Een kleine geschiedenis van de wereld - E.H. Gombrich
Op zijn zesentwintigste vroeg men E.H. Gombrich, toen een doctor in de kunstgeschiedenis zonder uitzicht op een vaste aanstelling, om een Engels geschiedenisboek voor kinderen te redigeren. Dat bleek zo slecht dat hij meteen maar een nieuw boek schreef. In een recordtijd van zes weken schreef Gombrich een compacte, maar uitermate leesbare wereldgeschiedenis (1936). "Ik wil graag dat mijn lezers zich ontspannen. Ik beloof dat ik ze niet zal overhoren."
Zes weken lang schreef E.H. Gombrich aan dit boek, herinnert zijn kleindochter zich. Elke dag een hoofdstuk. ’s Ochtends las hij alles wat hij in het huis van zijn ouders kon vinden over het thema van die dag, en raadpleegde hij een grote encyclopedie. ’s Middags ging hij naar de bibliotheek en las daar, voor zover mogelijk, teksten uit de betreffende periode, om op die manier zijn teksten aan geloofwaardigheid te doen winnen. De avonden waren gereserveerd voor het schrijven.
Het boek werd een succes in Duitstalige landen, maar al vlug verboden door de nationaal-socialisten omdat ze de toon te pacifistisch vonden. Pas in de jaren zestig kwamen er herdrukken. En pas na de gebeurtenissen in de jaren negentig en de toenemende betekenis van de Europese Unie was Gombrich ervan overtuigd dat het de Engelse kinderen misschien toch wel zou kunnen interesseren, en maakte hij eigenhandig een Engelse vertaling, met inhoudelijke aanvullingen.
In wezen is dit een zeer klassieke, eurocentrische wereldgeschiedenis, waarin geen hangijzer uit de geschiedenis van Europa onvermeld blijft. Oost-Azië komt maar sporadisch aan bod. Midden-Azië en het Nabije Oosten als hun volkeren het Europese continent binnen trekken. Zuid-Amerika enkel in functie van de kolonisatoren. Noord-Amerika is ronduit onderbelicht. Afrika komt op een prehistorische vondst na helemaal niet in het stuk voor.
De grote waarde van dit boek zit in de soepele, didactische verteltrant van Gombrich en zijn vermogen syntheses te maken, een vermogen dat in het licht van die zes weken miraculeus mag genoemd worden. Gombrich schrijft eenvoudig, zonder te leuteren. Zijn zinnen, hoewel erg compact en informatief, behouden immer hun vaart. Het is Jostein Gaarder, maar zonder het kletsverhaaltje.
Tegelijk weet hij met een minimum aan namen en data toch alles te benoemen wat je verwacht in een boek als dit. Het staatsbestel van een land, de expansietochten van volkeren, hun culturele verworvenheden. Beeldende kunst heeft hij goeddeels achterwege gelaten en Gombrich hecht naar mijn smaak te weinig belang aan economische geschiedenis en landbouw (over de agrarische revolutie geen woord). Daar staat tegenover dat hij erg relaxt schrijft over veldslagen. Door te focussen op de hoofdlijnen krijgen al die oorlogen iets aangenaam ridicuuls. Verhelderend is ook zijn aandacht voor proportie.
Griekenland, dat vergeleken met het Perzische wereldrijk een klein schiereiland was, waar een paar kleine steden lagen waar vlijtig handel werd gedreven (...)De grote charme van Gombrich is zijn onophoudelijke verbazing over wat er al die eeuwen aan nieuwe ontwikkelingen aan de horizon opduikt. De naïviteit is gespeeld, maar werkt.
Gombrich mocht alleen wat meer tijdsaanduidingen in zijn tekst opnemen -- te vaak houdt hij het op wendingen als "In dezelfde tijd als toen de Romeinen...". Vooral omdat hij goed is in een van de moeilijkste aspecten van geschiedenisonderricht: hoe ga je om met chronologie en gelijktijdigheid? Hoe vertel je alle feiten na elkaar en schep je tegelijk een tijdsbeeld? Het mag geen mentaliteitsgeschiedenis heten, maar toch staan er een paar voortreffelijke hoofdstukken in Een kleine geschiedenis van de wereld die het evoluerende maatschappijbeeld goed samenvatten. De paar chapiters over de Middeleeuwen zijn uitstekend. Die over de Renaissance. De Franse Revolutie. Laat ik drie voorbeelden geven van wat ik versta onder voortreffelijk schrijven.
Over oorlog:
Wanneer je deze geschiedenis leest, zul je misschien denken dat het niet zo moeilijk is de wereld te veroveren of een groot rijk te stichten, want in de wereldgeschiedenis gebeurt dat telkens opnieuw. En inderdaad, vroeger was dat niet eens zo heel moeilijk. Hoe komt dat?Over de rol van geld:
Je moet je voorstellen dat er destijds nog geen kranten waren en dat er nog geen post werd bezorgd. De mensen wisten dus niet precies wat er enige dagmarsen van hen verwijderd aan de hand was. Ze woonden in de dalen en de bossen, ze bewerkten het land. Het verste wat ze kenden, waren de naburige stammen. Daarmee lagen ze meestal overhoop. Men deed elkaar van alles aan: men dreef het vee van de buren van de weiden of stak zelfs hun boerderijen in brand. Voortdurend werd er geroofd, wraak genomen en gevochten.
Dat er buiten de eigen, beperkte omgeving nog iets was, wist men slechts van horen zeggen. Wanneer er nu een leger van een paar duizend man zo’n dal of zo’n bos in kwam gemarcheerd, konden ze daar niet veel tegen doen. De buren waren al blij dat dit leger hun vijanden te lijf ging, en ze dachten er niet over na dat zij als volgende aan de beurt waren. Wanneer men hen niet vermoordde maar dwong mee te gaan met het leger, waren ze meestal nog dankbaar ook. Op die manier werd zo’n leger steeds groter, en voor de stammen werd het steeds moeilijker het te verslaan, al waren die stammen nog zo dapper. Zo ging het vaak bij de veroveringstochten van de Arabieren, en ook bij de beroemde koning der Franken, over wie ik nu ga vertellen: Karel de Grote.
Het was niet alleen vanwege de paus en diens vermogen om de Duitse koningen de Roomse keizerskroon te verlenen dat Barbarossa naar Italië kwam. Hij wilde daadwerkelijk heersen over het land, want hij had geld nodig. ‘Kon hij in Duitsland dan geen geld krijgen?’ hoor ik je vragen. Eigenlijk niet, nee. In Duitsland was er destijds nog bijna geen geld.Over het wereldbeeld van de Renaissance:
Heb je er ooit over nagedacht waarvoor je eigenlijk geld nodig hebt? ‘Om te leven natuurlijk!’ zul je zeggen. Maar dat klopt niet, want heb je wel eens een stukje van een geldstuk afgebeten? Leven kun je alleen van brood en ander levensmiddelen, en wie het graan voor het brood zelf verbouwt, heeft geen geld nodig, net zomin als Robinson Crusoe dat nodig had. Natuurlijk hebben ook die mensen die hun brood voor niets krijgen geen geld nodig. Zo was het in Duitsland. De horige boeren bewerkten hun akkers en gaven de ridders en de kloosters aan wie het land toebehoorde een tiende van hun opbrengst.
‘Maar hoe kwamen de boeren dan aan hun ploegen, hun kiel en hun zadeltuig?’ Meestal ruilden ze die spullen. Wanneer een boer bijvoorbeeld een os had, maar liever zes schapen wilde, om die manier aan wol voor een trui te komen, dan ruilde hij die os met zijn buren. En wanneer hij een os had geslacht en van de twee hoorns op lange winteravonden fraaie drinkbekers had gemaakt, dan kon hij een van die drinkbekers ruilen tegen vlas, zodat zijn vrouw een mantel kon weven. ‘Ruilhandel’ noemt men dat. En dus ging het destijds in Duitsland prima zonder geld, want de meeste mensen waren boeren en landeigenaren. Ook alle kloosters bezaten grote stukken grond, dat ze hebben geërfd of dat hun was geschonken door vrome lieden.
Behalve uitgestrekte bossen, kleine weiden, een aantal dorpen, burchten en kloosters was er in het grote Duitse rijk bijna niets te vinden. Dus ook bijna geen steden. Maar alleen in steden heeft men geld nodig. Een schoenmaker, een lakenkoopman of een schrijver kan met leer, stof of inkt zijn honger niet stillen en zijn dorst niet lessen. Ze hebben brood nodig. En je kunt niet naar de schoenmaker gaan en hem voor je schoenen betalen met brood, zodat hij iets te eten heeft! Want hoe kom jij aan dat brood als je geen boer bent? Dat haal je bij de bakker! Maar wat geef je dan aan de bakker? Misschien zou je hem kunnen helpen. Maar wat moet je als hij je hulp niet kan gebruiken? Of wanneer je de groentevrouw al moet helpen? Het zou ongelooflijk ingewikkeld worden als je in de steden zou moeten leven van ruilhandel.
Daarom hebben de mensen besloten iets te gebruiken om te ruilen, iets wat iedereen wil hebben en wil aannemen, wat gemakkelijk te delen is en wat je gemakkelijk bij je kunt dragen. Bovendien mag het niet vergaan als het ergens blijft liggen. Het geschiktst daarvoor is metaal, dus goud en zilver. Vroeger was al het geld van metaal, en rijke mensen hadden altijd een buidel met goudstukken aan hun gordel hangen. Nu kun je de schoenmaker geld geven voor je schoenen, hij koopt van dat geld brood bij de bakker, en die geeft het op zijn beurt weer aan de boer voor zijn meel, en de boer ten slotte koopt voor het geld bijvoorbeeld een nieuwe ploeg. Die had hij niet kunnen ruilen met zijn buurman.
In Duitsland waren er in de riddertijd dus nauwelijks steden, en daarom had men ook geen geld nodig. Maar in Italië kende men het geld nog uit de Romeinse tijd. Er waren daar altijd veel grote steden geweest, waar veel handelaren woonden die veel geld aan hun riem droegen en nog meer in grote kisten bewaarden.
Veel steden lagen aan zee, bijvoorbeeld Venetië, dat zelfs midden in zee lag, op talrijke kleine eilandjes. Daar waren de mensen destijds naartoe gegaan toen ze op de vlucht sloegen voor de Hunnen. Maar er waren nog meer machtige havensteden, zoals Genua en Pisa. De schepen van de burgers (zo worden stadsbewoners immers genoemd) zeilden naar verre landen en namen fraaie stoffen, zeldzame kruiden en kostbare wapens uit het Oosten mee. Vanuit de havensteden verkocht men deze producten aan mensen uit het binnenland, die in steden als Florence, Verona en Milaan woonden, en die van de stoffen kleding, vlaggen of tenten maakten. Van daaruit werden die producten weer verkocht in Frankrijk, waarvan de hoofdstuk Parijs toen al bijna 100.000 inwoners telde, of in Engeland, en ook in Duitsland. Maar in Duitsland werd niet zoveel verkocht, want daar was maar weinig geld om de producten te kunnen betalen.
De burgers in de steden werden steeds rijker, en niemand kon hun bevelen geven, want ze waren geen boeren en hoorden dus niet bij een bepaald stuk land. Maar omdat ze van niemand land hadden geleend, waren het ook geen echte machthebbers. Ze regeerden over zichzelf (net als in de Oudheid), ze hadden hun eigen rechtspraak en ze waren in hun steden al snel net zo vrij en onafhankelijk als de monniken en de ridders. Daarom werd de burgerij ook wel ‘de derde stand’ genoemd, want de boeren telden helemaal niet mee.
En nu zijn we eindelijk weer terug bij keizer Frederik Barbarossa, die geld nodig had.
Heb je je schoolschriften van vroeger bewaard, of andere oude spullen? Wanneer je erin bladert, zul je je erover verwonderen dat je in de korte tijd die er sindsdien verstreken is, heel erg bent veranderd. Je verwondert je erover wat je destijds hebt geschreven. Over de fouten die je maakte, maar ook over de goede dingen. En je hebt helemaal niet gemerkt dat je zo aan het veranderen was. Zo gaat dat ook in de wereldgeschiedenis.Gombrich blijft alleen in gebreke bij de negentiende eeuw (ook hij raakt wat verstrikt in al die staatkundige ontwikkelingen) en de twintigste eeuw (een veel te kort hoofdstuk dat bijvoorbeeld niet rept van de technologische revolutie).
Het zou mooi zijn als er ineens trompetters door de straten reden en verkondigden: ‘Hallo mensen, er begint een nieuwe tijd!’ Zo gaat dat niet. De mensen krijgen andere inzichten, en ze merken het zelf nauwelijks. En dan ineens merken ze het, net als jij als je in je oude schriften bladert. Dan zijn ze trots en zeggen ze: ‘Wij zijn de nieuwe tijd.’ En dikwijls voegen ze daaraan toe: ‘Vroeger waren de mensen dom!’
Zoiets gebeurde in de tijd na 1400 in de Italiaanse steden. Vooral in de rijke, grote steden in Midden-Italië, zoals Florence. Ook daar bestonden gilden, en ook daar had men een grote kathedraal gebouwd. Maar adellijke ridders zoals in Frankrijk en Duitsland waren er eigenlijk niet. De burgers van Florence lieten zich al lang niets meer verstellen door Duitse keizers. Ze waren net zo vrij en onafhankelijk als vroeger de burgers van Athene waren geweest. En voor die vrije, rijke burgers, die koopleiden en ambachtslieden, werden in de loop van de tijd heel andere dingen belangrijk dan voor de ridders en ambachtslieden van vroeger, in de echte Middeleeuwen.
Of een strijder of ambachtsman voor God werkte en alles in dienst en ter ere van God deed, vond men niet zo belangrijk meer. Men wilde vooral dat hij een echte kerel was, die de dingen begreep en die alles voor elkaar kreeg. Die een eigen wil had, en een eigen oordeel. Die niemand naar zijn mening vraagt, en van niemand toestemming hoeft te hebben. Die geen dingen opzoekt in oude boeken en zich op die manier informeert, zoals dat vroeger gebruikelijk was, maar die zijn ogen opent en handelt. Daar kwam het op aan. De ogen openen en ertegenaan. Of hij een edelman was of een arme drommel, een christen of een ketter, en of hij zich wel aan de regels van het gilde hield, dat alles was min of meer bijzaak geworden. Zelfstandigheid, dapperheid, verstand, kennis en daadkracht, dat was belangrijk. Men vroeg niet meer naar je afkomst, je beroep, je godsdienst of je vaderland, nee, men vroeg: ‘Wat voor iemand ben jij?’
En ineens, zo rond 1420, merkten de Florentijnen dat ze anders waren dan men in de Middeleeuwen was. Dat ze andere dingen belangrijk vonden. Dat ze andere dingen mooi vonden dan hun voorvaderen. De oude kathedralen en oude schilderijen vonden ze maar duister, en stijfjes. De oude gebruiken vonden ze langdradig. Ze zochten iets wat net zo vrij, onafhankelijk en onbevangen was als zijzelf. En toen ontdekten ze de Oudheid. En dan bedoel ik echt ontdekken. Het kwam er voor hen niet op aan dat de mensen in de Oudheid heidens waren. Men verbaasde zich erover hoe knap ze waren. Dat ze over de grote kwesties in de natuur en de wereld discussieerden, dat ze zich voor van alles interesseerden. Die mensen werden hun grote voorbeeld, vooral in de wetenschap natuurlijk.
Ik schaam me er niet voor dit 'jeugdboek' in de toekomst te zullen gebruiken als naslagwerk. Om snel eens na te lezen hoe dat ook alweer zat tussen Perzen en Grieken. Of een hoofdstuk als opmaatje tot een diepgravender boek. Net zoals elke niet-historicus is mijn parate kennis van de geschiedenis, zonder te spieken, een ondoorzichtige verzameling van correcte feiten, gemeenplaatsen, hiaten en misconcepties.
Voor verschillende zaken was het goed dat mijn geheugen opgefrist werd. De rijke geschiedenis van Sicilië. Het feit dat de Romeinen oorspronkelijk een boerenbevolking waren. Wat er in de loop der eeuwen met Jeruzalem gebeurd is. De grote onkunde meestentijds van wat er in andere werelddelen gebeurt. De verbazing van de Europeanen toen de Arabieren kwamen binnengevallen. De eeuwenoude versnippering van Duitsland. Het ontstaan van Duitsland, Frankrijk en Italië bij de verdeling van Europa onder de drie kleinzonen van Karel de Grote. De rol van Frederik II van Hohenstaufen. Het ontstaan van Oostenrijk-Hongarije. Het negentiende-eeuwse China en Japan. De economische impact van de koloniën. Dat het kompas via de Arabieren bij de Europeanen is geraakt.
Wat me nog het meest verbaast is dat ik, het laatste jaar over de twintigste eeuw niet te na gesproken, in mijn hele humaniora niet zo gek veel meer gezien heb dan in dit boek staat. Naar wat heb ik die zes jaar eigenlijk zitten luisteren, dertig weken per jaar, twee uur per week? Die vaststelling maakt van Een kleine geschiedenis van de wereld een ideaal cadeauboek.
Een paar intermezzi over het nut van de geschiedenis en over de twisten tussen gespecialiseerde historici hadden het helemaal afgemaakt.
> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> gedetailleerde inhoudsopgave in de commentaren hieronder
E.H. Gombrich, Een kleine geschiedenis van de wereld
298 p.
Uitgeverij Bert Bakker, 2006
Oorspr. Eine kurze Weltgeschichte fur junge Leser (1936)
Vermeerderde Engelse vertaling A little history of the world (2006)
Vertaald door Frans Reusink

1 reactie(s):
Verleden en herinnering · Voordat er mensen waren · Reuzenhagedissen · Aarde zonder leven · Zon zonder aarde · Wat is geschiedenis?
De onderkaak uit Heidelberg · De neanderthaler · Vroegste geschiedenis · Het vuur · De gereedschappen · Grotbewoners · Het spreken · Het schilderen · De tovenarij · Ijstijd en Oude Steentijd · Jonge Steentijd · Paalwoningen · Bronstijd · Mensen zoals jij en ik
Koning Menes · Egypte · Een lofzang op de Nijl · De farao · De piramides · De godsdienst van de oude Egyptenaren · De sfinx · Hiërogliefen · Papyrus · De val van het Oude Rijk · De hervormingen van Achnaton
Mesopotamië nu · De opgravingen in Ur · Kleitabletten en spijkerschrift · De wetten van Hammoerabi · Sterrencultus · De oorsprong van de namen van de weekdagen · De Toren van Babel · Nebukadnezar
Palestina · Abraham uit Ur · De zondvloed · De Egyptische slavernij van Mozes en het jaar van de uittocht · Saul, David en Salomo · De deling van het Rijk · De vernieting van Israël · De profetieën · De Babylonische gevangenschap · Terugkeer · Het Oude Testament en het geloof in de Messias
Het letterschrift · De Feniciërs en hun handelsposten
De sagen van Homerus · De opgravingen van Schliemann · Koningen van de zeerovers · Kreta en het labyrint · De Dorische volksverhuizing · De heldensagen · De Griekse stammen en hun koloniën
De Perzen en hun geloof · Cyrus verovert Babylon · Cambyses in Egypte · Het rijk van Darius · Opstand van de Ioniërs · De eerste wraaktocht · De tweede wraaktocht en de slachting bij Marathon · De tocht van Xerxes · De Thermopylae · De slachting bij Salamis
De Olympische Spelen · Het orakel van Delphi · Sparta en de spartaanse opvoeding · Athene · Draco en Solon · Volksvergadering en tirannie · De tijd van Pericles · Filosofie · Beeldhouwkunst en schilderkunst · Architectuur · Theater
India · Mohenjo-Daro, een stad uit de tijd van Ur · De intocht van de Indiërs · Indo-Germaanse talen · Het kastenstelsel · Brahma en de verhuizing van de ziel · ‘Dat ben jij’ · De koningszoon Gautama · De verlichting · Verlossing van het lijden · Nirwana · De aanhangers van Boeddha
China voor de jaartelling · De keizer van China en de vorsten · Betekenis van het Chinese schrift · Confucius · De zin van de vormen en gebruiken · De familie · Heersers en onderdanen · Lau-tse · De Tao
De Peloponnesische oorlog · De Delphische oorlog · Philippus van Macedonië · De slachting bij Chaeronea · De val van het Perzische rijk · Alexander de Grote · De verwoesting van Thebe · Aristoteles en zijn leer · Alexanders verovering van Klein-Azië · De gordiaanse knoop · De slag bij Issus · Verovering van Tyrus en Egypte · Alexandrië · De slag bij Gaugamela · De tocht naar India · Porus · Alexander als heerser van het Oosten · De dood van Alexander en zijn opvolgers · Hellenisme · De bibliotheek van Alexandrië
Italië · Rome en de sage over de stichting van de stad · Standenstrijd · De Twaalftafelenwet · Romeinse karakters · De inname van Rome door de Galliës · De verovering van Italië · Pyrrhus · Carthago · De Eerste Punische Oorlog · Hannibal · De tocht over de Alpen · Quintus Fabius Maximus · Cannae · Tot op de laatste man · De overwinning van Scipio op Hannibal · De verovering van Griekenland · Cato · De verwoesting van Carthago
Keizer Tj’in Shi Hwang-ti · De boekverbranding · De vorsetn van Tj’in en de naam China · De Chinese Muur · De Han-dynastie · Geleerde ambtenaren
Romeinse provincies · Wegen en waterleidingen · De legioenen · De gebroeders Gracchus · Brood en spelen · Marius · De Cimbren en de Teutonen · Sulla · Slavenoorlogen · Julius Caesare · De gevechten in Gallië · Overwinning in de burgeroorlog · Cleopatra · De kalenderhervorming · De moord op Caesar · Augustus en het keizerrijk · De kunst
Jezus Christus · De bergrede · Het kruis · Paulus aan de Korinthiërs · De keizerlijke cultus · Nero · De brand in Rome · De eerste vervolging van de christenen · Catacomben · Titus verwoest Jeruzalem · De diaspora van de joden
Huurhuizen en villa’s · Thermen · Het Colosseum · De Germanen · Arminius en de slag in het Teutoburger Woud · De Limes · Vreemde gewoonten onder de troepen · De gevechten van Trajanus in Dacië · Gevechten van Marcus Aurelius bij Wenen · Soldatenkeizers · De ineenstorting van Italië · De uitbreiding van het christendom · Hervormingen onder Diocletianus · De laatset vervolging van de christenen · Constantijn · De stichting van Constantinopel · De deling van het rijk · Het christendom als staatsgodsdienst
De Hunnen · De Visigoten · De volksverhuizing · Attila · Leo de Grote · Romulus Augustulus · Odoaker en het einde van de Oudheid · De Ostrogoten en Theodorik · Ravenna · Justinianus · Het Corpus juris en de Hagia Sophia · Het einde van de Goten · De Langobarden
Duistere Middeleeuwen? · Geloof en bijgeloof · Zuilenheiligen · Benedictijnen · De redding van het antiek erfgoed · Betekenis van de kloosters in het noorden · De doop van Clovis · De rol van de geestelijkheid in het Merovingische rijk · Bonifatius
De woestenij Arabië · Mekka en de Kaäba · Afkomst en leven van Mohammed · Vervolging en vlucht · Medina · De strijd met Mekka · De laatste preek · De verovering van Palestina, Perzië en Egypte · De brand in de bibliotheek van Alexandrië · De belegering van Constantinopel · De verovering van Noord-Afrika en Spanje · De slag bij Tours en Poitiers · De cultuur van de Arabieren · De Arabische cijfers
De Merovingen en de hofmeiers · Het Rijk van de Franken · Karel de Grote · Veldslagen in Gallië, Italië en Spanje · De Avaren · Strijd tegen de Saksen · De heldensagen · De keizerskroning · Het gezantschap van Haroen al-Rasjid · Deling en ineenstorting van het Karolingische Rijk · Svatopluk · De Vikingen · De veroveringen van de Vikingen
Oost en West in de Karolingische tidj · Bloei van de cultuur in China · De inval van de Magyaren (Hongaren) · Koning Hendrik · Otto de Grote · Oostenrijk en de Babenbergers · Leenstelsel en horigheid · Hugo Capet · De Denen in Engeland · Geestelijk leven · De Investituurstrijd · Gregorius VII en Hendrik IV · Canossa · Robert Guiscard en Willem de Veroveraar
Ridders en ruiters · Burchten · Lijfeigenen · Edelknaap, schildknaap, ridderslag · Plichten van de ridder · Hoofse liefde · Toernooien · Ridderlijke dichtkunst · Het Nibelungenlied · De eerste kruistocht · Godfried van Bouillon en de verovering van Jeruzalem · De betekenis van de kruistochten
Frederik Barbarossa · Ruilhanden en geldeconomie · De Italiaanse steden · Het keizerrijk · Verzet van Milaan en val · Het feest van de ridders in Mainz · De derde kruistocht · Frederik II · Welfen en Ghibellijnen · Innocentius III · De Magna Charta · Het bestuur van Sicilië · Het einde van de Hohenstaufen · Djengis Chan en de invallen van de Mongolen · De keizerlozer tijd en het vuistrecht · De Kyffhäusersage · Rudolf van Habsburg · Overwinning op Ottokar · Vestiging van de Habsburgse macht
Markten en steden · Kooplieden en ridders · Het gildewezen · De bouw van de kathedralen · Bedelmonniken en boetepredikers · Vervolging van joden en ketters · De Babylonische gevangenschap van de pausen · De Honderdjarige Oorlog met Engeland · Jeanne d’Arc · Het hoofse leven · Universiteiten · Karel IV en Rudolf IV
De Florentijnse burgers · Humanisme · De wedergeboorte van de Oudheid · De bloei van de kunst · Leonardo da Vinci · De’ Medici · Renaissancepausen · De nieuwe ideeën in Duitsland · De boekdrukkunst · Het buskruit · Ondergang van Karel de Stoute · Maximiliaan, de laatste ridder · Voetknechten · Strijd in Italië · Maximiliaan en Dürer
Het kompas · Spanje en de verovering van Granada · Columbus en Isabella · De ontdekking van Amerika · De Nieuwe Tijd · Het lot van Columbus · De conquistadores · Hernán Cortés · Mexico · De ondergang van Montezuma · De Portugezen in Indië
De bouw van de Sint-Pieterskerk · De stellingen van Luther · Hus als voorganger van Luther · Verbranding van de pauselijke bul · Karel V en zijn rijk · De plundering van Rome · De Rijksdag van Worms · Luther op de Wartburg · De bijbelvertaling · Zwinglil · Calvijn · Hendrik VIII · De successen van de Turken · Deling van het rijk
Ignatius van Loyola · Het concilie van Trente · Contrareformatie · De Bartholomeusnacht · Filips II van Spanje · De slag bij Lepanto · Afvalligheid van de Nederlanden · Elizabeth van Engeland · Maria Stuart · Ondergang van de Armada · Engelse handelsposten in Amerika · De Indische handelscompagnieën · Opkomst van het Engelse wereldrijk
De defenestratie van Praag · De Dertigjarige Oorlog · Gustaaf Adolf · Wallenstein · De Vrede van Westfalen · De verwoesting van Duitsland · Vervolging van heksen · Het ontstaan van het wetenschappelijke wereldbeeld · Natuurwetten · Galilei en zijn proces
Karel I Stuart · Cromwell en de puriteiten · Opmars van Engeland · Het jaar van de Glorious Revolution · De rijkdom van Frankrijk · De politiek van Richelieu · Mazarin · Lodewijk XIV · De koning staat op · Versailles · De financiële middelen van de regering · Boeren in nood · Roofoorlogen
De veroveringen van de Turken · Opstand in Hongarije · De belegering van Wenen · Jan Sobieski en het ontzet van Wenen · Eugenius van Savoye · Ivan de Verschrikkelijke · Peter de Grote · De stichting van Sint-Petersburg · Karel II van Zweden · De rit naar Stralsund · Uitbreiding van de Russische macht
De Verlichting · Verdraagzaamheid, verstand en menselijkheid · Kritiek op de Verlichting · De opkomst van Pruisen · Frederik de Grote · Maria Theresia · Het Pruisische leger · De grote coalitie · De Zevenjarige Oorlog · Jozef II · Afschaffing van de lijfeigenschap · Overhaaste hervormingen · De Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog · Benjamin Franklin · Mensenrechten en negerslaven
Catharina de Grote · Lodewijk XV en Lodewijk XVI · Aan het hof · Adellijk rechtspraak · Rococo · Marie-Antoinette · Bijeenroepen van de drie standen · De bestorming van de Bastille · De soevereiniteit van het volk · De Nationale Vergadering · De jakobijnen · Guillotine en revolutionair tribunaal · Danton · Robespierre · Schrikbewind · Veroordeling van de koning · De overwinning op het buitenland · Het Verstand · Het Directoire · Naburige republieken
Napoleon op Corsica · Naar Parijs · Belegering van Toulon · Verovering van Italië · De Egyptische expeditie · De staatsgreep · Consulaat en Code Napoléon · Keizer der Fransen · Overwinning bij Austerlitz · Einde van het Heilige Roomse Rijk · Frans I · Blokkade van Engeland · Overwinning op Rusland · Spanje en de guerillaoorlog · Aspern en Wagram · De Duitse opstand · De Grande Armée · Terugtocht uit Rusland · De slag bij Leipzig · Het Congres van Wenen · De terugkeer van Napoleon uit Elba · Waterloo · Sint-Helena
Het Biedermeier · Stoommachine, stoomschip, locomotief, telegraaf · Spinmachine en mechanisch weefgetouw · Kolen en staal · Bestorming van de fabrieken · Socialistische denkbeelden · Marx en zijn leer over de klassenstrijd · Liberalisme · De revoluties van 1830 en 1848
China tot de achttiende eeuw · De Opiumoorlog · De opstnd van Dai-Ping · China in verval · Japan rond 1850 · Revolutie voor de mikado · De modernisering van Japan met buitenlandse steun · Amerika sinds 1776 · De slavenstaten · Het Noorden · Abraham Lincoln · De Burgeroorlog
Europa na 1848 · Keizer Frans Jozef en Oostenrijk · De Duitse Bond · Frankrijk onder Napoleon III · Rusland · De neergang van Spanje · De bevrijding van de Balkanvolken · Strijd om Constantinopel · Het koninkrijk Sardinië · Cavour · Garibaldi · Bismarck · Opstand van het leger tegen de grondwet · De slag bij Königgrätz · Sedan · Stichting van het Duitse keizerrijk · De Parijse Commune · Sociale hervorming van Bismarck · Het ontslag
De industrie · Markten en grondstoffen · Engeland en Frankrijk · De Russisch-Japanse Oorlog · Italië en Duitsland · De wapenwedloop · Oostenrijk en het oosten · Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog · Nieuwe wapens · Revolutie in Rusland · Ingrijpen van Amerika · Het vredesdictaat · Vooruitgang van de wetenschap · Einde
De bevolkingsgroei in de wereld · De nederlaag van de Centrale Mogendheden in de Eerste Wereldoorlog · Het ophitsen van de massa · Het verdwijnen van de tolerantie in het politieke leven in Duitsland, Italië, Japan en de Sovjet-Unie · De economische crisis en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog · Propaganda en werkelijkheid · De moord op de joden · De atoombom · De zegeningen van de wetenschap · De ineenstorting van het communistische systeem · Internationale hulpacties als teken van hoop
Een reactie plaatsen