Van Henri de Braekeleer tot Emile Claus - diversen
Het liefst zijn me de auteurs die diep inhaleren, en alle bordkarton omverblazen. Met name in kunstboeken zijn stekelige opmerkingen op zijn plaats. Om aan te geven dat artiesten ook maar mensen zijn, gedreven door eerzucht, geldgewin of snobisme. En om het domme cliché te counteren dat vroeger alles beter, mooier, eerlijker was. Met masochistisch genoegen lees ik dan dat zo'n Robert Doisneau het paartje op zijn beroemde foto gewoon heeft ingehuurd.
Of, in het vorige deeltje van 600 jaar Belgische kunst in 500 kunstwerken, dat Valerius De Saedeleer zijn landschappen opzettelijk verschoonde van fabriekspanden en rokende schoorstenen. Maar al bij al staan er te weinig van dat soort kanttekeningen in deze reeks.
Nu gaat Van Henri De Braekeleer tot Emile Claus toevallig wel over twee stromingen, het realisme en het impressionisme, die zich nader gingen toeleggen op het 'echte', op de louter waarneembare werkelijkheid — dus zonder daar een persoonlijke of idealistische draai aan te geven.
Herwig Todts vertelt in zijn inleiding hoe van de vijftiende tot de achttiende eeuw realisme in de schilderkunst geen doel was, veeleer een middel. Er waren zeker ontwikkelingen die de voorstelling een grotere natuurgetrouwheid gaven. De Vlaamse Primitieven breidden de kunst van het portret uit naar het landschap, het interieur en gebeurtenissen met meerdere personen. En de Italiaanse Renaissance kwam met de methode van het perspectief: diepte werd gesuggereerd langs vluchtlijnen; door gebruik van licht en schaduw werd de illusie van volume gecreëerd.
Alleen was realisme nooit het hoofddoel. Personages, situaties en verhalen werden herkenbaar voorgesteld zodat mensen uit de doeken goed konden opmaken wat waar, goed of mooi was — zo werden bedelaars afgebeeld om naastenliefde of armenzorg te illustreren.
Pas in de loop van de negentiende eeuw, zegt Todts, wordt deze klassieke kunsttheorie in vraag gesteld. Zijn esthetische en ethische waarden universeel of relatief? Is het mogelijk de werkelijkheid objectief waar te nemen?
Na de Franse Revolutie wordt maatschappelijke ongelijkheid stilaan een bespreekbaar issue en vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw neigen ook kunstenaars ernaar de religieuze en historische helden uit het verleden links te laten liggen, en zich toe te spitsen op de moderne werkelijkheid en de weergave daarvan.
Realistische schilders gaan niet alleen industriële gebouwen afbeelden, maar ook de ellendige werkomstandigheden en het harde labeur. De kunstenaars krijgen interesse in wat zich in gieterijen, walserijen en glasblazerijen afspeelt. Een kunstenaar als Léon Frederic portretteert mensen uit de arme klassen niet als typetjes, maar als individuen, met een rijk gevoelsleven. De correcte weergave van details, zoals klederdracht, wordt een toetssteen van de authenticiteit.
Waarheidsgetrouwheid impliceert uiteraard dat men zich oefent in de observatie van het af te beelden onderwerp. Het betekent dat men niet langer kan volstaan met het bestuderen van oude meesters, maar dat men systematisch de vrije natuur in moet. Schilders die de middelen hebben schaffen zich een schilderwagen aan, of zelfs een schilderboot, om in alle comfort op het platteland te kunnen werken. Als men de ongerepte natuur niet in eigen streek kan zien, verlegt men zijn grenzen, trekt men desnoods naar Zeeland.
Wie het boek doorbladert ziet dat dit zogeheten pleinairisme doeken opleverde die veel brave burgers nog altijd associëren met schilderkunst: landschapjes, met lichtspelingen en dramatische wolkenluchten. Soms vallen verhalende elementen (vissers, wandelaars) helemaal weg uit de landschappen. Ik verdraag ze slecht, dit soort schilderijen, net zoals ik natuurgedichten nauwelijks kan uitstaan.
Het pleinairisme legt de basis voor het impressionisme, dat niet alleen een inhoudelijke revolutie was (gewone onderwerpen in plaats van klassieke motieven), maar ook een stijltechnische. Door het clair-obscur af te wijzen, en alles te schilderen in zuivere, naast elkaar geplaatste kleuren, revolteerden impressionisten tegen het academisch classicisme. De Belgische variant, het 'luminisme' (een term die grote verschillen suggereert met het Franse impressionisme, ten onrechte), gaat minder ver en schuwt de omtreklijnen niet.
Het hoeft niet te verbazen dat het Franse impressionisme, met zijn mooie landschappen, tuinfeesten en andere vrolijke genoegens, wereldwijd nog altijd zoveel mensen naar musea lokt. Het luminisme, met als bekendste vertegenwoordiger Emile Claus, is stukken minder mondain, valt me op. Claus schildert ook gewone plattelandsmensen. Op het meesterwerk De picknick staan de twee sociale klassen ingenieus tegen elkaar afgetekend. Joost De Geest:
Het sociale contrast is zelden groter geweest in het werk van Emile Claus dan hier. Een groep burgers heeft een beschut plekje aan de Leie uitgekozen voor een picknick. Er staat al een tafel klaar en de kok staat voor zijn fornuis op de boot. Op de andere oever staart een aantal boeren naar dit vreemde schouwspel. Het is waarschijnlijk zondagnamiddag, andere vrije dagen waren er niet. De kunstenaar heeft een treffend lichtcontrast geschapen door de burgers in de schaduw en de boeren in de volle zon af te beelden. De drie staande vrouwen en de oude man scheppen diepte: men kijkt als het ware over hun schouders. Dit meesterwerk uit zijn sociale of naturalistische periode werd in 1888 geëxposeerd op de ‘Driejaarlijkse tentoonstelling’. De aankoopcommissie van de staat stelde voor het te verwerven voor een museum, net als Vlaswieken in Vlaanderen, dat nu in het Koninklijke Museum in Antwerpen hangt. Koning Leopold II liet echter De picknick aankopen voor het Koninklijk Paleis, voor de neus weg van de trage commissie. Emile Claus moet het werk geschilderd hebben net voor of na zijn huwelijk met Charlotte Dufaux, een notarisdochter uit Waregem. Het jonge paar betrok een landhuis aan de Leie, dat hij de naam ‘Zonneschijn’ gaf. Er kwamen nogal wat bevriende kunstenaars op bezoek, waaronder de schrijvers Cyriel Buysse en Camille Lemonnier, de Franse schilder Henri Le Sidaner en de beeldhouwers Constantin Meunier en Charles Van der Stappen.

Bij een doek van Louis Pion onthoud ik voorts de opmerking dat eind negentiende eeuw sommige schilders de openlijke confrontatie aangaan met de fotografie. Kunstenaars wilden aantonen dat de schilderkunst dezelfde documentaire waarde en bovendien het voordeel van de kleur had. Op dat laatste punt had de fotografie van toen geen overtuigend antwoord. Omgekeerd probeerden bepaalde fotografen met mistige sfeerbeelden juist de schilderkunst te imiteren.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> mijn persoonlijke favorieten in de commentaren hieronder
Diversen, Van Henri de Braekeleer tot Emile Claus
Realisme en impressionisme
118 p.
Uitgeverij Lannoo, 2007
De Standaard kunstbibliotheek
600 jaar Belgische kunst in 500 kunstwerken, deel 6
De inleiding van Herwig Todts in kortschrift:
Voor realisten en impressionisten is natuurgetrouwheid doel op zich. Nieuw vanaf 1840: sentimenteel miserabilistische taferelen van Charles Degroux en Joseph Stevens. Arme mensen, straathonden, boeren, arbeiders, maar niet omwille van een moreel lesje. Gevoeligheid voor maatschappelijke ongelijkheid omhoog (mislukking oogst, Franse Revolutie, Rousseau). Minder religieuze historische helden uit het verleden; de moderne werkelijkheid bekijken en die weergeven.
Alfred Stevens (welstellende vrouwen en hun gevoelsleven) en Félicien Rops (erotica) breken met de klassieke kunsttheorie door hun onderwerpen. Ook Charles Herman, Jan Verhas en Evariste Carpentier schilderen vrouwen natuurgetrouwer, meer geïndividualiseerd (zoals mannen al lang worden afgebeeld).
Oefeningen in observatie en weergaven voerden kunstenaar nu systematisch naar de vrije natuur, en plein air, zoals men vroeger oude meesters bestudeerde. Pretentieloze motieven in de natuur. Corot in Barbizon, kreeg ook het bezoek van Belgen. Rops in Anseremme (landschap als op doeken van Courbet). Hippolyte Boulenger in Brussel. Goede treinverbindingen. Indruk van in vrije natuur op doek door persoonlijke gevoeligheden uit te werken, en nadruk op kleur en licht. Schetsmatig realisatieproces met penseel of paletmes. Louis Dubois, Liévin De Winne.
Meest interessant realist: Henri De Braekeleer (licht en kleureffecten, bewondering voor Hollandse meesters). Burgerinterieurs (invloed Rembrandt, Hals) en mairnes en stillevens (invloed Courbet) van James Ensor. Ook Pericles Pantazis en Guillaume Vogels zijn Courbet-epigonen.
Rond 1870 ondergaat miserabilisme grondige modernisering, onder meer onder invloed van Zola. Antropologische studies van de lagere klassen op monumentale formaten. Naturalisten streven naar onsentimentele voorstelling. De authenticiteit van het lelijke. Raar: naturalisten boeken in tegenstelling met Degroux wel succes en stoten historieschilders zowaar van voetstuk. Sociale achtergrond: oprichting Belgische Werkliedenpartij (1886), verbetering sociale regime in België, betere levensstandaard.
Constantin Meunier in de Waalse mijnstreek. Frans Van Leempen, Emile Claus en vooral Léon Frederic: invloed van Jules Bastien-Lepage en zijn fotografisch precieze vormgeving. Eugène Laermans: invloed van Brueghel.
Pleinairisme bereidt triomf van impressionisme voor. Maar Belgisch (‘autochtoon’) impressionisme rond 1880 verschilt met Franse impressionisme van 1860-1870 (geen clair-obscur, alles is gekleurd licht) dat via Les XX in België gepromoot wordt. Vanaf 1888 neo-impressionisme in België. Emile Claus bekendste Belgische impressionist (‘luminist’) vanaf 1890. Rond 1885-1890 is de oude picturale traditie en de klassieke kunsttheorie begraven.

1 reactie(s):
Alfred Stevens, Kinderslaap
Vrouw, kind in crapaud
Jan Verhas, De meesterschilder
Tekenende en schilderende kinderen
Périclès Pantazis, Op het strand
Wandelaars, dramatische lucht
Guillaume Vogels, De sneeuw. Avond
Bijna monochroom grijs
Guillaume Van Strydonck, Portret van vrienden
Aan tafel, netjes in het pak
Theodoor Verstraete, Lente in Schoore (Zeeland)
Zeeuwse vrouwen in klededracht in ongerepte natuur
Léon Frederic, Twee Waalse boerenkinderen (Les boëchelles)
Twee meisjes in eenvoudige jurk, indringende oogopslag
Frans Van Leemputten, Palmzondag in de Kempen
Dorps, klederdrachten
Emile Claus, De picknick
Sociale contrast tussen twee standen bij de rivier
Théo Van Rysselberghe, Portret van Marguerite van Mons
Meisje in zwarte japon voor deur
Marcel Jeffreys, De rode schelp
Stilleven in frivole kleuren
Eugène Laermans, Een paria
Man in Molenbeek
Leon De Smet, Portret van mevrouw Van Hecke
Vrouw in zwarte japon, invloed van art deco
Een reactie plaatsen