dinsdag 26 januari 2010

Van Marcel Broodthaers tot Guillaume Bijl - diversen

Ik moet een jaar of acht geweest zijn. Ik keek naar het programma Kunstzaken — in de jaren tachtig werd iedereen ingewijd in de schone kunsten door Regine Clauwaert — en opeens kwam er een exporuimte met een enorme berg eierschalen in beeld. 'Als ik dit ooit mooi vind', riep ik, 'mogen ze mij naar het gekkenhuis voeren'. Een dikke twintig jaar later heeft het mirakel zich voltrokken, en kan ik erg genieten van conceptuele kunst.

Alleen weet ik niet wat er precies gebeurd is. Het gaat ook niet om een plotse bekering, maar om een proces. Ik heb een paar bevlogen leraren esthetica gehad. Door in honderd-en-één kunstboeken te bladeren heb ik mijn smaak verfijnd. En ik weet tegenwoordig dat het scala aan interessante emoties en gedachten veel breder is dan kleinburgerlijke begrippen als 'mooi' en 'lelijk'.

Wat me aanspreekt aan conceptuele kunst is het avontuur. Beeldende kunst kan tegenwoordig alle kanten op. Als ze dat niet wil, hoeft ze zich niet bezig te houden met bustes en portretten, stillevens en landschappen, genrestukken en volksverheffing. Die vrijheid heeft ze nu al honderd jaar lang. Zelfs conceptuele kunst, die ik altijd associeerde met jeugd en vernieuwing, is al een stuk ouder dan ikzelf. Ik schrok van wat Johan Pas in de inleiding van dit boek vertelt: het postmodernisme in de kunst heeft zijn wortels in het conceptualisme van de jaren zeventig.

Daarnaast bevalt me het materiële aspect. Kunstenaars proberen de wereld te duiden, te bekritiseren, op zijn kop te zetten door gebruik te maken van alledaagse voorwerpen — tuinkabouters, een aftandse sofa, een stuk beton, familiekiekjes — en van materialen die geen greintje aristocratie bezitten. Ik heb er geen problemen mee dat kunst daardoor herleid wordt tot vondsten en vondstjes. Integendeel: nu kan de gewone beschouwer zich rechtstreeks meten met de kunstenaar. Een middeleeuws panorama zal ik nooit kunnen schilderen. Zo'n doek heeft alleen daarom al nauwelijks iets met mijn leefwereld te maken. Maar door een goed idee van Jan Van Oost, Denmark of Didier Vermeiren kan ik echt opgewonden raken, en blij, en jaloers. Het gevoel van: hier is de menselijke inventiviteit aan het werk, in onversneden vorm.

Met een goeie tekening heeft moderne kunst gemeen dat less altijd more is. Een goede tekenaar kan de essentie vatten in een paar lijnen. En ook een artiest moet met zo weinig mogelijk middelen grote beroering of ontroering wekken. Althans, bij mij is de mate waarin objecten iets losmaken recht evenredig met hun eenvoud. Wim Delvoye (bezoek zeker zijn website) is er een meester in. Hoe hij kortsluiting weet op te wekken door twee voorwerpen of materialen met elkaar te combineren, vind ik knapper dan wat pakweg Jan Fabre doet, wiens werk toch meer een zoektocht is naar poëtische schoonheid.

Wat me niettemin het meest raakte in dit boek was La Traviata, van de Vlaamse kunstenares Lili Dujourie (Roeselare, 1941). Toch weer een object met gebruiksaanwijzing. Bart Janssen geeft die:

De opera La Traviata van Giuseppe Verdi beleeft zijn première in 1853. Tal van personages en figuren komen op de planken en een tragische liefdeshistorie voltrekt zich in een weelderig decor. Niets daarvan in het werk met dezelfde titel dat Lili Dujourie ongeveer 130 jaar later met gelakt hout en fluweel vervaardigt. Geen personage treedt aan en zelfs geen decorstuk dat naar Verdi's opera verwijst is te zien. Slechts de vorm van een schouwtoneel met doek wordt gesuggereerd. Het gordijn van La Traviata lijkt open te zullen gaan, maar meer dan een leeg vlak wordt niet getoond en zal ook nooit getoond worden. 'Het doek valt' — en dat betekent hier zowel dat het zich sluit als dat het zich opent. Het gordijn speelt de enige rol en is het enige attribuut. 'Het is zowel subject als object.' Het materiaal waarmee het doek is uitgevoerd — luxueus fluweel met rijke, volle kleuren — plaatst het kunstwerk ook in de traditie van de Vlaamse Primitieven en de barokschilderkunst. Zo weet de kusntenares de klassieke schilderkunst in één eenvoudig stoffelijk gebaar op te nemen in een op en top hedendaags kunstwerk. Een beeld vervaadigd met voelbaar en sensueel materiaal, op een concrete wijze vormgegeven, krijgt onstoffelijke en historische dimensies. Tussen het ongrijpbare en het tastbare, het zichtbare en het onzichtbare, het getoonde en het geheime, wat onthuld wordt en wat verborgen blijft, beweegt zich de fluweelsculpltuur en bij uitbreiding het hele beeldende oeuvre van Lili Dujourie.

Lili Dujourie, La Traviata (1984); foto: SMAK

Zo'n voorbeeld laat meteen zien dat conceptuele kunst vooral speelt met het naast elkaar bestaan van afbeelding (de onmiddellijke waarneming van een beeld) en symbool (het beeld plus de associaties die het oproept). Het draait pas in tweede instantie om vakmanschap. Het fijne is dat een kunstenaar hierdoor veel onafhankelijker is geworden, omdat zijn marktwaarde eerder schuilt in zijn ideeën, dan in de uitvoering ervan. Particuliere verzamelaars kopen weliswaar nog steeds kunstwerken op de vrije markt (al verloopt dit proces tegenwoordig via de kunsthandel) maar zij geven de kunstenaar geen opdrachten meer zoals kloosters, gilden, het hof of de kasteelheer dat vroeger deden. Het lastige van die situatie is dat de kunstenaar zelf de smaak en het publiek moet vormen (via de kunstkritiek en de criticus) van wier patronaat hij, zeker in zijn beginjaren, afhankelijk zal zijn. En dat brengt dan weer (vaak schaamteloze) zelfpromotie met zich mee.

Boeiend blijft overigens de satirische kracht van moderne kunst. Zo is in Van Marcel Broodthaers tot Guillaume Bijl terecht Le grand oiseau opgenomen van Thierry De Cordier (ook wel Vogelschrik genoemd). Een werk uit 1989 is dat. We zien een zwarte menselijke gestalte met snavel, een kruising tussen een vogelverschrikker en een christusfiguur. Wat beschouwer Michael Palmer er jammer genoeg niet bij vertelt is dat dit beeld geïnspireerd is op een eerder werk, de Lijdensvanger van Puycelsi (ook wel Painstick of Attrape Souffrance). Dat beeld, bestemd om 'het lijden van de dorpelingen uit het Zuidfranse dorpje Puycelsi te vangen en te laten verdwijnen', werd door de bewoners — met instemming van de gemeenteraad — in de vallei geworpen. Práchtig verhaal, vind ik dat.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> lijstje met persoonlijke favorieten in de commentaren hieronder

Diversen, Van Marcel Broodthaers tot Guillaume Bijl
Conceptualisme, neo-expressionisme en postmodernisme
118 p.
Uitgeverij Lannoo, 2007
De Standaard kunstbibliotheek
600 jaar Belgische kunst in 500 kunstwerken, deel 2


De inleiding van Johan Pas in kortschrift:

Klimaat eind jaren zestig: versnelling van enkele tendensen. Vietnam tast voorbeeldfunctie van het Amerikaanse model aan. Geloof in de materiële welvaartstaat niet meer zo onbekommerd. Massamedia: maatschappelijk bewustzijn. Provobeweging. Rumoerige happenings. Alternatieve lifestyles: hippiedom, yoga, macrobiotiek. Klassieke rolpatronen in vraag gesteld. Studentenrevoltes met culturele ondertoon. Leuven Vlaams. Sovjetinterventie in Tsjecho-Slovakije. In Nederland en België socialistische bewindvoerders. Ecologisch denken. Rapport van de Club van Rome. Energiecrisis.

In 1968 worden ook in Antwerpen, Gent, Brussel en Luik diverse kunsttempels bezet als symbolen van het conservatieve beleid. Doorbraak van de conceptuele kunst (het idee primeert op de uitvoering) in België, hoewel de term nog te veel een vergaarbak is voor alle niet-sculpturale of niet-schilderkunstige kunst.

In de loop van de jaren zeventig wordt conceptuele kunst modieus. Conceptuele kunst verwant aan Amerikaans-Engelse concept art. Omvat ook arte povera en landart. Sleutelteksten van Sol LeWitt en Joseph Kosuth. Het kunstwerk spreekt over alle voorgaande kunst, kan als puur idee gecommuniceerd worden. Daarom spelen communicatie, informatie en documentatie een cruciale rol in de conceptkunst. Belgische conceptuele kunst minder theoretisch, met flinke dosis ironie en humor. Panamarenko, Luc Deleu, Yves De Smet, Philippe Van Snick, Leo Copers, Daniel Dewaele, Danny Matthys, Filip Francis.

"De jongere kunstenaars ervaren een crisis van het experiment en stellen zich tot doel de kloof tussen leven en kunst te dichten." De kunst bevragen, door vorm, inhoud en presentatie-omstandigheden te bestuderen en te relativeren. Daarbij beschouwen ze het kunstwerk eerder als een spoor van een denkproces dan als een autonoom esthetisch object. Het museale discours vermijden. Jacques Charlier, Marcel Broodthaers, Jef Geys, Luc Deleu, Guy Mees. In de zoektocht naar de ultieme communicatie speelt ook het jonge medium video een belangrijke rol. Lili Dujourie, Hugo Heyrman. Mailart: Johan Van Geluwe.

In vergelijking met Nederland in België in de jaren na WOII weinig museale presentaties van hedendaagse kunst. Het zijn vooral de progressieve galerieën die in België een lans breken voor de nieuwe kunst. Wide White Space Gallery en De Zwarte Panter in Antwerpen, MTL in Brussel, Plus-kern in Gent, Yellow Now in Luik. Kunstenaarscollectieven: Ercola, De Nieuwe Koloristen, Mass Movement en CAP (Jacques Lennep, Pierre Courtois, Jacques Lizène, Jacques-Louis Nyst, Jean-Pierre Ransonnet).

Klimaat eind jaren zeventig: revolutionair elan verdwenen. De tweede olieschok vergroot de uitzichtloosheid. Massale werkloosheid, prijsstijgingen, inflatie, besparingen. Punkrock en new wave. Grootstad, chaos en provocatie in plaats van natuur, vrede en liefde. Uit de VS worden neoliberale ideeën geïmporteerd. De idealen van de vrijemarkteconomie zullen jaren tachtig domineren. Yuppiedom. Postmodernisme.

Het Museum voor Hedendaagse Kunst (later SMAK) in 1975. Tento Chambres d’amis (1986). PMMK in Oostende (1986). Muhka in Antwerpen (1987).

Postconceptuele en postmoderne kunst: Jan Vercruysse, Guillaume Bijl, Guy Rombout, Danny Devos, Jan Fabre, Ria Pacquée, Anne-Mie Van Kerckhoven. Postconceptuele schilders: Mark Luyten, Narcisse Tordoir, Philippe Vandenberg, Paul De Vylder en Walter Swennen. Figuratieve sculptuur en installatiekunst: Wim Delvoye, Patrick Van Caeckenbergh, Jan Fabre, Jan Van Oost, Fred Eerdekens, Ludwig Vandevelde, Didier Vermeiren, Hugo Debaere. Ironisch terugkijken naar de kunstgeschiedenis. Maar omdat dit postmodernisme wortels heeft in het conceptualisme van de jaren zeventig, leidt dit bij de jonge kunstenaars van de jaren negentig tot een herontdekking van de conceptuele kunst. De conceptuele kunst is zelf geschiedenis geworden.

Minimal art uit de jaren 1960 wil kunst in het werk tot een minimum beperken. Materiaal wordt onbewerkt en elementair vorm gegeven. De hand van de kunstenaar dient weggecijferd en referenties moeten worden gebannen.

____

1 reactie(s):

Achille van den Branden zei

Jacques Lizène, Documents rapportés d’un voyage au coeur de la civilisation banlieu
22 zwart-witfoto’s, het relaas van een leerjongen in een industriële fabriek

Wout Vercammen, Vlaamsch landschap
Geel doek met zwarte band onderaan en sjabloonletters

Jacques Lennep, Hallo… Niemand?
Deconstructie van de handeling van het telefoneren

Marcel Broodthaers, Petrus-Paulus Rubens
Titels van denkbeeldige schilderijen

Danny Matthys, Terras
Reeks van zes zwart-witfoto’s waarop telkens een tafel met stoelen centraal staan

Jacques-Louis Nyst, L’Objet
Video, de ontdekking van een kleine theepot

Filip Francis, Motorisch-mentale compositie
Dambordpatroon dat aan een aantal randen uitgevaagd lijkt te zijn

Jan Fabre, Ik, aan het dromen (spijkerman)
Zittende man bekleed met omgekeerde punaises

Didier Vermeiren, Zuil
Sokkel met daarop nog een omgekeerde sokkel

Lili Dujourie, La Traviata
Gelakt houten raamkozijn met daarin een luxueus fluwelen doek dat half op de grond hangt

Guy Rombouts, Périphases
Eigen alfabet

Mark Luyten, (Portret)
Twee vierkanten: een klein portret tegenover een groot zwart vlak

Ria Pacquée, The girl who was never asked to marry
Trouwfoto aan de muur (vrouw alleen) en trouwjurk gedrappeerd over een sofa

Thierry De Cordier, Le grand oiseau (gardien de potager)
Halfdierlijk wezen/vogelverschrikker/Christusfiguur

Willy De Sauter, Zonder titel
Vier donkere rechthoeken, die veel weghebben van drie ramen en een deur

Wim Delvoye, Panem et circenses I
Handbaldoel met glasraamkunst in plaats van netten

Marthe Wéry, Tournus
Een retabel van zes monochrome luiken in een refectorium van een abdij

Jan Fabre, Mur de la montée des anges
Jurk met honderden op een lege mal van kippengaas gemonteerde, geprepareerde kevers

Jan Van Oost, Zonder titel (zittend meisje)
Zwart gekleed meisje, angstig ineengedoken tegen de muur

Guillaume Bijl, TV-quiz dekor
Perfecte reconstructie van een quiz dekor

Panamarenko, Panama, Spitsbergen, Nova Zembla
Duikboot

Denmark, Serre
Stapels Duitstalige kranten in een serre

Luc Deleu, Orbino
Uitkijkpost van containers

Related Posts with Thumbnails