Het geheim van de ruimtelift - Erik Thys
Vlaamse auteurs van graphic novels gaan naar mijn smaak snel te opzichtig autobiografisch (Willy Linthout) of politiek correct (Judith Vanistendael) werken. Het geheim van de ruimtelift viel positief op in dat aanbod, alleen al door zijn apoëtische vormgeving. De kille klare lijn is die van mijn favoriete graphic novelist Daniel Clowes, het palet dat van Chris Ware en zijn Jimmy Corrigan, the smartest kid on earth. Doodjammer daarom dat dit boek didactisch bedoeld is.
Erik Thys is een striptekenende psychiater die met Het geheim van de ruimtelift een verhaal heeft willen schrijven dat herkenbaar is voor mensen met een autismespectrumstoornis, en hun ouders, klasgenoten en leerkrachten. 'Verhaal' is trouwens veel gezegd. De hoofdstukjes zijn weinig meer dan een illustratie bij de symptomen van iemand met zo'n stoornis.
Mensen met autisme, lees ik in de tekst die het stripverhaal begeleidt, zien de wereld minder als een samenhangend geheel en hebben het moeilijk om rekening te houden met de context. Ze hebben een goed oog voor details en patronen, maar hebben het dan weer moeilijk met figuurlijk taalgebruik. Autisten vatten dingen letterlijk op en houden van rigiditeit in hun leefomgeving. Ze kunnen ook overgevoelig zijn voor bepaalde prikkels. Geluiden, licht, aanrakingen, bepaalde geuren en smaken komen dan veel te sterk voor. Dit kan erg vermoeiend, vreeswekkend of zelfs pijnlijk zijn. Ook ondergevoeligheid voor bepaalde prikkels komt voor.
Maar autisme kenmerkt zich in essentie door een stoornis in de communicatie, de sociale omgang en de (sociale) verbeelding. Deze drie kenmerken — men spreekt van een triade — moeten samen voorkomen om van autisme te kunnen spreken. De kwaliteit van sociale omgang is bij autisten altijd pover. Wat voor hen moeilijk is, is de wederkerigheid in sociale interactie en communicatie: in Het geheim van de ruimtelift zie je de hoofdpersoon een dovemansgesprek voeren met een parkiet, die machinaal de zinnetjes herhaalt die hem worden toegesproken.
Tekstballonnen zijn overigens een zeldzaamheid in Het geheim van de ruimtelift. Thys werkt met statische inzetjes. Maar de afstandelijke, monotone sfeer die daardoor wordt opgewerkt en het strakke regime van zes vierkante plaatjes per pagina sluiten goed aan bij het onderwerp.
Linus is de puberende zoon van gescheiden ouders — een secretaresse en een contactarme scheikundige. Hij haalt goede punten voor wiskunde, natuurkunde en scheikunde, maar kan moeilijk opschieten met zijn klasgenoten. Speelkwartier en pauzes brengen hem in de war, en contact met leeftijdsgenoten, zeker meisjes, lukt niet zo best.
Zoals gezegd is Linus weinig meer dan een optelsom van symptomen. Hij raakt makkelijk ontregelt door glinsterende oppervlakken, zoals brilleglazen of nagelnieuwe supermarktprodukten. Chaos mijdt hij als de pest. Het liefst is Linus in de weer met zijn computer of zijn electronische speeltje uit Japan. Mr. Spock is de held waar hij zich aan spiegelt. Had hij ook maar zo'n Tricorder waarmee alle gevaren uit de omgeving in kaart te brengen zijn...
De situatie wordt er niet beter op wanneer de universiteit wenkt. Het overzichtelijke plan in vogelperspectief dat Linus maakt van zijn studeeromgeving — door Thys prachtig vormgegeven, inclusief takenlijstjes — contrasteert fel met de concrete aanblik van een rommelige aula of de hectiek in een studentenrestaurant.
Het enige dat Linus onderscheidt van het wandelende praktijkvoorbeeld, is zijn passie voor liften. Hij mag er graag in op en neer gaan. "Het is er knus, klein en rustig, soms is er zachte muziek te horen en het bedieningspaneel met knoppen is heerlijk om op te drukken." Hij is gefascineerd door de liftparadox: als je op een hoge verdieping op een lift wacht, komt de eerste lift meestal van beneden, en vice versa. Dat lijkt onlogisch, want een lift gaat even vaak naar boven als naar beneden. Linus droomt ervan mee te werken aan het project van de ruimtelift:
Een kabel of lint dat iets verder dan de zogenaamde geostationaire hoogte reikt (35.786 km boven het aardoppervlak) en waarlangs een liftcabine naar boven kan klimmen zonder over raketkracht te beschikken. Aan één einde van de kabel bevindt zich een ruimtestation. Het gewicht daarvan houdt de ruimtekabel strak dankzij de middelpuntvliedende kracht.Thys weet de mogelijkheden van striptaal goed in te zetten. Hij zoomt in op de patronen van een trui of tapijt, weeft technische tekeningen in het verhaal, tekent bedreigende close-ups. Maar ondanks alles wordt Het geheim van de ruimtelift nooit een volwaardig stripboek.
Het didactische oogmerk ligt er te dik bovenop. Dus komt het allemaal goed met Linus, omdat zijn stoornis op tijd wordt gediagnosticeerd met de Dewey-verhalentest (bedoeld om het inschatten van ongewone sociale situaties te testen) en de Wisconsin card sorting test (bedoeld om stoornissen in de cognitieve flexibiliteit op te sporen).
Erik Thys, Het geheim van de ruimtelift
Een stripverhaal over autisme
100 p.
Uitgeverij EPO, 2008
Tekst bijlage Autisme Centraal


0 reactie(s):
Een reactie plaatsen