Het werk van de duivel en andere columns - Luc De Vos
Luc De Vos is frontman van een popgroep en komt, toegegeven, meer op televisie dan goed voor hem is. Dat geeft snobs voldoende munitie om hem te diskwalificeren als schrijver. Wat dan ook gebeurt. Terwijl ik vind dat De Vos het qua souplesse met een straatlengte voorsprong haalt van zijn criticasters, en beter schrijft dan de meeste volbloed literatoren hier te lande. De Vos is bovendien zowat de enige van die schrijvers die me aan het lachen kan brengen.
Já, Luc De Vos is schatplichtig aan Gerard Reve, maar men doet het iets te vaak voorkomen alsof dat een halsmisdaad is. Alsof Reve zo makkelijk valt te imiteren, ook. Oudtestamentische taal en plechtstatigheid vallen misschien goed te bestuderen, maar het gaat ook om een wereldbeeld, een ingesteldheid en een naïviteit (al dan niet gespeeld) die niet zo makkelijk zijn na te bootsen.
Er zijn overigens weinig boeken van Gerard Reve die ik tot mijn favorieten reken. Altijd valt er wel wat te lachen, en Reves taal is een attractie op zich, maar toch blijft er een zekere afstand. Het zijn boeken die verouderd zijn, met personages waar ik me niet kan mee identificeren. Daarom ben ik blij met iemand als De Vos, die de traditie van Reve moderniseert.
De Vos schrijft vanuit een leefwereld die ik wel ken: een katholiek en diepprovinciaal Vlaanderen, met als emotionele voedingsbodem de jaren zeventig en tachtig, met aardedonkere huiskamers waar de spreuk Doe stille voort op de schouw boven de kolenkachel prijkt. De Vos dikt die afkomst natuurlijk aan en laat haar graag contrasteren met zijn huidige leven als rockzanger. Persoonlijke mythologie en zelfrelativering strijden daarbij om voorrang.
Ik moest denken aan de werkmensen en de boeren bij wie ik per vergissing door mijn geboorte terecht was gekomen. Ik had mij aan dat milieu ontworsteld. Ik had mijn lot in eigen handen genomen. Ik diende vast te stellen dat mijn leven op psychosociaal vlak verliep volgens de verhaallijnen van een stationsromannetje.In deze columns — waar die eerder verschenen moet de lezer zelf uitzoeken; elke verantwoording ontbreekt — weet De Vos precies hoe hoog hij mag inzetten. Dat is inderdaad niet zo hoog, maar wat hij doet, doet hij goed. De Vos nestelt zich in een behaaglijke, zelfgekozen regressie; daar komt het op neer. De haastige terugkeer naar de kinderlijke blik, wanneer de moderniteit hem boven het hoofd groeit. Dat levert naast meligheid ook prachtige passages op. Mooi, zoals naïeve schilderkunst mooi kan zijn. Voor even.
[...]
Bij andere leerlingen schreef de leraar op hun rapport van die geijkte zinnetjes als: ‘Jantje kan wel, maar hij wil niet.’ Bij mij schreven ze: ‘Vos wil wel, maar hij kan het helaas niet.’ Ik was een van die velen in deze samenleving die niet echt compleet achterlijk waren, maar net niet goed genoeg om enig verschil te maken. Ik was een lid van de grijze middelmaat. Ik zat altijd maar te wachten tot er iets gebeurde in mijn bestaan, in plaats van zelf enigszins de boel te gaan forceren. Dat het dan toch enigermate gelukt is om een deel van mijn dromen waar te maken kan ik alleen maar toeschrijven aan goddelijke steun van hogerhand en anders gewoon aan hoerensjans.
Trouwens, die torens. Ik had er voor de ramp wel over horen praten, over het World Trade Center. Maar hoe het er precies uitzag, dat wist ik helemaal niet. In mijn jonge jaren had men het steeds over het Empire State Building. Daar had ik reeds in de kleuterklas van gehoord, als zijnde het hoogste gebouw ter wereld. De oprichting van veel hogere torens gedurende jaren zeventig en tachtig, onder andere in Chicago en Kuala Lumpur, was aan mijn slaperige brein voorbijgegaan. Pas toen ik foto’s zag van voor het bombardement, merkte ik inderdaad dat die twee torens met kop en schouders boven de stad uitstaken. Ik liep voorheen met het idee rond van New York als een aaneenschakeling van een heleboel onmenselijke wolkenkrabbers van glas en beton, waar god weet wie in woonde en god weet wat uitspookte. Ik vroeg mij inderdaad af wat al die mensen in die gebouwen en kantoren deden. Die zaten voortdurend op schrijfmachines te tokkelen, zo had ik in films gezien. Maar wat was het dat zij optekenden? Ze schreven brieven. Maar over wat? En naar wie? Of maakten ze rekensommen? Maar tot welk nut? En dat ging dag in dag uit altijd maar door. Het was te veel en te groot om te bevatten.Voorts denk ik dat Het werk van de duivel en andere columns verplichte kost is voor uitheemse stammen die iets van de Vlaamse volksaard willen snappen. Het openlijk vertoon van lankmoedigheid en plantrekkerij. Boerenwijsheden en existentiefilosofie die hand in hand gaan. Veel eten, veel drinken. Een bewering als: "Liegen is geen zonde. Ik heb al veel mensen gelukkig gemaakt, gewoon door te liegen, om aldus de lieve vrede te bewaren, om mensen die dwalen in hun waarde te laten."
Net zoals het nieuws, dat gaat maar door van uur tot uur. Ze hebben het over aanslagen en terreur, maar dat bestond in mijn tijd ook, en zeker in de middeleeuwen, toen bestond dat ook al, in zelfs nog heviger mate dan nu. Of ze hebben het over begrotingsconclaven op Hertoginnendal. Maar wat is dat, een begrotingsconclaaf? En Hertoginnendal, waar bevindt zich deze sprookjesachtige plek? Is dat een dal waar hertoginnen wonen die ballades zingen, zichzelf daarbij begeleidend op de teorbe en er stoeien in de bloemenweide? Ik denk dat er buiten een paar ingewijden niet veel mensen zijn die deze vragen kunnen beantwoorden. De mensen worden er zot van, van al dat nieuws. Ik stel voor dat ze vanaf nu het nieuws samenvatten in een wekelijks journaal voor mensen die toch op de hoogte willen blijven van de toestand in de wereld.
Het zit 'm in de keuze van onderwerpen en in de stijl. Een van de trucs die De Vos met succes toepast, is het opzoeken van intellectualiteit. Puur effectbejag. Dan kan hij de onnozele hals mooi laten spelen met dure begrippen. Voor velen werkt dat hergebruik van jargon als een rode lap op een stier; ik vind het prachtig. Vos die Roger Scruton leest. Vos orerend over techno op de City Parade in Gent. Vos dinerend in "het politiek links georiënteerde restaurant Chez Guevara". Vos bij het aanschouwen van Der Ring des Nibelungen. En altijd dat proza — ontwapenend, bemoederend, verzoenend.
De opera zelf was enorm boeiend. De muziek was magistraal en de vertolkingen oerdegelijk. Weliswaar ken ik heel weinig van opera, maar dat was op dat moment mijn oordeel en ik heb ook recht op een eigen mening. Voor hetzelfde geld trok het volgens kenners op niets, maar ik vond het allemaal prima, dus laat mijn kop met rust. Ik had vooral veel medelijden met de hoofdfiguur Alberich, die om het rijngoud te bemachtigen aan de liefde dient te verzaken en met het rijngoud een ring smeedt die hem in staat stelt om de wereldmacht te grijpen. Het was een machtig en ontroerend schouwspel. In deze hedendaagse postmoderne versie van de Ring liepen de acteurs gewoon in hedendaagse kleren rond en werd een symbool zoals de gouden ring vervangen door een externe harde schijf, een usb-stick heet dat, geloof ik. En natuurlijk gingen er na afloop stemmen op die het niet eens waren met deze aanpak. Dat is altijd zo, schijnt het. Er zijn veel operaliefhebbers die graag nog van die oude kostuums zien, Walkuren met blonde paardenstaarten en enorme boezems, en goden met zwaarden en helmen. Maar ik vind, dat komt allemaal op hetzelfde neer. Bij Wagner is een ring of een helm een symbool, en symbolen zijn in beginsel inwisselbaar. Wereldmacht kan evengoed gesymboliseerd worden door een usb-stick als door een helm of een ring. Dat is een eenvoudige en voor de hand liggende vaststelling, maar zij is daarom niet minder waar.Seks speelt een belangrijke rol in de columns. De Vos lijkt het te beschouwen als een absolute grootheid, waar zelfs ironie niets kan tegen beginnen.
Eros is inderdaad een machtige god. Hij heerste vorige week in een fabriek aan de Ottergemse Steenweg. Eros is overal. Onderschat hem niet. Er werd in die fabriek een modeshow van seksueel ondergoed gehouden waarop ik uitgenodigd was omdat ik machtige mensen ken die op een uiterst ongedwongen manier met erotiek en hun eigen lichaam omgaan. Voor die mensen is alles makkelijk. Nooit ofte nimmer zullen zij Eros in verband brengen met Thanatos, want daarvoor is hun tijd hier op aarde te beperkt.Ik ken eigenlijk niemand die op zo'n manier tegen een eroticabeurs zou aankijken. Een oorspronkelijke blik en een vaardige pen: basisingrediënten van goed schrijven.
Favoriete columns: ‘Het duister’, 'Het ware geloof', 'September, gouden roos', ‘Een leven vol geluk’, 'Sparen helpt niet', 'In de Donkersteeg', 'Penopauze', 'Konijntje Bombazijntje', 'Een druilerige herfstdag', ‘Een sociaal kader’, ‘Niets is gratis’, ‘Het regende’, ‘Een speeltuin’ en ‘Koning Eenoog’.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> meer De Vos op Achille: Het Mensdom en De laatste mammoet
Luc De Vos, Het werk van de duivel en andere columns
254 p.
Uitgeverij Atlas, 2009
Nog een greep citaten, persoonlijke favorieten:
Wat moest ik vandaag alweer doen? Niets, eigenlijk. Niets, zoals altijd. Ja, vanavond natuurlijk gaan spelen met mijn popgroep in de Minard, zoals elke dag. Maar dat is makkelijk, want ik ken al die liedjes al jaren vanbuiten. Van voor naar achter en van links naar rechts. Zo is het niet moeilijk natuurlijk om succes te hebben.____
[...]
Een kunstenaar dient met kunst in de weer te zijn. Dat neemt echter niet weg dat hij niet hier en daar een frank mag bijverdienen. Ik ben op dit vlak voortdurend op zoek naar het gat in de markt.
[...]
Volgend jaar verschijnt er bij uitgeverij Garamond te Parijs een beknopt sociologisch essay van mijn hand onder de titel La musique Rock: vers un néant annoncé.
[...]
Bij Radio Donna draaien ze altijd liedjes die iedereen kent, om de mensen niet te veel lastig te vallen met onbekende liedjes. Onbekendheid leidt tot vervreemding, en vervreemding, dat is niet aangenaam voor de mensen.
[...]
Ik heb de zomer alweer overleefd. Het was een schone zomer. Maar elke dag is voor mij sowieso een geschenk. Ik ben elke ochtend blij dat de zon opkomt, helemaal gratis. En dat wij daar bijvoorbeeld niet elke keer opnieuw een mensenoffer voor moeten brengen.
Bij de Azteken was dat gebruik schering en inslag. Ze waren om een of andere reden bang dat de zon niet ging opkomen wanneer ze geen mensenoffer brachten. Het bloed vloeide rijkelijk in die dagen. Later zijn die Azteken allemaal uitgegroeid door de Spanjaarden.
Nu vraag ik mij eerlijk gezegd af: waren dat nu wel de Azteken, of waren het de Maya’s? Of anders de Inca’s of de Tolteken? Ik kan die precolumbiaanse volkeren nooit uit elkaar houden.
[...]
Uitdagingen maken niet noodzakelijk van iemand een beter mens. Integendeel. Ik ken een hoop verbitterden die de wapens opnamen tegen een zee van tegenslagen en die het hebben gemaakt in het leven en die, in plaats van dankbaar te zijn, nog bitterder zijn geworden. Vlaamse boeren, afgunstig op hun meerderen in de levenskunst, die een tapijtfabriek op hun weide neerploften en plots op een berg geld zaten en een villa bouwden met een rieten dak. Maar al hun rijkdom zal nooit hun schamelheid verbergen. Neen, dan liever de zorgeloosheid en oppervlakkigheid van rijkeluiskinderen in wier schoot al het geluk van de wereld werd geworpen en die door het leven gaan zonder zorgen, dankbaar voor de buitenkansen die het lot hun heeft beschoren.
[...]
Het regende pijpenstelen. Het regende oude wijven met klompen. Het water viel met bakken uit de hemel. Want als het regent uit het oosten, regent het zonder vertroosten.
Deze uitdrukkingen staan gewoon in de Van Dale. Als literator ben ik eerder lui dan moe.
[...]
Ik wil het vandaag hebben over trends in haarmode. Wanneer men lang genoeg leeft wordt men als vanzelf een ervaringsdeskundige en kan men op den duur over alles meepraten. Dat is natuurlijk een trend op zich, dat iedereen over alles kan meepraten. Dat is de schuld van de democratisering en de vloed aan berichtgeving die dagelijks over onze kop wordt gestort.
[...]
Het romantische idee van de artiest die zijn zin doet komt in het echte leven zeker wel voor, maar dan als randverschijnsel. Het overgrote deel van alle entertainment dat men in deze samenleving ontwaart bestaat enkel dankzij de goedkeuring van een paar mensen die het voor het zeggen hebben.
[...]
Misschien hebben psychologen gelijk wanneer ze stellen dat lichamelijkheid en lustbeleving enkel te maken hebben met geestelijke processen en projecties die het individu bij zichzelf oproept, dat het allemaal fantasie is, die niets met de werkelijkheid te maken heeft, maar alles met heel persoonlijke mystieke waanbeelden. Net zoals God voor bepaalde mensen een mystiek waanbeeld is, een platonische afspiegeling, een schaduw in een schemering van iets dat volmaakt zou kunnen zijn. Ik vind, er valt met dit soort mystieke waanbeelden te leven, beter dan met de werkelijkheid.

0 reactie(s):
Een reactie plaatsen