Er is hier niemand - J. Rentes de Carvalho
De in de regel zo meedogenloze IJsbrand besteedt op zijn weblogs opvallend veel aandacht aan deze titel, en ik kan maar ten dele navoelen waarom. Of betreft het een tactische provocatie, om een ondergeschoven boek alsnog in de kijker te plaatsen? Zeker, Er is hier niemand is een aardig dagboek, zeer leesbaar bovendien, maar ik kan er niets buitengewoons in ontdekken. Het merendeel van Carvalho's dagen verloopt volgens een routine die door geen lotgeval wordt verstoord.
Wat meteen de vraag oproept: hoe vul je dan zo'n dagboek? J. Rentes de Carvalho lost het op door kleine gebeurtenissen aan te grijpen voor het schrijven van ruime bespiegelingen. Een reclamefolder wordt dan algauw een aanleiding om zijn opvattingen te rangschikken over handel en ondernemerschap. Vaak is zo'n stukje ook doorspekt met herinneringen aan zijn Portugese roots. Carvalho beschouwt dit "achterwaartse reizen door de tijd" als een van de zegeningen van het ouder worden.
Op die manier bevat het boek ook elementen voor een autobiografie, op elkaar gestapeld in wildverband. Paul de Wispelaere doet iets gelijkaardigs in Het verkoolde alfabet. Carvalho zegt in Er is hier niemand trouwens behartenswaardige dingen over de reden waarom iemand zich wijdt aan het schrijven van dagboeken.
Sommige dagboeken zijn belangrijk, andere alleen maar interessant. Er zijn intieme dagboeken en pijnlijk eerlijke of verhullende. Je hebt er die geschreven worden om te kwetsen en die geschreven worden als geheugensteun.Na omzwervingen in Brazilië, Amerika en Frankrijk kwam Carvalho in 1956 in Nederland terecht. Literair werk schrijft hij nog steeds in het Portugees, omdat alleen die taal hem de zekerheid biedt dat hij zich precies zo uitdrukt als hij het wil. Voorts zorgt dat Portugese taaleigen voor de noodzakelijke band met de literatuur en geschiedenis die hem heeft gevormd. In de woorden van Carvalho: "intellectuele continuïteit met een duizendjarige natie".
Het mijne past mijns inziens niet goed in de genoemde categorieën, want ik zie het minder als een registratie van feiten en gedachten dan als een gewenst gesprek.
Een gesprek dat ik in gedachte voer met iemand van vlees en bloed met wie ik een vriendschap onderhoud waarin de empathie synchroon loopt en de harmonie duurzaam is. Een ideale vriendschap, van het soort dat bij sommigen misschien een leven lang meegaat en standhoudt maar dat mij niet beschoren is geweest. En in dit stadium van mijn leven is het niet waarschijnlijk dat het er nog van komt, want terwijl de leeftijd -- in mijn geval althans -- het ongeduld en de kritische zin vergroot, vermindert hij het vermogen zaken door de vingers te zien.
Dat dit in de richting gaat van de eenzaamheid weet ik allang. Maar zover ik er ervaring mee heb, weet ik ook dat de nadelen van de eenzaamheid relatief zijn, want met boeken en fantasie zijn werelden te creëren die goed aansluiten bij de droom.
Wat niet wegneemt dat de droom zijn keerzijde heeft: op de prettige aspecten ervan drukt altijd de onmogelijkheid en als je eruit ontwaakt schrijnt de pijn om wat je niet bezit of hebt bereikt nog erger.
Carvalho treedt in zijn dagboek naar voren als een man van innerlijke tegenstellingen. Een reactionair die geniet van materiële vooruitgang. Een verwoed lezer die in de moderne literatuur nauwelijks nog meesterwerken ontdekt. Een discreet dagboekschrijver. Een Portugees die Pessoa niet lust. Een homme de lettres die liever het economisch katern leest in de krant dan de literatuurbijlage. Een gelovige zonder kerk. Daarnaast beantwoordt hij aan het clichébeeld van de onhandige intellectueel. Enige misogynie is hem niet vreemd. Aangenaam is het nuchtere beeld dat hij ophangt van de schrijverij.
Een weerkerend refrein is Carvalho's beperkte talent voor gezelligheid. Naar eigen zeggen "verdraagt zijn geduld de banaliteit van de meeste conversaties heel slecht". Het dagboek brengt op gezette tijden verslag uit van hoe de introverte schrijver klem komt te zitten in sociale plichtplegingen. (Het maakt hem in mijn ogen zo sympathiek, dat ik tijdens het lezen af en toe een blik wierp op de auteursfoto, waarop Carvalho staat afgebeeld als de missing link tussen Jack van Gelder en Salman Rushdie.) De volgende passage kan ik woord voor woord onderschrijven.
Welgemanierdheid impliceert geen sociabiliteit en eerlijk gezegd zie ik mezelf niet als een gezellige persoon, niet eens als goed gezelschap.Een van de plichtplegingen die schrijvers op hun pad ontmoeten is het schrijven van voorwoorden en nawoorden. Carvalho hangt een ontluisterend beeld op van hoe dat bij hem in zijn werk gaat. Waardoor ik meteen zijn nawoord bij Neef Bazilio met andere ogen bekeek, al is Eça de Queiroz een van zijn grote liefdes.
Geen conversatie kan me lang boeien, andermans belevenissen interesseren me niet, bij verhalen over ziekten, verslagen van vakanties, details van ruzies, gezwam over auto’s en prijsvergelijkingen voel ik me heel ongemakkelijk.
Hoewel ik in gezelschap kan functioneren -- wat voor mij een vorm van theater is -- voel ik me alleen in eenzaamheid mezelf, en mijn eigen fantasie, mijn dromen, zijn oneindig veel dankbaarder materiaal voor mij dan andermans aanwezigheid.
Ik maak een uitzondering voor mijn dierbaren, aan wie men veel kan en moet vergeven. Ik maak ook een uitzondering voor hen die mij fascineert door hun intellectuele brille. Van die laatsten ben ik er in mijn leven echter zo weinig tegengekomen, en maar zo incidenteel, dat daar wellicht de reden ligt van mijn grote en nimmer aflatende leeshonger.
Feitelijk lees ik minder om te leren dan om te bewonderen en me in goed gezelschap te wanen. Uiteindelijk ben ik misschien toch meer een gezelschapsdier dan ik denk.
Het eerste kwart van Er is hier niemand vond ik het beste, omdat J. Rentes de Carvalho zich daarin laat zien als een begaafd portrettist. Ergens in een Portugees dorpje bezit de schrijver een vakantieverblijf dat nodig opgeknapt moet worden. Het levert een paar mooie portretten op, van dorpsgenoten en stielmannen die over de vloer komen.
De uren verstrijken, meneer Teixeira zit op zijn knieën, rood aangelopen van inspanning en opwinding, en begint zijn geduld te verliezen. Hij vloekt zachtjes. Hij praat tegen de stortbak alsof het een mens is, vraagt hem om uitleg. Hij draait vast en hij draait los, maar het onding spuwt nu eens aan de ene kant en dan weer aan de andere en wanneer de klus geklaard lijkt, schieten de onderdelen als uit zichzelf weer los.Deze anekdotes doen qua lengte, souplesse en gebruikte technieken meer aan fictie denken dan aan dagboekaantekeningen. Mooi is ook het verhaal van hoe Carvalho alle dierenmishandeling moet gedogen op het Portugese platteland.
Tussenbeide komen zou niet worden geaccepteerd. Niemand zou er iets van begrijpen en ik zou me onvermijdelijk tot mikpunt maken van hoon en spot, wat in zo’n kleine gemeenschap gevolgen heeft die te vergelijken zijn met die van het schervengericht uit de Oudheid.Voor de rest zijn dit de notities van een lucide ouderdomsdeken.
Het kan een pessimistische visie zijn, maar het leven is een lange oefening in de kunst van het verliezen.> lees een fragment uit dit boek op Prins van Denemarken
We verliezen onze jeugd, onschuld, dromen en hoop. Elk moment dat voorbijgaat is onherroepelijk verloren en wat we eens zagen, zullen we nooit meer met hetzelfde gevoel terugzien, geen liefde kan zich herhalen, geen vreugde laat zich verdubbelen.
De illusie redt ons van de waanzin, het kinderlijke geloof in een eeuwig leven in een hemel waar niets verloren gaat en alles beter wordt.
Velen zullen dit al hebben gezegd en geschreven, maar het voelen, bevestigd zien, is een pijnlijke verrassing.
J. Rentes de Carvalho, Er is hier niemand : dagboek mei 1999 tot mei 2000
256 p.
Uitgeverij Atlas, 2005
Oorspr. Tempo sem tempo (2005)
Vertaald door Maartje de Kort
____

Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen