The arrogance of the French - Richard Z. Chesnoff
Een paar maanden geleden nog zag ik een trosje Amerikaanse vrouwen afgesnauwd worden door een ober in het Quartier latin. Een tafereel dat zo in dit boekje kon. Parijs blijft een populaire reisbestemming voor Amerikanen, maar waarom doen die Fransen altijd zo hautain en vijandig tegen hen? Journalist Richard Z. Chesnoff ging op zoek. “I’ve spent fourteen self-flagellating years living and working in France trying to figure out the answers to all those questions.”
Richard Z. Chesnoff, correspondent voor U.S. News & World Report, New York Daily News en Newsweek, verblijft afwisselend in Amerika en Frankrijk. Met The arrogance of the French schreef hij een venijnig boekje over de Franse mentaliteit, bedoeld voor de Amerikaanse achterban. Althans, zo leek het toen ik het kocht. Maar het is veel meer dan dat. Chesnoff rekende voor eens en voor altijd af met zijn gastland.
Uitgangspunt zijn de gemeenplaatsen die de Fransen koesteren over de Amerikanen — die overigens vergelijkbaar zijn met wat in België ingang vindt. De Verenigde Staten zijn een neo-imperalistisch land zonder geschiedenis, een land van roekeloze cowboys en hebzuchtige oliebaronnen, waar de sociale zekerheid niets voorstelt, genetisch gemanipuleerd graan verbouwd wordt, en milieuvervuiling volkssport nummer één is. Amerika is het land we love to hate, en ondertussen kijken we naar Amerikaanse films, eten we bij McDonald's, en dragen jeans.
Fransen, van hun kant, zijn zo averechts, meneer. Het zit in de kleine dingen. Fransen willen niet dat Californische wijnboeren de naam ‘champagne’ in hun vaandel dragen. Fransen misprijzen het succes van Lance Armstrong. Of actueler: de Franse topbibliotheken zijn niet zo happig om hun boeken door Google te laten digitaliseren. Maar het zit ook in de grote dingen. Frankrijk stond het luidst te protesteren toen de Amerikanen Irak binnenvielen. Iets wat Chesnoff, die er in dit boekje uit 2005 een heel hoofdstuk aan wijdt, moeilijk kan verkroppen. Amerika, dat la douce France van de nazi's bevrijdde, terwijl het zelf heulde met de vijand!
The fact that France was literally saved by the United States — especially in World War II — has also not done very much to put France at ease. While Britain and the other Allied nations could sincerely celebrate the 1945 defeat of the Nazis as a joint victory, the French could not honestly claim that prize. (Besides, for more than a generation, there were many French of varying degrees of leftist persuasion who remained convinced that it was the Soviet Union that actually won the war.)Hij geeft verschillende oorzaken voor de rivaliteit tussen beide landen, en vooral de toenemende frustratie van Frankrijk daarbij. Het heeft natuurlijk te maken met de wisselende politieke en economische machtsverhoudingen na de Tweede Wereldoorlog, die ook nog eens onderstreept worden door de dominantie van het Engels over het Frans. Ook cultureel is Parijs niet langer toonaangevend. Frankrijk voelt zich langzaam een museum worden, en dat doet pijn voor een natie die zichzelf door de eeuwen heen een voorbeeldfunctie heeft aangemeten. Komen daar ook nog de goede relaties bij tussen de VS en Groot-Brittannië, de erfvijand van Frankrijk.
In the wake of that war, Charles de Gaulle made indefatigable attempts to paint France as a united nation of resistance fighters. But for all his heroic hubris, the fact remains that France had surrendered to the invading Germans with little fight, and that until Allied forces arrived in France, those among the French who actively resisted the Nazi accupation, or even helped resistant fighters, remained a distinct minority.
Met verbijsterende verbetenheid — en zonder humor — gaat Chesnoff dan op zoek naar zaken waarop hij de Fransen terug kan pakken. De roekeloze rijstijl van de Fransen. De overspeligheid van Franse presidenten. De geprikkelde reactie van de plattelandsbevolking op de komst van hij, een Amerikaan die hun vervallen huisjes opknapt. De gebrekkige opvang van immigranten uit de Maghreblanden. De corruptieschandalen. De grote werkloosheid en stakingsbereid in het land — "kijk maar naar dat boekje Bonjour paresse van Corinne Maier"!
Interessant vind ik Chesnoff alleen als hij koekjes van eigen deeg uitdeelt. Frankrijk had kritiek op de aanpak van Bush na orkaan Katrina, terwijl het zelf niet kon voorkomen dat in de zomer van 2003 liefst 15.000 voornamelijk oudere mensen stierven aan de gevolgen van de hittegolf. Frankrijk geeft hoog op over de Kyotonormen, maar telt ondertussen wel het meeste dieselrijders van Europa. De Fransen doen bezorgd over nucleair afval, terwijl het zelf bijna tachtig procent van zijn energie haalt uit kerncentrales. Amerikanen zouden zogezegd te weinig tact aan de dag leggen in hun relaties met Arabische volkeren, maar ook Frankrijk moest hun pieds-noirs met de staart tussen de benen terugtrekken uit Algerije. Frankrijk misprees de Vietnam-saga, maar wat deed de koloniale mogendheid zelf allemaal voor fraais in Noord-Afrika en Zuid-Oost-Azië?
Contacten met foute regimes is een teer punt geworden voor de Amerikaan. En dan gaat het niet alleen over de stalinistische sympathieën van de Franse intelligentsia in de jaren vijftig. Chesnoff geeft tekst en uitleg bij de welwillende banden tussen Frankrijk en dictators uit Zimbabwe (Mugabe), Gabon, Togo, Congo, de Centraal-Afrikaanse Republiek (Bokassa), Egypte (Nasser) en Libië (Kadafi). Hij lijst fijntjes de economische belangen op van Frankrijk in Irak. En hij, een Amerikaanse jood, signaleert verbolgen Frankrijks banden met de PLO.
Het kleinzielige van al het bovenstaande zit niet in de terechte punten van kritiek, het hekelen van hypocrisie — het zit in de totale blindheid voor Amerika's eigen schijnheiligheid in binnen -en buitenlandse aangelegenheden. Chesnoff haalt zijn neus op voor een land met een cultuur — de centralistische regering, de grote linkse vleugel, de sterke vakbonden — die hij niet begrijpt, en een kritische ingesteldheid die hij afdoet als 'misantropisch'.
Het punt is vooral dat ik hem niet op zijn woord geloof. Hij noemt geen bronnen en heeft een heel kwalijke manier van geschiedenis samenvatten. Zo stelt hij het voor alsof de Amerikaanse inbreng op het einde van de Eerste Wereldoorlog (met 116.000 gesneuvelden) de redding betekende voor Frankrijk — "that added just enough weight to tip the final balance in favor of the Allies and save France from defeat" — , daarmee de inspanningen van de Britse, Belgische, Franse, Australische en Canadese troepen negerend. Dus geloof ik ook zijn versie niet van de veranderende verhouding tussen de Verenigde Staten en Frankrijk op het laat-achttiende-eeuws en negentiende-eeuwse Noord-Amerikaanse continent, hoe weinig ik daar ook over weet.
Wat ik desondanks meeneem is de theorette van Chesnoff als zou Descartes de hele Franse denktrant verpest hebben. Niet diens logische helderheid en systematische aanpak, maar diens opvatting dat uit één zuiver rationele premisse alle waarheid kan gevonden worden. Voeg daarbij een schoolcurriculum dat overdadig op taal gericht is en nauwelijks ruimte laat voor discussie en samenwerking (in Frankrijk zou groepswerk niet bestaan), en je creeërt intellectuele monstertjes. Chesnoff citeert een Amerikaanse advocaat te Parijs:
The French believe that for any open issue there is one answer, the right answer. Americans play like football — you move forward, and eventually you get there. The French prefer soccer; getting good position on the field doesn’t matter, it’s marking the point. (…) Generation after generation of French pupils have had their minds ‘formed’ by the cartestian ‘method’, which is a hodgepodge of a priori reasoning, formalism, deduction from unproved premises and verbal symmetry.The arrogance of the French bevat twee aanhangels: een lijst met sterke uitdrukkingen om Fransen van weerwoord te dienen, en een lijst met Franse producten om te boycotten.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> beknopte bibliografie in de commentaren hieronder
> lees over Frankrijks internationale verhoudingen: Vele ideeën over Frankrijk
Richard Z. Chesnoff, The arrogance of the French
Why they can’t stand us and why the feeling is mutual
187 p.
Uitgeverij Sentinel, 2006
Oorspr. (2005)
____

2 reactie(s):
The anti-American obession - Jean-François Revel
Vichy France - Robert O. Paxton
Après l'Empire - Emmanuel Todd
L'ennemi Américain - Philippe Roger
France is falling down - Nicolas Baverez
Adieu to a departing France - Jean-Marie Rouart
French disarray - Alain Duhamel
French arrogance - Romain Gubert en Emmanuel Saint-Martin
Zo stelt hij het voor alsof de Amerikaanse inbreng op het einde van de Eerste Wereldoorlog (met 116.000 gesneuvelden) de redding betekende voor Frankrijk
Het was vooral de griep, die het Duitse leger decimeerde -- nadat het zo veel sterker was geworden doordat er geen troepen meer in het oosten nodig waren.
Een reactie plaatsen