De palmen van Amsterdam - Kester Freriks en Geerten Meijsing
De paar jaar correspondentie tussen Kester Freriks en Geerten Meijsing bestaat uit proza dat zich beluisteren laat als een concerto voor geprepareerde piano en ontstemde viool. Er wordt wat afgejammerd in dit boek. Over aanvallen van neerslachtigheid, afnemende werkkracht, de moeite die het kost "dagporties" af te krijgen, gedoe met de uitgever ("de Aardbeienpers"), de altijd ontoereikende boekenbijlagen, de ellende met "parallitterair" schnabbelwerk.
De palmen van Amsterdam is daarmee ook de trieste neerslag van een van die typische, ondiepe mannenvriendschappen. Hoe gepolitoerd deze brieven ook moge zijn, hoe dankbaar de megafoon van de retorica wordt ingezet, als prikkelende conversatie, als conversatie tout court stelt het niet veel voor. Van vraag en antwoord is nauwelijks sprake. De heren schrijven monolithische monologen die zelden ingaan op de kwesties die de tegenpartij aansnijdt. Hier zijn twee schrijvers aan het werk die elkaar hoogstens als krabpaal gebruiken, de jeuk van het bestaan op elkaar afreageren.
Daarbij is Geerten Meijsing duidelijk de betere schrijver. Kester Freriks schrijft dagboekachtige aantekeningen waar hij met wisselend succes een literair vernislaagje op tracht te leggen. De brieven van Meijsing, die in de moderne Nederlandse literatuur zowat in zijn eentje de erfenis van de negentiende-eeuwse decadenten en Victorianen belichaamt, kunnen meer op zichzelf staan.
Gelukkig is er door alle gejeremieer door ook voldoende contrast. Freriks vertoeft vaak in Amerika, dweept met dirty realism en vertaalt om den brode de brieven van Hölderlin; Meijsing zit meestal in Italië, leest overwegend dode schrijvers en neemt gretig de romantische pose aan van de gekwelde artiest, het miskend genie. Rolmodel: George Gissing.
Hij belichaamt alle verbeten, verongelijkte karaktertrekken van de beroepsschrijver die, vaak in de ellendigste omstandigheden en met de grootst mogelijke tegenwerking van zijn huiselijke omgeving, moet blijven doorwerken zonder rust, terwijl zijn eigenlijke belangstelling meer de klassieke filologie geldt. Het gevoel van ballingschap, een outcast te zijn, niet serieus genomen te worden, minderwaardigheidsgevoel tegenover respectabele vrouwen en voorliefde voor makkelijke meisjes uit de heffe des volks, hypochondrie en melancholie: een benijdenswaardig leven heeft Gissing niet gekend.Nu, gaandeweg viel me toch op dat Freriks meer hecht aan deze correspondentie dan Meijsing, die helemaal op kan gaan in zijn tirades. Op den duur blijkt híj toch meer de aangever, en Freriks het recipiënt.
[...]
Mijn liefde geldt de abstracte schoonheid, maar ook de vergankelijke van al die meisjes. Die botsing is zo wreed! Ik word telkens weer gegrepen, aangegrepen, meegesleept. Ik zou mijn onmacht willen vergeten in de roes van het muziek maken, het beminnen, drinken met jou. Maar het mandaat weegt me zo zwaar. Geluk ligt in het een noch het ander: voor ons is er geen bevrediging.
[...]
Mijn benarde woonsituatie en financiën zijn niet erg behulpzaam bij het consolideren van deze affectie. Ik ben een speelbal van mijn gevoelens en van allerlei hoogst onzekere situaties, nerveus, mijn tijd aan het verdoen met dromen en afwachten, nagenieten en voorverheugen.
En kijk, in april 1989 is voor Freriks de maat vol, en verwoordt hij wat menig neutrale lezer al langer had zitten denken.
Niet je stilzwijgen, of je, als ik niet had gebeld, onverhoedse vertrek naar Italië, nee, wat de laatste tijd voor mij steeds onverdraaglijker werd, is het feit dat jij al je onlust over de wereld (van theater tot Amerika, van het CS tot Harry Mulisch, van Amsterdam tot de AP -- enfin, zo zijn er meer) allemaal richt op mij. Of, nog sterker, elk van mijn interesses dien jij met een soort onverzettelijkheid de genadeslag toe. Ik kan dat tot op zekere hoogte goed verdragen, te meer als er uit die ‘ironische’ toespelingen ook enige relativerende zelfironie spreekt; maar gaandeweg de laatste maanden werd de toon alleen maar bitser en bitterder, alsof er uit je handelen niets anders dan destructief verlangen blijkt aan mijn adres. Ik was bereid, denkend vanuit een idee van vriendschap, dit te aanvaarden, omdat ik kon begrijpen dat je een klankbord nodig had, of wellicht een doelwit, maar je moet begrijpen -- en ik pleit nu voor mijzelf -- dat ik dit niet tot in het oneindige kan accepteren. In plaats van jezelf en je eigen voorkeur in de literatuur en Italië tot absolute maatstaf te nemen, zou je ook belangstelling kunnen tonen voor andermans ideeën, in plaats van ze rechtstreeks of in tussenzinnetjes te attaqueren.Waarop Meijsing een kort briefje met nieuw zelfbeklag laat volgen.
Mijn stemmingen zijn te onberekenbaar, mijn somberte vaak te diep, mijn rust te kostbaar en te broos, dan dat ik, in plaats van begeesterd te raken en energie te verkrijgen in gesprekken met jou, almaar een moeilijk te begrijpen vijandelijke toon wil doorstaan.
Het komt wel goed, hoor, tussen die twee. De vroegere verhouding wordt snel hervonden. Te weten: die van twee pofadders die elkaar net niet bijten.
Grappig is, by the way, dat dit in twee weken tijd het tweede boek is waarin de Natureingang van De rode kamer wordt geprezen, terwijl ik anders nooit iets lees over de romans van Strindberg.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> selectieve bibliografie in de commentaren hieronder
Kester Freriks en Geerten Meijsing, De palmen van Amsterdam
Briefwisseling
229 p.
Uitgeverij De Arbeiderspers, 1993
Best of:
Korte autobio van Freriks, 39 e.v.
Meijsing over de aantrekkingskracht van vrouwen, 62 e.v.
Meijsing, 85 e.v.
Freriks over Hölderlin, 88
Gebrouilleerde brief van Freriks, 95 e.v.
Freriks in Florida, 102 e.v.
Freriks over normatief zijn, 110
Meijsing over boekenbijlagen, 124 e.v.
Meijsing over schrijversfestivals, 211 e.v.
____

1 opmerking:
Onder meer vermeld in 'De palmen van Amsterdam':
Un viaggia in Italia – Guido Ceronetti
Albergo Italia – Guido Ceronetti
The roads around Pisa – Karen Blixen
By the Ionian Sea – Gissing
Les papiers de Walter Jonas – Baptiste-Marrey
La fin de Lamiel – Jacques Laurent
Something to be desired – Thomas McGuane
Beneath the underdog – Charles Mingus
Afrika-dagboek – Kees Wielemaker
Lotgevallen van een locomotief – Willy van der Heide
The moviegoer – Walker Percy
Amei – Ruth Schaumann
Oke – Bertil Malmberg
Vertellers uit de Po-vlakte – Gianni Celati
La vie amoureuse de d’Annunzio
Enemies of promise – Cyril Connolly
Hebrew melodies – Byron
The reader over your shoulder – Robert Graves
The fragility of goodness – Martha Nussbaum
Barokconcert – Alejo Carpentier
L’arbre sur la rivière – Bergounioux
Le triomphe de l’amour – Marivaux
L’atelier de Peter Loewen – Baptiste-Marrey
Reviews of unwritten books - Rolfe
Een reactie plaatsen