaar in de sloppenwijken zouden werken, schrijft Maugham, als ze überhaupt eens met hun handen zouden werken, of als ze met eigen ogen een kind aan meningitis zouden zien sterven, dan zouden ze toch anders tegen bepaalde problemen aankijken. En, grote paradox, die kijk zou níet uitmonden in pessimisme.
The life force is vigorous. The delight that accompanies it counter-balance all the pains and hardships that confront men. It makes life worth living, for it works from within and lights with its own bright flame each one’s circumstances so that, however intolerable, they yet seem tolerable to him. Much pessimism is caused by ascribing to others the feelings you would feel if you were in their place. It is this (amoung much else) that makes novels so false. The novelist constructs a public world out of his own private world and gives to the characters of his fancy a sensitiveness, a power of reflection, and an emotional capacity, which are peculiar to himself. Most people have little imagination, and they do not suffer from circumstances that to the imaginative would be unbearable. The lack of privacy, to take an instance, in which the very poor live seems frightful to us who value it; but it does not seem so to the very poor. They hate to be alone; it gives them a sense of security to live in company.
Over religie kan men kort zijn. Eeuwen aan tekstexegese hebben eenvoudige bijbelse teksten volledig gecorrumpeerd. Maar dan nog kan Maugham eenvoudigweg niet geloven in een God die, als je de bijbel erop naleest, minder vergevingsgezind is dan hem. Neen, er is geen opperwezen en het leven heeft geen zin. Ook schoonheid maakt het leven niet waardevol, omdat ze in al haar perfectie mensen passief maakt. Schoonheid kan alleen bewonderd worden, men kan ze niet bewaren of meenemen. Schoonheid is bovendien vluchtig — onderhevig aan de wensen van een bepaalde generatie. Estheten zijn in de ogen van Maugham een soort drugsverslaafden.
For art, if it is to be reckoned as one of the great values of life, must teach men humility, tolerance, wisdom, and magnanimity. The value of art is not beauty, but right action.
Toen ik aan het einde kwam van The summing up, overviel me, diep onder de indruk, toch een vreemd gevoel. Dé grote afwezige in dit hele verhaal is de liefde. Met inbegrip van de liefde had dit boek waarschijnlijk een échte klassieker kunnen worden in het autobiografische genre. Aan het eind van zijn boek zegt de auteur weliswaar mooie dingen over de genegenheid, maar over de Liefde, met hoofdletter, blijven zijn praatjes schraal.

In de jaren tien trouwde Maugham met zijn maîtresse, de in die tijd bekende binnenhuisarchitecte Maud Gwendolen Syrie Barnardo, een dochter van Dr. Thomas Barnardo, stichter van weeshuizen. Het grootste deel van hun huwelijk bleven Maugham en Syrie echter apart wonen. Maugham had tussendoor verschillende seksuele relaties met mannen, maar vermeed in zijn boeken angstvallig homoseksualiteit als thema. Ook hier.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

William Somerset Maugham, The summing up
208 p.
Uitgeverij Penguin, 1992
Oorspr. (1938)

____

1 opmerking:

Anoniem zei

Lees ook de fictionele "autobiografie" Voices van Frederic Prokosch!

Related Posts with Thumbnails