vrijdag 15 januari 2010

The elsewhere community - Hugh Kenner

Voor iemand die veel boeken leest, ga ik opvallend weinig naar boekvoorstellingen of auteurslezingen. Ik verdraag de kamervullende ego's van schrijvers heel slecht, en literatuur als gezelschapsspel, met dure praatjes aan de tapkast nadien, interesseert me niets. Goed schrijven staat ook absoluut niet garant voor goed praten, of omgekeerd. Zelfs bij de beste spreker is het boek altijd slimmer dan zijn auteur. Literaire lezingen bijwonen is toch een veredeld soort aapjes kijken.

Daarom was ik stomverbaasd te lezen hoe in The elsewhere community uitgerekend een kenner van het modernisme — een zeer tekstgeoriënteerde literatuuropvatting — eraan houdt schrijvers in het echt te ontmoeten.

De Canadese essayist Hugh Kenner (1923-2003) studeerde eerst aan de universiteit van Toronto, onder Marshall McLuhan. Na het behalen van een Ph. D. op Yale gaf Kenner les op verschillende universiteiten en begon literatuurkritische essays af te scheiden. Zijn belangrijkste boek is allicht The Pound Era (1971), waarmee hij de reputatie van Ezra Pound als een van de grootste modernistische schrijvers veiligstelde, nadat diens imago lang was beschadigd door de dubieuze praktijken van de dichter tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Kenner moest de lange weg naar het modernisme op eigen houtje afleggen: de literatuurlessen op de Canadese universiteiten voor de Tweede Wereldoorlog gingen niet verder dan het jaar 1850. Het was McLuhan die Kenner op 4 juni 1948 in contact bracht met Pound in een psychiatrische kliniek in Washington. Die beslissende ontmoeting — Pound zou uitgroeien tot Kenners grote held — wordt uitgebreid beschreven in dit boekje, temidden van allerlei biografische en literatuurhistorische informatie. Onder meer een terzijde over Pounds concept van het 'vorticisme'.

All his long life, Pound’s them, his guiding artistic principle, was something he called “Patterned Energy”. In his late twenties, he was writing of “our kinship to the vital universe, to the tree and the living rock.” Though a human being is “chemically speaking… a few buckets of water, tied up in a complicated sort of fig-leaf,” still, said Pound, we have our thoughts within us, “as the thought of the tree is in the seed.” By 1914, he was using the example of “the whirlpool” or “the vortex” to describe what he meant. Vortex: not the water but a patterned energy made visible by the water.
“Vorticism,” as it came to be called, was a way of thinking that reflected not only Pound but the times in which he lived: the age of modernism. In fact, Pound and the writer Wyndham Lewis — a self-proclaimed “vorticist” — even put out a publication called Blast!, insisting on vorticist thinking. And in a poem written in 1925, entitled “Among School Children,” Yeats would ponder the fact that if a young mother could see her baby as a sixty-year-old, she might well decide the end product wasn’t worth the trouble of birth and upbringing. But, said Yeats, it’s misleading to think only in terms of an end product. The same unique patterned energy defines the infant and the sexagenarian and every phase in between: “How can we know the dancer from the dance?
Kenner heeft het daarnaast over de spanning tussen Pounds Amerikaanse afkomst en zijn inbedding in de Europese cultuur, zijn verwantschap met James Joyce, de samenwerking met T.S. Eliot aan The Waste Land, zijn verering voor William Butler Yeats (die hem leerde hoe hij poëzie en omgangstaal met elkaar moest verzoenen), de geboorte van uitgeverij New Directions, en uiteraard Pounds sympathieën voor Musolini en het fascisme. Pound zag de inhaligheid en woekerpraktijken (usura) van joodse bankiers als de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van de Tweede Wereldoorlog.

Op zoek naar bewonderde schrijvers bezocht Hugh Kenner het Europese continent in 1956, een tijd waarin transatlantische vliegreizen duurder waren dan nu, maar alvast stukken makkelijker dan de bootreizen die negentiende-eeuwers moesten maken.

Terugblikkend plaatst Kenner zijn oversteek naar Europa in het licht van de achttiende-eeuwse traditie van de Grand Tour, toen rijkeluiszonen met tijd en geld, in een tijd toen er nog geen fotografische reproducties bestonden, hun scholing afrondden met een bezoek aan de culturele knooppunten van het avondland. Vooral Italië was toen het beloofde land, dat vanuit Frankrijk alleen te bereiken was na een zware passage door de Alpen.

Kenner ziet reizen als een verplicht onderdeel van elke oprecht intellectuele vorming. Het ware reizen doe je naar plekken en mensen die je onvertrouwd zijn en waar je iets van opsteekt. Het is iets anders dan een lijstje met bezienswaardigheden afturven tijdens een georganiseerde groepsreis: je blik wordt er ruimer van, de 'weer thuis'-ervaring krijgt er diepgang door. Die sensatie van persoonlijke groei, noemt Kenner met een lelijk begrip de 'elsewhere community'.
A special and unparalleled way to know is to go where you’ve never been. And the key to this quest for knowledge is “elsewhere”. In going there, you join what, in these lectures, we will be calling an “Elsewhere Community”. It’s a concept that is impossible to define strictly. It can name where you dream of going — where bluebirds fly, perhaps. Or it can describe the people you’ve met somewhere, memories of whom have helped to change you. Or it’s an awareness of your own growth and change, arising from the places you’ve been: Rome’s Sistine Chapel, perhaps, of the Zen Gardens of Kyoto, or the green oasis of Manhattan’s Central Park.
Eigenlijk is het fenomeen al zo oud als de Odyssee van Homerus. Ook Odysseus, wordt hier betoogd, had na jaren van huis vooral een innerlijke ontdekkingsreis meegemaakt. Midden jaren vijftig maakte Kenner zijn persoonlijke Grand Tour, toen hij op korte tijd Samuel Beckett opzocht, de weduwe van Yeats, Charles Tomlinson, Eliot (die een nummertje opvoert — "The variety of Eliot’s roles invites study"), Wyndham Lewis, William Carlos Williams en Marianne Moore. Tussendoor geeft hij een heldere definitie van het modernisme.
Modernism: a simple first-time overview might define it as an extraordinary period in the arts during the first half of the twentieth century. A “return,” especially in poetry, to simple words placed in a natural order — no more Tennysonian jewels a-sparkle “on the stretch’d forefinger of all time,” but rather, “Let us go then, you and I…” The world the poem inhabits isn’t some Camelot or grassy heath; it is, perhaps, today’s London. And the hallmarks of today are not shunned; notably, its surrounding technology, subways, cars, telephone, and gramophone. Nothing requires shunning out of being dubbed “unpoetic”. And the poem is in no way an “escape” from a dreary world. No, poetry is not an anaesthetic to soothe or lull you into artificial tranquillity.
Die ontmoetingen met schrijvers leveren een paar waarderende portretten op, die mijn vooroordelen in de inzet van dit stukje wat counteren. Misschien is de basis van oprechte ontroering inderdaad wel altijd concreet, fysiek, en dus anekdotisch. Alleen vond ik het jammer dat Kenner betrekkelijk vlakke bladzijden wijdt aan Marianne Moore, de enige uit het gezelschap waar ik iets mee heb. Aardig is niettemin het verhaal van de toen al slechtziende William Carlos Williams, die veel van zijn gedichten opdeelde in blokjes van drie regels met een getrapte insprong. Die werkwijze, ontdekte Kenner, was puur praktisch.
Well then, to find the beginnings of his typed lines, Williams devised to the three-step line. First, he set one left margin and two tab stops and type his first line at the margin. The next line began one tab stop in. And so on.
Deze bundel, de schriftelijke neerslag van een lezingenreeks, sluit af met 'And now, the invisible tourist', waarin Kenner de intellectuele mogelijkheden bewierookt van dat nieuwe medium, het internet. Die opvallend positieve teneur, in 1997 al, is voor iemand uit de alfawetenschappen lang niet gek. Kenner beschouwt cyberspace als een enorme naslagbibliotheek, maar ook als een laagdrempelige ontmoetingsplaats voor gelijkgezinden. En ook op internet kan een pupil leermeesters ontmoeten.
On the Internet, that exposition would lose much, notably, a tender moment in front of the fire and the physical presence of what was being explained. Still, the Net offers something one-on-one presence does not: acces to any mentor who has a computer, anywhere in the world. Media always offers gains, though offset by losses.
En daarmee is de cirkel mooi rond: ik las dit boekje nadat een anonieme lezer van Achille me Hugh Kenner aanraadde, van wie ik nog nooit had gehoord. Laat ik die lezer hier danken.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> beknopte bibliografie in de commentaren hieronder

Hugh Kenner, The elsewhere community
128 p.
Uitgeverij House of Anansi, 1998

_____

4 reactie(s):

Achille van den Branden zei

The age of the grand tour – William Beckford
Autobiography – Edward Gibbon
Lyrical poems old and new – George William Russell
Collected poems – Patrick Kavanagh
The Pound era – Hugh Kenner
Collected poems – Charles Tomlinson
The mysterious Mr Bull – Wyndham Lewis


The CBC Massey Lectures Series:

The unconscious civilization – John Ralston Saul
On the eve of the millennium – Conor Cruise O’Brien
Democracy on trial – Jean Bethke Elshtain
Twenty-first century capitalism – Robert Heilbronner
The malaise of modernity – Charles Taylor
Biology as ideology – R.C. Lewontin
Prisons we choose to live inside – Doris Lessing
The politics of the family – R.D. Laing
Nostalgia for the absolute – George Steiner
Necessary illusions – Noam Chomsky
Compassion and solidarity – Gregory Baum
The real world of democracy – C.B. Macpherson
Latin America – Carlos Fuentes
The educated imagination – Northrop Frye
The real world of technoly – Ursula Franklin
Designing freedom - Stafford Beer

Ben Hoogeboom zei

Hallo Achille,
Maar heb je Pound wel eens gelezen? Wie van Pound kan genieten, heeft per definitie geen verstand van literatuur.

Achille van den Branden zei

Wel of juist geen verstand van literatuur? En waarom 'per definitie'? En waarom zo akelig dogmatisch?

ABC of reading vond ik voortreffelijk. Jaren geleden ook 'Mauberley en andere gedichten' gelezen, maar dat heeft geen onuitwisbare indruk op me gelaten.

Ben Hoogeboom zei

Achille,
Ik bedoelde, niet zo dogmatisch als ik het gisteravond formuleerde, dit. Als je Pound leest, dan weet je al na drie vier regels: bah, wat een opschepper! En dan, na zeven acht regels: wat een geraaskal!
Pound is eenvoudigweg geen literatuur, geen dichtkunst.
Maar ik ben ook geen modernist, moet je rekenen. Ik houd meer van Mandelstam, bijvoorbeeld.

Related Posts with Thumbnails