In het libertijnse vademecum Praktisch verstand haalde Theo Kars zoveel weg bij Baltasar Gracián dat hij me nieuwsgierig maakte naar deze Spaanse jezuiet. In Handorakel is heel goed te zien wat Kars zo aansprak. Als hooggeplaatste biechtvader kon Gracián allerlei wereldlijke leiders van nabij bestuderen. Zijn observaties resulteerden in een driehonderdtal leerstellingen. Een meedogenloze leidraad voor het profane leven. Een volstrekt amoreel geschrift. Een wonder van pragmatiek.
Theo Kars leverde zelf de vertaling af, die eerdere edities overbodig maakt, en schreef een nawoord. Baltasar Gracián (1601-1658) kwam uit een gegoed milieu en studeerde letteren en filosofie aan de universiteit van Toledo. In 1619 trad hij toe tot de kloosterorde van de Jezuieten. Een paar jaar later zou hij theologie studeren. In 1636 werd hij benoemd tot biechtvader en prediker bij het Colegio de Huesca. In 1640 wordt Gracián als biechtvader gekozen door de hertog van Nochera.
Zijn onorthodoxe boeken, waaronder dit Handorakel en kunst van de voorzichtigheid uit 1647, publiceert hij onder pseudoniem om de ordecensuur te omzeilen. Dat lukt min of meer tot 1658, wanneer hij vanwege De criticon (1658), een vuistdikke pessimistische allegorie die in vervolgafleveringen verschijnt, uit zijn functies wordt ontheven. Hij krijgt een openbare berisping, wordt op rantsoen gezet en overgeplaatst naar het plaatsje Graus. Gracián wordt gerehabiliteerd, maar overlijdt kort daarna.
Uit deze biografisch gegevens, schrijft Kars, blijkt dat Gracián vanaf zijn priesterwijding tot zijn dood in een paradoxale situatie heeft verkeerd.
Enerzijds stond hij in hoog aanzien in hofkringen, was de biechtvader en adviseur van machtige politici, maakte deel uit van de intellectuele elite van zijn tijd, en verkondigde a-christelijke ideeën, anderzijds stond deze amoralist onder de tucht van de strengste katholieke monnikenorde. Er moet veel mensenkennis, wijsheid, zelfbeheersing en voorzichtigheid nodig zijn geweest om over dit koord te lopen, en het is eigenlijk verbazingwekkend dat Gracián maar één keer zijn evenwicht verliest. Hij valt dan weliswaar diep (het moet buitengewoon vernederend voor hem zijn geweest als gerespecteerde literator op zevenenvijftigjarige leeftijd tot een brood- en waterdieet te worden veroordeeld, als een ongezeglijke kostschoolleerling) maar krabbelt snel overeind: binnen drie maanden is hij in ere hersteld.
Kars geeft aan hoe we Graciáns cynische voorschriften moeten zien: ingegeven door botsingen met de ordeleiding en het bekrompen bureaucratisme van de orde. Ook de oorspronkelijke doelgroep is belangrijk: het
Handorakel was bedoeld voor het publiek dat Gracían als biechtvader en prediker had: hovelingen, hoge officieren en politici.
Naast de puntige, kristalheldere taal is dit de tweede factor die het boek tot op heden zeer leesbaar houdt. Gracián is niet de zoveelste zedenmeester met obsolete directieven uit lang vervlogen tijden, maar spreekt tot ons als een moderne consultant zou doen. Met een doelmatigheid die je anders alleen in managementlectuur vindt. (
Handorakel is waarschijnlijk het enige boek uit de Spaanse barok dat gretige aftrek vindt in die kringen.) Gracián zegt: niet de moraal maar eigenbelang op lange termijn is het voornaamste baken om je handelen op af te stemmen.
Gracián staat een soort sluwe lijdzaamheid voort. Hij predikt hypocrisie waar dat maatschappelijk wenselijk is. Aanpassingsvermogen is een grote deugd. Je bent afhankelijk van de gunstige mening van anderen, trap daarom niet op zere tenen. Zoek aansluiting bij de succesvollen in het leven. Verwerf de algemene sympathie. Mijd lasten. Ontloop onaangenaamheden. Onttrek je aan sociale verplichtingen. Weet je ergens weinig vanaf, volg dan de geijkte paden. Wees bescheiden -- niet omdat het nobel staat, maar omdat je anders de gunst van het gemeen verspeelt. Wees welgemanierd -- niet uit beleefdheid, maar omdat het de snelste manier is om geaccepteerd te worden.
Gracián gaat verder. Laat anderen uw bekwaamheden niet volledig doorgronden. Zaai verwarring over je diepste bedoelingen. Doe niet wat schaadt aan uw reputatie. Ga niet om met iemand die een schaduw op u werpt, hetzij door grotere verdienste, hetzij door een slechte reputatie. Verspeel door medelijden met mislukkelingen niet de gunst van degenen die wel zijn geslaagd in het leven. Maak u onmisbaar, maar word zelf niet afhankelijk van anderen. Grote voorbeelden zijn nodig: niet om ze te na te volgen, maar om ze te overtreffen. Verkoop uzelf: de innerlijke waarde is niet genoeg; een gunstig uiterlijk is de beste aanbeveling voor een volmaakte inhoud. Veins onverschilligheid voor iets wat u van belang acht. Spreek iemand tegen om diens ware bedoelingen te achterhalen door emoties los te weken.
Enzovoort. De paar toefjes "christelijke garnering" (Kars) op Graciáns leerstellingen waren vooral bedoeld als bliksemafleider tegen mogelijke censoren. Toch wou Gracián geen machiavellist genoemd worden. Bij
Machiavelli is het alleen om de macht op zich te doen. Gracián opereert toch in een iets ethischer kader en verliest nooit het persoonlijk geluk uit het oog. Overigens schreef Gracián met
De held (een portret van de ideale christelijke leider) een kritiek op de auteur van
Il principe.
Handorakel en kunst van de voorzichtigheid is een dun boekje dat in principe nog dunner had gekund. De driehonderd stellingen kan je makkelijk terugbrengen tot 30 kerngedachten. De rest zijn afgeleiden. Ook binnen eenzelfde stelling herhaalt Gracián zich voortdurend. Nu, dat stoort allemaal niet, door de vertaling van Kars, die een voornaam en zeer citabel Nederlands schrijft.
Wie het beeld nog als boomstronk in zijn tuin heeft gekend, zal het op het altaar nooit naar behoren vereren.
[...]
Roem is van oudsher de zuster van reuzen. Zij houdt alleen van uitersten: óf van monsters die afschuw, óf van wonderen die bijval opwekken.
[...]
Rede en recht hebben maar weinig aanhangers. Velen roemen hen weliswaar, maar niet voor eigen gebruik.
[...]
De ene helft van de wereld maakt zich vrolijk over de andere helft, en de domheid is algemeen.
[...]
Een gunstig uiterlijk is de beste aanbeveling voor een volmaakte inhoud.
[...]
Zich met andermans oneer inlaten is een teken van een geschandvlekt eigen aanzien.
[...]
Een oplettend man beseft dat de anderen niet hem zoeken, maar in hem of via hem hun eigen voordeel.
[...]
Vertoon vult veel aan, voegt veel toe en verleent aan alles een tweede leven, vooral wanneer er werkelijke waarde aan ten grondslag ligt.
Een van mijn pleziertjes bestond erin om vast te stellen hoe hedendaagse modebegrippen al in de zeventiende eeuw hoog stonden aangeschreven. Stelling 15,
Over nuttige kennissen beschikken, gaat gewoon over netwerken. Stelling 23,
Geen enkel gebrek bij uzelf dulden, noemen we vandaag 'perfectionisme'. Stelling 36,
Het gunstige ogenblik weten te bepalen, vertalen we tegenwoordig met de gevleugelde woorden 'timing is everything'. De modieuze frase 'stoppen op je hoogtepunt' staat in
Handorakel beschreven onder kopje 38,
De kunst op te houden voor de kansen keren.
Ergerlijk is dan weer de vrijblijvendheid van de auteur op bepaalde plekken. Gracián heeft het over 'goede smaak' en 'de juiste keuze' maken, maar het wordt nooit duidelijk wat hij daarmee bedoelt. En volledig is zijn handleiding allerminst. Over liefde en seksualiteit wordt bijvoorbeeld met geen woord gerept.
Soit. Ik denk dat ik
Handorakel voornamelijk zie als een boekje om een hele stock van op te kopen, en jarige vrienden toe te stoppen. Lekker tegendraadse lectuur, die meer betekenis krijgt naarmate je eigen levenservaring toeneemt. Wat nog niet betekent dat je Gracián altijd ter harte moet nemen. Zoals
Jean Cocteau ooit zei: cultiveer je onhebbelijkheden, het zou weleens de basis van je persoonlijkheid kunnen zijn.
Ik heb me ook de ideale mens proberen voor te stellen zoals die in
Handorakel en de kunst van voorzichtigheid opdoemt. Een succesrijke gladjakker in een dik omhulsel van berekening. Hij doet me een beetje denken aan iemand uit Disneyland in zo'n kolossaal Mickey Mouse-pak. Akkoord, iedereen wil met jou op de foto, maar is het niet ook ontzettend eenzaam, daarbinnen?
> lees een fragment uit dit boek op
Prins van Denemarken> hieronder de 15 leerstellingen die me het meest troffen
>
http://www.kirjasto.sci.fi/gracian.htmBaltasar Gracián, Handorakel en kunst van de voorzichtigheid
136 p.
Uitgeverij Athenaeum-Polak en Van Gennep, 1990
Oorspr. Oráculo manual y arte de prudencia (1647)
Vertaald door Theo Kars
3.
In spanning houden. De verwondering over het onverwachte leidt tot achting bij het slagen van een onderneming. Met open kaart spelen is onelegant en dient geen enkel doel. Wie niet meteen zijn opzet laat blijken, houdt de spanning erin, vooral als men door een hoge positie de algemene belangstelling trekt. Alles lijkt dan geheimzinnig, en deze mysteriositeit wekt ontzag. (...)
19.
Niet te hoge verwachtingen koesteren. Al wat van tevoren hoog wordt geroemd, valt tegen omdat het niet beantwoordt aan het idealistische beeld dat men zich ervan heeft gevormd. De werkelijkheid kan nooit onze verbeelding evenaren, omdat het verzinnen van iets volmaakts makkelijk is, maar de uitvoering heel moeilijk. Doordat fantasie gepaard gaat met verlangen, stelt zij zich altijd veel meer voor dan de werkelijkheid rechtvaardigt. Hoe voortreffelijk iets ook mag zijn, het beantwoordt toch nooit aan de voorstelling die men zich ervan maakt, en doordat men het ziet in het valse licht van een hoog gespannen verwachting, zal het eerder tot ontgoocheling dan tot bewondering leiden. (...)
26.
Ieders duimschroef vinden. Dit is de kunst iemands wil naar onze hand te zetten. Meer nog dan vastberadenheid is hiervoor bedrevenheid vereist: men moet weten langs welke weg men toegang tot iemand krijgt. Iedereen die naar iets streeft, heeft ergens een zwak voor, afhankelijk van de verscheidenheid van doelstellingen. Alle mensen vereren bepaalde afgoden; sommigen is het om eer te doen, anderen om gewin, de meesten om genot. Het gaat er dus om te weten te komen wie de afgoden zijn die deze mensen tot handelen aanzetten. Als wij weten wat iemands drijfveer is, bezitten wij de sleutel tot zijn wil. Wij dienen af te gaan op zijn eerste beweegreden, die niet altijd de meest verhevene is, omdat er in de wereld nu eenmaal meer bandeloze dan fatsoenlijke mensen zijn. Dan moeten wij eerst zijn karakter doorgronden, vervolgens aftasten hoe intelligent hij is, en hem ten slotte aangrijpen bij zijn speciale voorkeur. Dit is een feilloze methode iemands wil schaakmat te zetten.
41.
Nooit overdrijven. Het is heel belangrijk erop bedacht te zijn niet in overdreven bewoordingen te spreken, deels om niet het risico te lopen de waarheid geweld aan te doen, deels om ons oordeelsvermogen geen slechte reputatie te bezorgen. (...) Door overdrijven verliest u de naam zowel over een goede smaak als gezond verstand te beschikken. Het eerste is erg; het tweede nog veel erger.
43.
Denken als weinigen en spreken als velen. Door tegen de stroom in te willen gaan, stuit men de dwaling niet, maar brengt men alleen zichzelf in gevaar. Alleen
Socrates kon zoiets wagen. Verschil van mening wordt als belediging opgevat, omdat het een veroordeling is van andermans oordeelsvermogen. Het aantal ontevredenen groeit snel, de ene keer omdat iets wordt afgekeurd, de andere keer omdat het wordt geprezen. De waarheid is uitzondering, de dwaling algemeen en ordinair. (...)
81.
Steeds opnieuw schitteren, het voorrecht van de feniks. Bekwaamheid slijt, en daarmee ook de reputatie. Gewenning vermindert de bewondering; een middelmatige nieuwigheid trekt meer aandacht dan grote verdienstelijkheid waaraan men sinds lang is gewend. Daarom moet men ervoor zorgen steeds op andere wijzen uit te blinken in moed, intellect, geluk, kortom in alles. Men dient net als de zon iedere keer weer met nieuwe pracht te verschijnen, nu eens boven het ene dan weer het andere landschap stralend, zodat wij op de ene plaats door afwezigheid schitteren en op de andere door aanwezigheid.
88.
Voornaam gedrag verheft de mens. Een groot man mag niet klein te werk gaan. Men moet zich nooit te veel in bijzonderheden verdiepen, vooral niet als het om zaken van niet al te hoog allooi gaat. Het mag dan nutig zijn alles terloops op te merken, alles willen uitpluizen is dat niet. In de regel dient men een voorname voorkeur voor de grote lijnen te tonen, wat een vorm van welgemanierdheid is. Veinzen iets niet op te merken is een belangrijk onderdeel van de kunst te regeren. (...)
133.
Beter met allen dwaas, dan alleen wijs te zijn, zeggen politici. Als iedereen gek is, steekt men tegen niemand af, terwijl wijsheid die alleen staat, voor dwaasheid wordt gehouden -- zo belangrijk is het met de stroom mee te gaan. De hoogste kunde bestaat soms uit onkundigheid of het voorwenden daarvan. Men moet met de anderen leven, en de onwetenden zijn het talrijkst. Om alleen te leven moet men veel van een god of alles van een dier hebben. Ik zou dit aforisme liever anders willen formuleren, en stellen: liever wijs met de meesten dan dwaas alleen. Er zijn namelijk mensen die willen opvallen door zich met hersenschimmen bezig te houden.
142.
Nooit uit eigenzinnigheid de verkeerde partij kiezen omdat de tegenstander u voor is geweest en de juiste keuze heeft gedaan. Maakt u deze fout, dan bent u al aan het verliezen als het gevecht begint, en zal u oneervol het veld moeten ruimen. Door de verkeerde partij te kiezen komt men nooit goed terecht. (...) Een algemeen kenmerk van vooringenomen mensen is dat zij bij tegenspraak niet op de waarheid letten en bij geschillen niet op hun belang. Een verstandig man kiest nooit de zijde van de hartstocht, maar altijd -- spontaan of na overleg -- die van de rede. Als de tegenstander dwaas is, zal hij door zijn kortzichtigheid van koers veranderen en de verkeerde kant opgaan, waardoor zijn positie verslechtert. Het enige middel hem van zijn goede standpunt af te brengen is het zelf in te nemen. Zijn domheid brengt hem er dan toe het te verlaten, waardoor u profiteert van zijn eigenzinnigheid.
182.
Enige durf bij alles wat u onderneemt is verstandig en zinvol. Men moet zijn oordeel over anderen matigen en niet zo’n hoge dunk van hen krijgen dan men hen vreest. Uw verbeeldingskracht mag u nooit de baas worden. Sommige mensen lijken heel wat tot men in persoonlijk contact met hen komt. Dan leidt die omgang meer tot ontgoocheling dan waardering. Niemand kan buiten de nauwe perken van het menselijke treden; voor een ieder geldt een limiet, bij de een heeft deze betrekking op zijn verstand, bij de ander op zijn karakter. De waardigheid van het ambt dat iemand bekleedt, gaat maar zelden samen met persoonlijke waardigheid. Meestal wreekt het lot zich op de hoogheid van een ambt door de inferioriteit van de verdiensten van wie het uitoefent. (...)
204.
Een makkelijke onderneming zwaar opnemen, een moeilijke licht. Het eerste om niet roekeloos te worden door zelfvertrouwen, het tweede om niet geremd te raken door onzekerheid. Om iets niet uit te voeren hoeft men zich alleen maar wijs te maken dat het werk al is gedaan. Daar staat tegenover dat men door nauwgezette inspanning het onmogelijke ten uitvoer kan brengen. Over zware opgaven mag men niet piekeren; het volstaat dat ze er zijn. Door zich blind te staren op grote moeilijkheden lost men ze niet op.
232.
Over enige koopmanszin beschikken. Niet alles dient overpeinzing te zijn, er moet ook daadwerkelijk worden geleefd. Zeer ontwikkelde mensen zijn gemakkelijk te bedriegen, omdat zij weliswaar veel af weten van buitengewone zaken, maar niets van het leven van alledag, wat van groter nut is. Hun overpeinzingen over verheven zaken laten hun geen ruimte voor de praktische. Aangezien zij dus niet op de hoogte zijn van het eerste wat zij dienen te weten, en al de anderen daarin juist erg bedreven zijn, worden zij óf met verbazing bekeken, óf door de oppervlakkige massa voor dom aangezien. Daarom dient elk ontwikkeld man ervoor te zorgen iets van een koopman te hebben, net genoeg om niet bedrogen of uitgelachen te worden. (...)
239.
Niet spitsvondig zijn, nuchterheid is van meer belang. Meer weten dan nodig is, betekent de scherpte van uw verstand schaden, omdat van spitse zaken de punt nu eenmaal snel breekt. Men kan beter vertrouwen op een beproefde waarheid. Het is goed scherpzinnig te zijn, maar zich niet met academische haarkloverijen in te laten. Lange betogen houden is al verwant aan redetwisten. Degelijk gezond verstand dat zich alleen uitlaat over wat van belang is, heeft meer waarde.
288.
Naar de gelegenheid leven. Handelen, spreken, alles moet opportuun zijn. Men dient alleen iets te willen als dit kan, want tijd en gelegenheid wachten op niemand. Men moet niet volgens vaste principes leven, behalve in zedelijk opzicht. Ook mag men voor de wil geen precieze wetten uitvaardigen, want morgen zal men het water moeten drinken dan men nu versmaadt. Er bestaan van die dwarse doordrijvers die willen dat alle omstandigheden zich naar hun waanidee schikken, en niet andersom. Een wijs man weet echter dat de voorzichtigheid altijd aanpassing aan de gelegenheid voorschrijft.
____