woensdag 17 maart 2010

De mierenmoordenaar - Julio Cortázar

Raak maar eens wijs uit de Nederlandse edities van Cortázars verhalen. Of de bundels zijn niet compleet, of ze zijn samengesteld met werk uit verschillende boeken. En als een bundel dan toch in zijn oorspronkelijke vorm werd gepubliceerd, koos de uitgever voor een onherkenbare titel. Neem de populaire Historias de Cronopios y de Famas. De Engelse vertaling heet keurig Cronopios and Famas, de Franse Cronopes et fameux. De Nederlandse heet... De mierenmoordenaar.

De mierenmoordenaar is het eerste boek van Julio Cortázar dat in het Nederlands werd omgezet. Het verscheen in 1967, drie jaar nadat Borges in ons taalgebied werd geïntroduceerd via De Aleph, een boek dat toen zeer gunstig onthaald werd. Aan de flaptekst, met een opzichtige verwijzing naar Borges, is nog te zien hoe de uitgever zijn karretje wil haken aan dat succes.

Cortázar schreef deze verhalen over de cronopio's en de fama's toen hij al tien jaar in Parijs woonde. In 1951 had hij, het regime van Perón zat, de oversteek naar Frankrijk gemaakt. Hij kwam er aan de bak als freelance vertaler voor de Unesco. Pas in Parijs, dat in die dagen alweer de nouveau roman omarmde, voelde hij zich gesterkt in zijn literaire koersbepaling toen hij daar de erfenis van het Franse surrealisme overzag. In Argentinië had de schrijver nauwelijks potten weten te breken met het weinige dat van hem was verschenen. Kort nadat zijn buitenissige Bestiarium in de boekhandel lag, zat hij al in Frankrijk.

De mierenmoordenaar is een verzameling korte prozastukken in losvast verband, die, zoals dat dan heet, de grenzen tarten tussen proza en poëzie, kortverhaal en essay, komedie en tragedie. Een boekje voor de liefhebbers van Carroll, Charms en Calvino. Of in Nederland: Charlotte Mutsaers. De personages zijn niet voor een gat te vangen en doen zelden dingen die doelmatig zijn.

Cortázar schreef zijn miniatuurtjes voor de gein en waarschuwde meermaals voor een al te didactische of morele interpretatie. Als hij al iets wou, is het protest aantekenen tegen het ongelooflijke gewoontedier dat mens heet, met zijn vastgeroeste opvattingen over werk, familie en sociale omgangsvormen. Protest tegen de angst ook, die daaruit voortkomt. In 'Ware geschiedenis' laat Cortázar een bril breken, niet op het moment dat hij onbeschermd op de grond valt, maar de tweede keer, wanneer de eigenaar zijn voorzorgen heeft genomen — wanneer de bril netjes in een dubbel gevoerd leren etui zit.

Cortázar was geïnteresseerd in het grillige, het onverwachte, het fantasierijke. Een van de stukjes van De mierenmoordenaar heet programmatisch: 'Klein verhaal strekkende ter illustratie van de precaire aard der stabiliteit waarin we menen te bestaan, anders gezegd dat wetten wel wat terrein zouden kunnen afstaan aan uitzonderingen, toevalligheden of onwaarschijnlijkheden, en daar wil ik je naar toe hebben'.

Beroemd zijn de fictieve wezentjes die Cortázar in het eerste deel van het boek laat opdraven. De driedeling die de schrijver daar hanteert zegt allicht iets over zijn wereldbeeld. Cronopio's, die duidelijk de sympathie van Cortázar hebben, zijn naïef, chaotisch, gevoelig en onconventioneel. Ze contrasteren sterk met de rigide en goed georganiseerde fama's en de muisgrijze, bureaucratische, helemaal van verbeelding verstoken esperanza's. Cronopio's zijn alleen niet al te snugger, wat hen meer dan eens tot wanhoop drijft.

Een piepkleine cronopio zocht de sleutel van de huisdeur op het nachtkastje, het nachtkastje in de slaapkamer, de slaapkamer in het huis, het huis in de straat. Hier hield de cronopio op, want om de straat op te gaan had hij de huissleutel nodig.
Uiterlijke kenmerken van fama's, esperanza's en cronopio's komen we bijna niet aan de weet; het gaat de schrijver om hun gedrag in de situaties waarin hij hen plaatst.

In 'Reizen' worden de verschillen mooi duidelijk. Een fama, vertelt Cortázar, gaat naar het hotel en informeert voorzichtig naar de prijzen, de kwaliteit van de beddelakens en de kleur der tapijten. De tweede gaat naar het politiebureau en stelt een acte op waarin hun roerende en onroerende goederen worden opgesomd en de inventaris van wat er in hun koffers zit. De derde fama gaat naar het ziekenhuis en copieert de lijsten van de dokters van de wacht en hun specialismen. Cronopio’s vergaat het helemaal anders. Zij vinden alle hotels bezet en alle treinen al vertrokken, maar raken daardoor niet ontmoedigd. De esperanza’s, tot slot, reizen niet, dat zijn sedentaire schepsels.

In niet elk verhaal is het onderscheid of de logica even strikt, maar vermakelijk blijft het wel. Fama’s balsemen hun herinneringen, wikkelen ze van kop tot teen in een zwart laken en zetten ze ze tegen de muur; cronopio’s laten hun herinneringen los door het huis lopen. Fama’s hebben een fabriek in waterslangen opgezet; cronopio’s versieren monumenten met de stukjes waterslang; esperanza’s besproeien er hun tuinen mee. Een fama windt met grote zorg zijn wandklok op; een cornopio hangt gewoon een artisjok aan de muur. Fama’s zijn bestuursleden; esperanza bibliothecarissen; cronopio’s hollen achter vlinders aan.

Enzovoort. In een van de allermooiste schetsen, 'Hun geloof in de wetenschap', proberen esperanza's alle levende wezens te klassificeren, maar de ordening voldoet niet: de onderdelen apart blijken te verschillend, en alle subgroepen moeten dus weer uit elkaar.

Ook de tweede afdeling van De mierenmoordenaar, 'Handboekje voor zelfstudie', is fijne lectuur. Daarin gaat Cortázar verder in het ondermijnen van onze gewoontes. Het bevat instructies voor volstrekt normale handelingen. Instructies om te huilen, om te zingen, voor het bestijgen van een trap, voor het opwinden van een horloge...

Cortázar maakt het bekende vreemd door nauwgezet de uit te voeren handelingen te beschrijven — het stukje over het bestijgen van een trap doet denken aan de Bekentenissen van Zeno, waarin de held zijn loopbeewging analyseert en van de weeromstuit niet meer vooruitkomt — of door de kraan van zijn verbeelding helemaal open te draaien. 'Instructies voor het zingen' gaat als volgt:
Begint u met de spiegels in uw huis stuk te slaan, laat u armen zakken, kijk met vage blik naar de muur, vergeet uzelf. Zing één enkele noot, luister inwendig. Als u (maar dat zal pas veel later gebeuren) iets hoort als een landschap in vrees gedompeld, met brandstapels tussen de stenen, met half ontblote silhouetten op hun hurken, dan bent u naar ik meen op de goede weg, eveneens als u een rivier hoort waarop geel en zwart geschilderde boten stroomafwaarts varen, of als u een broodsmaak hoort, een vingeraanraking, de schaduw van een paard.
Koopt u daarna muziekpapier en een rokkostuum, en zingt u alstublieft niet door uw neus en laat Schumann met rust.
Het is dat doorgedreven freestylen dat de laatste twee afdelingen minder genietbaar maakt. Gedachtenexperimenten zijn oké, maar bij Cortázar gaat de willekeur snel regeren.

In de afdeling 'Vreemdsoortige bezigheden' verhaalt hij over de exploten van zijn bizarre familie — "Er kleeft een fout aan ons: gebrek aan oorspronkelijkheid. Alles wat we besluiten te gaan doen is geïnspireerd op, laten we maar eerlijk zeggen gecopieerd van, beroemde voorbeelden. Als we eens iets nieuws brengen is dat altijd onvermijdelijk: anachronismen of verrassingen, schandalen" — maar de verwachtingen worden niet ingelost.

En ook in 'Plastisch materiaal' heb ik maar drie dingetjes aangestipt: 'Einde van de wereld van het einde' (over een overvloed aan papier), 'Hoe gaat het, López' (over een conventionele handdruk) en 'Verhaal zonder moraal' (over de subversiviteit van woorden).

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

Julio Cortázar, De mierenmoordenaar
142 p.
Uitgeverij Van Ditmar, 1967
Oorspr. Historias de Cronopios y de Famas (1962)
Vertaald door J.A. van Praag

____

0 reactie(s):

Related Posts with Thumbnails