vrijdag 17 april 2009

Een meisjesleven - Geerten Meijsing

Een meisjesleven, oorspronkelijk gepubliceerd onder het pseudoniem Eefje Wijnberg, was een mystificatie van Geerten Meijsing. Willens nillens vernauwde die voorkennis mijn blik. Terminaal: tijdens het lezen ging ik me op één vraag focussen. Kon ik louter uit de tekst afleiden dat hier een man aan het werk was? Had ik Meijsing misschien zelfs bij naam kunnen noemen? Het antwoord moet tweemaal negatief luiden, en dat pleit voor zijn vakmanschap.

Toch hadden boekbesprekers in het begin van de jaren tachtig al snel in het snotje dat er meer aan de hand was. Maar die conclusie baseerden ze voornamelijk op extra-literaire redenen. De Arbeiderspers deed geheimzinnig over het boek, de roman werd nogal luidruchtig in de markt gezet, voorzien van verdachte aanbevelingen. Bovendien weigerde de schrijfster alle interviews. En kon iemand de vrouw op de flapfoto thuisbrengen.

De tekst zelf vind ik overtuigen, moet ik zeggen. Een meisjesleven doet zich voor als het autobiografische relaas van Eefje, een alleenstaande vrouw van vierentwintig met een dochtertje, Catherine. In het boek beschrijft ze zorgvuldig en zonder opsmuk de relaties met de mannen die ze als adolescent en jongvolwassene oppikte in de Haarlemse kroegen en koffiebars van de jaren zeventig. Een "sprookjesachtige" tijd: Boudewijn de Groot, Jaap Fischer en de Stones schallen er door de boxen, hashrook maakt het zicht lekker wazig en allelei Oosterse Wijsheden worden gretig ingedronken. Een meisjesleven wil ook een beeld neerzetten van een ietwat vormeloze, onverantwoorde tijd.

Op een of andere manier heb ik nooit zoiets als een echte puberteit gekend, maar de jaren tussen kindzijn en volwassenzijn -- die al te kort waren voor mij -- heb ik met Raoul doorgebracht, en ik was toen onbekommerd en gelukkig. We leefden bezijden de wereld in een wereld van onszelf: maar het was daar goed en we hadden geen andere mensen of verplichtingen nodig. Ik zag mijn vriendinnen niet meer; ik ging naar school als in een boze droom en voor de rest van de seizoenen was ik bij Raoul. Wat zou ik wensen dat die oliekachel nog eens werd aangestoken. Dit niemandsland van ongestoord geluk nog eens betreden worden kon. Ik vang er soms een glimp van op in het gelaat van Catherine: Raoul!
Raoul, het eerste serieuze vriendje, is het geheimzinnige, zwijgzame type (met een voorkeur voor rottend voedsel omdat de kleuren hem in extase brengen) dat de vader van Eefjes dochtertje wordt. De jeugdige zwangerschap zorgt natuurlijk voor een paniekreactie in haar naaste omgeving.
Ik had altijd zo onbelangrijk geschenen voor iedereen, een nakomertje, het kleine zusje dat je gemakkelijk over het hoofd kon zien, ik was de enige die niet echt meetelde in dit bejaardenpension, mijn hele leven had ik zo’n beetje voor spek en bonen meegedaan. En nu bleek dat ik ook een woordje te zeggen had, dat ik het weleens anders kon doen dan iedereen steeds klakkeloos had aangenomen, dat ik een eigen hart had dat allang niet meer op de precaire hinkstapmaat van mijn moeder klopte -- nu was iedereen ontzet, verbijsterd en verontwaardigd, maar naar mijn mening werd nog steeds niet gevraagd. Voor de familie was ik alleen de ingevulde schablone van het ‘gevallen meisje’, voor al die mooie instanties en organisaties een geval van ‘hoe lossen we dit pijnloos en geruisloos op?’
Dan is er Tony. Hij heeft een baantje bij het filmmuseum en mag graag op kosten van Eefjes uitkering leven. Vervolgens ontmoeten we de onbetrouwbare Thomas, die vooral Eefjes "lichaam laat functioneren". Ten slotte is er Erik, schrijver, en misschien de embryo van Meijsings geliefde alter ego Erik Provenier. Eefje trouwt met Erik, al komt het ook met hem weer tot een scheiding.
Ik begon me er overdadig bewust van te worden dat mijn lichaam van mij was en niet iets dat door mijn moeder gevormd, door Tony beheerd, door Erik verbeterd of door Thomas vernietigd moest worden.
Zeker de eerste twee derden van deze roman had ik met geen mogelijkheid kunnen terugvoeren op Geerten Meijsing. Enkele minuscule verwijzingen naar Proust en Stendhal niet te na gesproken doet niets denken aan de twee topzware, in decadentie gedrenkte romans die Meijsing vóór dit boek het licht had laten zien. Integendeel, Meijsing weet zijn precieuze proza en aangeboren eenzelvigheid hier goed te onderdrukken. Een meisjesleven is zowaar een relaxt groepsportret.

Alleen in het laatste deel van de roman (die bijna muzikaal is opgebouwd, drie delen met drie hoofdstukken) komt de auteur van Erwin en Michael van Mander opzetten. Niet alleen omdat Italië ter sprake komt. 'Eefje' somt haar heldinnen op, die, zacht uitgedrukt, nogal ongewoon zijn voor een wicht van haar leeftijd. Eerst is er Louise Brooks, de conflictueuze, in afzondering levende filmactrice uit de jaren dertig. Vervolgens Zelda Fitzgerald, wervelende levenskunstenares en tragische gezellin van Scott Fitzgerald. Ten slotte Eefjes 'erotische heldin', Diane di Prima.
De vergissing van Diane di Prima leek mij gelegen in haar voorstelling dat het verlangen begint, of gezeteld is, in de geslachtsorganen, terwijl het daar in werkelijkheid alleen maar aan zijn einde kwam en een meestal niet erg heroïsche dood stierf. Het verlangen stond eigenlijk los van het lichaam, en begon voordat het minste gebaar er nog aan te pas was gekomen; het bestond zelfs al vóór het een object gevonden had waar het zich op kon richten.
Di Prima is ook de schrijfster van de erotische memoires Herinneringen van een beatnik, waar Een meisjesleven een enkele criticus inderdaad deed aan denken. Tussen haakjes: Louise Brooks en Zelda Fitzgerald zijn ook op de zeldzaam lelijke website van Meijsing te bewonderen, afdeling 'Muses'.

Door de pastiche heen vond ik Meijsing een levensechte vrouw neerzetten. Eefje wil bewonderd worden, maar die bewondering niet begrijpen of beredeneren. Ze wordt aangetrokken door het mysterieuze aspect van mannen. Ze hunkert ernaar de onmiddellijke omgeving van haar relaties te leren kennen. Het belang van de huiselijke ruimte wordt goed in beeld gebracht. Als het erop aan komt doorziet Eefje vlugger dan haar mannen het belang van praktische faciliteiten, zoals water en electriciteit. De scène waarin Eefje haar partner probeert te overhalen om met haar te trouwen is realistisch. En de laatste bladzijden, waarin zij het juk van haar adolescentie van zich afschudt, zijn ontroerend te noemen.
Toen ik eenmaal goed ontwaakt was uit deze droom, begreep ik dat er niets om op te wachten was. En ik realiseerde me dat ik alleen mezelf te geven had aan Catherine, geen vreemde namen of traditionele instellingen, en dat er niemand anders was aan wie ik iets te geven had omdat ik alleen aan mezelf toebehoorde en het allemaal alleen zou moeten doen.
Ik maakte een einde aan alle nodeloze en verwarrende omstandigheden en ik nam alle schuld op mij toen ik een scheiding doorzette van een verbintenis die nooit tot stand had moeten komen, waarover ik verder niet spreken wil. En ik schreef een brief waarin ik alle pijn aan mij alleen voorbehield: ik had mijn leven en Erik moest het zijne leiden: zijn geluk kon ik niet worden, ik moest het mijne zijn, waarover ik verder niet spreken kan.
En ik geloofde dat de steken van mijn smart zouden voorbijgaan naarmate mijn verstand de overhand kreeg; dat is niet uit te leggen in woorden: ik had geprobeerd deel uit te maken van een wereld die niet bestond: er was niets dat mij eronder kon krijgen behalve mijn eigen gedachten dat ik slecht gedaan zou hebben, maar ik was beter dan niemand en niemand was beter dan ik: dus ik wist dat er niets was te winnen, dat ik niets kon verliezen dan mijzelf. Alles verandert, wat is gaat voorbij: door dit besef was er plotseling een afstand ontstaan tussen waar ik over nadacht, het meisje dat ik eens was, en mijzelf die daarover nadacht, een vrouw.
En ik hoopte dat ik iets geleerd had van al deze jongens; en ik wist dat ik wat ik geleerd had nooit aan mijn dochter kon geven, omdat ze mij niet zou geloven zoals ik mijn moeder niet geloofd had. Wat het ook was dat ik van Erik had willen hebben, hij hield het in zijn persoon besloten en nam het met zich mee: je moest nemen wat je wilde van het leven als je het kon krijgen, en je moest het doen zonder de rest. En wat ik van Raoul had willen hebben, zag ik van mij weggroeien: een onbegrijpelijk en vreemd nieuw meisjesleven.
En ik besloot alleen nog van mijn dochter te houden en ik opende een schriftje en begon, voor jou Catherine, alles op te schrijven van de gewone en verschillende dingen die samen een jeugd hebben gevormd, om mijzelf te begrijpen en ooit tegen jou te kunnen zeggen, vanuit heel andere omstandigheden waar ik nog geen idee van heb maar waarop ik mij toch verheug, dat ik mij niet meer schaam voor de dingen die jou, met andere namen en in andere gebeurtenissen, nog te wachten staan.
Maar dat maakt van Een meisjesleven nog geen goede roman. Allesbehalve, zelfs. Bovenal is dit slap geschreven kost. Eefjes seksuele escapades baren anno 2009 geen opzien meer en van ander drama, en daarmee een reden om verder te lezen, ontbreekt elk spoor. En het boek is te dik.

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken

meer Meijsing op Achille:
> De palmen van Amsterdam
> Siciliaanse vespers
> Stukwerk

Geerten Meijsing, Een meisjesleven
261 p.
Uitgeverij De Arbeiderspers, 1990
Oorspr. (1981) onder het pseudoniem Eefje Wijnberg

____

Geen opmerkingen:

Related Posts with Thumbnails