dinsdag 28 juli 2009

Wie kan het paradijs weerstaan - Michaël Zeeman en Abdelkader Benali

Jaren geleden heb ik me zitten afvragen hoe men de elektronische correspondentie van schrijvers zou uitgeven. Kan u zich een dik boek voorstellen met de Verzamelde e-mails van die of die? Welnu, Wie kan het paradijs weerstaan brengt het antwoord. E-mails worden gewoon brieven genoemd, en verder geen gezeur. Zeeman en Benali zijn twee publicisten die me niets zeggen, maar het zijn allebei gepassioneerde lezers. Dat moest wel vonken geven. En toch.

Ik had de betreurde Michaël Zeeman (1958-2009) nog vele decennia lezersschap gegund. Op je vijftigste heengaan is pijnlijk vroeg voor een boekengek. Tegelijk vond ik Zeemans enorme reputatie bepaald mysterieus. Goed, de man beschikte over een brede en diepe belezenheid, maar als ik de reacties van vrienden en verwanten lees, kwam die wellicht het best tot uiting in vertrouwelijke gesprekken.

Ik althans heb Zeeman met boeken nooit meer dan een middelmatig televisieprogramma gevonden. Het leek heel wat, al dat praten met ijzige ernst, maar ik geef het je op een blaadje: elk doorsnee essay zal meer stof bevatten dan de transcriptie van die gesprekken in dat unheimlich zwarte decor. Ook Zeemans recensies waren zelden spectaculair goed geschreven of spectaculair goed bedacht. Als Zeeman dan toch zo'n cultuurpaus was, hoe komt het dan dat bij leven nooit iets van zijn journalistieke werk werd gepubliceerd in boekvorm?

Romeinse brieven is de ondertitel van deze correspondentie. Romeins: Zeeman was correspondent voor de Volkskrant in Rome; Abdelkader Benali had een Italiaanse vlam en was daarom ook vaak onder de zuiderzon te vinden. Rome is overigens de opvallende afwezige in deze briefwisseling. Beide schrijvers lijken Italië vooral als veilige uitkijkpost te hebben gekozen om zich te beklagen over hun thuisland, en de bijbehorende intelligentsia. Dat wordt een beetje goed gemaakt door het grote contingent Italiaanse schrijvers dat langskomt.

Het tweetal vindt elkaar in het gefoeter op de luiheid van de mensen in het Nederlandse literaire circuit. "De wereld staat in brand, er verschijnen onophoudelijk opwindende boeken en ideeën binnen de horizon -- en Nederland wentelt zich in het babbelen over een amourette tussen een uitgever en diens hoofdredactrice en de demonstratie van wansmaak van een politica, een mislukte presentator en een failliete omroep. Ergste van al was NRC Roddelblad, dat er meteen een relletje uit probeerde te fabrieken," staat er bijvoorbeeld.

Maar nogal symptomatisch voor beide heren is dat die luiheid bekampt wordt met al even grote achterklap. Vooral de eeuwig miskende Zeeman is daar goed in. Ik zal het rijtje literatoren dat in dit brievenboek voor de bijl gaat niet uitschrijven. Rancune is een belangrijke motor in zijn schrijverij, al zal hij dat niet met zoveel woorden toegeven. Op 19 februari 2004, even voor middernacht, tekent hij aan:

Jaren geleden werd mij eens in een programma gevraagd waarom ik nooit reageer op al die laster die er over mij wordt verspreid. ‘Als de leeuw terugkeert van de jacht,’ antwoordde ik toen, ‘is hij moe. Hij begeeft zich te ruste in zijn legerstee. De hyena’s ruiken het bloed dat nog in zijn manen hangt. Ze naderen, bij het vallen van de avond, de slaapplaats van de leeuw soms wel tot honderd, ja, tot vijftig meter. Ze janken dat het een aard heeft, maar de leeuw slaapt rustig door. Richt de leeuw echter één keer zijn kop op, de hyena’s vluchten als bezetenen tot achter de horizon en niemand kent hun plaats meer. De leeuw, ondertussen, heeft goed gegeten en slaapt rustig.’ Een kleine voorraad schriftuurlijke metaforiek helpt altijd, al was het maar ter bescherming van je eigen goede humeur.
Dat Zeeman nu in alle in memoriams en krantenberichten consequent 'journalist' wordt genoemd, zou hem pijn gedaan hebben. 'Intellectueel' had natuurlijk gemoeten, of 'homme de lettres'. Toch is het raar dat er in de correspondentie tussen twee intellectuelen zo weinig uitgewerkte ideeën (tot nader order de stof waar intellectuelen uit gemaakt zijn) staan. In wezen zijn dit pronkbrieven, waarin door beide heren hoog wordt opgegeven over hun koortsachtige lectuur, waarin veel boeken kort worden getypeerd, en nog meer namen van schrijvers worden genoemd.
De ochtend na ons als vanouds voortreffelijke diner ben ik maar eens voor de kast Russische literatuur in mijn woonkamer gaan staan. Daar staan zo’n vijfhonderd boeken in: oorspronkelijke werken en biografieën en commentaren.
Maar zelden nemen deze brieven dus een essayistische vlucht. Wie kan het paradijs weerstaan is, net als het boek van Meijsing en Freriks, niet de schriftelijke neerslag van een vriendschap, maar een rollenspel, waarin beide acteurs elkaar met monologen stimuleren. Zeeman vindt in de jeugdige Benali een belangrijk klankbord voor zijn fascinaties, Benali is de leergierige leerling die zichtbaar zijn best doet om gelijke tred te houden, daar niet in slaagt, maar één ding voor heeft op Zeeman: hij werkt wél aan een literair oeuvre van enige importantie.
Mijn boek vordert traag maar gestaag, het is eigenlijk net een lange bootreis met bestemming Indië om uiteindelijk Amerika te ontdekken. Je gooit de trossen los, je bent goed voorbereid, je hebt genoeg proviand aan boord, je rekent op storm, je laat het kraaiennest bemannen door een gebochelde, dan raak je van je koers, je wanhoopt, je ziet nieuwe horizonten, je maakt een tussenstop, verlegt je koers, verdwaalt, doorstaat noodweer, verliest wat hout om uiteindelijik ergens aan te komen waar de eerste de beste persoon die je de hand wilt schudden geen moment aarzelt en je met haar en huid opeet. Ik zal je tegen de tijd dat ik vind dat het goed genoeg is om deukjes in de grote wereld op te lopen met alle plezier het document opsturen.
In mijn notities bij dit boek vind ik nog een paar bon mots ("Verzin, vind uit, maar laat het al bekende niet doorgaan voor eruditie" en "Ik ken geen mislukte relaties: ze bleken alleen eindig te zijn.") en voor de rest veel trivia. Het waren Zeeman en Benali die me voor het eerst attent maakten op de verhalen van Somerset Maugham ("Wat een technicus, die man!"). Ik leerde Hanser kennen, "de mooiste Duitse uitgeverij, nog mooier dan Suhrkamp", en een paar boekhandels in New York, zoals Argosy.

Tot slot twee aardige snippers.

[Abdelkader Benali op 30 september 2003]

Dag Michaelovic,

Dat was een aangenaam samenzijn. Je bent een combinatie van een onemanshow, en librettist van je eigen leven, voeg er wat roddel en gepeperde achterklap bij en je bent denk ik juist gekarakteriseerd. Ik vertelde je over de schrijver C.D. Andriesse, zijn boek heet De opstand, en is bij Contact uitgekomen. Het verhaal moet je aanspreken want het gaat om de achttiende-eeuwer Gads Coopmans die aan de universiteit van Franeker studeert. Hij eindigt na omzwervingen, veroorzaakt door de Pruisische inval, in Denemarken. Een Verlichtingsman in hart en nieren, hij trekt zich terug op het eiland Oe (een O met een Deens satéstokje erdoorheen). Zo ver ben ik nog niet in het boek dat ik je meteen kan vertellen wat ik er echt van vind, maar de vermenging van feit en fictie vind ik niet slecht gedaan.
Ik hoorde net van Hubert Smeets dat het stuk deze week in De Groene Amsterdammer staat, en vrijdag twee stukken in de NRC; ik heb inmiddels ook gevraagd wat ik nu precies vang voor dit getik, want het moet natuurlijk nog wel om kapitalistische waarden gaan. Voor de rest ben ik heel gelukkig met hoe de zaken er nu voorstaan.
Ik stuur je een dichtbundel (moet je op 1 november in Olanda zijn, dan kan ik je die zelfs persoonlijk geven), zodat je er voor jezelf een oordeel over kunt vormen. Wat je vertelde over die domineescultuur (in elk huis een Tenach en de bijbel in het origineel) vond ik interessant. Hoe heette de auteur, Bosch? Dan ga ik eens achter dat boek aan.
En omdat ik het gesprek met jou over Edward Saïd waardevol vond, stuur ik je de regels toe die ik ter nagedachtenis heb geschreven. Ik denk dat je het zult waarderen.
Dat voor dit moment.


[Michaël Zeeman op 19 februari 2004]

Beste Abdel,

Van wielrennen weet ik niks -- en begrijp me goed: ik ben daar niet trots op. Maar het is ermee als met de plezierit op het IJsselmeer: een deel van mijn voorgeslacht was visser. Vanaf het eiland Marken voeren ze, eeuwenlang, met onooglijke en levensgevaarlijke bootjes de zee op. De Zuiderzee, toen, maar ook wel verder, voorbij Texel en Vlieland, het ware zeegat uit, de Noordzee op. Jongens van het eiland gingen als ze nog zeer jong waren met hun vaders mee om, als ze niet overboord sloegen en verdronken, vechtend met de elementen hun karige brood te verdienen. Waren ze een jaar of veertien, vijftien, dan werden ze naar de logger gestuurd, soms zelfs naar de grote vaart. Ik kan me, omdat ik als kind de levende herinnering van mensen aan die harde, bittere en armoedige tijden heb gehoord, er nooit toe zetten voor de lol in zo’n omgebouwd scheepje te gaan zitten en de zee op te gaan. Ik vind dat spotten. Op de bodem rusten de skeletten van mijn voorouders en hun verwanten.
Mijn vader was een dominee, die vaak in kleine dorpen stond (zo heet dat, als een dominee ergens is aangesteld: hij ‘staat’ ergens. Er bestond een grapje onder dominees, dat behelsde dat militairen het een stuk makkelijker hebben. Die ‘liggen’ namelijk ergens. Tja, het waren sombere tijden). Dat bracht met zich mee dat ik mijn hele jeugd per fiets naar school ben gegaan, soms tien, soms vijftien kilometer heen en dito terug. Met je lijf vol verdovende middelen zogenaamd voor je lol een beetje hard gaan fietsen om uiteindelijk terug te keren waar je vertrokken bent -- dat is immers het idee van, bijvoorbeeld, de Tour de France -- maakt op mij een even misselijke indruk. Ik voel mij achteraf voor gek gezet.

(Gebaseerd op notities van 25 november 2006.)

> bibliografie in de commentaren hieronder
> meer Benali op Achille: De eeuwigheidskunstenaar

Michaël Zeeman en Abdelkader Benali, Wie kan het paradijs weerstaan
Romeinse brieven

236 p.
Uitgeverij De Bezige Bij, 2006

____

2 opmerkingen:

Achille van den Branden zei

Boeken:

Malocchio – Geerten Meijsing
De tijgerkat – Tommasi di Lampedusa
Kaputt – Malaparte
De bekentenissen van Zeno – Svevo
Le Périple de Baldassare – Amin Maalouf
I Veceré – De Roberto
Il segreto di Luca – Silone
De behouden tong – Canetti
De fakkel in het oor – Canetti
Auto da fe – Canetti
Het Martyrium – Canetti
Meridionale – Gadda
Onder professoren - W.F Hermans
A Short History of Nearly Everything – Bill Bryson
E=mc2 – Bodkin
Sneeuw – Orhan Pamuk
Hollandse romance – Pieter Waterdrinker
De bio van Skidelsky over John Maynard Keynes
A New Life – Malamud
Paradijsvogels – Franco
Montedidio – Erri De Luca
De judaskus – Lobo Antunes
De romans van Carson McCullers in de American Library-uitgave
De bio van Lord Roy Jenkins van Churchill
Het voorval – Annie Ernaux
Het relaas – Annie Ernaux
De romantische orde – Maarten Doorman
The Known World – Edward Jones
A Gesture Life – Chan-Rae Lee
Native Speaker – Chan-Rae Lee
Drinking Coffee Elsewhere – Z.Z. Packer
Tegen alle vijanden – Clarke
De verloofden - Manzoni
Soldaten van Salamis – Ceres
De vuist van Piemonte - Willebrord Nieuwenhuis
Kreutzersonate – Margriet de Moor
De hertog van Egypte – Margriet de Moor
Ammaniti – Fango
Als ik later rijk en dood ben – Maxim Biller
Pnin – Nabokov
The Hungry Tide – Amitav Ghosh
The Glass Palace – Amitav Ghosh
The Life of Pi – Yann Martel
De verhalen van Somerset Maugham
Of Human Bondage – Somerset Maugham
Point Counter Point – Huxley
Il libro delle vergini – D’Annunzio
Henderson de regenkoning – Bellow
Kruistochten – Karen Armstrong
Das dreissigste Jahr – Ingeborg Bachmann
The Dean’s December – Bellow
Defying Hitler – Sebastian Haffner
The Line of Beauty – Hollinghurst
Revolutionary Road – Yates
Durst – Kumpfmüller
Mein Jahr als Mörder – Christian Delius
Look Homeward, Angel – Thomas Wolfe


Schrijvers:

Sciascia
Pontiggia
Aeschylos
Pirandello
Pavese
Moravia
Vega
Genazino
Connie Palmen
Magris
Baricco
David Bos
Hans Tentije
Ferrante Pallavicino
Michael Krüger
Fumaroli
Hlasko
Gerhard Roth
Musil
Julian Barnes
Peter Esterhazy
Jens Christian Groendahl
Margalit
Buruma
Per Olav Enquist
Anne Marie Thiesse
Emmanuel Todd
Vico
Saba
Ungaretti
Christan Delius
Scalfari
Eco
Anna Achmatova
Marina Tsvetajeva
Jevgenia Ginsburg
Lidia Ginzburg
Julia Franck
Rachel Seiffert
Cynthia Ozick
Aharon Appelfeld
Manon Uphoff

Anoniem zei

"Dat wordt een beetje goed gemaakt door het grote contiNgent Italiaanse schrijvers dat langskomt."

Voor de rest: prachtig artikel.

Related Posts with Thumbnails