dinsdag 17 november 2009

Dernier inventaire avant liquidation - Frédéric Beigbeder

In de zomer van 1999 koos Frankrijk 'het beste boek van de voorbije eeuw'. Uit een lijst van 200 boeken voorgekauwd door critici en boekhandelaren — lees: een lijst van 200 nog voorradige titels — konden bezoekers van de Fnac hun favoriet aanwijzen. In Dernier inventaire avant liquidation wijdt Frédéric Beigbeder, zich profilerend als een gewone lezer zoals u en ik, een stukje aan de eerste vijftig titels. Maar van de beloofde baldadigheid komt weinig in huis.

De enquête, die, naargelang de bron, door 6000 dan wel 17.000 mensen werd ingevuld, leverde naar Franse maatstaven nauwelijks verrassingen op. De lijst wordt voornamelijk bevolkt door Franse en in mindere mate Engelse auteurs. Hier en daar een Duitser. Zes vrouwen, één Belg (Hergé) en één Nederlander (Anne Frank). De meest exotische namen (Solzjenitsyn, Kundera, Beckett) hebben of hadden goede banden met Frankrijk, en Frankrijk schikt zich natuurlijk graag in zijn rol van cultureel gastland.

L'être et le néant of À la recherche du temps perdu staan trouwens ongeloofwaardig hoog in een lijst die voor een groot stuk gevuld is met verfilmde boeken.

Kortom: Les 100 livres du siècle is zoals de meeste ranglijsten een onzinnig product (wie kan bogen op een compleet overzicht?) en de zoveelste bibliografie van de grootste gemene deler. Doodjammer dat Frédéric Beigbeder in dit boekje zijn eigen top-50 niet bespreekt (opgenomen in de commentaren hieronder), een lijst die heel wat avontuurlijker oogt.

Beigbeder, vooral bekend als romancier, is jarenlang criticus geweest in bladen (Elle, Voici, Lire, Figaro littéraire), op de radio (Masque et la plume) en op televisie (Des livres et moi, op Paris Première). In het voorwoord bij Dernier inventaire avant liquidation kondigt hij aan de literatuur te willen ontheiligen, "avec mes maigres moyens — subjectivité d’autodidacte et enthousiasme naïf." Hij heeft zijn buik vol van critici die alle boeken lijken te hebben gelezen, critici "qui font semblant de tout connaître". Beigbeder wil de grote meesterwerken fris van de lever bespreken, en zich niet laten intimideren door hun status.

N’oublions jamais que derrière chaque page de ces monuments d’un siècle révolu se cache un être humain qui prend tous les risques. Celui qui écrit un chef-d’oeuvre ne sait pas qu’il écrit un chef-d’oeuvre. (…) Il est temps de réentendre la voix de ces hommes et femmes comme au premier jour de leur publication, en la débarassant, l’espace d’un instant, des appareils critiques et autres notes en bas de page qui on tant contribué à dégouter leurs lecteurs adolescents et à les envoyer dans les salles obscures ou aux concerts de rock.
Maar dat is wat Beigbeder net niet doet. Goed, hij schrijft bij vlagen vrolijk turbofrans, en laat bijvoorbeeld goed doorklinken dat Freud een "cocaïnomane" was — een zielsverwant, dus — maar in wezen zijn dit zeer brave opstellen. Beigbeder noemt prijzen en publicatiedata, gaat soms in op de omstandigheden waarin een boek geschreven is, dist een bekend citaat op (Virginia Woolf over Joyce) of plaatst het boek in zijn context. Bij Perec komt Oulipo langs, bij Hemingway wordt keurig zijn "théorie de l'iceberg" ontvouwd. Op die manier is na enig gepluis in naslagwerken de helft van je stukje klaar. (Foutloos is het parcours overigens niet. De Toverberg heeft Thomas Mann de Nobelprijs opgeleverd, schrijft Beigbeder. Dacht het niet.)

Voor de rest surft Dernier inventaire avant liquidation mee op de golven van de canon, al heeft Beigbeder misschien een blitsere zwembroek aan. De eigen inbreng bestaat meestal uit enig freestylen rond gemeenplaatsen, overdrijvingen of volslagen nonsens.
Eugène Ionesco est d’origine roumaine, comme le comte Dracula; c’est pourquoi il suce le sang du théâtre contemporain.
Een duidelijke literatuuropvatting blijkt Beigbeder trouwens niet te hebben — "Lire c’est espérer la page suivante". Opvallend is wel hoe vaak hij boeken associeert met films. Fitzgerald met American beauty, Bernanos met The exorcist, Thomas Mann met The shining, Eco met The Blair witch project. Het zal wel een teken des tijds zijn: boeken worden niet meer gelinkt aan het leven, maar aan wat de filmindustrie van het leven maakt.

Wat Beigbeder goed kan, en daar zal zijn verleden in de reclame mee te maken hebben, is pitchen. Een boek kernachtig typeren, meestal door het te enten op iets wat mensen al kennen.
Connie Chatterley est l’Emma Bovary d’outre-Manche

[...]

Zazie dans le métro peut être considéré comme une version “ado” du Voyage au bout de la nuit

[...]

[Le petit prince] aurait pu s’intituler À la recherche de l’enfance perdue
Wat nog het meest ontbreekt in deze venijnig bedoelde stukjes, is humor. Je kan je indenken hoeveel beter een Brits columnist zich van deze taak zou kwijten. Dus zegt het veel over de Franse literaire kritiek als een mak boekje als dit uit de band springt. Slechts heel af en toe weet Beigbeder, en de primaire kleuren van zijn proza, me nieuwsgierig te maken naar een schrijver.
Je vous aime, Albert Cohen, splendide vieillard qui n’avait pas besoin de Viagra pour être encore vigoureux. Belle du Seigneur n’est pas un livre, c’est une drogue, un testament, un cadeau du ciel, un chemin de croix, un passage de témoin, un livre qu’on caresse, qu’on chérit, qu’on offre à ses amis et qui vous rend meilleur, vous ouvre les yeux, vous transforme en vous faisant rire, pleurer, aimer, et attendre la mort, debout, fier et seul et valeureux et bon sang quand donc vais-je interrompre mes pittoyables babouineries?
Enfin. Ergens heeft Beigbeder het ook over Angelo Rinaldi. Een goede reden om die man eindelijk eens te lezen. Iemand die het magnum opus van Márquez Cent ans de platitude noemt, zou best een vriendje van me kunnen worden.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> lievelingsschrijvers van Beigbeder in de commentaren hieronder
> meer Beigbeder op Achille: Liefde duurt drie jaar

Frédéric Beigbeder, Dernier inventaire avant liquidation
220 p.
Uitgeverij Gallimard, 2005
Oorspr. (2001)

____

1 opmerking:

Achille van den Branden zei

“Si j’avais dû faire le tri moi-même, ma liste eût été trés différente”:

Aragon
Artaud
Aury/Réage
Barjavel
Bataille
Besson
Bory
Brautigan
Capote
Carver
Cendrars
Cioran
Cocteau
Colette
Cossery
Dantec
Debord
Desnos
Dick
Drieu La Rochelle
Echenoz
Ellis
Fante
Frank
Gary/Ajar
Genet
Gombrowicz
Grass
Guibert
Guitry
Hamsun
Houellebecq
Huguenin
Jaccard
Jauffret
Kerouac
Kessel
Larbaud
Laurent
Léautaud
Lowry
Malaparte
Matzneff
McCullers
Miller
Modiano
Montherlant
Morand
Musil
Nabe
Nimier
Noguez
Nourissier
Parker
Pavese
Pessoa
Pilhes
Pirandello
Prokosch
Radiguet
Roché
Roth
Rushdie
Salinger
San-Antonio
Selby
Sempé
Simenon
Sollers
Toole
Toulet
Tzara
Vailland
Vialatte
Weyergans


Bibliografie opgenomen achteraan dit boek:

Lecture pour tous – Dominique Aury
Le science-fictionnaire – Stan Barets
Sur la planète des sentiments – François Bott
Mon histoire de la littérature française contemporaine – Jacques Brenner
Les écrivains du Xxe siècle – André Brincourt
En soixantaine – Bernard Frank
Le dictionnaire de littérature française contemporaine – Jérôme Garcin
Une histoire de la littérature française – Kléber Haedens
Dictionnaire des auteurs – Laffont-Bompiani
Nouveau dictionnaire des oeuvres – Laffont-Bompiani
Carnet de bal – Marc Lambron
Tu écriras sur le bonheur – Linda Lê
Vies écrites – Javier Marias
La liberté de blâmer – Renaud Matignon
Mon plaisir… en littérature – Paul Morand
Journées de lecture – Roger Nimier
Feuilletons littéraires – Pascal Pia

Related Posts with Thumbnails