dinsdag 29 september 2009

Eenzaamheid - May Sarton

"I enjoy solitude the way some people I know enjoy parties. It gives me an enormous sense of being alive." Woorden van Philip Roth die me uit het hart gegrepen zijn. Eenzaamheid is noodzakelijk in mijn leven. Vluchtig sociaal contact en doordeweekse conversatie mijd ik zoveel mogelijk, want maken een schim van me. Alleen in volstrekte afzondering bloei ik helemaal open. Mijn sympathie gaat vaak uit naar schrijvers met eenzelfde behoefte. Leeftijdsverschil doet er dan niet meer toe.

De Amerikaanse schrijfster en dichteres May Sarton (1912-1995) werd geboren in Wondelgem, of all places. Toen ze drie jaar was, emigreerden haar ouders naar Boston. Sarton zou in de jaren vijfig en zestig naam maken als schrijfster van romans waarin steeds explicieter over homoseksualiteit bij vrouwen werd geschreven. Lesbiënnes, en dat was nieuw, werden eens niet voorgesteld als labiele, drankzuchtige types die belust waren op seks. Sarton beschreef haar eigen geaardheid wars van meelijwekkendheid en sentimentaliteit.

Wanneer Sarton Journal of a solitude publiceert in 1973, leeft ze afgezonderd in een klein dorpje in het landelijke New Hampshire. Het dagboek wordt soms een mijlpaal genoemd in het genre van de autobiografie door vrouwen. Het is de schriftelijke neerslag van één jaar zelfonderzoek (15 sept. 1970 - 20 sept. 1971), waarin ze het rooskleurig beeld probeert bij te stellen dat ze had gecreëerd in Plant dreaming deep. In die meer gepolijste memoires had ze verteld over het aankopen en inrichten van een eigen huis, en dat was op nogal wat lezers overgekomen als een luilekkerleventje.

Sarton gaat onder meer na welke rol eenzaamheid in haar leven speelt. De maatschappelijke actualiteit — de opkomst van Black Power, de moord op Kennedy, de dood van De Gaulle, Nixon op tv — is hoogstens achtergrondruis. Sarton, als ze niet op lezingenreeks moet door Amerika, ziet vrijwel geen mens bij haar thuis, op de werkster na, die haar eenzaamheid nauwelijks verbreekt, hoogstens "bezielt". Al vroeg in het boek komt ze tot dezelfde bevinding als Roth. Gezelschap corrumpteert dikwijls net datgene wat de essentie van iemands persoonlijkheid uitmaakt.

Voor het eerst sinds weken ben ik hier alleen, om eindelijk weer de draad van mijn ‘echte’ leven op te pakken. Dat is het vreemde: dat vrienden en zelfs een hartstochtelijke liefde niet mijn echte leven zijn — tenzij ik tijd voor mezelf heb om te onderzoeken en te ontdekken wat er gebeurt of wat er is gebeurd. Zonder die verkwikkende en gekmakende onderbrekingen zou dit leven dor worden. Maar ik proef het pas ten volle als ik hier alleen zit en het huis en ik onze oude gesprekken weer hervatten.
Een eenzaam bestaan houdt echter ook gevaren in. Sarton heeft erge last van moodswings en is altijd bevreesd voor de leegte die het schrijversbestaan met zich meebrengt. Die angst probeert ze te bedwingen door zichzelf een onverbiddellijke routine op te leggen en te zoeken naar praktische karweitjes die moeten gebeuren.
Mensen met een vaste betrekking hebben er soms geen notie van hoe moeilijk het is een dag te ordenen waaraan niet van buitenaf een structuur is opgelegd.
Maar lege dagen zijn nu eenmaal een belangrijke voedingsbodem voor een schrijver. Ideeën moeten vrij kans hebben om in hun eigen tempo op te wellen. Eenzaamheid heeft iets puurs, geeft je de kans het theater van je eigen tegenstrijdigheden te aanschouwen, zonder dat het geluid daarvan gedempt wordt door je huisgenoten en hun besognes. In een van haar oude dagboeken vindt ze een citaat terug van Humphrey Trevelyan. Hij zei dat als een groot kunstenaar creatief wil blijven tot het einde van een lang leven, zoals Goethe, hij waarschijnlijk moet beschikken over twee hoedanigheden.
Enerzijds moet hij een uitzonderlijk scherp bewustzijn van het leven weten te behouden, hij moet nooit voldaan worden over zichzelf, nooit tevreden zijn met het leven, hij moet altijd het onmogelijke willen en wanhopen als hij het niet vindt. De last van het mysterie moet hij dag en nacht met zich mee dragen. Naakte waarheden moeten hem onverbiddelijk aan het wankelen brengen. Dit hemelse ongenoegen, deze labiliteit, deze toestand van innerlijke spanning is de bron van creatieve energie. Vele minder belangrijke dichters kennen het alleen in hun jeugd; sommigen, zelfs de allergrootsten raken het op middelbare leeftijd kwijt. Wordsworth verloor de moed om te wanhopen en daarmee zijn poëtische gedrevenheid. Maar vaker nog zijn de dynamische spanningen zo sterk dat ze de kunstenaar vernietigen voordat hij tot rijpheid komt.
In de optiek van Sarton moet je niet altijd het evenwicht willen herstellen in tijden van uitzonderlijke spanning of depressie. Soms moet je een periode van depressie gewoon maar doorstaan, voor de inzichten die je zou kunnen opdoen als je je er doorheen weet te slaan, met aandacht voor wat de depressie blootlegt of van je vraagt. Liever je eigen demonen bekampen, dan het gebazel van anderen te moeten uitstaan.
Ik ben gemelijk van aard, vaak moeilijk om mee op te schieten. De dingen die ik niet kan uitstaan, die me doen opstuiven als een kat die een dikke staart opzet, zijn verwaandheid, zelfingenomenheid, de platvloersheid die vaak bovenkomt als iemand zijn mond opendoet. Ik heb een gloeiende hekel aan vulgariteit, aan gebrek aan innerlijke beschaving. Ik heb een hartstochtelijke afkeer van prietpraat. Waarom? Ik denk omdat elke ontmoeting met een ander mens op dit moment een schok voor me is. De prijs is altijd hoog, en ik wil mijn tijd niet verspillen. Buiten zijn is nooit een tijdverspilling. Dat zijn de momenten dat beelden komen bovendrijven en dat ik plannen maak voor mijn werk. Maar het is een tijdverspilling om mensen te ontmoeten die alleen maar een maatschappelijke buitenkant kunnen laten zien. Ik doe mijn uiterste best om de ware persoon te ontdekken, maar als dat onmogelijk is, ben ik verward en chagrijnig. Tijdverspilling is vergif.
Als Sarton zich toch nodeloos somber en gekwetst voelt — bij het lezen van een vernietigende recensie van iemand die haar werk helemaal niet kent en niet in staat is om erin door te dringen met sympathie en begrip, bij het voorlezen van religieuze gedichten voor een publiek dat duidelijk toch niet wil nadenken over God, bij het beantwoorden van een niet te overziene berg post — grijpt ze zoals gezegd terug naar eenvoudige huismiddeltjes om weer tot zichzelf te komen. Sarton heeft het moeilijk met de rol die machines in de samenleving spelen, omdat ze alles heel snel en buiten het natuurlijke levensritme om doen. De schrijfster kent een heilzame waarde toe aan alle dingen die we nog zelf doen en niet haastig gedaan kunnen worden — koken, breien, tuinieren.

Het herinnert me aan een televisiefragment waarin J. Coetzee aan Wim Kayzer vertelt hoe heilzaam een eenvoudige, creatieve verrichting zoals koken kan zijn. Samen met onvoorwaardelijke aandacht voor de mensen in mijn omgeving en fikse lichaamsbeweging in de buitenlucht (meer aandacht voor het lijf, minder voor de geest), is handenarbeid inderdaad de remedie die ook mij door de sombere dagen helpt. Meer dan alle psycho-gebabbel.

Vooral bloemen doen het bij Sarton. Haar dagboek staat vol pagina's met liefdesverklaringen aan bloemen. Asters, cosmea, gentianen, Oostindische kers, papegaaitulpen, kolkwitzia, guldenroede, rudbeckia — voor mij een mooi alibi om Google Afbeeldingen aan het werk te zetten. Binnen vier steriele muren betekenen bloemen voor Sarton tevens het contact met de natuurlijke gang van het leven.
Als ik alleen ben worden de bloemen werkelijk gezien; ik schenk er aandacht aan. Ze worden gevoeld als een levende aanwezigheid. Zonder hen zou ik sterven. Waarom zeg ik dat? Deels omdat ze voor mijn ogen veranderen. Ze leven en sterven in een tijdsspanne van enkele dagen; door hen houd ik voeling met processen, met groei en ook met sterven. Ik laat me drijven op hun levensmomenten.
Journal of a solitude geeft ook inzage in de manier waarop een rijpe vrouw tegen haar ouderdom aankijkt, met name in Amerika, een land dat zo blind de jeugd aanbidt, dat het jonge mensen geen idealen van rijpheid geeft om naar te streven. Voor een vrouw liggen de zaken extra moeilijk. "Als een vrouw negenendertig moet blijven," schrijft Sarton, "houdt ze net zo hard haar eigen groei tegen als wanneer ze een Chinese dame was, honderd jaar geleden, en haar voeten had ingesnoerd." Sarton wil niet op haar rimpels afgerekend worden, en vraagt aandacht voor de Gestalt van de complete mens, zoals vrouwen waardering en liefde kunnen opbrengen voor oude (lelijke) mannen.

Ook in relaties snakt ze naar rijpheid. Ze kan zich niet voorstellen dat ze verliefd zou zijn op iemand die veel jonger is dan haar. Wat kunnen jongeren haar bijbrengen over de liefde? Ze wijst me op iets dat ik als man snel uit het oog verlies: hoeveel vrouwen de liefde beschouwen als een éducation sentimentale.

Komt daar nog bij dat Sarton lesbisch is, terwijl de Amerikaanse moraal nog altijd fundamenteel puriteins is. Amerikaanse waarden zijn "niet gebaseerd zijn op een bloei van het leven of iets dergelijks," schrijft ze, "maar op beperkingen, discipline, zeden die eerst aan de kaak gesteld moeten worden voordat een mens volledig menselijk kan worden." De Amerikaanse gezinstraditie heeft de vrouwen te lang bedeesdheid voorgeschreven.

Aan de bergen post te zien die ze ontvangt, en de afstandelijke, zij het niet onwelwillende manier waarmee ze die afhandelt, was May Sarton een feministisch boegbeeld tegen wil en dank. Zorgzame vrouwen, vrouwen met kinderen die zich diep gefrustreerd voelen, en beseffen dat ze hun echte leven voortdurend mislopen, vragen haar om raad. Sarton tekent aan:
Het is een leeftijd waarop steeds meer mensen vast komen te zitten in een leven waarin steeds minder innerlijke beslissingen mogelijk zijn, steeds minder werkelijke keuzen bestaan. Het feit dat een ongetrouwde vrouw van middelbare leeftijd, die geen familie meer heeft, in dit huis in een rustig dorpje leeft en alleen zichzelf verantwoording verschuldigd is, heeft betekenis. Het feit dat ze schrijfster is en kan vertellen waar ze staat en hoe het haar vergaat op haar pelgrimstocht naar binnen, kan steun aan anderen geven.
In het licht daarvan is het niet verwonderlijk dat Sarton haar waardering uitdrukt voor de schrijvers en kunstenaars rond de figuur van Virginia Woolf. In Journal of a solitude staat een uitstekende typering van de Bloomsbury-groep, waarvan de leden óók absolute eerlijkheid over persoonlijke zaken betrachtten.
Ze accepteerden dat er in een mensenleven vele en complexe relaties kunnen bestaan die verrijkend zijn, en vele soorten liefde. Ze accepteerden dat nagenoeg iedereen die zich bezighoudt met kunst tegenstrijdige gevoelens onder ogen zal moeten zien, en met zijn biseksualiteit moet leren leven, en dat hartstochtelijke vriendschappen ook seksueel contact kunnen inhouden. (Hoe gezond komt dit echter over na het stuitende mannelijke exhibitionisme en rollenspel van Miller, Mailer en Hemingway!). Ze bereikten niet alleen een verbazend rijke productie in de kunst (schilderwerk, poëzie, romans) die het begin van een nieuwe ontwikkeling was, maar leidden bovendien een heel bijzonder leven, dat niet ontaardde in een zootje of in puur genotzucht. Als ze al neuroten waren, en misschien waren ze dat wel, dan waren ze beschaafde neuroten met een beschavende invloed.
Sarton heeft Virginia Woolf zelfs nog persoonlijk gekend. (Grappig is de dagboekbladzijde waarin ze druk voorbereidingen treft voor een theekransje, zich niet bewust dat ze zich gedraagt als een tweede Mrs. Dalloway.) Op gevorderde leeftijd leest ze het postume Schrijversdagboek van Woolf en legt de vinger op een emotionele kwaliteit die ik twee zomers geleden ook ervaarde, maar nooit onder woorden kon brengen. Die rare combinatie van gevoeligheid en kilheid van Woolf. Een labiele vrouw, maar verstoken van zelfmedelijden.
Toen ik jong was en Viriginia Woolf oppervlakkig kende, heb ik een schokkende ontdekking gedaan, namelijk dat iemand heel gevoelig kan zijn en niet warm. Ze was vreselijk nieuwsgierig en bestookte je met vragen, luchtige innemende vragen, die een jonge gespreksgenoot deden blozen omdat hij even in het middelpunt van haar belangstelling stond. Maar soms voelde ik me ‘een specimen van de Amerikaanse jonge dichters’ die de romanschrijfster wilde opnemen en wegbergen in haar voorraadkamer van indirecte ervaringen. Maar daarnaast had je ook het overmoedige gevoel dat je alles kon zeggen, het gevoel van vrijheid dat zeker een van de sleutels was tot de geest van Bloomsbury, een gedeeld, heimelijk plezier om menselijke dwaasheden of pretenties. Ze was ontzettend aardig en gedurende een aantal jaren nodigde ze me minstens één keer uit op de thee, telkens als ik in Engeland was, maar in al die tijd heb ik nooit warmte gevoeld, en dat was schokkend.
En zo gebeurde het dat ik een somber dagboek las uit de jaren zeventig, geschreven door een bijna zestigjarige lesbiënne, en me toch sterk aangesproken voelde. Ontroerd door een vrouw die hongert naar de vruchten van haar moeizaam verworven zelfstandigheid.

De overige dagboeken van Sarton (op haar zeventigste, negenenzeventigste, tachtigste en tweeëntachtigste geschreven) zijn niet in het Nederlands vertaald, maar dat zal me niet afremmen meer van haar te lezen.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> zeer beknopte bibliografie in de commentaren hieronder

May Sarton, Eenzaamheid : dagboek
167 p.
Uitgeverij Nijgh en Van Ditmar, 1988
Oorspr. Journal of a solitude (1973)
Vertaald door Marie Luyten

____

1 reactie(s):

Achille van den Branden zei

Leftover life to kill – Caitlin Thomas
Journal d’un homme de 30 ans – François Mauriac
Le mal et la souffrance – Louis Lavelle
Modern woman : the lost sex – Marynia F. Farnham
Loneliness – Clark E. Moustakas

Related Posts with Thumbnails