woensdag 27 januari 2010

Van Pierre Alechinsky tot Roger Raveel - diversen

Wat houdt abstracte schilders aan de gang dezer dagen? Mensen als Mondriaan, Rothko of Newman hebben lang geleden al op grandioze wijze het eindpunt bereikt van wat in dat genre mogelijk is. Waarom toch weer op zoek naar nieuwe combinaties van lijnen, vlakken, kleuren en ritmes? Zijn abstracte schilders neuroten die in hun ontwerpen — strenge composities, met kleur als emotionele grondlaag — eindelijk tot rust komen?

Door een bizar toeval kwam ik gisteravond over de vloer bij een schilder die alleen maar abstract werkt. Een kinderlijke, genereuze man die helemaal leeft voor zijn kunst. Zijn woonkamer oogde kaal — een tafel, een kleine televisie, voor de rest geen prullaria of decoratie. Zijn atelier was boven. Hij schilderde daar, en fotografeerde dan het doek.

Ik kreeg het fotoboek te zien — de catalogus van een leven lang zelfopgelegde dwangarbeid — en werd gewezen op de werken waarop de schilder trots was en degene die hij verachte. Zijn criteria waren voor mij onzichtbaar, maar ik was onder de indruk van het schuim dat op de lippen van deze zestigjarige man stond.

Daarna, en nu komt het, toonde hij een portret van een notabele uit de stad dat hij om den brode had gemaakt. Het had hem twee uur gekost, en kreeg er twee maandlonen voor betaald. Het portret was met sprekend gemak geschilderd, de gelijkenis treffend. Maar figuratie interesseerde de schilder geen bal. Hij was blij dat hij met dat geld weer naar zijn monochromen kon, zijn contouren, zijn guirlandes. Wanneer hij niet schilderde, loste hij sudoku's op, waar hij nauwelijks langer over deed dan nodig is om die vakjes met willekeurige cijfers in te vullen.

Eigenlijk wens ik iedereen zo'n intieme ontmoeting toe. Misschien dat zo de doeken meer gaan spreken dan wanneer je ze ziet in een museum, dat, zoals ik eerder schreef, vaak het midden houdt tussen een circus, een bedrijf en een mortuarium.

Het blijft alleszins de moeite om ook het internet af te speuren naar de mineuren van de abstracte schilderkunst. Een uitgeverij als Taschen heeft vele verdiensten, alleen hoort de blik verbreden van de geïnteresseerde leek daar niet bij. De Duitsers brengen het kruim van de canon in betaalbare edities, maar waarom eens geen boek over Helen Frankenthaler, op wier Robinson's wrap (1971) ik enkele maanden geleden stootte?

Van Pierre Alechinsky tot Roger Raveel leerde me wel dat er geen Belgische abstracte kunstenaars zijn waar ik echt iets mee heb. Niet dat daar meer achter steekt dan de willekeur van het lot. Wel memorabel was de kennismaking met de mij onbekende Joseph Lacasse. Althans, met de wetenschap dat hij in de jaren 1909-1910 al niet-figuratieve tekeningen maakte. Er ontstond een polemiek omdat deze tekeningen eerder zijn gemaakt dan de eerste abstracte werken van Kandinsky. Het was natuurlijk ondenkbaar dat een arbeiderszoon uit Doornik de eerste abstracte schilder kon zijn.

In Van Pierre Alechinksy tot Roger Raveel stond ik voornamelijk stil bij figuratiever werkende meesters. Zo'n geweldige outsider als Pjeroo Roobjee, bijvoorbeeld. Belgen zijn charlatans. Misschien dat ons temperament zich minder leent tot onwrikbare geometrieën. Dat we daar geen echt grote hoogten in bereiken.

Prettig was het weerzien met Octave Landuyt, wiens werk ik ontdekte op de middelbare school. Ik was gek op zijn gezichten, kopieerde de plaatjes, kleefde ze op mijn mappen, en schreef er duistere frasen bij. Maar in de persoon Landuyt heb ik me nooit verdiept. De duiding van Joost De Geest bij het schilderij De verzwolgene is niet al te best en vlucht in algemeenheden en geschiedschrijving:

In het begin van de jaren 1960, na een periode van aanleunen bij de abstractie, herneemt Octave Landuyt een aantal thema’s die hij onmiddellijk na de oorlog al behandelde, maar nu in een meer suggestieve realistische stijl. Je voelt in die vroege werken de dreiging van de Koude Oorlog en de atoombom. De figuren staan vaak naar de hemel te kijken, van waaruit alleen maar onheil lijkt te kunnen komen. In de grote werken die Landuyt dan schildert, focust hij als het ware op details uit de vroege werken in klein formaat. Met zijn reeks hallucinante koppen maakt Landuyt grote indruk. Het publiek interpreteert dit werk als de uitdrukking van pure angst, paniek, een laatste schreeuw. De technische zorg waarmee alles geschilderd is, maakt het geheel des te overtuigender. De diepe kleuren spelen ook een rol — de schilder laat in die tijd zijn voorliefde voor de grisaille wat rusten. Deze reeks is een hoogtepunt in Landuyts oeuvre. Hij vindt er een evenwicht tussen de bekommernissen van het publiek en zijn eigen evolutie naar een monumentalere uitdrukking. Als virtuoos kunstenaar zal hij nog vaak indrukwekkende werken scheppen, in vele materialen. Maar de latere werken worden gekenmerkt door een zeker maniërisme en vaak ook door de nadruk op het groteske.

Octave Landuyt, De verzwolgene (1964-1966); foto: KMSKB

Overigens had ik op de keuze van de schilderijen dikwijls wat aan te merken. Floris Jespers en Pol Mara hebben betere doeken geschilderd dan ik hier terugvind. En waar blijft Hugo Claus, als dit boek toch gaat over de Belgische inbreng in Cobra?

Claus heeft geen oorspronkelijke bijdrage geleverd aan de plastische kunsten, dat is waar. Hij deed maar wat, en liefhebberde in alle denkbare stijlen. Ik zie alleen niet in waarom dat een bezwaar zou zijn. Claus heeft enkele prachtige doeken geschilderd en vond dat artiesten die zichzelf voortdurend herhalen meer neigen naar therapie dan naar kunst.

Alleen hebben one trick pony's als Bram Bogart een streepje voor in dit soort overzichten. De kunstenaar als van verre te herkennen merknaam. Elk werk prettig representatief.

Ik keek er trouwens vreemd van op dat juist een eerbiedwaardige instelling als Het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel een ondersteunende rol speelde voor kunstenaars in de jaren 1945-1958. In de jaren vijftig en zestig veranderde situatie weer, en overvleugelden de privécollecties in ons land die van de musea. In Vlaanderen wemelt het van de verzamelaars, schrijft Lars Kwakkenbos in zijn inleiding, maar als ze hun kunst willen tonen, doen ze dat liever in het buitenland.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> mijn persoonlijke favorieten in de commentaren hieronder
> http://www.art-abstract.com/artikelen/belgischekunst.html

Diversen, Van Pierre Alechinsky tot Roger Raveel
Cobra, abstractie en pop art

118 p.
Uitgeverij Lannoo, 2007
De Standaard kunstbibliotheek
600 jaar Belgische kunst in 500 kunstwerken, deel 3


De inleiding van Lars Kwakkenbos in kortschrift:

In 1939 stichting van La Route Libre door Gaston Bertrand, Anne Bonnet en Louis van Lint, uitgebreid in 1941 onder de naam Apport, de naam van een jaarlijks salon in de galerie Apollo. In 1944 aldaar de tento La Jeune Peinture Belge.

In 1948 oprichting Cobra, een erfgenaam van het vooroorlogse surrealisme. Begrippen als figuratief en abstract niet meer van tel. Na de oorlog echo’s van surrealisme, expressionisme en Cobra in het werk van Octave Landuyt, Roel D’Haese, Reinhoud, José Vermeersch.

Abstractie pas tot bloei in België in de eerste helft van de jaren vijftig: Antoine Mortier, Louis van Lint, Englebert Van Anderlecht, Maurice Wyckaert. Onder vuur tot begin jaren zestig. 1958 sleuteljaar: kennismaking met buitenlandse moderniteit op Wereldtentoonstelling. G58-Hessenhuis: Vic Gentils, Walter Leblanc en Paul Van Hoeydonck willen kunst die de ruimte verkent. In 1954 al spatialisme: Jo Delahaut, Pol Bury, Karel Elno en Jean Séaux. Geometrische abstractie: Amédée Cortier, René Guiette, Dan Van Severen. Monochrome schilderkunst. Het boek Abstracte schilderkunst in Vlaanderen van Michel Seuphor (1963).

Invloed van pop art: Marcel Broodthaers, Roger Raveel. Raveel: het gespleten karakter van het Vlaamse landschap, tussen stad en platteland in. Raoul de Keyser, Etienne Elias. Conceptueel schilderen: Hugo Duchateau, Antoon De Clerck, Marcel Maeyer. Einzelgängers: Bram Bogaert, Fred Bervoets en Pjeroo Roobjee. Kunst in de metro.

____

2 reactie(s):

Achille van den Branden zei

Gaston Bertrand, Duinen
Abstracte compositie met grijs

René Guiette, De grote stad
Donker vogelperspectief

Luc Peire, Manolete
Verticalen op een donker vlak

Maurice Boel, Abstracte compositie
Abstract met rood, zwart en wit

Roger Raveel, Neerhof met levende duif
Drieluik met vogelkooi en duif

Joseph Lacasse, Peinture
Abstract met geel, rood en oranje

Roel D’Haese, The song of evil
Paard en man in brons

Vic Gentils, Het Schaakspel
Reuzeschaakspel in gestrandstraald en gebrand hout en metaal

Evelyne Axell, Joli mois de mai
Popart mei ‘68

Paul Van Hoeydonck, Astro
Torso van een astronaut in chroomstaal

Raoul De Keyser, Gezamelijke opstelling van 3 werken
Drie schilderijen met groen en blauw

Antoon De Clerck, Wat een drukte op de E5
Hyperrealistisch doek, twee vrouwen op een brug

Pjeroo Roobjee, Paasmaandag in de Lorelei, bij Cindy
Kleur, kitsch, karikatuur

Christian Dotremont, Logogrammen
Chinese inkt op Japans papier

Bram Bogart, Place de Londres
Pigmentpoeder, olie, water, verse gips of cement

Antoine Mortier, Zonder titel
Abstract met donkerblauw en grijs

Anoniem zei

Antonio Saura! Franz Kline! K.R.H. Sonderborg! Zao Wou-ki!

Related Posts with Thumbnails