Kleine geschiedenis van de vooruitgang - Ronald Wright
Kleine geschiedenis van de áchteruitgang had dit boek moeten heten. De Canadese historicus Ronald Wright ziet de moderne beschaving niet als een vaststaand gegeven, maar als een wankel experiment, dat uit de hand kan lopen als we niet spaarzaam omspringen met onze natuurlijke rijkdommen. Om die stelling te staven onderzoekt hij een aantal oude beschavingen die ongeveer duizend jaar lang roofbouw pleegden op hun natuurlijke gastheer om vervolgens ten onder te gaan.
Als we een duidelijk beeld hebben van wat we zijn en wat we hebben gedaan, zegt Wright, kunnen we daaruit opmaken welk menselijk gedrag in veel tijden en culturen onveranderd is gebleven. Vanuit deze kennis kunnen we voorspellen wat we waarschijnlijk zullen doen, welke koers we in de toekomst allicht zullen kiezen. En wat blijkt? Veel van de grote ruïnes die de woestijnen en oerwouden van onze aarde sieren, zijn monumenten voor de valkuilen van de vooruitgang, grafstenen van beschavingen die aan hun eigen succes ten onder zijn gegaan.
Op de vragen wat we zijn en wat we hebben gedaan, kennen we het antwoord trouwens nog niet zo lang. Antropologen weten nu dat we afstammen van apen die ongeveer vijf miljoen jaar geleden in Afrika leefden. (Moderne mensapen stammen af van dezelfde voorouders als wij, maar onze voorouders waren geen moderne mensapen, al zijn we wel nauw verwant.) Maar de rationele twijfel over de kwestie van onze afstamming begon pas in de negentiende eeuw te knagen, toen geologen gingen beseffen dat de chronologie van de Bijbel niet strookte met de leeftijd van stenen, fossielen en sedimenten. In 1863 kwam Lyell met Geological evidences of the antiquity of man. In 1856 publiceerde Darwin On the origin of species, in 1871 The descent of man. In 1907 toonden Boltwood en Rutherford aan dat de leeftijd van de aarde niet in miljoenen maar in miljarden jaren moest worden geschat. De archeologie ontdekte dat de mens een laatkomer was.
Ook de vraag waar het naartoe moet, dus ervan uitgaand dat het ergens in lineaire zin naartoe gáát, is van betrekkelijk recente datum. Het materiële vooruitgangsdenken, het geloof in onomkeerbare veranderingen in één richting -- die van de verbetering, is pas driehonderd jaar oud. Het ontstond met de opkomst van wetenschap en industrie en het gelijktijdig verval van de traditionele geloofsovertuigingen.
Ondertussen is de vooruitgangsgedachte tot een bijna onaantastbare mythe geworden. De ineenstorting van de Sovjet-Unie, de gruwel in nazi-Duitsland en in China, hebben bij velen de gedachte doen ontstaan dat de uiteindelijke lotsbestemming van de moderne maatschappij alleen maar kan liggen in een door de democratie aangestuurd kapitalisme. "Na de Tweede Wereldoorlog groeide de consensus over de aanpak van de wortels van geweld: internationale intituties en democratisch gestuurde vormen van kapitalisme gebaseerd op keynesiaanse economische theorieën en Amerika’s New Deal."
Daarvoor moet alles wijken. Wright betoogt dat we bezig zijn met het ontketenen van immense krachten -- cybernetica, biotechnologie, nanotechnologie -- waarvan we hopen dat het goede instrumenten zijn, maar waarvan eigenlijk de consequenties niet kunnen overzien. Tegelijk blijven we de wereld in een ras tempo kaalplukken, droogleggen en vervuilen, zonder afdoende maatregelen daartegen. De mens verstoort het klimaat en weet zich geen raad met giftig afval.
Aan de hand van een aantal casestudies uit de wereldgeschiedenis wil Wright aantonen hoe kwistig omspringen met het ecologisch kapitaal, in een blind enthousiasme voor nieuwe technische/technologische ontwikkelingen, ernstige gevolgen kan hebben. Zo'n vooruitgang die een beschaving verlokt maar op de lange duur te gronde richt noemt Wright een "vooruitgangsval". Hij noemt in zijn boek vijf voorbeelden.
1. De volksverhuizingen in het late paleolithicum. "Een van de dingen die we over onszelf moeten weten is dus dat het late paleolithicum, dat misschien met genocide begon, eindigde in een gigantische wildbarbecue onder het motto ‘slacht wat je slachten kan’." De perfectionering van de jacht betekende meteen ook het einde van het jagen als levenswijze. De gemakkelijke toegang tot vlees betekende meer baby’s. Meer baby’s betekende meer jagers. Meer jagers betekende uiteindelijk minder wild. De meeste grote volksverhuizingen die in deze periode over de hele wereld plaatsvonden moeten zijn ingegeven door gebrek, nadat we het land met de ene braspartij na de andere volledig hadden uitgeput. [In het mesolithicum (de middensteenstijd) wordt de voedselbijdrage van de niet-jagers, de verzamelaars, groter. Op bepaalde plaatsen ontstonden nederzettingen. Sedentaire experimenten zullen uiteindelijk leiden tot de landbouw en veeteelt (neolithicum). In verschillende delen van de wereld leidde de nieuwe steentijd tot metaalbewerking, maar dat was geen fundamentele inhoudelijke verschuiving. Een neolithisch dorp leek sterk op een dorp uit de brons- of de ijzertijd (en overigens ook op een hedendaags dorp in de derde wereld).]
2. De ondergang van de samenleving op het Paaseiland ten gevolge van houtkap (p. 66-72).
3. De Soemeriërs (uitvinders van de irrigatie, de stad, de corporatie en het schrift) en de exploitatie van de natuurlijke rijkdommen van Mesopotamië (p. 75-89). Overal waar de oerbossen en hun bodems werden vernietigd door kaalslag, brandstichting, overbegrazing of intensief ploegen, werd de kale onderbodem door de zon gebakken tot een harde korst die bij regenval als een glad dak werkte. Dit leidde tot plotselinge hevige modderstromen. Daarnaast bodemverarming: "Rivieren spoelen zout aan uit de rotsen en de aarde en voeren het af naar de zee. Maar als mensen waterlopen verleggen om droog land te bevloeien, verdampt veel van het water en blijft het zout achter. Door irrigatie raakt land van water verzadigd, waardoor brak grondwater de kans krijgt zich naar boven te verspreiden. Zonder goede afwatering, regelmatige braakligging en voldoende regenval om de grond zo nu en dan schoon te spoelen, leidt irrigatie op termijn tot het ontstaan van zoutpannen." Na verloop van tijd moesten de Soemeriërs de tarwe vervangen door gerst, dat beter bestand is tegen zout. Bovendien bereikte de bevolkingsomvang vanaf het midden van het derde millennium v. Chr. haar hoogtepunt, de heersende klasse werd topzwaar en de voortdurende oorlogen maakten het noodzakelijk continu legers op de been te houden. "Ze pleegden roofbouw op de toekomst om het heden te kunnen betalen." Stilaan verschoof de macht naar het noorden, naar Babylon en Assyrië, en nog later, onder de islam, naar Bagdad.
4. Bij de Grieken: ontbossing bij de Atheners. Bij de Romeinen: de neergang na de hoogtijdagen van het Romeinse rijk vanaf de dood van Marcus Aurelius (p. 93 e.v.). Tot Caesar: Romeinse burgers die ten strijde trokken wilden thuis pronken met oorlogsbuit: gemeenschapsgronden gaan verloren, sterke stijging grondprijzen rond hoofdstad, familiebedrijfjes kunnen niet concurreren met herenboeren met slaven. Verklaringen ondergang Romeinse rijk: plagen, loodvergiftiging, waanzinnige keizers, corruptie, barbaren, christendom, de wet van Parkinson, export van bodemexploitatie naar de koloniën en de afhankelijkheid daarvan, milieubelasting (archeologisch bewijs: het keizerrijk verviel het snelst in de kern, het Middellandse Zeebekken waar het milieu het zwaarst werd belast).
5. De neergang van het Maya-rijk (zie voor hun uitvindingen p. 105). Oorlog, droogte, ziekte, uitputting van de grond, invasies, verstoring van de handel, boerenopstanden. Maar ook ecologische malaise: erosie. Onderzoeken van stuifmeel uit die tijd bevestigen dat naarmate de steden groeiden, de jungle bezweek onder de stenen bijl. Bomen maakten plaats voor korenvelden en daarmee verdween ook het wild, de belangrijkste bron van dierlijke eiwitten voor de Maya’s, naast vis, kalkoen en een enkele haarloze hond.
Wright vermeldt ook een paar belangrijke tegenvoorbeelden, het Egyptische rijk en het Chinese, maar alleen om te suggereren dat de duurzame ontwikkeling aldaar niet zozeer aan menselijke matiging te danken is, maar aan gunstige natuurlijke basisvoorwaarden. In het Egyptische rijk bakenden de bergen aan weerszijden van de Nijl al bij voorbaat de grens van de bewerkbare grond af. De Egyptische landbouwmethoden waren ook conservatief en werkten met de watercyclus mee, niet ertegenin. Het verziltingsproces dat Soemerië vergiftigde verliep hier veel trager. En China was door de natuur meer dan evenredig bedeeld met vruchtbare grond in de vorm van lössafzetting. Erosie bracht hier alleen maar nieuwe lagen goede grond te voorschijn.
De les die ik leer uit het verleden, zegt Wright, is deze: dat geen enkele beschaving kan overleven en bloeien als de gezondheid van grond en water -- en van de bossen, de hoeders van het water -- niet blijvend verzekerd is. Alleen, vervolgt hij, het grote verschil tussen bovenstaande voorbeelden en de moderne maatschappij is dat onze geglobaliseerde wereld ondertussen te klein is om grote vergissingen nog te kunnen rechtzetten. Onze economie kent overal ter wereld te diepe vertakkingen. "We hebben nog steeds verschillende culturen en politieke systemen, maar op economisch niveau is er slecht één grote beschaving, die zich voedt met het natuurlijke kapitaal van de gehele planeet."
Na voorbeelden te noemen uit de Victoriaanse cultuurpessimistische traditie en de utopische en dystopische literatuur, geeft Wright een opsomming van alle hedendaagse pijnpunten. Sinds het begin van de twintigste eeuw is de wereldbevolking verviervoudigd en is de economie -- een globale maatstaf voor de belasting van de natuur door de mens -- meer dan veertig keer zo groot geworden. De ijskappen op beide polen brokkelen af. Oeroude gletsjers in de Andes en de Himalaya smelten. De graanproductie stagneert, terwijl de bevolking toeneemt. Op 11 september vielen er in New York drieduizend slachtoffers, terwijl er op aarde iedere dag vijfentwintigduizend mensen sterven door vervuild water. Ieder jaar raken twintig miljoen kinderen geestelijk gehandicapt door ondervoeding. Elk jaar gaat een landbouwgebied ter grootte van Schotland verloren door erosie en stadsuitbreiding, vooral in Azië. Wright noemt de mens -- verantwoordelijk voor de laatste mammoet, de laatste dodo en misschien binnenkort zelfs de laatste gorilla -- zonder verpinken een massamoordenaar.
Waarna we komen bij de slotsom. Bijzonder aan de mens was zijn vermogen cultuur door te geven van generatie op generatie via spraak en schrift. "De mens is een generalist zonder slagtanden, klauwen of gifklieren die werktuigen, kleding en voertuigen is gaan ontwikkelen die hem in staat stelden nog voor de laatste IJstijd voorbij was de hele planeet te koloniseren. Zijn specialisme is het verstand. Maar zijn genie kan hem ook tegen hem keren." Als ze nu wil overleven, moet de beschaving leren leven van de rente in plaats van het kapitaal van de natuur.
Ik heb veel gehad aan dit boek. Kleine geschiedenis van de vooruitgang stelt het romantische beeld bij dat leken van primitieve beschavingen hebben, en dat vond ik voor mezelf broodnodig. Voorts valt er zeker iets te zeggen voor Wrights stellingen. De bewijskracht komt voort uit het feit dat zich gelijklopende ontwikkelingen hebben voorgedaan in beschavingen die vaak volstrekt van elkaar gescheiden waren -- in het geval van de Maya's en het Europese continent op zijn minst vijftienhonderd jaar lang.
Maar mij viel ook op hoe paniekerig en bijziend Wrights laatste hoofdstuk was. Of ie plots van afstandelijk waarnemer met het overzicht van millennia verandert in een ondergangsprofeet. Daarmee ontstond de indruk dat-ie de wereldgeschiedenis speciaal had uitgepluisd op zoek naar argumenten om zijn visie te staven. Maar als leek kan ik natuurlijk niet direct tegenvoorbeelden aandragen. Beschavingen kunnen tegen stootje, als je maar aanvaardt dat ze ten onder gaan en in een andere gedaante opnieuw verrijzen. Ja, het Romeinse rijk kwijnde weg, maar het maakte wél plaats voor de christelijke Europese beschaving.
Overigens is het niet zo moeilijk de ondergang van een bepaald systeem te voorspellen. Wet van Van den Branden: alles slaat ooit om in zijn tegendeel. De kunst is: voorspellen wannéér. Doemdenkers vergeten altijd hoe creatief een mens kan zijn, hoe rekbaar zijn aanpassingsvermogen. De mensheid heeft hele ijstijden overleefd.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> uitgebreide bibliografie in de commentaren hieronder
> http://en.wikipedia.org/wiki/A_Short_History_of_Progress
Ronald Wright, Kleine geschiedenis van de vooruitgang
205 p.
Uitgeverij Cossee, 2006
Oorspr. A short history of progress (2005)
Vertaald door Olaf Brenninkmeijer
Kennis uit dit boek die me verder bruikbaar was:
a. Enkele handzame definities. CULTUUR is het geheel van kennis, technologie, geloofsovertuigingen en gebruiken van een maatschappij. Een BESCHAVING is een specifiek soort cultuur: een omvangrijke complexe samenleving gebaseerd op het temmen van planten, dieren en mensen. De structuur van een beschaving kan variëren, maar de meeste beschikken over dorpen, steden, overheden, sociale klassen en gespecialiseerde beroepen. Er is overigens geen koppeling tussen het begrip beschaving en MORELE WAARDEN: denk aan het Romeinse circus, de mensenoffers bij de Azteken, de inquisitie en concentratiekampen.
b. Roundup van de EERSTE BESCHAVINGEN. Die van Soemerië in Zuid-Mesopotamië in het huidige Irak, en Egypte, die allebei rond 3000 v.Chr. bestonden. Ze legden een patroon vast dat overal in de oude wereld door Semitische en andere volkeren zou worden nagevolgd. Gilgamesj-epos. Spijkerschrift. Oeroek. Rond 1000 v. Chr. waren er al veel meer beschavingen, onder meer in India, China, Mexico, Peru en delen van Europa.
c. Wetenswaardigheden uit de PREHISTORIE. De oude steentijd of het paleolithicum duurde van bijna drie miljoen jaar geleden, toen de eerste door mensachtigen vervaardigde werktuigen verschenen, tot het eind van de laatste ijstijd, ongeveer twaalfduizend jaar geleden (slechts zes keer verder terug dan de geboorte van Christus en het Romeinse rijk). In totaal liefst 99,5 procent van de bestaansgeschiedenis van de mens. * Het is moeilijk vast te stellen wanneer de homo erectus het vuur voor het eerst temde en zijn overlevingskansen ineens sterk toenamen. Het enige dat we weten is dat de mens al minstens een half miljoen jaar gebruikmaakt van vuur, mogelijk zelfs tweemaal zo lang. De volgende revolutie kwam een half miljoen later, toen de cro-magnonmens of homo sapiens, nadat hij de neanderthaler had verdreven, de jacht perfectioneerde. Nieuwe wapens, decoratieve elementen, begrafenisrituelen, rotsschilderingen. Vrije tijd als gevolg van voedseloverschot. Globale verspreiding: niet later dan vijftienduizend jaar geleden -- dus lang voordat het ijs zich definitief had teruggetrokken -- had de mens zich op alle continenten behalve Antarctica gevestigd. * De stambomen van de mens en de mensaap splitsten zich ongeveer miljoen jaar geleden, waarna het nog twee miljoen jaar zou duren voor de mensachtigen primitieve stenen werktuigen begonnen te maken. * De neanderthalers verschijnen ongeveer honderddertigduizend jaar geleden om honderdduizend jaar later weer te verdwijnen. Het lijkt erop dat ze zich min of meer in dezelfde periode hebben ontwikkeld als de eerste exemplaren van een soort die we als de moderne mens beschouwen en die vaak cro-magnonmens wordt genoemd. Zo’n tien millennia lang, van veertig- tot dertigduizend jaar geleden, zullen de neanderthalers en de cro-magnonmensen elkaar inderdaad met stenen hebben bekogeld, maar ook elkaars kampvuren hebben gedoofd, wild hebben gestolen en misschien zelfs elkaars vrouwen en kinderen hebben geroofd. Na afloop van deze onvoorstelbaar lange strijd behoorden Europa en de rest van de wereld aan onze soort, de cro-magnon toe.
d. De prehistorische HERKOMST VAN GEWASSEN. De zes miljard mensen van nu voeden zich met de gewassen van een stuk of tien volken uit de prehistorie. * Het Midden-Oosten, ‘de vruchtbare halve maan’: het kruispunt van Afrika, Europa en Azië. In de oude steentijd hadden neanderthalers en cro-magnons vijftigduizend jaar lang om dit gebied gestreden. Maar hoe rijk dit gebied ook was aan cultiveerbare planten en dieren en gunstige natuurlijke omstandigheden, de ontwikkelingsgang verliep er zeer traag. De grootste nederzettingen (Jericho en Çatal Hüyük) waren zeer klein, een paar hectare. * Het Verre Oosten: rijst en gierst.* Midden-Amerika (het gebied rond het huidige Mexico): maïs, bonen, pompoenen, amarant en tomaten. * Zuid-Amerika (de Andes): aardappelen, pompoenen, pinda’s en eiwitrijke graansoorten als quinoa. * In al deze kerngebieden verschijnen de eerste gekweekte gewassen tussen acht- en tienduizend jaar gelden. Naast deze grote vier zijn er nog een stuk of twaalf kleinere kerngebieden in tropisch Zuid-Oost-Azië, Ethiopië, de Amazone en het oostelijk deel van Noord-Amerika, die ons respectievelijk de banaan, koffie, maniok en de zonnebloem hebben opgeleverd. * Landbouw leidde tot meer kwantiteit ten koste van kwaliteit (zetmeelrijk voedsel i.p.v. eitwitrijk wild voedsel), tot meer voedsel en meer mensen, maar zelden tot betere voeding of betere leefomstandigheden. * "Een effectieve en betrouwbare voedselvoorziening was in het verleden even zeldzaam als in de huidige derde wereld." In de oudheid beschikten de meeste staten nog niet over voldoende opslag -of transportmogelijkheden om crises van enige omvang het hoofd te kunnen bieden.
e. Domesticatie van dieren, p. 53.
f. Bevolkingsschatting prehistorie, p. 54.
g. Uitvinding van het wiel, gebruik van metalen, schrift, aardewerk, p. 56-57.
h. Exponentiële groei van de wereldbevolking, p. 118.
i. Toevallige, onbewuste herstelmaatregelen, p. 119.
j. De onvoorstelbare economische injectie die Europa kreeg door de ontdekkingen in Latijns-Amerika, p. 120. Marx was de eerste die inzag dat het goud van Atahuallpa een onmisbare voorwaarde was voor het ontstaan van de industriële productie.

1 opmerking:
The evolution of urban society : early Mesopotamia and prehispanic Mexico –Adams
Heartland of cities : surveys of ancient settlement and land on the central floodplain of the Euphrates – Adams
Laat ons nu vermaarde mannen prijzen – Agee en Evans
The birth of Indian civilization – Bridget en Allchin
Het verhaal van de dienstmaagd – Atwood
Oryx en Crake – Atwood
Easter Island, Earth Island – Bahn en Flenley
De structuur van het dagelijks leven – Braudel
Het spel van de handel – Braudel
De andere kant van het paradijs : over jager-verzamelaars, hoeren en de verdeling van de wereld – Brody
Book of the Fourth World reading the Native Americas through their literature – Brotherston
Early Chinese civilization – Chang Kwang-Chih
New light on the most Ancient East – Childe
Voor vuursteen tot wereldrijk – Childe
World on fire : how exporting free market democracy breeds ethnic hatred and global instability – Chua
Hope en Glory : Britan 1900-1990 – Clarke
Aztecs : an interpretation – Glendinnen
Reading the Holocaust – Glendinnen
The Maya – Coe
Breaking the Maya code – Coe
Wachten op de barbaren – Coetzee
The food crisis in prehistory – Cohen
Religion and empire – Conrad
De geheim agent – Conrad
The Columbian exchange : biological and cultural consequences of 1492 – Crosby
Ecological imperialism : the biological expansion of Europe 900-1900 – Crosby
Precolumbian population – Culbert
The ideo of prehistory – Daniel
Zwaarden, paarden en ziektekiemen – Diamond
Moeilijke tijden – Diamond
The invisible pyramid – Eiseley
The star thrower – Eiseley
The Middle East : a physical, social and regional geography – Fisher
The future eaters : an ecological history of the Australian lands and people – Flannery
Three lectures by Northrop Frye
Het einde van de geschiedenis en de laatste mens – Fukuyama
The coming plague : newly emerging diseases in a world out of balance – Garrett
Verval en ondergang van het Romeinse Rijk – Gibbon
The inheritors – Golding
Pincher Martin – Golding
De eeuwigheid : op zoek naar het begin der tijden – Gorst
The human impact on the natural environment – Goudie
Corps and man – Harlan
Danw of a millennium : beyond evolution and culture – Harth
Fueling the future : how the battle over energy is chaning everything – Heintzmann
The conquest of the Incas – Hemming
Riddley Walker – Hoban
The age of empire : 1875-1914 – Hobsbawm
Een eeuw van uitersten – Hobsbawm
The ingenuity gap : how can we solve the problems of the future? – Homer-Dixon
Mankind in the making : the story of human evolution – Howells
Beyond the Mexique Bay – Huxley
Ibsen – Een vijand des volks
The economy of cities – Jacobs
Dark age ahead – Jacobs
Throughout your generations forever : sacrifice, religion, and paternity – Jay
The invasion of America – Jennings
Peru beforte the Incas – Lanning
Onze oorsprong : een speurtocht naar het ontstaan van de mensheid – Leakey
The end of the world : the science and ethics of human extinction – Leslei
Something in the soil : legacies and reckonings in the new west – Limerick
Exterminate all the brutes – Lindqvist
Rogue primate : an exploration of human domestication – Livingston
Conquest and survival in colonial Guatemala – Lovell
A beauty that hurts : life and death in Guatemala – Lovell
A guide to the population history of Spanish Central America – Lovell
Secret judgments of God: Old World disease in Colonial Spanish America – Lovell
Het nieuwe weer – Lynas
Paris 1919 – MacMillan
Early Mesopotamia and Iran – Mallowan
An essay on the principle of population – Malthus
Het einde van de natuur – McKibben
Mensen en hun plagen : epidemieën en de loop van de geschiedenis – McNeill
Earliest civilizations of the Near East – Mellaart
Catal Hüyük : a neolithic town in Anatolia – Mellaart
Rigoberta Menchu : een bericht uit Guatemala – Menchú
Dancing at the Dead Sea : tracking the world’s environmental hotspots
The power of development – Crush (ed.)
The Incas and their ancestors : the archaeology of Peru – Moseley
Sea of slaughter – Mowat
The fourth horseman : a short history of epidemics, plagues, famine and other scourges – Nikiforuk
Ancient Mesopotamia – Oppenheim
Easter Island : mystery of the stone giants – Orliac
The idea of progress : history and society – Pollard
Een groene geschiedenis van de wereld – Ponting
Human impact on ancient environments – Redman
Onze laatste mens : overleeft de mens de 21e eeuw? – Rees
La guerre du feu – Rosny (Belgisch auteur)
The city after the automobile : an architect’s vision – Safdie
Song for the blue ocean : encounters along the world’s coasts and beneath the seas – Safina
Stone Age economics – Sahlins
The unconscious civilization – Saul
Past worlds : the Times atlas of archaeology – Scarre
A forest of kings : the untold story of the ancient Maya – Schele
Hou het klein : een economische studie waarbij de mens weer meetelt – Schumacher
The ancient Maya – Sharer
Ancient Titicaca : the evolution of complex society in Souther Peru and Norther Bolivia – Stanish
African exodus : the origins of modern humanity – Stringer
The collapse of complex societies – Tainter
The last Neanderthal : the rise, success, and mysterious extinction of our closest human relatives – Tattersall
Time and highland Maya – Tedlock
The rise and fall of May civilization – Thompson
Maya Hieroglyphic writing – Thompson
Walden – Thoreau
Early civilizations : ancient Egypt in context – Trigger
The Neanderthals : changing the image of mankind – Trinkaus
So shall we reap – Tudge
Seeds of change : a quincentennial commemoration – Viola
Atlas of the North American Indian – Waldman
Het oude China : de archeologie tot de Han-dynastie – Watson
Indian givers : how the Indians of the Americas transformed the world – Weatherford
Native roots : how the Indians enriched America – Weatherford
The fall of the ancient Maya : solving the mystery of the Maya collapse – Webster
Selected short stories – Wells
Patterns in prehistory – Wenke
The pivot of the four quarters : a preliminary enquiry into the origins and character of the ancient Chinese city – Wheatley
Time among the Maya – Wright
Stolen continents : conquest and resistance in the Americas – Wright
A scientific romance – Wright
De dag van de triffids – Wyndham
De getekenden – Wyndham
Een reactie plaatsen