dinsdag 31 maart 2009

Een andere Boudewijn Büch - Harry G.M. Prick

In Een andere Boudewijn Büch memoreert Harry G.M. Prick, destijds conservator van Het Letterkundig Museum in Den Haag, in een plezierig-archaïserende stijl zijn vriendschap met Büch, begonnen in de zomer van 1974, en alweer uitdovend in de tweede helft van 1981. Een twintiger was Büch toen; zijn gemediatiseerde leven moest toen nog helemaal beginnen. Natuurlijk maakt Prick melding van Büchs vele zelfvergrotende verzinsels. En steeds met mededogen. Op één uitzondering na.

Boudewijn Büch leerde Harry G.M. Prick kennen in diens functie als conservator van het Letterkundig Museum. De leergierige snaak en de romantische professor vonden elkaar in hun interesses: Goethe, Novalis, Van Deyssel en andere schrijvers.

Boudewijn had (althans destijds) van Von Platen nauwelijks iets in huis. Daarom zocht hij toen in mijn collectie Plateniana naar een sonnet, met welks vertaling hij Bernadette wilde bedenken. Over juist deze keuze, met die niet bepaald complimenteus te noemen aanhef, toonde ik mij oprecht verbaasd, zodat ik mij veroorloofde hem attent te maken op een stuk of drie, vier andere sonnetten van Von Platen, waarmee hij ongetwijfeld bij Bernadette veel meer furore zou hebben gemaakt. Hij sloeg echter het betreffende deel van Von Platens verzamelde werken met een klap dicht, onder het slaken, voor de eerste en (gelukkig) ook voor de laatste maal van de geprikkelde uitroep: ‘Bemoei jij je verdomme met je eigen zaken,’ of woorden van gelijke strekking, die ik te moeilijker kon verdragen nu daarmee nota bene mijn hem (als zo vaak reeds) spontaan te hulp schieten geheel onverwacht werd afgestraft!
Zonder veel problemen werkt Büch zich bij de Pricks naar binnen. Hij en Harry wisselen boeken uit, hangen uren met elkaar aan de telefoon ("tweespraken via het elektriek"), houden er een ronkende correspondentie op na en op woensdag komt Büch thuis eten bij het gezin Prick. Zijn eruditie, esprit en straffe anekdotes fungeren als een probaat glijmiddel.
Wat mij in Boudewijns verhalen zo aantrok was de fascinerende verteltrant waarmee hij ze, als op een zilveren dienblad, placht te serveren. Van jongs af aan was ik opgegroeid met het zo goed als volledige oeuvre van Charles Dickens, die onuitputtelijke en mij nooit teleurstellende verteller. Als veertienjarige had ik mij zelfs geen ogenblik gehinderd gevoeld door de (zoals ik eerst later achterhalen zou) zeer middelmatige vertaling van zijn werken door C.M. Mensing. Op diens graf zou ik alsnog graag een tuiltje viooltjes willen leggen, wanneer ik maar wist op welk kerkhof ik daarvoor terecht zou kunnen.
Wellicht is het de heimelijke drang van de salongeleerde om toch een groots en meeslepend leven te leiden, gecombineerd met de moeilijk te weerstane Sturm und Drang van Büch, dat Prick in eerste instantie in Büchs zelfverzonnen identiteit deed geloven.

Want wat maakte Büch het bont. De aankomende dichter stelde het voor dat zijn familie een landgoed in de Provence bezat (in werkelijkheid een heel bescheiden optrekje in Den Haag). Dat hij afgestudeerd was in de 'psychofarmacohistoriek' (eigenlijk had-ie met moeite zijn middelbaar afgemaakt). En dat zijn vader in het Engelse leger mee Dresden had gebombardeerd (niks van aan natuurlijk).

Met bewonderenswaardige minzaamheid haalt Prick herinneringen op aan deze verzinsels, waarvan vaak pas veel later de ware toedracht duidelijk werd. Voor Prick maakt Büch slechts één keer een ernstige ethische fout: wanneer hij de dood van zijn zogenaamde zoontje ensceneert en het echtpaar Prick om geldmiddelen vraagt voor een gepaste crematie. In werkelijkheid ging het om een kind van een bevriend echtpaar, dat trouwens nog steeds in blakende gezondheid verkeert. Ook Büchs roman daarover, De kleine blonde dood uit 1985, is dus gebaseerd op leugens.

Een andere Boudewijn Büch is in wezen een droog documentair boek, waarvan de onevenredige detailzucht gek genoeg toch op een bepaald type lezer (waaronder mezelf) een verslavende uitwerking heeft, net als bij de non-fictieboeken van Büch. Het imitatiemarmeren pronknederlands ("Ik draaide een nommer der Stones") deed me het dikke boek zelfs in één avond uitlezen.

Het enige wat te gênant is voor woorden is Pricks onbegrijpelijke interesse in die kleine brokjes rijmelarij van Büch, die om of een andere reden het label poëzie mogen dragen. Het zal door toedoen zijn van Pricks introductie van Büch bij De Arbeiderspers dat zijn schrijverscarrière van de grond komt, en ook in deze memoires etaleert Prick een heilig ontzag voor Büchs poëtische oeuvre. Of ik een parodie zat te lezen:
Ook het gedicht, bijgesloten in Boudewijns Brief van 26/28 augustus 1974, was getiteld ‘Voor de kleine G.’, titel die op 8 augustus 1975 kwam te vervallen. Dit gedicht -- in de bundel afgedrukt op p. 20 -- werd geschreven 28/29 augustus 1974, te Cuxhaven/Altenwalde (BRD), op de terugweg naar Leiden, van een fietstocht die de dichter naar Denemarken had gevoerd; ik fiets gedreven / naar de stad / die ik om jou / verlaten had. In de zesde regel is sprake van de graag door Gijsje beluisterde Bob Dylan & The Band. Bedoeld is hier de elpee Bob Dylan/ The Band, Before the Flood. Recorded Live in Concert.

[...]

Het gedicht dankte zijn ontstaan aan Boudewijns hevig verlangen naar een nieuwe typemachine, liefst een Precisa 3000, omdat alleen deze in staat bleek vierkante haken te produceren, alsook ‘wonderschone asterisken’.

[...]

Wat opgaat voor de hierboven genoemde bundels, gaat ook op voor wat algemeen beschouwd wordt als Boudewijns mooiste bundel, Nohant, uit 1979, die daarnaast ook nog eens schitterend werd uitgegeven, gezet uit de Cancelleresca Bastarda door Ger Kleis en gedrukt op Zerkall-Bütten in blauw en zwart in een oplage van 75 genummerde exemplaren. Voor de beschrijving van mijn exemplaar verwijs ik de daarin geïnteresseerde lezer naar de, nagenoeg volledig aan Boudewijn Büch gewijde Catalogus nr. 37, van antiquariaat Fokas Holthuis te Den Haag.

[...]

Voor een niet gering deel was Boudewijn poëtica geïnspireerd dóór en hecht gegrondvest óp een oneindig aantal keren door hem bestudeerd boek van Rolf Kloepfer en Ursula Oomen, Sprachliche Konstituenten moderner Dichtung, met de ondertitel: Entwurf einer descriptieven Poetik-Rimbaud, in 1970 verschenen bij Athenäum Verlag.
Uiteindelijk wordt de vriendschap tussen beide mannen bruusk afgebroken. In ietwat onduidelijke omstandigheden, zoals zo vaak bij Büch, aldus andere ex-intimi van de schrijver. Ik denk dat Ton Kok in De bibliotheek van Boudewijn Büch het dichtst bij de waarheid komt, door te stellen dat Büch zijn vriendschappen haastig opzegde wanneer diens kaartenhuisje van leugens en halve waarheden in elkaar dreigde te storten.

(Gebaseerd op notities van 9 februari 2006.)

> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
> selectieve bibliografie in de commentaren hieronder

Harry G.M. Prick, Een andere Boudewijn Büch : terugblik op een vriendschap
352 p.
Uitgeverij Aspekt, 2005

____

1 reactie(s):

Achille van den Branden zei

Selectieve lijst van titels en auteurs, genoemd in 'Een andere Boudewijn Büch':

Die Fischer Bibliothek der hundert Bücher
Friedrich Schlegel
Private Chronicles. A study of English diaries
Caspar David Friedrich – Das gesamte graphische Werk
Briefwechsel van E.T.A Hoffmann
Frederick Prescott – De strijd tegen de pijn
The Devil in Legend and Literature – Maximilian Rudwin
Jean Paul Friedrich Richter
Studies in Romanticism
Wittgenstein’s Vienna – Stephen Toulmin
The Psychology of Melancholy – Mortimer Ostow
The complete naturalist. A life of Linnaeus.
Goethe-biografie van Nicholas Boyle
Zur Psycholopathologie der Sexualität – Giese
Vom Sinn der Schwermut – Romano Guardini
Pluralismus als Erkenntnissmodell – Spinna
Erkenntniss und Interesse – Habermas
Theorien der Wissenschaftsgeschichte – Diederich
Praxis – Bernstein
Het orgasme van Lorre
Demonen – Komrij
Caspar David Friedrich : Leben und Werk – J.. Jensen
Caspar David Friedrich : Auge und Landschaft, Zeugnisse im Bild und Wort – G. Eimer
A flame in Sunlight : the life & work of Thomas de Quincey – Edward Sackville West
Thomas de Quincey – Alexander H. Japp
The infinite moment, and other essays on Robert Browing – W.O. Raymond
Novalis : Die neue Geistesoffenbarung – Rudolf Meyer
Don Juan – Byron
Alfred Tennyson
Europäische Literatur und Lateinisches Mittelalter – Ernst Robert Curtius
Variaties op een thema van Joseph Haydn, van Brahms
L’Enfant et les Sortilèges, van Ravel
Zen and the Art of Motorcycle Maintenance – Robert M. Pirsig
De mathematicus en mysticus Peter Demianovich Ouspensky
De junge Bettina [von Arnim] : Ein biografischer Versuch – Werner Milch
Dromenboek – Frederik van Eeden
Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull – Thomas Mann
De roman van Alexander de Groote – Louis Couperus
At the piano with Ravel – Marguerite Long
Het meisje van Proust – Van der Velden
Monsieur Proust – Céleste Albaret
Psychologie der vrouwen – Heymans
De Heilige Tcoht – Ary Prins
Pieter van der Meer de Walcheren
De brieven van Lodewijk van Deyssel
Das Käthcen von Heilbrunn oder die Feuerprobe – Heinrich von Kleist
De verzamelaar verzameld – Eric Schneyderberg
Heinrich von Ofterdingen – Novalis
Chants de Maldoror – Isidore-Lucien Ducasse
The Bride of Lammermoor – Walter Scott
Goethe : Sein Leben und seine Zeit – Richard Friedenthal
Het symbolisme in Europa – Jozef Mehoffer
Reizenden bladen / Literaire tijdschriften van Noord en Zuid na 1945 – W. Adams en Ronald Breugelmans
Eine Dokumentation der Wirkung von Goethes Roman 1808-1832 – Heinz Härtl
Over Gerrit Komrij : Beschouwingen en interviews – Johan Diepstraten
Die Auffassung der Liebe in der Literatur des 18. Jahrhunderts und in der deutschen Romantik 3 – Paul Kluckhohn
Uit de schrijfcassette van Lodewijk van Deyssel
Weimar : Bilder einer traditionsreiche Stadt – Herbert Greiner-Mai
Met koele obsessie – Oscar de Wit
Briefwechel zwischen Schiller und Goethe – Siegfried Seidel
Goethes Leben von Tag zu Tag : eine dokumentarische Chronik – Robert Steiger
Les amours de Monsieur Vieux-Bois – Rodolph Töpffer
Georg Trakl – Hans Weichselbaum
Graf voor Anatole – Mallarmé

Related Posts with Thumbnails