Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen - Pierre Bayard
"Er bestaat niet één onbekend boek, aangezien het deze status bij de eerste ontmoeting kwijtraakt," schrijft Pierre Bayard als een volleerd sofist. En zijn eigen boek is een volmaakt voorbeeld bij die stelling. Ik heb de hype rond Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen zoveel mogelijk proberen te mijden, en toch had ik al mijn ideeën klaar over het boek, zonder er één letter uit te kennen. Maar bij nader inzien is dit niet het spectaculaire blufboek dat ik had verwacht.
Ik dacht dat Pierre Bayard de lezer met zin voor ironie allerlei praktische tips aan de hand zou doen om zich uit netelige maatschappelijke situaties te redden. Dat hij ons met andere woorden zou uitleggen hoe je je gesprekspartner de indruk geeft dat je dit of dat boek hebt gelezen. Maar dat is buiten het Franse sérieux gerekend. Met heilige ernst relativeert Bayard alle lezen tout court, en pompt hij de literatuurverzakers onder ons het nodige zelfvertrouwen in.
Bayards lange essay is gegroeid uit zijn beroepssituatie. Als literatuurdocent aan de universiteit ontkwam hij niet aan de verplichting tekst en uitleg te geven bij boeken die hij in de meeste gevallen niet eens opengeslagen had. Dat taboe wou hij met Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen doorbreken.
Bayard is zeker niet de eerste die openhartig doet over de hiaten in zijn leesbagage. Ook Karel van het Reve zei in interviews meermaals de recente literatuur nauwelijks bij te houden, zelfs de Russische niet, nochtans zijn vakgebied. Daardoor kwam het dikwijls dat hij zich nog snel moest inlezen om geen modderfiguur te slaan bij weer een nieuwe thesisstudent. Maar goed, in een land als Frankrijk -- nergens is het snob-appeal van literatuur groter -- mag Bayards publieke bekentenis niet onderschat worden.
Lezen wordt beschouwd als iets heiligs, voor bepaalde milieus gelden lijsten met boeken die je moet gelezen hebben, wil je niet uit de gratie raken. Daarbij wordt bedoeld: boeken lezen van kaft tot kaft. Doorbladeren of kriskras lezen is geen optie. Toch praten over boeken die je niet hebt gelezen is al helemaal uit den boze.En daarom wordt er zoveel gejokt over zogenaamd gelezen boeken, zelfs in kringen van deskundigen, of beter gezegd: juist in die kringen, want de leugen is evenredig aan het belang dat het boek in een bepaald milieu heeft. "Ik ken in het persoonlijke leven weinig gebieden, met uitzondering van geld en seksualiteit, waarop het zo moeilijk is betrouwbare informatie te krijgen als op het vlak van boeken," aldus Bayard. Die zit.
Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen bevat dan ook een paar geestige praktijkvoorbeelden van hoe recensenten hun niet-lezen trachten te verbergen. In de Académie française schreef Paul Valéry laudatio's voor schrijvers wier boeken hij, die allereerst uit was op algemene literaire wetten, nauwelijks gelezen had. En er is die heerlijke passage uit Verloren illusies van Balzac (een boek dat ik deze zomer las) waarin een schrijvelaar uit de provincie de mores van het Parijse besprekersdom leert kennen.
Voor vele opmerkingen uit de koker van de recensenten uit Verloren illusies volstaat het het besproken boek op een willekeurige bladzijde open te slaan om tot die conclusie te komen. En als dat niet volstaat voor voldoende kopij, lullen de besprekers van Balzac wel een potje over de status van het schrijverschap, of de plaats van de schrijver in het literaire systeem. (Dat doet me eraan denken: één van mijn plannen is ooit op dit weblog een catalogus van kunstgemeenplaatsen aan te leggen: gebrabbel uit kunstcatalogusteksten.)
Boeken lezen
De voornaamste verdienste van Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen bestaat erin heel minutieus uit te leggen wat elke goede lezer intuïtief al wist, maar nooit hardop durfde te zeggen: dat het verschil tussen een gelezen en niet-gelezen boek, afgerekend op de uiteindelijke kennis die je van het boek overhoudt, niet binair van aard is (wel/niet gelezen), maar op een glijdende schaal dient gemeten te worden. Van een niet-gelezen boek kan je heel veel afweten, en een gelezen boek is zo weer vergeten.
Eerder dan over lezen, moeten we het dus over zoiets als ‘tevergeefs lezen’ hebben om de bezigheid te omschrijven waarbij we in een boek verdiept zijn. "Zelfs terwijl ik nog bezig ben met lezen," schrijft Bayard, "begin ik te vergeten wat ik gelezen heb, en dit proces is onontkoombaar, het gaat door tot het moment waarop het lijkt alsof ik het boek niet gelezen heb en waarbij ik weer de niet-lezer ben geworden die ik had kunnen blijven als ik beter geïnformeerd was." Hij verwijst daarbij naar een notoire boekvergeter als Montaigne.
Omwille van diezelfde reden antwoord ik nooit op de mij vaak gestelde vraag hoeveel boeken ik al heb gelezen in mijn leven. Hoewel ik het cijfer bij benadering ken. Als ik al die boeken voor de geest haal waarvan ik de plot vergeten ben, waarvan me alleen vaag de sfeer bijstaat, of waarvan me helemaal niets is bijgebleven, dan komt de roep naar dat cijfer me als een totaal zinledige vraag voor.
Passons. Een tweede vaststelling waarmee Bayard de act van het lezen relativeert, is de wetenschap dat zelfs een groot lezer altijd maar een uiterst gering deel van alle bestaande boeken geestelijk tot zich kan nemen: "Hoe kun je, ten overstaan van het ontelbaar grote aantal gepubliceerde boeken, anders dan denken dat elk lezen, ook al spreid je het uit over een heel leven, totaal in het niet valt als je kijkt naar alle boeken waarvan je nooit kenis zult nemen?"
Veel beter dan de boeken effectief te lezen is het volgens Bayard daarom om je te kunnen oriënteren in die wirwar van boeken. Cultuur is allereerst een zaak van oriënteringsvermogen. Ontwikkeld zijn betekent ‘je weg vinden’ in het literaire landschap, en hoe beter je daartoe in staat bent, hoe minder het nodig is een of ander boek in het bijzonder te lezen.
Verbindingen en aansluitingen, dat is waar de ontwikkelde mens naar dient te zoeken, en niet naar één speciaal boek, net zoals treinverkeersleider moet letten op de betrekkingen tussen de treinen, dat wil zeggen op hun tegenliggers en aansluitingen, en niet op de afzonderlijke inhoud van die of die trein.De bibliothecaris uit De man zonder eigenschappen (Musil) die er prat op gaat nooit een boek gelezen te hebben uit zijn collectie, is Bayards ideaalbeeld. Juist zijn liefde voor boeken -- maar dan ook voor alle boeken -- brengt deze bibliothecaris ertoe zich voorzichtig tot hun buitenkant te beperken. Een boek lezen zou betekenen dat hij de andere verwaarloosde.
Na afloop van Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen is me nog altijd niet duidelijk of Bayard dit nu met een sofistische grijns op zijn gezicht vertelt, of dat het hem menens is, dat hij dus zijn logica tot in het absurde doortrekt. Maar ik ben het wel eens met zijn stelling, dat niet-lezen dient verdedigd en zelfs onderwezen te worden, omdat ordening aanbrengen in de enorme hoeveelheid boeken belangrijk is om er niet onder bedolven te worden.
Bayard is trouwens aangenaam consequent met betrekking tot de vage grens gelezen/niet-gelezen: Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen bevat voetnoten bij alle titels in de tekst, met de melding of Bayard het boek gelezen heeft of niet, doorbladerd heeft, reeds vergeten is, of enkel kent van horen zeggen.

Converseren over boeken
Met al het voorgaande in het achterhoofd, en vooral dan het falende geheugen van een mens, lijkt een goed gesprek over boeken ineens niet zo vanzelfsprekend meer. En inderdaad, Bayard schetst mooi en onverbiddelijk hoe praten over een boek nauwelijks nog iets te maken heeft met literatuur in de strikte betekenis. Meer dan over boeken praten we over vage herinneringen aan die boeken die, afhankelijk van de omstandigheden van het moment zelf, veranderingen ondergaan.
Geen van beiden heeft het over hetzelfde boek, want ieder heeft, na een heel bijzondere innerlijke ontwikkeling van gedachten, slechts een denkbeeldig voorwerp voor ogen. Een boek is wat we er ons nog van kunnen herinneren. Wat wij over boeken zeggen betreft voor een groot deel wat anderen er al over gezegd hebben, en dat tot in het oneindige.Tijdens het praten verbinden we eigen beweringen (op basis van door onze eigen fantasie vervormde fragmenten) met gemeenplaatsen. Zelfs als ik Ulysses niet heb gelezen, kan ik er met gemak een boompje over opzetten, want een beetje ontwikkeld persoon weet dat dat boek een herhaling is van de Odyssee, zich afspeelt gedurende één dag in Dublin en de inwendige monoloog heeft geïntroduceerd in de wereldliteratuur.
Tweede euvel: twee lezers van hetzelfde boek praten toch langs elkaar heen, omdat elke lezer tijdens het lezen zich een ander boek heeft eigen gemaakt. Bayard noemt dat het 'innerlijke boek': het ideaalbeeld dat we hebben van het boek dat we eigenlijk zouden willen lezen projecteren we op het boek dat we in werkelijkheid aan het lezen zijn. Dat ideaalbeeld werkt dus als een filter, die het boek zoveel mogelijk aanpast aan onze noden. Juist die innerlijke boeken maken de gedachtenwisselingen over boeken zo moeilijk, omdat het gesprek nooit over hetzelfde onderwerp gaat.
En toch maken beide vaststellingen het praten over boeken niet tot een zinledige activiteit. Als we maar het idee opgeven dat we ten gronde over literatuur praten. "Het meeste van wat er over boeken gezegd wordt," schrijft Bayard terecht, "gaat ondanks de schijn niet over het boek zelf, maar over een veel ruimer geheel, namelijk het geheel van alle richtinggevende boeken waarop op een gegeven moment een bepaalde cultuur berust."
Met andere woorden: we praten met elkaar nooit over één boek, maar over een hele reeks tegelijkertijd die op het gesprek inwerkt via de omweg van één specifieke titel. In Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen wordt dat de 'gemeenschappelijke bibliotheek' genoemd. Als twee gesprekspartners die gemeenschappelijke bibliotheek kennen, komen ze al een heel eind. Bayard, ietwat warrig:
Een boek beperkt zich niet tot zichzelf; zodra het verspreiding heeft gevonden, bestaat het eveneens door het wisselend geheel van reeksen mededelingen die het uitlokt doordat het onder de mensen rondgaat. Aandacht hebben voor deze mededelingen is dus kennisnemen van het boek zonder het te lezen. Het typevoorbeeld is Baskerville, de protagonist van De naam van de roos, die dankzij deductie komt achter de inhoud van het boek waar het hele moordverhaal om draait.Waarna Bayard, die niet toevallig ook is opgeleid als psychoanalyticus, tot zijn slotsom komt. Praten over boeken, zegt hij, mag dan wel weinig met literatuur te maken, maar vervult honderd-en-één andere noden. Wat van belang is, staat buiten het boek. Wat van belang is, is de aanleiding om over dat boek te praten.
Praten over een boek betreft niet zozeer wat erin staat, maar veeleer wat het gesprek erover van belang maakt. Wij zullen des te beter van gedachten kunnen wisselen naarmate het boek ons minder hindert en het een vaag voorwerp blijft.Kritiek
Ik zou lezers enkel de eerste zeventig bladzijden aanraden van Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen. Daarin staan des schrijvers pittigste argumenten. Wat daarna volgt is van mindere kwaliteit. Bayard slaat te veel door in de verkeerde richting (die van het niet-lezen), gaat zeer omstandig citaten uit boeken becommentariëren die zijn theorieën moeten staven, en verliest zich soms in het zichtbare plezier in formuleren. Hoe te praten over boeken is spitant in zijn beste momenten, langdradig in de meeste momenten. De vertaling ("Denkend van doen te hebben met…") van Jan Versteeg is overigens matig.
Op Bayards theorieën valt ook makkelijk het een en ander af te dingen. De auteur gaat bijvoorbeeld compleet voorbij aan het genot dat we met zijn allen vinden in lezen. Zijn theorieën verklaren niet waarom we überhaupt nog willen lezen, soms zelfs in totale beslotenheid -- zonder uitzicht op conversatie met gelijkgestemde zielen. Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen lijkt gecomponeerd voor een gehoor van collega-docenten, niet voor vrolijk fluitende plezierlezers als ik.
Bepaalde ideeën vind je in helderder bewoordingen terug bij Schopenhauer. Bijvoorbeeld dat een boek, wanneer het de gedachten van de lezer in beslag neemt, ook een afstand kan scheppen tussen wat in die lezer het meest origineel is. Veellezerij brengt tevens het gevaar met zich mee dat je vastloopt in de boeken van anderen, waaraan je hoe dan ook moet zien te ontsnappen om zelf tot scheppende arbeid te komen. Misschien is ook deze website niet meer dan een treurige neurose, een kolossaal voorwendsel om zelf nooit iets van betekenis te hoeven schrijven.
Voorts stelt Bayard zoals menig Franse denker een overmatig, haast mystiek vertrouwen in de taal als middel om tot ons diepste wezen te komen. Als psychoanalyticus meent hij zelfs dat dat haar belangrijkste functie is, "los van de hinderlijke noodzaak te verwijzen naar de wereld" -- ik vind dat een catastrofale zin.
Ten slotte, en dat is mijn grootste kritiek, lijkt zijn essay uitsluitend over fictie te gaan. Waar praten over literatuur karaktervormend kan werken, weet je in verband met informatieve boeken toch best waar je het over hebt. Uit de eerste hand.
[Herkomst afbeelding niet meer te achterhalen; excuus.]
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
Pierre Bayard, Hoe te praten over boeken die je niet hebt gelezen
189 p.
Uitgeverij De Geus, 2008
Oorspr. Comment parler des livres que l'on n'a pas lus (2007)
Vertaald door Jan Versteeg
____

0 reactie(s):
Een reactie plaatsen