Reis naar het verleden - Stefan Zweig
De wereld van gisteren, de memoires van Stefan Zweig in Privé-domein, zal ik een prachtig boek vinden. Dat weet ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid. Toch spaar ik dat boek al tien jaar op. Voor een ideale zomeravond, op vakantie in Wenen, ooit. Intussen lees ik de novellen van Zweig, die om of een of andere reden opvallend populair zijn op Engelstalige weblogs. Atlas kwam vorig jaar met Reis naar het verleden. Een larmoyant iets uit de nalatenschap.
Reis naar het verleden werd gedeeltelijk gepubliceerd in 1929 in een Oostenrijkse bloemlezing, maar het volledige manuscript dook pas vijftig jaar later op in een Londens archief. Wat mij betreft draagt deze novelle inderdaad alle kenmerken van een onvoldragen werk, iets wat beter in de la was blijven liggen.
Veel mensen, waaronder de Nederlandse uitgever, denken daar dus anders over. Atlas is het voorbeeld gevolgd van Grasset, die Le voyage dans le passé in november 2008 in een tweetalige editie op de markt bracht en daarmee grote successen boekte: 180.000 exemplaren gingen er over de toonbank.
Het Franse lezerspubliek kennende, denk ik wel te weten waarom. Eén: Reis naar het verleden is een dun, introspectief boekje over een hartstochtelijke liefde. Twee: het verhaal is dat van een damesroman — onbemiddelde man begint iets met de vrouw van een rijke industrieel. Drie: Zweig mijdt een concrete historische setting, wat lekker makkelijk is voor lezer en schrijver. Vier: het boekje bevat een krachtige aanklacht tegen het nazisme. Meer moet dat niet zijn.
Het verhaal? Ene Ludwig heeft zich voortijdig ontworsteld "aan een door armoede vernederde kindertijd"; met baantjes als huisleraar en bijlesleraar heeft hij zijn studies scheikunde kunnen bekostigen. Afgestudeerd op zijn drieëntwintigste komt hij terecht bij de directeur van een groot bedrijf bij Frankfurt am Main. Daar werkt hij zich op van gewone bediende tot de privé-secretaris van deze 'geheimraad'.
Zijn nieuwe functie loodst Ludwig meteen in het huis van zijn baas, en brengt hem in contact met diens vrouw. De vrouw, Zweig laat haar naamloos, betrekt hem geleidelijk aan bij het leven in de familiekring. Dat is nodig: Ludwig kampt nog steeds met gevoelens van minderwaardigheid.
Ludwig wordt verliefd op haar, al duurt het een tijdje eer hij voor zichzelf toegeeft dat zijn bewondering en eerbied eigenlijk gecamoufleerde liefde is. Het valt hem moeilijk in zijn meerdere, die hij zich alleen maar als geslachtsloze vrouw kan voorstellen, het object van een hartstocht te herkennen.
Dan wordt de jongeman weggestuurd voor zaken. Het nieuwe chemische procedé dat de industrieel wil toepassen in zijn fabriek vereist grote hoeveelheden van bepaalde ertsen, en die zijn vooral in Mexico te vinden. Hij stuurt zijn nieuwe vertrouweling op pad. Het verblijf wordt begroot op twee jaar.
Ludwig kan de opdracht niet weigeren. Hij kan geen goede reden voorleggen zonder zijn kostbare geheim te verraden. Hij wordt verscheurd door smart ("Mijn god, haar verlaten, als een mes sneed het door het trots gebolde zeil van zijn vreugde"). Het plotse adieu heeft immers ook de wederzijdsheid van zijn gevoelens aan het licht gebracht.
Het noodlot houdt lelijk huis. Het verblijf van twee jaar tussen de mestiezen in een arbeiderskolonie, waarin Ludwigs passie niet is gaan liggen, moet noodgedwongen verlengd worden: de Eerste Wereldoorlog verhinderen hem om terug te keren naar Duitsland.
De liefde zal deze nieuwe verwijdering in de tijd niet kunnen overbruggen. De hartstocht taant, de herinnering vervliegt, en Ludwig gaat door met zijn leven. Hij trouwt, krijgt kinderen, vestigt zich in Latijns-Amerika. Zweig schetst die evolutie overigens nogal bruusk.
Ludwigs gevoelens laaien eventjes op wanneer de Eerste Wereldoorlog is afgelopen. Hij schrijft de vrouw een brief en komt zo te weten dat haar man gestorven is. Maar eigenlijk is het goed zo. Ludwig heeft nu een florerend bedrijf, en zijn vroegere geliefde kan veilig gekoesterd worden als een goede vriendin.
Maar dan, na in totaal negen jaar, kan hij onverwachts terug naar Europa — hij moet voor een Amerikaanse firma in Berlijn over patenten onderhandelen. En het telefoontje dat hij de vrouw doet — hij wil haar een groet brengen — lijkt hem te zeggen dat er tussen hen tweeën op de keper beschouwd niets veranderd is.
Daarmee is Zweig bij zijn eigenlijke thema beland. Want kan de liefde het verstrijken van vele jaren overleven? Of is de angst voor goedkope nostalgie een terechte angst, en wordt de onschuld van het verleden door het heden vermoord? De eerste ontmoeting, door Zweig in prachtige zinnen gevat, belooft alvast veel goeds.
Odysseus, de honden in huis herkennen je, zal de bazin je ook herkennen? Maar op dat moment schoof ze de portière al opzij en kwam ze hem met uitgestoken handen tegemoet. Een ogenblik, terwijl hun handen elkaar vast bleven houden, keken ze elkaar aan. Een korte en toch magisch vervulde pauze van vergelijken, bekijken, aftasten, intens nadenken, van beschaamd geluk en blikken die het gevoel van geluk alweer verborgen. Toen pas ging de vraag over in een glimlach, de blik in een vertrouwelijke groet. Ja, ze was het nog, een beetje ouder weliswaar, links liep een zilveren lok door het nog altijd gescheiden haar, een zilveren glans die haar milde, vertrouwde gezicht nog iets stiller, iets ernstiger maakte, en hij voelde het verlangen van die eindeloze jaren, terwijl hij haar stem indronk, die zachte door een warm dialect zo vertrouwde stem, die hem nu begroette: ‘Wat lief van je dat je gekomen bent.’Het koppel neemt de trein naar Heidelberg. Een sentimental journey: het is de plaats waar ze beiden een jaar of tien geleden kort verblijf hebben gehouden, "nog vreemden voor elkaar, maar toch al bewogen door het vermoeden van hun geestelijke nabijheid".
Dat klonk zo zuiver en ongedwongen alsof er een stemvork was aangeslagen, nu vond het gesprek de juiste toon en houvast, vragen en vertellen gingen als de rechter- en de linkerhand over de toetsen welluidend en helder in elkaar over.
Wat ze daar aantreffen schokt het liefdespaar, en de lezer, tot op het merg. Widerstand der Wirklichkeit heet het boek in het Duits, en de werkelijkheid barricadeert inderdaad elke wensdroom... Maar ook de Nederlandse titel, Reis naar het verleden, blijkt ineens een sinistere dubbele bodem te hebben.
Deze novelle bevat een aantal Midden-Europese elementen waar ik zeer gevoelig voor ben. Net als bij Joseph Roth kan de held van Zweig de zeden van een snel veranderende wereld niet aanvaarden, of zelfs maar bijhouden. Net als veel boeken van Sándor Márai draait Reis naar het verleden rond een ontmoeting die onder hoogspanning staat.
Zweig is hier alleen niet op zijn best. Hij plaatst de lezer voor voldongen feiten, in plaats van op gelijke voet met die lezer te ontdekken wat er gebeurt. Hij struikelt over zijn bijzinnen, en hij hanteert een toon die pathetischer is dan ik verdragen kan: "vurig", "begerig", "hunkerend", "rusteloos", "verlangend", "hijgend", dat werk. Komt daar nog een vertaling bij die — "Teleurgesteld in hun verwachting dankzij hun kaartjes eersteklas het rijk alleen te hebben" — niet zo best is.
Vroeger zou ik de protserigheid van Zweig aan de tijdsgeest van het Interbellum gewijd hebben. Inmiddels weet ik dat die veronderstelling niet klopt. Kort na Zweig las ik Happend naar lucht van George Orwell, een roman uit 1939, óók spelend aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, en dat is toch andere koek.
Blijft over: nagaan hoeveel Zweig uit zijn leven geput heeft voor dit verhaal. Weinig, zo blijkt. Zweig maakte de Eerste Wereldoorlog wel degelijk mee op het Europese vasteland. Hij heeft zich vrijwillig gemeld bij de Oostenrijkse oorlogspers. Het verloop van de oorlog maakte hem echter steeds meer pacifist en toen hij in 1917 van zijn dienst werd vrijgesteld, verhuisde hij naar het neutrale Zwitserland.
Zweig kwam ook pas ná het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Latijns-Amerika terecht, in 1940. Hij had toen al de Engelse nationaliteit aangenomen en strandde via Londen, New York, Argentinië en Paraguay tijdens een lezingentournee in Brazilië. In 1942 maakte hij daar met zijn tweede vrouw Charlotte Altmann een einde aan zijn leven. Altmann was zijn secretaresse — een machtsverhouding die opnieuw haaks staat op die uit Reis naar het verleden.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> meer Zweig op Achille: Balzac
Stefan Zweig, Reis naar het verleden
159 p.
Uitgeverij Atlas, 2009
Oorspr. Widerstand der Wirklichkeit (1976)
Vertaald door Liesbeth van Nes
Gevolgd door de oorspronkelijke Duitse tekst

Stefan Zweig en Charlotte Altmann, op hun sterfbed (1942); foto via.
____

1 reactie(s):
Je hebt gelijk, Achille, door Orwell eens te noemen. Die schreef ook veel beter dan Zweig. Dat vinden we nu, dat vonden we toen ook al.
Een reactie plaatsen