Literary taste - Arnold Bennett
Een aardig curiosum uit 1909, dit. Net voor het modernistische geweld losbarst in Engeland, komt Arnold Bennett aanzetten met een ouderwets pleidooi voor literatuur als middel om het volk te verheffen. Wie geen goede boeken leest, leeft maar half, schrijft Bennett. "Hij kan niet zien, horen of voelen." In Literary taste wil hij de doorsnee lezer de middelen aanreiken om zijn literaire smaak te ontwikkelen. Daarbij legt Bennett een heilig respect voor de klassiekers aan de dag.
De waarde van boeken steekt volgens Arnold Bennett in het vermogen om het leven van de lezer een nieuwe draai te geven. Het gaat hem om de beleving van literatuur — niet om de kennis van de literatuur als deel van iemands culturele vervolmaking, om voor ‘vol’ te mogen doorgaan in een beschaafde maatschappij. Literatuur is geen "accessoire", maar het sine qua non voor een intenser en completer bestaan.
The aim of literary study is not to amuse the hours of leisure; it is to awake oneself, it is to be alive, to intensify one’s capacity for pleasure, for sympathy, and for comprehension.Maar om die staat van verlichting te bereiken, moeten mensen zich voeden met tijdloze meesterwerken, vindt Bennett. Kijk maar eens hoe snel een goed verkopend boek wordt vergeten, zelfs door de mensen die het boek graag gelezen hebben. Dat komt omdat de smaak van een ongeoefende lezer zonder richting is en persoonlijkheid ontbeert. Hij surft mee op de waan van de dag.
Meesterwerken zijn dat dus niet geworden omdat iedereen die boeken door de eeuwen heen heeft omarmd. Shakespeare, als het van de gewone man in de straat zou afhangen, was al lang vergeten. De grote massa kan een reputatie wel maken of kraken, maar 'm niet bewaren. De roem van tijdloze boeken steunt op het oordeel van wat Bennett noemt "the passionate few".
A classic is a work which gives pleasure to the minority which is intensely and permanently interested in literature. It lives on because the minority, eager to renew the sensation of pleasure, is eternally curious and is therefore engaged in an eternal process of rediscovery. A classic does not survive for any ethical reason. It does not survive because it conforms to certain canons, or because neglect would not kill it. It survives because it is a source of pleasure, and because the passionate few can no more neglect it than a bee can neglect a flower.Maar goed, literair volwassen worden, hoe pakken we dat aan? Literary taste wijst ons graag de weg. Elementair is dat we resoluut moeten zijn in ons streven: dat betekent elke week op zijn minst enkele uren spenderen aan lezen. Er is volharding nodig. Bennett beschrijft mooi hoe halfslachtige pogingen stranden.
I will take, for an example, Sir Thomas Browne, as to whom the average person has no offensive juvenile memories. He is bound to have read somewhere that the style of Sir Thomas Browne is unsurpassed by anything in English literature. One day he sees the Religio medici in a shop-window (or, rather, outside a shop-window, for he would hesitate about entering a bookshop), and he buys it, by way of a mild experiment. He does not expect to be enchanted by it; a profound instinct tells him that Sir Thomas Browne is "not in his line"; and in the result he is even less enchanted than he expected to be. He reads the introduction, and he glances at the first page or two of the work. He sees nothing but words. The work makes no appeal to him whatever. He is surrounded by trees, and cannot perceive the forest. He puts the book away. If Sir Thomas Browne is mentioned, he will say, "Yes, very fine!" with a feeling of pride that he has at any rate bought and inspected Sir Thomas Browne. Deep in his heart is a suspicion that people who get enthusiastic about Sir Thomas Browne are vain and conceited poseurs. After a year or so, when he has recovered from the discouragement caused by Sir Thomas Browne, he may, if he is young and hopeful, repeat the experiment with Congreve or Addison. Same sequel! And so on for perhaps a decade, until his commerce with the classics finally expires! That, magazines and newish fiction apart, is the literary history of the average decent person.Het probleem met klassieke auteurs, zegt Bennett, is dat hun namen het lezerspubliek voornamelijk aan boeken doet denken, en daar schuilt een misvatting in. Een schrijver is in de eerste plaats een mens van vlees en bloed. Bennett wil dat we vooraf de mens leren kennen achter de schrijver, omdat in zijn optiek het boek de volmaakte uitdrukking is van diens persoonlijkheid. Op dezelfde manier komt de stijl van een boek op natuurlijke wijze voort uit de persoonlijkheid van de schrijver. Als je de stijl van een boek niet lust, zal je de man niet lusten. Stijl is geen surplus, kan niet los gezien worden van de inhoud. "There is no such thing as literary style", schrijft Bennett. "You cannot divide literature into two elements and say: This is matter and that style."
En daarmee ontmaskert Bennett zich ineens als een oubollige Edwardiaanse auteur. Literary taste werd geschreven in 1909, vooraleer de Eerste Wereldoorlog het geloof in de West-Europese waarden aan het wankelen bracht. Freud, wiens ideeën de modernisten sterkten in hun overtuiging dat het 'ik' van de auteur geen eenheid meer vormde, is niet aan hem besteed. Bennett gelooft nog ongeremd in de communicatieve kracht van een tekst, en in het doorlopende verhaal. Als in een Victoriaanse of Edwardiaanse roman de visies van verschillende personages aan bod komen, zal er altijd een verteller te hulp snellen om die met elkaar te verbinden.

Arnold Bennett, door Oliver Herford, uit: Confessions of a caricaturist (1917), via Project Gutenberg.
Passons. Wat zegt Bennett nog meer? Om te kunnen lezen, moeten we boeken kopen. Betaalbare boeken, maar geen vodjes. Het oog wil ook wat. En we moeten zorgen voor diversiteit: literatuur omvat filosofie, wetenschap, ethiek, religie en geschiedenis. Een goede bibliotheek heeft niet alleen titels die aan de verbeelding ontsproten zijn maar ook werken die het resultaat zijn van koortsachtige intellectuele activiteit. Bennett deelt boeken op in "the inspiring kind" en "the informing kind". Elke verdere genre-indeling is overbodig: "All literature is the expression of feeling, of passion, of emotion, caused by a sensation of the interestingness of life."
Achteraan Literary taste worden 337 boeken opgelijst van 226 auteurs [zie de volledige lijst op Wikipedia], door Bennett geselecteerd op beschikbaarheid en betaalbaarheid. Een ijzeren canon, zo lijkt het, maar op het eind van zijn boekje zwakt Bennett zijn standpunt enigszins af, dat iemand alleen gereputeerde meesterwerken zou moeten lezen.
In the choice of reading the individual must count; caprice must count, for caprice is often the truest index to the individuality. Stand defiantly on your own feet, and do not excuse yourself to yourself. You do not exist in order to honour literature by becoming an encyclopaedia of literature. Literature exists for your service. Wherever you happen to be, that, for you, is the centre of literature.Literary taste schiet zijn pedagogische doel volledig voorbij, omdat Bennett nogal naïef gelooft in concrete leestips. Zo moet de prozalezer volgens hem beginnen met een of ander beschouwend stuk van Charles Lamb. En nadat we dat essay gelezen hebben, vertelt hij ons wat er van moeten vinden: "As, having read the essay, you reflect upon it, you will see how its emotional power over you has sprung from the sincere and unexaggerated expression of actual emotions exactly remembered by someone who had an eye always open for beauty, who was, indeed, obsessed by beauty." Is het heus?
Met poëzie gaat het net zo. Bennett heeft een strak zesstappenplan paraat. Eén: maak tabula rasa met uw vroegere ideeën over poëzie. Twee: lees 'On poetry in general', het essay van William Hazlitt. Drie: lees het nog eens, voor een beter begrip. Vier: neem de bijbel erbij en lees het veertigste hoofdstuk uit Jesaja. Vijf: lees Hazlitt een derde maal. Zes: Lees 'The brothers' van Wordsworth.
Uit het hoofdstuk 'Verse' onthoud ik vooral hoe poëzie ook toen al, aan het begin van de twintigste eeuw, verfoeid werd. Bennett heeft zijn handen vol om zijn doelgroep uit te leggen dat poëzie niet zomaar staat voor kunstmatig en overdreven taalgebruik. Maar een literaire heropvoeding is niet compleet als ook niet dat laatste vooroordeel overwonnen is. Hoe moeilijk ook. "The case is extremely delicate, like all nervous cases."
Literatuur, waarschuwt Bennett ten slotte, brengt de lezer geen gewelddadig genot maar subtiel plezier. Genieten van boeken lukt des te beter, als ons lezen toch een achterliggend doel heeft (religieus, esthetisch, moreel, politiek, wetenschappelijk) dat ons stuurt. Lezen heeft ook geen zin als we nooit stilstaan bij wat boeken ons gebracht hebben. We moeten op gezette tijden een tussentijdse balans opmaken, en evalueren of boeken hebben bijgedragen aan onze levenskwaliteit. Zoniet, moeten we beter lezen, of andere dingen lezen.
Bennetts literatuuropvatting is niet de mijne. Maken goede boeken completere mensen van ons? Rond mij zie ik alvast veel mensen die hun leven een rijke invulling geven, en toch nooit een boek openslaan. Ik heb de neiging lezen te ontdoen van nobele bedoelingen en bijwerkingen. Lezen (en schrijven!) beschouw ik in de eerste plaats als een vorm van gedrag — aanpassingsgedrag, compensatiegedrag, van mensen die te snel verveeld of gekwetst worden in de echte wereld.
Goede schrijvers scherpen inderdaad je zintuigen. Maar is dat louter positief? Het betekent dat je niet alleen meer oog krijgt voor schoonheid, maar ook voor lelijkheid. Schrijvers laten je naar de wereld kijken met andere ogen, akkoord, maar misschien doet dat ons wel ons vermogen verleren om met eigen ogen naar de wereld te kijken.
Voor mij heeft mijn liefde voor literatuur maar gedeeltelijk te maken met de wens me te onderwerpen aan de superieure mensen die klassieke schrijvers zouden zijn. Het is evenzeer, en eigenlijk nog meer, een instrument om kritischer te worden. Maar nogmaals, of ik daar nu een gelukkiger of beter mens van word? Boeken maken je slimmer, maar doen je ook je eigen aanvankelijke domheid beseffen. En misschien maken ze ons juist weker, intoleranter. Sadder, naast wiser.
Bovendien is het flauwekul dat je goede smaak zou kunnen ontwikkelen aan de hand van het beste van wat ooit geschreven is alléén. Er is geen shortcut. Je kan alleen een klassieker naar waarde schatten als je ook een idee hebt van de dikke humuslaag die zo'n meesterproef heeft mogelijk gemaakt. Wie goede boeken wil waarderen, moet eerst ellendig veel slechte boeken lezen. En soms is dat niet eens mogelijk. We kennen allemaal Madame Bovary, maar wie heeft voldoende Franse genrefictie gelezen uit het midden van de negentiende eeuw om het genie van Flaubert na te voelen?
Mocht ik aspirant-lezers één tip geven — Bennett geeft 'm niet — dan zou ik zeggen: houd een leesdagboek bij, hoe miniem ook. Zelfs het meest mediocere boek bevat waardevolle dingen. Die neerschrijven, geeft je het gevoel zelfs van een vervelend tussenstation in je leesparcours iets te maken. Het helpt je zeker om te blijven lezen.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> lees de integrale tekst van Literary taste op Project Gutenberg
Arnold Bennett, Literary taste
How to form it, with detailed instructions for collecting
a complete library of English literature
99 p.
Uitgeverij Arc Manor, 2008
Oorspr. (1909)

1 reactie(s):
Wederom: briljant geschreven!
Een reactie plaatsen