maandag 1 februari 2010

Van Fernand Khnopff tot James Ensor - diversen

Acute affiniteit. Instantaan begrip. De drang om wat ik zie direct in woorden te vatten. Geen twijfel mogelijk: met het deeltje Van Fernand Khnopff tot James Ensor ben ik eindelijk thuisgekomen. Tegenwoordig probeer ik me te gedragen als een rationeel en kritisch mens, maar dat zal altijd een aangeleerd kunstje blijven. In het diepst van mijn gedachten ben ik een zwarte romanticus. Ten bewijze: er is vrijwel geen werk in dit boek dat me onberoerd laat.

Van Fernand Khnopff tot James Ensor behandelt het idealisme en symbolisme in de Belgische beeldende kunst uit de periode 1870-1914. Die specificatie is nodig: op het einde van de negentiende eeuw stonden verschillende stijlen naast elkaar — er werd ook realistisch, naturalististisch en (neo-)impressionistisch geschilderd.

Het symbolisme was een uit Frankrijk afkomstige stroming, bedoeld als reactie op het impressionisme en op het sociaal-economisch realisme. In het symbolisme kwam het erop aan het kunstwerk

een subjectieve zeggingskracht te geven rond de menselijke figuur in een raadselachtig-magische samenhang van erotiek en dood. Soms werd de vrouw voorgesteld als de pure belichaming van zinnelijkheid en seksualiteit. Mythologische en historische voorstellingen werden gebruikt bij een fantastische sfeerschepping.
Aldus het wazige Wikipedia-lemma. Het was ene Jean Moréas, die in 1886 zijn Symbolisch manifest liet verschijnen in de Parijse Figaro (waarin hij Charles Baudelaire aanwijst als grote voorvader van de beweging) en een naam gaf aan de artistieke beweging die al enkele jaren aan het ontluiken was.

In zijn inleiding bij dit boek — de best leesbare uit de reeks tot nu toe — geeft Herwig Todts aan hoe invloedrijk het symbolisme op lange termijn is geweest. Ook Kandinsky, Mondriaan en Klee hadden een symbolistisch verleden dat ze nooit helemaal hebben afgeworpen: hun kunst zijn ze altijd in het teken van de spiritualiteit blijven stellen.

Ik leer verder dat de kunstwereld tijdens de laatste decennia van de negentiende eeuw op een andere manier werd georganiseerd dan voorheen. Kleinere kunstenaarsverenigingen probeerden op een doelmatiger manier dan de driejaarlijkse 'neutrale' zomertentoonstellingen (afwisselend in Brussel, Antwerpen of Gent, waar honderden kunstenaars vaak duizenden kunstwerken toonden) het publiek en de critici te bereiken. Ze deden dat via esthetisch minder uiteenlopende tentoonstellingen.

Van Félicien Rops, met zijn naakten en geraamtes, zijn morbide mix van satanisme en erotiek, en zijn opvatting van de vrouw als fundamenteel slecht wezen en manipuleerster van de man, word ik altijd welgezind. Niet dat ik zijn denkbeelden au sérieux neem. Naar mijn smaak is het vooral met Khnopff, Ensor en Spilliaert (alle met meerdere werken vertegenwoordigd in dit boek) dat de Belgische artiesten voor het eerst een permanent hoog, internationaal niveau halen. Ik bedoel: voor het eerst in de reeks 600 jaar Belgische kunst in 500 kunstwerken.

In het bijzonder Khnopff en Spilliaert schilderden het ene doek na het andere dat rechtstreeks op mijn gemoed inwerkt. Het zit 'm in de melancholie, de funeraire sfeer, de contrasten van licht en duisternis. Het palet is dat van de nacht en de schemering: zwart, grijs, donkerblauw, gebroken wit. Het werk van Xavier Mellery, Henrit Ottevaere en William Degouve de Nuncques is een ontdekking; zelf mag ik graag binnenhuiskiekjes maken die de werking van kunstlicht demonstreren op dode voorwerpen (zie helemaal onderaan deze bespreking).

In het werk van de symbolisten lijkt het wel eeuwig zondagnamiddag, tegen valavond aan. Het is the dark side van het bestaan, vaak op een sentimentele manier gestalte gegeven. Ook bij een helder palet sluipt er een aristocratische blues in het schilderij. Neem Het Portret van Marguerite Khnopff. Michael Palmer hanteert de aanwijsstok:
Hier zien we Marguerite niet als hoofdrolspeelster in een psychologisch drama (zoals in Memories of Secret-Reflet), maar als een opzichzelfstaand portret. Typerend voor het Belgische symbolisme is de vlakke ondiepte van de compositie (er is geen voorgrond) en in het bijzonder typerend voor Khnopff is de onderaan afgekapte jurk van Marguerite, zoals op een foto. Ook zijn in dit portret sporen herkenbaar van de ‘ideale vrouw’ zoals zij door Engelse prerafaëlitische kunstenaars werd afgebeeld. Marguerite staat rechtop in een bevallige pose, waarbij de witte japon en de lichte achtergrondkleuren haar een meisjesachtige uitstraling verlenen. De linkerarm gaat schuil achter haar rug en met de linkerhand omvat zij op een onnatuurlijk verwrongen wijze haar rechterelleboog. Dit lijkt veel op het onhandige gebaar waarmee een van de Marguerites op Memories het tennisracket achter haar rug vasthoudt. Terwijl het gedempte kleurenpalet doet denken aan de Amerikaanse schilder James Whistler kan het modernistische, bijna abstracte kader rondom Marguerite alleen maar van Khnopff zijn. De verticale en horizontale lijnen houden elkaar in evenwicht en de symmetrie wordt nog versterkt door de ronde plaat links aan de muur. De kunstenaar betovert ons ook door een zekere dubbelzinnigheid wat betreft de plaatsing van de deur achter Marguerite: zo ontstaat er een troonachtige omkadering als bij een renaissancistische madonna, waardoor zij wordt beschermd en niet té direct kan worden benaderd.

Fernand Khnopff, Portret van Marguerite Khnopff (1887); foto: KMSKB

Even lijkt het alsof mijn kritiek op het vorige deeltje ook hier geldt. Net als bij de fauvisten en expressionisten krijg je voornamelijk statische taferelen te zien. Een verstilde, burgerlijke wereld. Toch stoort het deze keer niet, omdat de symbolisten veel verder gaan. Ze schilderen geen tafereeltjes. Ze schilderen stemmingen. Sfeer, kleurgebruik en compositie zijn erop berekend iets van het innerlijke leven van hun personages te weerspiegelen. De figuren zijn niet alleen, ze zijn eenzaam.

Gek dat Todts net over het instrumentarium begint van de kunstenaars rond de eeuwwisseling. Het is in dit tijdsvak dat de schetsen van kunstenaars, hun potlood -en krijttekeningen, de werken in houtskool, voor vol worden aangezien en als dusdanig verkocht worden. Enkele jaren geleden bezocht ik met vrienden de Spilliaert-retrospectieve in Brussel (die met de vleiierige teksten van Bernard Dewulf aan de muur). Eén goeie vriend, een tekenaar, vond die probeersels en voorontwerpen veel interessanter dan het eigenlijke werk. Lijnvoering onthult soms meer dan kleurgebruik.

Overigens zorgden de symbolistische beeldhouwers eveneens voor vernieuwing in materiaalgebruik. Naast het vertrouwde marmer, brons en koper, gaan ze andere soorten hardsteen gebruiken, en hout, en ivoor. Vaak doen ze dat doorelkaar in één werk, wat tot prachtige resultaten leidt. Pittig detail: dit ivoor werd in belangrijke mate aangevoerd uit Kongo-Vrijstaat onder Leopold II.

Onrechtstreeks zou Leopold ook de Belgische architectuur een duwtje in de rug geven. De Koloniale tentoonstelling die in 1897 door Leopold II en het bestuur van Kongo-Vrijstaat in Tervuren werd georganiseerd, bracht heel wat veranderingen met zich mee — niet alleen de aanleg van de Tervurenlaan. Onder instigatie van Edmond Van Eetvelde, de secretaris-generaal van Kongo-Vrijstaat en een groot liefhebber van art nouveau, wordt de tentoonstelling ingericht door de beste art nouveau-architecten.

Van Fernand Khnopff tot James Ensor doet me tot slot beseffen hoe slecht we thuis zijn — hoe slecht ík thuis ben — in de Belgische literatuur van het fin de siècle en de Belle époque. Deels ligt dat aan onze vaderlandse uitgevers, die niet bepaald staan te springen om dat erfgoed in moderne vertalingen uit te brengen.

Het symbolisme had ook in België een literaire variant. Eentje met internationale portee. Hoeveel mensen die Godenslaap een prachtig boek vinden, weten dat Erwin Mortier daarmee een ode heeft willen schrijven aan het taalkundig universum van de Franstalige bourgeoisie uit het begin van de twintigste eeuw? En hoeveel Hollandse recensenten die het boek afkraakten hebben Mortiers modellen gelezen — Maurice Maeterlinck, Émile Verhaeren, Charles Van Lerberghe, Franz Hellens, Max Elskamp, Georges Rodenbach, André Fontainas?

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> mijn persoonlijke favorieten in de commentaren hieronder
> http://www.vlaamsekunstcollectie.be/

Diversen, Van Fernand Khnopff tot James Ensor
Symbolisme en idealisme

118 p.
Uitgeverij Lannoo, 2007
De Standaard kunstbibliotheek
600 jaar Belgische kunst in 500 kunstwerken, deel 5



De inleiding Herwig Todts in kortschrift:


Opbloei van kunstenaarsverenigingen: Cercle artistique, Société Libre des Beaux-Arts, La Chrysalide, Cercle d’élèves et d’anciens élèves de l’académie des beaux-arts de Bruxelles, L’Essor, Als Ick Kan en vooral Les XX (1884-1893), met leden als James Ensor, Fernand Khnopff, Théo Van Rysselberghe, Guillaume Vogels, Willy Finch, Guillaume Van Strydonck, Dario de Regoyos, George Minne, Henry Van de Velde, Georges Lemmen, Jef Lambeaux. Van 1884 tot 1893 tien tentoonstellingen door Les XX in februari. Ook grote internationale kunstenaars worden uitgenodigd, zoals de beruchte impressionisten en neo-impressionisten. Van Gogh verkoopt er het eerste schilderij van zijn leven.

Poging om neutraal te zijn, maar na verloop van tijd splitsingen. L’Art Idéaliste (Jean Delville, Émile Fabry, Léon Frederic, Auguste Levêque), L’Assocation pour l’art indépendant (symbolisten), Le Sillon (realisten en gematigde impressionisten), Vie et lumière (impressionisten), La Libre Esthétique, Kunst van Heden. Het bestaan van verenigingen moedigt aan om zich van elkaar te onderscheiden. Tijdschriften als spreekbuis voor de kunstopvattingen: L’Artiste, L’Art moderne, La jeune Belgique, La Wallonie, De Vlaamse School, Van nu en straks.

Ook de kunsthandel gaat de wijze waarop kunstenaarsverenigingen hun werk aan het publiek voorstellen imiteren: galerieën, zoals die van George en Gabrielle Giroux in 1912 in Brussel. Organisatie van tentoonstellingen over oude kunst (Rubens, Vlaamse Primitieven).

Tot hiertoe vooral zoektocht naar nieuwe onderwerpen of benaderingswijzen binnen de artistieke categorieën van de schilderkunst — landschap, genrestuk, portret of historisch tafereel. Nu worden ook de verschijningsvormen worden uitgebreid: tekeningen, pastels, aquarellen, gouaches, etsen, lithografieën, affiches als volwaardige kunstwerken. Beeldhouwers gebruiken naast marmer of brons ook andere hardsteen, hout, ivoor. Vazen, glaswerk, boekbanden, borduurwerk. Voorstellingen: het mondaine leven, naturalistische personages, femme fatale, mythische en historische personages, de antiheld. Revival van de religieuze kunst: James Ensor, Henri De Groux, George Minne, Jakob Smits, Gustave Van de Woestijne en Albert Servaes.

Op het einde van de 19de eeuw vele stijlen (manieren waarop een motief wordt uitgebeeld) naast elkaar. Idealisme, realisme, impressionisme, neo-impressionisme, symbolisme, naturalisme. Inspiratie bij de Vlaamse Primitieven, de laatmiddeleeuwse beeldhouwkunst, de Renaissance, het Verre Oosten, de art nouveau. Langdurig succes (ca. 1885 tot na de Eerste Wereldoorlog) van het impressionisme (geen afgebakende vormen, lichtgradaties vervangen door zuivere kleuren). Symbolisme: verheven en diepzinnig, maar ook occulte kitsch. Symbolisten nemen geen genoeg met louter de waarneembare feiten; de werkelijkheid is mysterieus. Personages, dingen of situaties zijn niet letterlijk te nemen. Oorsprong van het Belgisch symbolisme is literair.

Khnopff: invloed van Whistler, Xavier Mellery en de prerafaëlieten. Nachtelijke landschappen en verlaten kamers: William Degouve de Nunques, George Lebrun. Artificiële belichting op schaduwplekjes in de stad: Omer Coppens, Leon De Smet, Fritz Van den Berghe, Albert Baertsoen. Léon Spilliaert. James Ensor: multitalent, kleur, antiklassiek schoonheidsideaal, maskers, grotesk. George Minne, Valerius de Saedeleer en Gustave Van de Woestijne in Sint-Martens-Latem.


Mijn eigen gloomy probeersels met licht en schaduw, Auvergne 2009; foto: AvdB

____

3 reactie(s):

Achille van den Branden zei

Félicien Rops, De bekoring van Sint-Antonius
Ets van vrouw aan kruis met ontblote borsten

Charles Van der Stappen, De dood van Ompdrailles, het graf van de worstelaars
Worstelaars in brons

Léon Frederic, Atelier
Parodie op het kunstenaaratelier, schilderij

Charles Samuel, Monument ter ere van Uylenspiegel
Voor Charles de Coster, bij de vijvers van Elsene

Jean Delville, De schatten van Satan
Schilderij met rood en oranje, Satan heeft een aantal lichamen in zijn macht

Arthur Craco, De orchidee
Streng ivoren gelaat met donkere bronzen omhulling

Henri Ottevaere, Stilleven
Pendule, mensenschedel en dierlijke skeletten

Fernand Khnopff, Portret van Marguerite Khnopff
Portret van vrouw voor deur in smetteloos wit

Fernand Khnopff, Landschap te Fosset
Wazig beeld van zandweg op kale helling door loof- en sparrenbos

Xavier Mellery, L’escalier ou pot blanc
Verduisterde trap met onderaan kruik

Leon De Smet, Interieur
Huiskamer met kussend koppel op sofa

Léon Spilliaert, De golfbreker
Bijna abstract

James Ensor, De aureolen van Christus
Zwart en bruin krijt op papier op doek, visioen

James Ensor, Intrige
Maskerschilderij

George Minne, Treurende moeder
Potlood op papier tegen okeren achtergrond

Valerius de Saedeleer, Winterlandschap
Grijsgroene lucht, sneeuwlandschap

Gisbert Combaz, De pauw
Lithografische affiche, art nouveau-esthetica

Gustave Van de Woestijne, portret van mijn vrouw
Potlood, aquarel en olieverf op paier en doek

Sander zei

"Van Fernand Khnopff tot James Ensor doet me tot slot beseffen hoe slecht we thuis zijn — hoe slecht ík thuis ben — in de Belgische literatuur van het fin de siècle en de Belle époque."

Van de meest interessante genoemde franstalige schrijvers zijn weinig (moderne) vertalingen voor handen.
Van Rodenbach is echter zijn klassieke Brugge-de-dode gemakkelijk te vinden. Ook zijn Cariloneur is verramst en aldus goedkoop. Prachtige romans.
Verder voldoen om te beginnen m.i. de Verzamelde Werken van Buysse en vd Woestijne, een enkel bundeltje Maeterlinck en de door Musschoot samengestelde bloemlezing uit Van Nu en Straks.
vrgr
Sander rond1900.nl

Achille van den Branden zei

Rodenbach kom ik regelmatig tegen, ook in het Engels, prachtig uitgevoerd, en goedkoop.

Veel dank voor de andere wenken. Het is redelijk schaamtelijk hoe weinig ik weet (uit de eerste hand, that is) van de fundamenten van de moderne Belgische literatuur. Ik plan een inhaalbeweging, maar volgend jaar.

Related Posts with Thumbnails