woensdag 3 februari 2010

Van Antoine Wiertz tot Henri Leys - diversen

Er gaapt een merkwaardige kloof tussen de berichtgeving over kunst in de massamedia en in de gespecialiseerde literatuur. Televisiejournaals komen door hun vormbeperkingen nauwelijks verder dan sfeerbeelden van tentoonstellingen en — vooral — nieuws over recordveilingen. In monografieën over moderne kunst worden de grillen van de markt, het snobisme en de noodzakelijke zelfpromotie van kunstenaars juist dikwijls buiten beeld gehouden.

Economische belangen en netwerking interesseren me steeds meer als onzichtbare motoren achter de moderne kunstwereld. Ik wil er ook meer over lezen. In Haai op sterk water doet Hans den Hartog Jager een poging de onontware dialectiek tussen kunst en media-aandacht in kaart te brengen, met name bij de British Young Artists. Robert Hughes schijnt er in zijn boek Kritisch, in vredesnaam kritisch aandacht aan te besteden. En er bestaan handenvol Engelstalige boeken die een inkijkje beloven achter de coulissen van het hedendaagse kunstbedrijf. Ik heb er een paar besteld.

Ook het onderscheid tussen 'moderne' kunst en de 'oude' meesters kent belangrijke economische gronden, die voorbijgaan aan het mooie, theoretische verhaal. Dat laatste verhaal kent grote waarde toe aan een uitspraak van Maurice Denis in het augustusnummer van Revue Art et Critique uit 1890. Daarin definieert hij het schilderij, tegen de klassieke kunstopvatting in, in de eerste plaats als een plat vlak, bedekt met kleuren geschikt volgens een bepaald patroon. Mensen moeten voor ogen houden

qu’un tableau, avant d’être un cheval de bataille, une femme nue ou une quelconque anecdote, est essentiellement une surface plane recouverte de couleurs en un certain ordre assemblées.
Tot het einde van de negentiende eeuw is de beeldtaal van de Westerse kunst — de beeldtaal, niet de thematiek — inderdaad opvallend natuurgetrouw gebleven. Een enorm verschil met exotische kunstvormen.

De modernisten passen daar een mouw aan en verwaarlozen de driedimensionale illusie. Symbolisten stellen het naturalisme in vraag. Tal van kunstenaars breken met het klassieke schoonheidsideaal en gaan op zoek naar meer intense expressievormen. De poëzie, bevreemding en niet-narratieve schoonheid van een doek vervangen geleidelijk de opvatting van het schilderij als keurige illustratie. Al zou het tot na de Eerste Wereldoorlog duren eer de breuk met de traditie compleet was.

Maar, en daar wou ik naartoe, het onderscheid klassieke kunst (de oude meesters en de negentiende eeuw) versus moderne kunst (vanaf de Franse Revolutie, of vanaf het impressionisme, naargelang) is ook het product van de grote veilinghuizen en de kunsthandel. Keurig in overeenstemming met de smaak van de klantengroepen die zij doelgericht willen aanspreken. Althans, dat maak ik op uit de inleiding van Herwig Todts in Van Antoine Wiertz tot Henri Leys.

In dit zevende, nogal slordig geredigeerde deel — de introductie kreeg een groter corps, een deel van de bibliografie viel van de pagina — wordt ingezoomd op de Belgische kunst uit de periode 1780-1870. Het is het tijdperk van het neo-classicisme en de romantiek, twee tendenzen die dan om voorrang strijden op het canvas. Het draait erop uit dat Belgische schilders in overwegend neoklassieke stijl blijven schilderen, maar dat hun onderwerpen sentimenteler worden, of op zijn minst onderhoudend.

Dat verklaart allicht mijn verrassend ruime selectie van kunstwerken uit dit boek. Er is weinig dat me echt aanstaat, maar ook weinig dat me afstoot. Het gaat erin als koek: milde kleuren, zacht licht, smekende blikken, een greep uit de Griekse verhalenschat, een snuif oriëntalisme of Egyptomanie. Veel schilders doen maturiteit op in Parijs of Rome, kijken er hun ogen uit, en keren dan terug.

Soms neigt de romantiek zelfs naar het fin de siècle-gevoel, maar dan zonder de scheut vergif. Neem Antoine Wiertz: macabere onderwerpen, een mêlée tussen eros en thanatos, maar in een fluweelzachte behandeling.

Even vaak worden helden gecultiveerd. Dat kunnen historische figuren zijn, maar ook belangrijke kunstenaars. Gustaf Wappers beeldt Bocaccio af op een van zijn doeken. Herwig Todts legt uit:
De Antwerpse baron Joseph de Pret-Roose de Calesberg steunde Gustaf Wappers al van bij het begin van zijn artistieke loopbaan. In 1849 schilderde Wappers op bestelling dit werk voor de baron. De naam van Wappers wordt doorgaans op een zeer clichématige manier verbonden met een zogenaamde rubensiaanse, romantische vertolking van nationalistische onderwerpen. De elegante jongeman bij de twee jonge vrouwen heeft evenwel helemaal niets met het verleden van de jonge Belgische natie te maken. Op zijn knieën rust een stapeltje papieren waaruit hij blijkbaar voorleest. Wij ontcijferen moeiteloos ‘Bocaccio Decameron’. De rokende vulkaan op de achtergrond leert ons dat we ons aan het hof van Johanna van Napels bevinden. Of Bocaccio effectief de koningin in haar paleis opzocht weten we niet. Maar Bocaccio verbleef o.a. in 1355 wel degelijk in Napels. Hij had toen de Decamerone nog maar pas geschreven. In het Italiaans, de volkstaal, vertelt Bocaccio hoe ten tijde van de pestepidemie tien jonge edelmannen uit Florence wegvluchten en elkaar om de tijd te doden gedurende tien dagen om beurten verhalen vertellen. Bocaccio is geen nationale held maar behoort wel tot de meest geliefde mensensoort van de 19de-eeuwse kunstenaar en zijn publiek: Bocaccio is een dichter, een kunstenaar, geen saaie burger. Ook de verzorgde academische vormgeving van de voorstelling heeft niets met Rubens en het nationale artistieke verleden te maken. Wappers vond zijn inspiratie immers duidelijk en met succes in Frankrijk, bij kunstenaars als Paul Delaroche.

Gustaf Wappers, Bocaccio leest voor uit de 'Decamerone' (1849); foto: KMSKB-MRBAB, Brussel en Roscan, J. Geleyns

De Romantiek is ook de tijd dat vele Europese naties hun huidige vorm krijgen. Kunst wordt ingezet om een nationaal bewustzijn te smeden. Zeker België, het restproduct van getouwtrek tussen grotere mogendheden, kon een beetje propaganda gebruiken. Toen ons land onafhankelijk geworden was, begon men de geschiedenis lustig te herinterpreteren. In vele steden komen beelden van beroemde ‘Belgen’: Jacob van Artevelde (Gent), Antoon Van Dyck (Antwerpen), Karel de Grote (Luik), Dirk Maertens (Aalst), Godfried van Bouillon (Brussel), Ambiorix (Tongeren).

In de schilderkunst gaat het net zo. Nationalistische onderwerpen zijn erg gewild. Een Louis Gallait verdient er goed zijn brood mee. Een van zijn doeken toont de onthoofde graven van Egmont en Hoorn. Daar België na een weliswaar korte opstand ontstaan was, ging de belangstelling uit naar de opstand tegen de Spaanse koning, in de zestiende eeuw. De terechtstelling van de graven op de Grote Markt in Brussel stond symbool voor de repressie door een overheerser.

Tussen 1864 en 1878 mag Gallait het halfrond van het parlementsgebouw van portretten voorzien. In de lambrizering zijn 15 uitsparingen voorzien. Hij kiest onder meer Karel de Grote, Godfried van Bouillon, prinsbisschop Notker van Luik en keizerin Maria-Theresia van Oostenrijk. Want kunstenaars namen het niet zo nauw met de accuratesse, of deden hun voordeel met de leemtes in de geschiedschrijving. Waar Karel de Grote precies geboren is, blijft immers tot op vandaag punt van discussie. De Nederlandse Wikipedia noemt Herstal. De Duitse Aken. Alleen de Franse wiki geeft verschillende mogelijkheden.

Een laatste populair genre tijdens de romantiek is het stedelijke landschap. Op zo'n veduta (Italiaans voor 'overzicht') wordt een stadsdeel en de bijbehorende menselijke bedrijvigheid op documentaire wijze nageschilderd, vaak gegroepeerd rond een fotografisch en perspectivisch nauwkeurige afbeelding van een belangrijk monument.

Dit type landschapschilderkunst ontstond al in Vlaanderen in de zestiende eeuw. In de zeventiende eeuw specialiseerden Nederlandse schilders zoals Vermeer in gedetailleerde en herkenbare stads- en landschappen die beantwoordden aan het gevoel van lokale trots bij de rijke middenklasse.

Toen de Grand Tour-rondreis enigszins algemeen werd, herinnerden vedute van bekende plekken als het Forum Romanum en het Canal Grande de Engelse aristocratie aan hun avontuurlijke reizen op het continent. Rond het midden van de achttiende eeuw raakte Venetië (met als bekendste exponent Canaletto) bekend als het centrum van de vedutisti. Meesters als Pannini en Piranesi schilderden ruïnes of gefantaseerde bouwwerken.

In de negentiende eeuw waren bij ons schilders als François Bossuet, François Boulenger en François Stroobant in het stadstafereel thuis. Maar hun rijk was eindig. De fotografie zou zoetjes aan tegemoet komen aan de behoefte aan topografische nauwkeurigheid.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> mijn persoonlijke favorieten in de commentaren hieronder

Diversen, Van Antoine Wiertz tot Henri Leys
Neoclassicisme en romantiek

118 p.
Uitgeverij Lannoo, 2007
De Standaard kunstbibliotheek
600 jaar Belgische kunst in 500 kunstwerken, deel 7


De inleiding van Herwig Todts in kortschrift:

Modernisering kunstwereld vanaf 18de eeuw. Loskoppeling van academie en Sint-Lucasgilde (een protectionische corporatie) door Andries Cornelis Lens. Opkomst van zelfstandig kunstonderwijs, met het oog op terugkeer klassieke kunsttheorie uit de Italiaanse 15de een 16de eeuw: “De opdracht van een kunstenaar bestaat erin objectieve universele voorstellingen te maken van personages, situaties en verhalen, die de toeschouwer leren wat waar, goed en schoon is.” Middelen: geschiedenis, mythologie, het perspectief, licht+schaduw=volume, omtreklijnen, kopiëren van antieke beelden. Intellectuele vorming in plaats van technische.

Academie: kunst als educatieve taak. Strenge 19de-eeuwse hiërarchie —
historieschilderkunst boven portretten, landschappen, stadsgezichten, dieren, interieurs, stillevens, herkenbare taferelen, genrestukken — die ook door critici gehanteerd werd. De idee kunst tentoon te stellen en het concept museum zijn modern (in Brussel, Gent en Antwerpen vanaf de Franse overheersing). Organisatie van tentoonstellingen: academie en prominenten, met steun van de overheid. Jury. Overheid prominente rol: vorming, distributie, bestellingen, beurzen. Allianties van gelijkgezinden om zich te tonen aan overheid en publiek.

Antoine Wiertz en Gustav Wappers: naar eigen zeggen beïnvloed door Rubens en zijn school, maar eerder door Géricault en Delaroche. Echte held van de 19de eeuw: Rembrandt. Ferdinand De Braekeleer en Henri Leys: onderwerpen uit het eigen nationale verleden. Qua landschappen wijzen de Franse pleiairisten alle Europese schilders de weg. Parijs kunsthoofdstad van 18de eeuw tot Tweede Wereldoorlog. Maar Belgen ook populair in buitenland: Louis Gallait en François Navez.

Veel 19de eeuwers op zoek naar gulden middenweg tussen Franse neoclassicisme (David) en sensueler werk (Delaroche, Vernet). Correcte omtreklijnen, kleur minder belangrijk. In België zit romantiek vooral in de keuze van emotionele onderwerpen. Frans Jozef Kinsoen, Joseph Denis Odevaere, Joseph Paelinck, François-Joseph Navez en Barthélemy Vieillevoye. Cultuurhistorische personages (Karel V, Bocaccio, Tasso, Byron, Milton, Hamlet), waaronder beroemde schilders. Genreschilderkunst amusant of sentimenteel. Voor Henri Leys wordt realisme een doel op zich.

____

1 reactie(s):

Achille van den Branden zei

Joseph-Benoît Suvée, De uitvinding van de tekenkunst
Dochter van Griekse pottenbakker Diboutades tekent op de muur de schaduw van haar vriendje

Frans Jozef Kinsoen, Belisarius bij het sterfbed van zijn echtgenote
Belisarius is een generaal van keizer Justinianus

Barthélemy Vieillevoye, Een tafereel uit de plundering van Luik in 1468
Luikse strijd voor het behoud van onafhankelijkheid

Gustaf Wappers & Eugène Verboeckhoven, Portret van koningin Louise-Marie als amazone
Vrouw van Leopold I

Gustaf Wappers, Bocaccio leest voor uit de Decamerone
Aan twee dames aan het hof van Johanna van Napels

Gustaf Wappers, Jonge moeder met kind
Moeder liggend in bed steekt haar kind op

Jozef Geefs, De genius van het kwaad
Marmeren beeld, kwaaiige blik, vleugels

Antoine Wiertz, La belle Rosine
Naakte vrouw oog in oog met geraamte

Antoine Wiertz, La liseuse de romans
Naakte vrouw in bed met boek

Louis Gallait, Het laatste eerbetoon aan de graven van Egmont en Hoorn
Onthoofd in bed

Louis Gallait, Portret van kolonel Hallart
Zittend in wit pak, met rug naar de toeschouwer

Nicaise De Keyser, Margareta in de kerk
Faust en Gretchen-motief

Jules Bertin, Ambiorix
Standbeeld in Tongeren

Jean-Baptiste De Jonghe, De ruïne van de abdij van Villers-la-Ville
Gotische architectuur

Gilles-François-Joseph Closson, Het Colosseum
Vervallen gang

François Bossuet, De processie van de beschermheiligen van de stad aan de kathedraal te Sevilla
Processie, perspectiefzicht

François Boulanger, Gezicht op het Sint-Elisabethbegijnhof in Gent
Nonnen, architectuur, vluchtlijnen

Philippe Van Bree, De drie Gratiën
Drie naakten getekend door een vrouwelijk publiek

Charles Hermans, Wittebroodweken
Koppeltje in het groen

Jozef Stallaert, De brodeerster
Jong meisje laat kat spelen met bol draad

Henri Leys, Portret van Lucie Leys
Niet zo flatterend, in groene japon

Jan Van Beers, Karel V als kind
Vroegoud kind

Related Posts with Thumbnails