vrijdag 5 februari 2010

Van Pieter Paul Rubens tot David Teniers - diversen

Ik heb geen uitgesproken temperament, en raak daarom vaak op de dool. Vermoeiend: als ik me maar lang genoeg ergens in verdiep, kan ik alles mooi vinden. Opluchting was dus mijn deel toen zich voor het eerst in de reeks 600 jaar Belgische kunst in 500 kunstwerken een duidelijk gevoel van weerzin aandiende. Want alle technisch meesterschap ten spijt heb ik geen enkele voeling met beeldende kunst van vóór 1870. Het minst nog met de barok.

Het heeft te maken met de hitte van het licht op die doeken. Met alle lelijke overdaad. Volwassen mensen met extatische blikken, in theatrale poses, in monumentale gewaden — de wereld lijkt wel gek geworden. Ondanks mijn rijke roomse jeugd knap ik ook helemaal af op heiligenverhalen. De vaak religieuze kunst van Rubens, die voor een belangrijk deel in het teken van de Contrareformatie stond en de eigenheid van de rooms-katholieke kerk wou benadrukken tegenover het protestantisme, zegt me niks.

Het is allemaal té. Zelfs van een simpel bloemstuk geschilderd door Osias Beert kan je dat smakeloze mateloze van de barokkunst aflezen. De bloemen zijn veel te groot en te talrijk voor het vaasje, en zijn op een onnatuurlijke, architecturale manier geschikt. Beert wil imponeren met kleur en laat bijna geen bladgroen zien. Het boeket is fake: in het echt zul je de bloemen nooit samen zien, omdat ze in verschillende seizoenen bloeien.

Naast de vaas liggen afgevallen bloemblaadjes, die dan weer het vanitas-motief aangeven. 'Alles is ijdelheid' was een populair adagium in de barok en kon op vele manieren worden uitgebeeld op een schilderij: door verlepte bloemen, maar ook via schedels, zandlopers, uitgedoofde kaarsen, rot fruit, kruidentakjes. Vaak komen die symbolen in de buurt te staan van een dood kindje — de kindersterfte kon in die dagen oplopen tot één op twee en een schilderij was het enige aandenken.

Mijn afkeer van de barok is in zekere zin vreemd, omdat overdaad en maniërisme in de literatuur me veel minder storen, en zelfs aantrekken. Maar dan ook weer niet de overdaad van een Vondel, maar die van een Huysmans of Nabokov. Er moet een goeie scheut modern sarcasme bij, als smeermiddel.

Scherts is wat bijvoorbeeld ook De koning drinkt goed verteerbaar maakt. Jacob Jordaens schilderde verschillende versies van het doek. Telkens gaat het om een voorstelling van het feest van Driekoningen (6 januari), waarbij de feestvierder die in zijn stuk taart een verborgen boon vindt, voor één avond koning is. De voornaamste taak van de koning is regelmatige tijdstippen het glas heffen, waarop heel het gezelschap uitroept: ‘De koning drinkt!’ Katharina van Cauteren vervolgt:

De gelegenheidskoning troont centraal in de voorstelling en wordt omgeven door zijn zelfgekozen hofhouding. De vreugde lijkt extreem, overdreven zelfs. In het verleden suggereerden kunsthistorici dat Jordaens met deze voorstellingen van buitensporige vrolijkheid uiting gaf aan zijn eigen afkeuring van dit feest. De kunstenaar bekeerde zich niet voor niets omstreeks 1650 tot het protestantisme, dat uitgaat van soberheid. Toch wijst niets in dit werk op de correctheid van deze veronderstelling. Integendeel: Jordaens verwerkte de portretten van zichzelf, zijn vrouw en zijn schoonvader in enkele voorstellingen van dit thema. Jacob Jordaens slaagt erin de overladen compositie overzichtelijk te houden door het tafereel frontaal te tonen en het op te bouwen aan de hand van twee omgekeerde driehoeken. De felle kleurcontrasten en de karakteristieke vrije toets dragen bij tot de uitbundige feestsfeer. In de manier waarop het binnenvallende licht de volkse gezichten modelleert, toont Jordaens zich een meester in het creëren van plasticiteit.

Jacob Jordaens, De koning drinkt (ca. 1638); foto: MBA Tournai

Eén soort overdaad kan ik wel velen op het canvas, en dat is wanneer schilderijen encyclopedische trekjes vertonen. Doeken zonder brandpunt, met veel kleine figuren of onderwerpen naast elkaar. Het panorama van een veldslag; de visioenen van Bosch; stillevens met gelijksoortige etenswaren.

Of schilderijen waarop kunstkabinetten (voorlopers van onze huidige musea) worden afgebeeld. Het schilderij De kunstkamer van Cornelis Van der Geest hevelde me over naar juni 2004, toen ik Een kunstkabinet las, van Georges Perec. De Nederlandse vertaling heeft een ander schilderij op de voorplaat, maar op de Franse uitgave van Seuil in de serie Collection Points, prijkt wel degelijk het werk van Willem Van Haecht. Een schilderij als een druk beposterde puberkamer. Kunst als zoekplaatje.

Het portret is een belangrijk genre in de barok. Vroeger maten alleen vorsten en edelen zich een portret of familieportret aan. In de barok wordt dit tevens het visitekaartje van de burgerij. Antwerpen is een belangrijke draaischijf, waar het stadspatriciaat zich steeds aristocratischer allures aanmeet. Ook schilderijen met een antieke setting zijn in trek, bij goed bemiddelde mensen die een tastbaar souvenir willen na hun Grand Tour door Italië. In een industriestad als Luik bestaat dan weer een publiek voor binnenzichten van manufacturen.

Allemaal is het kunst gemaakt in de beslotenheid van een atelier, door academiestudenten of gereputeerde meesters. De vorming van barokschilders was toen eerder intellectueel (kennis van geschiedenis en mythologie) dan technisch (verven en pigmenten kunnen mengen). De studie van oude meesters verving goeddeels eigen waarneming.

Daarom, door over deze periode te lezen, krijgt een mens groot respect voor de impressionisten, die onder de blote hemel gingen schilderen. Het atelier was een bedompte serre geworden. Academisme verzand in steriliteit. Men kon Rubens niet blijven naschilderen.

Ondertussen, in de eenentwintigste eeuw, zijn kunstenaars en kunstliefhebbers opnieuw aan het cocoonen geslagen. Meer dan ooit. Ik zit tussen vier muren te bladeren in plaatboeken; schilders van hun kant werken tegenwoordig vaak met foto's — één zoekopdracht klaart de klus. Zo ook bij een bevriend illustrator, de maker van de banner van dit weblog. Kom bij hem niet aanzetten met cultuurpessimistisch gezwam over Google.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> http://en.wikipedia.org/wiki/Flemish_Baroque_painting
> mijn persoonlijke favorieten in de commentaren hieronder

Diversen, Van Pieter Paul Rubens tot David Teniers
Barok en rococo

118 p.
Uitgeverij Lannoo, 2007
De Standaard kunstbibliotheek
600 jaar Belgische kunst in 500 kunstwerken, deel 8



De inleiding van Katlijne Van der Stighelen in kortschrift:

Barok. Herboren aandacht voor de werkelijkheid: vuil en verval op de doeken van Caravaggio. Uitbeelding van extreme gemoedstoestanden. Antieke erfenis blijft doorleven in 17de eeuw. Voltooiing opleiding in Italië. Generalisten en specialisten, samenwerking tussen specialisten. Familierelaties en netwerken spelen een rol.

Het stilleven, architecturaal opgebouwd (mannen) of lyrisch dagdagelijks (vrouwen). Barokke bloemstukken. Tijdens de 17de eeuw het jachtstilleven (omdat ook rijke burger er zich aan waagt). Osias Beert, Clara Peeters, Frans Snijders, Jan Fijt, Cornelis Gijsbrechts (trompe l’oeil, het doek als kijkkast). Stillevens als allegorieën van de vergankelijkheid.

Portretten van de 17de en 18de eeuw: aristocraten, burgers, rijke ambachtslui. Verstild huiselijk geluk. Traditionele geslachtelijke hiërarchie. Manier om zich maatschappelijk te manifesteren. Cornelis de Vos. Beeldtaal gebaseerd op Rubens en Van Dyck (zij deden weer inspiratie op in Italië, met de traditie van het portretgenre sinds de tweede helft van de 16de eeuw). Vanwege de grote kindersterfte (1 op 2): het ‘doodtkonterfeitsel’. Mathijs van den Bergh. Familiegroepen van Jacob van Oost. Van Dyck: meiden en knechten als attributen van aristocratisch leefpatroon. Gonzales Coques.

Sinds 17de eeuw kinderportretten na vorsten en edellieden ook bij burgerij. Beheersing en rust in het besloten gezin. Zonen. Dochters later. Erasmus Quellinus. Attributen, pose en stoffering schilderij dikwijls windowdressing. Willem Jacob Herreyns.

Genreschilderkunst niet rustig, maar juist scala aan gevoelens van de mens, die sinds Renaissance centraal staat. De menselijke passies. Adriaen Brouwer, Theodoor Rombouts, Jacob Jordaens. Projectie van de lage passies op de laagste sociale lagen. Burgerij kiest voor hints en allegorieën. Kunstkamers: microkosmos weerspiegelt macrokosmos. Het buitenleven wordt ontdekt en geïdealiseerd. David Teniers de Jonge, Jan Siberechts, Peeter Snyers.

Landschappen: menselijke figuratie ondergeschikt aan entourage. Jan Brueghel de Oude. Joos II de Momper, Lodewijk de Vadder, Lucas Achtschellinck, Andries van Eertvelt, Sebastiaan Vrancx. Landschap als metafoor voor de levensweg.

Religieuze iconografie wordt geënt op de realiteit. Maria als liefdevolle moeder enz. Lucas Faydherbe, Antoon van Dyck. Complexe composities van Rubens. Genre: het barokke kerkinterieur. Pieter I Neeffs. Cornelis Schut. Kunstenaar als tovenaar van de virtual reality: link aarde-hemel.

Rubens evenzeer oudheidkundige als schilder. Italië, restanten van de oudheid. Gebaseerd op tekeningen van eerdere kunstenaars. Henrik van Balen. Ruime intellectuele belangstelling: allegorisch, mythologische stukken. Laurent Delvaux en Gilles Lambert Godecharle: neoclassicisme is de norm. “De hoogspannende barok en het flitertige rococo zijn voorgoed in de oppositie terechtgekomen.”

___

1 opmerking:

Achille van den Branden zei

Osias Beert, Bloemstuk in een nis
Buitensporig bloemstuk

Frans Snijders, Windhond vangt een jonge ever
Hartverscheurend tafereel, realistische compositie

Cornelis Norbertus Gijsbrechts, Na de valkenjacht
Jachtbuit achter gordijn

Mathijs Van den Bergh, Doodsportret van een kind
In bed, weelderige draperieën

Jacob Jordaens, De koning drinkt
Uitbundig groepsportret

Willem Van Haecht, De kunstkamer van Cornelis Van der Geest
Kamer propvol schilderijen

Jan Siberechts, Warmoezeniershof
Drie vrouwen maken oogst klaar

Jan Brueghel de Oude, De aartshertogen in het park van het paleis
Met wild

Andries Van Eertvelt, Zeeslag bij Lepanto
Tegen de Turkse sultan Selim II

Lodewijk de Vadder, Landschap
Mensen klein in vgl met natuur, rare lichtinval

Pieter I Neeffs, De kathedraal van Antwerpen bij dag
Strak perspectief, in bruin en oker

Sebastiaan Vrancx, Veldslag
Cf. Jeroen Bosch

Gerard de Lairesse, Orpheus in de onderwereld
Toont sleutelmoment

Related Posts with Thumbnails